Wij zijn gedeeltelijk ons brein

Naline Geurtzen

In Wij zijn ons brein beschrijft Dick Swaab op een populair-wetenschappelijke manier hoe ons brein betrokken is bij vele aspecten van het leven. Of het nu gaat om verliefdheid, seksuele identiteit of onze seksuele voorkeur, over autisme, schizofrenie, depressie of alzheimer, over bewustzijn, vrije wil, religie of moraliteit: Swaab beschrijft op een toegankelijke en geestige manier hoe ons brein van invloed is op al deze verschijnselen. Bovendien wordt beschreven dat de ontwikkeling van de hersenen voor het belangrijkste deel al plaatsvindt tijdens de zwangerschap. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat het brein na de geboorte al vastligt en bepaald is voor het verdere verloop van iemands leven. Ik deel de opvatting van Swaab wanneer het gaat om de betrokkenheid van het brein bij al deze aspecten van het menselijk leven. Toch wil ‘betrokken’ niet zeggen dat het brein als oorzaak van alles moet worden gezien. Ook betekent dit niet dat het brein onveranderlijk is en dat het verdere leven van een persoon is uitgestippeld. Om deze redenen wil ik de opvatting, namelijk dat wij ons brein zijn, graag nuanceren.

Allereerst wil ik ingaan op depressie, één van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen in Nederland. Swaab beschrijft dat de basis van een depressie een ontwikkelingsstoornis is van de hypothalamus.[1] Deze ontwikkelingsstoornis is het gevolg van de genetische basis – de ‘aanleg’ – van de persoon, in combinatie met verschillende factoren waaraan het kind in de baarmoeder aan is blootgesteld, zoals roken en alcoholgebruik van de moeder. Uit deze beschrijving valt op te maken dat er invloeden van buitenaf zijn die de ontwikkeling van het brein kunnen beïnvloeden. Tot zover niets nieuws onder de zon. Opvallend is echter dat Swaab een dergelijke beschrijving gebruikt als ondersteuning voor zijn opvatting ‘wij zijn ons brein’. Het klopt wel dat het brein, en met name de hypothalamus, hier als basis wordt gezien voor een depressie, maar uitgaande van het ontstaan van deze hersenstoornis zou je evengoed kunnen stellen dat wij ‘onze genen’, onze omgeving, of beter nog, een combinatie van beide zijn.

Wanneer we uitgaan van ons brein als basis voor depressie, kan bovendien de indruk worden gewekt dat depressie alleen verholpen kan worden door het gebruik van medicijnen of andere technieken, welke direct invloed hebben op het lichaam of het brein. Inderdaad beschrijft Swaab enkele therapieën in zijn boek die gebruikt worden bij de behandeling van depressie, zoals antidepressiva of het al dan niet elektrisch stimuleren van bepaalde hersenengebieden. Echter, Swaab gaat niet in op een andere veelgebruikte therapie bij de behandeling van depressie, namelijk psychologische behandelingen. Bij psychotherapie, bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie (CGT), wordt door middel van gestructureerde gesprekken en opdrachten geprobeerd de persoon van zijn depressie af te helpen. Onderzoek heeft uitgewezen dat CGT minstens zo effectief is in de behandeling van depressie als antidepressiva en CGT lijkt op de lange termijn zelfs betere effecten te hebben. Hoe passen deze bevindingen binnen de opvatting van Swaab dat wij ons brein zijn? De effectiviteit van psychotherapie bij depressie is echter geen argument ‘tegen’ de betrokkenheid van onze hersenen. Wanneer er bij een persoon als gevolg van de psychotherapie verbeteringen zijn opgetreden in diens gevoelens, emoties, gedachten en gedrag, zijn deze veranderingen ook te zien in het brein. Wel laat dit voorbeeld zien dat, ook wanneer depressie in de kern wordt gezien als stoornis van het brein, het brein niet het enige aangrijpingspunt is voor een behandeling. Bovendien geeft het aan dat het brein door factoren buiten het lichaam beïnvloed kan worden en dat het brein in zekere mate plastisch, veranderlijk is.

