2
juni
1 Comment
Posted in Columns

Atoomnummers en ablatieven

nmiddels is het zeven jaar geleden dat ik mijn eindexamen VWO deed. Een half jaartje eerder had ik eindelijk een beslissing kunnen maken over mijn studiekeuze: scheikunde. Dat ik besloot om scheikunde te gaan studeren, kwam niet omdat het mijn leukste of zelfs maar beste vak was op de middelbare school. Uiteindelijk waren mijn cijfers voor de meeste vakken hetzelfde en scoorde ik op Engels en Latijn zelfs hoger. Dat ik een bèta ben, kunnen mijn verzameling Rubik’s cubes en ik niet ontkennen. Maar ben ik dan automatisch geen alfa, ondanks mijn wandvullende boekenkast en passie voor taal en tekst? Ik zeg wel eens dat ik bij dag een bèta ben, en bij nacht een ‘halfa’ (halve alfa). Maar wat houdt het eigenlijk in om een bèta of (h)alfa te zijn en gaan die twee wel samen?