Hollande regeert

Geerten Waling

Parijs, 6 mei 2012. Tienduizenden Fransen staan urenlang opeengepakt op het Place de la Bastille. Joelend, schreeuwend, drinkend, lallend. Ze komen niet voor de wereldtournee van Justin Bieber, noch voor de zoveelste revival van de Rolling Stones. Nee, ze komen voor hun eigen held: een kalende ambtenaar van 57 uit de Corrèze, die net is verkozen tot de nieuwe president van de Vijfde Franse Republiek.

Met de verkiezingsslogan ‘Le changement est maintenant’ eist François Hollande zonder schaamte de rol op van de Franse Obama.  Maar in zijn geval kwalificeert zijn gebrekkige sex appeal hem perfect; Frankrijk wil een tegenhanger van de gehate bling bling van Sarkozy. Ook al is hij even blank, mannelijk en hetero als al zijn voorgangers, Hollande is voor een hele generatie de eerste socialistische president ooit, en dat is ook wat waard.

Eerder die avond had ik de uitslag afgewacht bij het hoofdkantoor van de Parti Socialiste (PS), de partij waar de kans op een feestje nu eenmaal het grootst was. De nauwe Rue de Solférino was zo volgepakt, dat mijn bril ondanks de frisse lenteavond besloeg. Om precies acht uur verscheen de foto van Hollande in beeld, waarna een tumult los barstte dat horen en zien deed vergaan. Gegil en gehuil gingen in elkaar over. Wildvreemden zoenden en omhelsden elkaar. Het is gelukt! Nu gaat alles goed komen. We zijn gered.

Als de hysterische bijeenkomst bij ‘Solfé’ wordt opgeheven, marcheren we en masse over de Boulevard Saint-Germain. De bestemming klinkt uit duizend kelen: ‘La Gauche! La Gauche, à la Bastille!’ Bedrukte sarkozistes die we passeren worden uitgelachen en beschimpt, want ‘Sarkozy, c’est fini!’ en ‘Casse-toi, pauv’ con!’ Gearmd scharen we ons achter grote spandoeken (net als op tv) en zwaaien we met alles dat rood is. ‘Tous ensemble, tous ensemble, socialistes!’ We heffen de Marseillaise aan, die al snel wordt ingeruild voor de Internationale – toepasselijk genoeg ooit geschreven door een voormalig Communard uit Parijs.

Een overweldigende ervaring, kortom, maar vooral bevreemdend. In de eerste plaats omdat ik in de stad ben voor mijn onderzoek naar de Februarirevolutie van 1848, waarbij volksmassa´s de troon van Lodewijk Filips – de allerlaatste Franse koning – uit het paleis roofden, al zingend over de boulevards naar het Place de la Bastille brachten en het meubel daar op de sokkel van de triomfzuil ritueel verbrandden. Om over de taferelen van 1789, 1830, 1871 en 1968 nog maar te zwijgen. In plaats van historicus voel ik me voor even antropoloog: dit is een eeuwenoud ritueel in Parijs.

Een andere bevreemding ervaar ik, als ik terugdenk aan de gesprekken met al die Franse vrienden en kennissen die geen bevlogen socialisten waren. Het had me meermaals verbijsterd hoe weinig vertrouwen zij nog hadden in de politiek en hoe wantrouwen, rancune en desinteresse hoogtij vierden. Nederland heeft zo zijn problemen, maar die leiden ertoe dat iedereen zich hier juist op de politiek stort. Frankrijk is er veel slechter aan toe, maar de gemiddelde Fransoos s’en fout.

In zijn heldere boek Politicide – de gecombineerde uitgave uit 1999 van zijn filosofie- en geschiedenisscripties – beschrijft Luuk van Middelaar de moord op de politiek in de Franse filosofie. Van Hegel-interpretator Alexandre Kojève tot Jean-Paul Sartre, de Franse denkers hebben de politiek structureel dood verklaard en haar bestempeld als oninteressant of gevaarlijk. Duitsland heeft een harde les geleerd van Bismarck en Hitler: als intellectuelen de politiek de rug toekeren, krijgen kwaadaardige technocraten ruimbaan. Frankrijk stond steeds aan de goede kant van de geschiedenis waardoor dit proces zich daar sluipend kon voltrekken. Nu de Gallische zeshoek al enige decennia volgens bureaucratische dynamiek wordt bestuurd, is de samenleving er ten diepste verdeeld en vertoont de natie grote barsten.

De idealistische jonge socialisten van de Bastille snappen niets van de grote steun voor het Front National op het platteland, noch van de logica van de banlieue waar nog elke nacht auto’s branden en waar zelfs de politie haar no-go-areas heeft. Nee, deze blije kosmopolieten vieren de verkiezing van hun Job Cohen. Daarbij doorzien zij niet dat hun euforie wortelt in hetzelfde ressentiment dat ooit aan ‘burger Capet’ het hoofd kostte (1793), aan het Place Vendôme zijn zuil (1871) en aan de Sorbonne haar stoeptegels (1968).

De echte Hollande moet zich nog openbaren. Tot nu toe staat hij bekend als een gewiekste partijpoliticus met een integere, ja saaie, uitstraling. Iets wat Frankrijk opeens een verademing lijkt te vinden. Immers, de Fransen doen – niet gespeend van enig zelfmedelijden – alsof zij onder Sarkozy hebben geleden aan vijf jaar van voortdurend en schandalig machtsmisbruik in het Elysée. Dat ‘leed’ zal onder ambtenaar-president Hollande inderdaad verleden tijd zijn. Geen decadentie, geen filmsterren, geen ijdeltuiterij.

Maar als de technocraat Hollande ruim baan krijgt – en dat ziet er wel naar uit met de in juni verkregen parlementaire meerderheid voor de PS – dan zal hij wel spoedig andere onhebbelijkheden vertonen. Zo hoeft Merkel hem maar een beetje op te vrijen en hij zal vol overtuiging instappen in een Europese politieke unie. Ogenschijnlijk is Frankrijk daar mee gediend, maar in werkelijkheid stuit het weggeven van soevereiniteit op grote weerstand onder het Franse volk. Het volmondige non tegen de Europese Grondwet uit 2005 ligt nog vers in het geheugen. Alleen heeft men zich ditmaal helemaal niet kunnen uitspreken: bij geen van de verkiezingen van 2012 speelde Europa een noemenswaardige rol.

Terug naar de Bastille. Als op 6 mei, na half één ’s nachts Hollande dan toch eindelijk zijn opwachting maakt op het podium, is alle ronkende retoriek al uitgekauwd door voorgaande sprekers – vooral partijprominenten. De élu heeft ook nog eens zijn stembanden in de Corrèze achtergelaten. Maar ondanks dat zijn speech een volstrekte anticlimax is, laten de fans zich gewillig door het schorre geblaf in extase brengen. Politiek is beleving.

Geerten Waling (1986) promoveert aan de Universiteit Leiden op de geschiedenis van politieke verenigingen in de revoluties van 1848 en is mede-oprichter van de digitale uitgeverij Jonge Historici Schrijven Geschiedenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>