Pleidooi voor democratie zonder verkiezingen

Martijn van den Boom

De democratie verkeert in zwaar weer. Onlangs meldde Trouw dat een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking de leiding van ons land in handen van een ‘sterke leider’ zou willen geven.[1] De onvrede onder de burgers is groot. Zij wachten sinds 2008 op een oplossing van de crisis, maar de ‘baantjesjagers’ uit Den Haag weten geen uitkomst te bieden. Onvrede leidt gelukkig niet tot apathie. De belangstelling voor politiek is niet verdwenen, integendeel: onderzoek toont aan dat de burger meer en meer met politiek bezig is. Echter, deze geestdrift gaat ook gepaard met wantrouwen ten opzichte van politici.[2]

Dit gevoel bestaat niet alleen in Nederland. David Van Reybrouck – bekend van het onvolprezen boek Congo: een geschiedenis – constateert dat in de gehele Westerse wereld de democratie gepijnigd wordt door een legitimiteits- en efficiëntieprobleem. Politieke partijen, de grote spelers in ‘onze’ democratie, vertegenwoordigen steeds minder mensen. De ledenaantallen lopen terug, de opkomst bij verkiezingen neemt af en steeds meer stemmers zweven van partij naar partij.[3] Naast dit legitimiteitsprobleem bestaat er de machteloosheid van de regering. Besturen en het vormen van een coalitie gaat steeds moeizamer, mede omdat regeringspartijen steeds zwaarder worden afgestraft.[4]

Ten grondslag hieraan ligt het ‘incidentalisme’, aldus Van Reybrouck. Hij citeert de stuurgroep parlementaire reflectie: ‘Politici willen, om de volgende verkiezingen te overleven, voortdurend scoren.’[5] Daartoe moeten politici in de media telkens op kleine incidenten reageren, om zo in the picture te komen. Beroepspolitici zitten in een houdgreep. De burger doorziet deze ‘opgefokte en doorzichtige hysterie’ en raakt nog verder verwijderd van het politieke spel, met het ‘democratisch vermoeidheid syndroom’ tot gevolg.[6]

Na verschillende verklaringen te hebben besproken, komt Van Reybrouck tot de conclusie dat de fout in de huidige vorm van democratie zit: de ‘electorale representatieve democratie’. Hij heeft geen probleem met de representatieve democratie, maar wel met het electorale karakter ervan. Afvaardiging door verkiezing zou een uitvinding zijn van de gegoede burgerij in de achttiende en negentiende eeuw. Zij vond dat de ‘besten’ in de samenleving gekozen moesten worden en wilde het ‘volk’ uit het parlement mijden. De revolutionairen van destijds verjoegen ‘een erfelijke aristocratie om haar te vervangen door een gekozen aristocratie.’[7] Hierdoor blijft er een onderscheid bestaan tussen zij die regeren en zij die geregeerd worden.

Van Reybrouck gaat op zoek naar een andere manier dan verkiezingen om afgevaardigden te selecteren. Tijdens zijn zoektocht naar de wortels van democratie komt hij tot de conclusie dat de democratie in de oudheid, maar ook in de middeleeuwen, grotendeels gebaseerd was op ‘loting’. De volksvertegenwoordigers werden niet gekozen door de burgers, maar het lot bepaalde welke leden van de samenleving zitting moesten nemen in het bestuur van de staat. Iedereen had een even grote kans om een bepaalde periode te moeten dienen in het landsbestuur. Na deze periode keerde de burger terug naar de samenleving, totdat het lot mogelijk weer een beroep op hem deed.[8] 

Deze gedachten uit de oudheid inspireerden Van Reybrouck om na te gaan denken over een niet-electorale, representatieve democratie. Ook wel een aleatorisch-representatieve democratie genoemd – alea is Latijn voor dobbelsteen.[9] Deze vorm zou een horizontale (gelijken onder elkaar), bottom-up democratie tot stand brengen, waarbij er geen verschil bestaat tussen burger en bestuurder. Op dit moment bestaat er een verticale (hiërarchische), top-down­ benadering waarbij er een kloof gaapt tussen burger en bestuurder.[10] In eerste instantie zou een gelote volksvertegenwoordiging een aanvulling kunnen vormen op de gekozen, maar op den duur moet de eerste de laatste vervangen.[11] Voor de specifieke praktische invulling gaat Van Reybrouck ten rade bij hedendaagse politiek-filosofische traditie over deliberatieve democratie.[12]

Aan de hand van ‘Symptomen’, ‘Diagnosen’, ‘Pathogenese’ en ‘Remedies’ zet Van Reybrouck uiteen wat er mis is met democratie, wat de oorzaak hiervan is, hoe het zover heeft kunnen komen en hoe het opgelost kan worden. Hij verschaft inzicht in de huidige problematiek en discussie rondom democratie, neemt de lezer mee door de lange geschiedenis van het politieke idee en geeft, ten slotte, een uitgebreide uiteenzetting over nieuwe vormen van democratie. Het klinkt als een hele opgave om deze thema’s in slechts 153 bladzijden duidelijk te bespreken, zonder met zevenmijlslaarzen door de het onderwerp te vertrappen of de geïnteresseerde leek te verliezen in vakjargon.

