2
maart
0 Comments
Posted in Artikelen

To be Charlie, or not to be?

Op 7 januari 2015 stormden twee jonge Jihadisten het hoofdkantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs binnen, waar ze twaalf medewerkers van het blad doodschoten, onder wie de hoofdredacteur Stéphane Charbonnier (Charb). Deze dag wordt gezien als een van de zwartste dagen voor de veiligheid en democratie in de Westerse wereld sinds de aanslagen op het World Trade Centre in New York op 11 september 2001. Hoewel het aantal doden van beide aanslagen substantieel verschilt, waren de reacties op beide aanslagen vergelijkbaar. Na beide de aanslagen was de wereld in shock, verafschuwden wereldleiders de aanslagen en voelde ‘het Westen’ zich nog meer bedreigd door de Arabische Wereld. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom de aanslagen op Charlie Hebdo wereldwijd zoveel impact hadden en nog steeds hebben: ze zijn gepleegd door moslim-extremisten. We waren al zo bang voor de Arabische wereld door terreurgroepen als Al Qaeda en de opkomst van Islamitische Staat (IS), maar ook door politici en media die moslims als een bedreiging portretteren. Dat is door deze aanslag alleen maar erger geworden, zeker omdat de aanslagplegers tweede generatie immigranten waren; geboren, getogen en geradicaliseerd in Parijs. Het gevaar komt voor velen dus opeens heel dichtbij.