De mythe van competitiveness als uitweg voor de crisis

Nadat ‘kapitalisme’ decennialang nauwelijks een thema is geweest, lijkt met de komst van de crisis het debat over (de bestendigheid van) het kapitalisme weer te zijn teruggekeerd. Maar zoals Nancy Fraser onlangs al observeerde, de renaissance van het woord kapitalisme is vaak slechts retorisch van aard en meer een teken van een verlangen naar systeemkritiek dan het verwoorden van een werkelijke substantiële kritische bijdrage.[i] De navolgende stukken van Zowi Milanovi en Matthias van Trigt zijn hierop duidelijk een uitzondering doordat ze stapsgewijs het (dis)functioneren van het kapitalisme blootleggen. Hun verkenning van de interne tegenstellingen binnen het kapitalistische systeem en haar inherente neiging tot crisis legt de vinger op de zere plek, namelijk op het structurele probleem van ‘overaccumulatie’.

Combiregeling bij voetbalwedstrijden: noodzakelijk of spelbederf?

Binnen het betaald voetbal kennen we in Nederland de zogenaamde combiregelingen. Supporters die meereizen met hun club kunnen vanuit veiligheidsoverwegingen tot een bepaalde vorm van gereguleerd vervoer worden verplicht. Omdat bij deze vorm van supportersvervoer een combinatiekaartje van vervoermiddel en wedstrijd wordt gekocht, wordt de maatregel combiregeling of vervoerscombi genoemd. Het besluit tot het instellen van een verplichte combiregeling wordt genomen door de burgemeester van de gemeente waar de wedstrijd plaatsvindt. Het is de burgemeester die verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente.

Wetenschap en religie: spannend of spanningsvol?

Isaac Newton, Albert Einstein, Immanuel Kant. Al deze grote wetenschappers waren gelovig. De gezaghebbende natuurkundige en astronoom Georges Lemaître, grondlegger van de bigbang-theorie, was een rooms-katholiek priester. Of neem, meer recent, de Nederlandse nanotechnoloog Cees Dekker: topwetenschapper én overtuigd christen. Je zou dus kunnen zeggen: ‘Hoezo, religie en wetenschap gaan niet samen?’

5
september
0 Comments
Posted in Kunst en commercie

Tussen kunst en cash: commercialisering van de kunst

De rancuneuze stemming die nu in Nederland rond kunst hangt, heeft de kunstsector totaal overvallen. Verbijsterd vraagt ze zich af hoe het komt dat een zo rijke en gevarieerde culturele infrastructuur door een groot deel van de bevolking zo weinig wordt gewaardeerd en gerespecteerd. Bij alle verklaringen die worden gegeven, is er één die te weinig in ogenschouw wordt genomen en dat is een algemeen, diep geworteld gevoel van teleurstelling. Teleurstelling over de niet waargemaakte belofte die ooit door de politiek en de kunst samen is uitgedragen: de belofte van een Nieuwe Wereld met een Nieuwe Mens. We weten het nu, het modernistisch-socialistische idee van een universele wereld, een maakbare samenleving en een vrije, creatieve, communale mens is een fictie gebleken, een droombeeld dat nu in de ogen van velen vooral tot rampspoed heeft geleid: kunst voor insiders, imponeer-architectuur naast onpersoonlijke woonblokken, massa-immigratie, moskeeën, pedofilie en ‘een rond neukende, met hasj wolken omgeven’ jeugd.