Wat betreft de eerste zorg kan ik kort zijn. Van Reybrouck is er in geslaagd om een helder verhaal te vertellen, zonder te verzanden in algemeenheden. Uiteraard, hij kan niet alle ins and outs vertellen, maar de kwaliteit van het werk staat buiten kijf: de auteur geeft een duidelijke, beargumenteerde analyse. Van Reybrouck kent de literatuur over het onderwerp en verwijst met enige regelmaat naar historische, politicologische en filosofische werken. Degene die begeistert is geraakt door het onderwerp, kan zijn toevlucht vinden in de uitgebreide bibliografie, waarin zowel gedrukte als online publicaties worden aangehaald. Naar goed academisch gebruik laat hij tegenstanders aan het woord en neemt hen ook serieus. Belangrijke inzichten van populisten, technocraten en direct-democraten – die allen een oplossing hebben voor het ‘democratisch vermoeidheidsyndroom’ – zet hij niet aan de kant, maar hij incorporeert deze in zijn uiteindelijke voorstel. Een doorwrochte analyse met een onderbouwde aanbeveling is het resultaat.

De kracht van het boek zit in het feit dat het werk interessant is voor zowel voor de leek als de academicus die bekend is met het onderwerp. Van Reybrouck heeft kwaliteiten in huis om het academische verhaal prettig te verwoorden. Filosofische ideaalbeelden en ideeën worden gepresenteerd aan de hand van uitgebreide voorbeelden of verschillende visueel aantrekkelijke schema’s. Hij gebruikt geen moeilijke woorden om het gebruiken van moeilijke woorden, maar geschreven in heldere taal en duidelijk geïllustreerd, maakt Van Reybrouck Tegen verkiezingen ook voor de leek interessant.

Het enige storende punt zijn daarom de onnodige, dramatische zinsneden als:

Wij, electoraal fundamentalisten, klampen ons al decennia vast aan de stembusgang als was het de Heilige Graal van de democratie, en nu beseffen we dat we ons aan het verkeerde hebben gehecht, […] aan een gifbeker.[13]

Het is heel simpel: óf de politiek gooit de deuren open, óf ze worden binnen onafzienbare tijd ingebeukt door boze burgers die leuzes [sic] scanderen als ‘No taxation without participation’ terwijl ze het huisraad van de democratie aan diggelen slaan en met de kroonluchter van de macht naar buiten lopen.[14]

Het zijn literaire zinnen die niet zouden misstaan in een opruiend pamflet, maar ze leiden de aandacht af van de doorwrochte analyse. Is het boek een uit de hand gelopen pamflet dat tot een academisch onderbouwd werk is verworden? Of heeft de auteur getracht met dergelijke zinnen zijn boek minder academisch en aantrekkelijker voor de leek te maken? Deze zinnen laten de twijfel bestaan dat de auteur niet kon kiezen tussen het schrijven van een opruiend politiek pamflet of een politiek-filosofische analyse.

In wezen is Tegen verkiezingen beide niet. Echter, ondanks dit kritiekpunt is het boek een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in politiek. Het geeft een heldere inleiding tot het onderwerp ‘democratie’, de bijbehorende geschiedenis en de huidige opvattingen onder academici over het onderwerp. Daarnaast geeft Van Reybrouck een interessante eigen interpretatie over hoe democratie er uit zou moeten zien. Een interpretatie die uitnodigt tot nadenken.

| David Van Reybrouck, Tegen verkiezingen (Amsterdam: De Bezige Bij 2013). ISBN: 9789023474593. Paperback € 14,90.

Martijn van den Boom (1987) is historicus en politiek filosoof.



[1] R. Abels & D. Pels, ‘Boos volk wil nu een sterke leider’, Trouw.nl (12 september 2013) online beschikbaar via: http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/
3508686/2013/09/12/Boos-volk-wil-nu-een-sterke-leider.dhtml
(geraadpleegd op 30 oktober 2013).

[2] David Van Reybrouck, Tegen verkiezingen (Amsterdam 2013) 12.

[3] Van Reybrouck, Tegen verkiezingen, 14-16.

[4] Ibidem, 17-19.

[5] Ibidem, 19.

[6] Ibidem, 21-22.

[7] Ibidem, 88.

[8] Van Reybrouck, Tegen verkiezingen, 59-76.

[9] Ibidem, 67.

[10] Ibidem, 57.

[11] Ibidem, 139-150.

[12] Ibidem, 103-138.

[13] Van Reybrouck, Tegen verkiezingen, 89.

[14] Ibidem, 152.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>