Een andere nuancering van het centraal stellen van het brein komt vanuit de hoek van embodied cognition, ook wel grounded cognition genoemd.[2] Embodied cognition is een nieuwe wetenschappelijke benadering waarin de cognitieve informatieverwerking en cognitieve interpretatie worden verklaard vanuit de interactie tussen het lichaam en de omgeving van een persoon. Embodiment wil zeggen dat de houding van het lichaam van invloed is op de manier waarop mensen informatie verwerken en interpreteren. Zo is gebleken dat wanneer mensen bewust glimlachen, zij zich ook positiever gaan voelen of dat mensen een stuk tekst negatiever evalueren wanneer zij met hun hand een wegduwende, afwerende beweging maken. Binnen deze nieuwe benadering ligt het accent dus op het lichaam en zijn omgeving – in de breedste zin van het woord – en niet op het brein. Het brein wordt wel als onderdeel van het lichaam gezien, maar niet meer dan dat. Wanneer je de opvatting van Swaab zou volgen, namelijk dat wij ons brein zouden zijn, dan zou je kunnen stellen dat, wanneer het brein van persoon A op het lichaam van persoon B zou worden gezet, alle ervaringen van persoon A hetzelfde blijven. Dit wil niet zeggen dat Swaab het lichaam ontkent, want natuurlijk weet Swaab als geen ander dat de hersenen en het lichaam met elkaar verbonden zijn en met elkaar samenwerken. Het verschil is echter dat, wanneer ‘wij’ gelijk worden gesteld aan ons brein, het brein wordt gezien als plaats voor de cognitieve interpretatie van de wereld, terwijl embodied cognition zegt dat deze interpretatie in het lichaam zelf plaatsvindt, waar het brein ‘slechts’ onderdeel van is. Vanuit deze laatste benadering zou persoon A de wereld dus wél op een andere manier interpreteren. Niet alleen omdat deze persoon nu een ander lichaam heeft, maar omdat het hierdoor een ander persoon is geworden.

De beschreven voorbeelden laten zien dat wij, naar mijn eigen opvatting, niet ons brein zijn. Wij hebben wel een brein, welke zeker fundamenteel is voor ons bestaan, maar ook de rest van ons lichaam, onze genen, onze omgeving en de interactie tussen al deze onderdelen bepalen wie wij zijn. Hoewel Swaab in zijn boek in elk hoofdstuk weer een ander aspect van het menselijk leven beschrijft, wordt zijn argument dat wij ons brein zijn slechts herhaald, maar niet sterker. Om eerlijk te zijn denk ik, uitgaande van uitgebreide interviews met Swaab in bijvoorbeeld het tv-programma Zomergasten,[3] dat hij zich als wetenschapper zeker kan vinden in een meer genuanceerde opvatting over het brein. Als schrijver van een populair-wetenschappelijk boek heeft hij echter geprobeerd om één helder beeld te schetsen. En zeg nou zelf, een boek met de titel ‘Wij zijn gedeeltelijk ons brein’ had waarschijnlijk veel minder opgebracht.

| Dick Swaab, Wij zijn ons brein, (Amsterdam, Contact 2011). Paperback € 24,99. ISBN 9789025435226.

Naline Geurtzen (1987) volgt zowel de master Behavioural Sciences als de master Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.



[1] De hypothalamus is een klein gebied in de hersen dat onder andere betrokken is bij de aanmaak en afgifte van bepaalde hormonen en waarin zaken als lichaamstemperatuur, honger, dorst, slaap worden gecontroleerd.

[2] L.W. Barsalou e.a., ‘Social Embodiment’, Psychology of Learning and Motivation 43 (2003) 43-92; L.W. Barsalou, ‘Grounded cognition’, Annual Review of Psychology 59 (2008) 617-645.

[3] VPRO, Zomergasten, 31 juli 2011. Beschikbaar via: http://programma.vpro.nl/zomergasten/archief/2011/Dick-Swaab.html (geraadpleegd op 3 november 2011).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>