Pechtolds perceptie van de PVV-kiezer en het populisme

Lennaert van Heumen

Henk en Ingrid bestaan niet, concludeert Alexander Pechtold (Democraten 66) in zijn in februari verschenen boek Henk, Ingrid en Alexander. Henk en Ingrid zijn een begrip in politiek Den Haag, aangezien Geert Wilders, de fractieleider van de Partij Voor de Vrijheid (PVV), met regelmaat in zijn speeches verwijst naar Henk en Ingrid als de ‘doorsnee Nederlanders’ waar hij voor opkomt.[1] Pechtold heeft in de afgelopen vijf jaar steeds meer stelling genomen tegen het populisme in de Tweede Kamer, wat vooral neerkwam op een strijd tegen Geert Wilders en zijn voorstellen als de ‘kopvoddentax’. Het boek Henk, Ingrid en Alexander, waarin Pechtold op zoek gaat naar de beweegredenen van kiezers om op de populistische PVV te stemmen, is volgens hem vooral een verantwoording geworden over deze strijd tegen het populisme. Voor Pechtold staat centraal om ‘anderen te laten zien dat simplistische, populistische politiek tot niets leidt.’[2]

Het idee voor Pechtolds boek ontstond via een tweet van @henkeningrid, twee PVV-kiezers die zich kritisch uitlieten over Pechtold. Pechtold besloot hen op te zoeken om er achter te komen wat hen bewoog om op de PVV te stemmen. In het najaar van 2011 voerde hij met twaalf andere PVV-kiezers gesprekken over de redenen waarom zij tijdens de laatste Tweede Kamerverkiezingen op Geert Wilders hadden gestemd. Pechtolds conclusie is niet verassend: de PVV-kiezers die hij gesproken heeft, hebben verschillende redenen aangegeven voor hun stemgedrag. Een aantal maakt zich zorgen over de immigratie en de islamisering van de samenleving, zoals bekend het meest uitgesproken speerpunt van de PVV. Anderen vertelden Pechtold dat zij op Wilders hebben gestemd vanwege de problemen in de zorg of het onderwijs. Sommigen vinden de straffen in Nederland te laag, anderen de belastingen te hoog. Ook de originele politieke achtergrond van Pechtolds gesprekspartners was divers: variërend van VVD tot SP en van CDA tot SGP.

 Een belangrijke eigenschap die de PVV-stemmers echter gemeen hebben, is dat zij vooral uit protest op de partij gestemd hebben. In hun gesprekken met Pechtold komt duidelijk de onvrede met diverse aspecten van de moderne samenleving naar voren. Economische onzekerheid en onvrede over de multiculturele samenleving zijn belangrijke thema’s, maar bij de PVV-stemmers bestaat vooral het gevoel dat de politiek hen niet vertegenwoordigt en hun problemen niet kan oplossen. Opvallend is dat verschillende PVV-kiezers tijdens hun gesprek met Pechtold hun afkeer van de PvdA lieten blijken, alsof de PvdA de politieke partij is die het wantrouwen en de teleurstelling van de PVV-kiezers in de politiek belichaamt. Voor de meeste van de bij dit boek betrokken PVV-kiezers was hun steun voor Wilders vooral een stem tegen de andere politieke partijen.

Deze conclusies brachten Pechtold bij zijn visie op de politiek. In het boek heeft hij ruim aandacht voor zijn politieke loopbaan vanaf zijn tijd als raadslid en wethouder in Leiden tot aan zijn huidige functie als leider van D66. De opkomst van het populisme en de vlucht van de middenpartijen naar de politieke flanken baart Pechtold grote zorgen. Dit zou Nederland volgens hem op termijn onbestuurbaar maken. Pechtold beschrijft zijn doel in de politiek dan ook als volgt: ‘het populisme te ontmaskeren met een bij deze tijd passende stijl van debatteren.’[3] Volgens Pechtold kan dat ‘alleen door het democratische debat scherp en met lef te voeren, met respect voor elkaars opvattingen en idealen.’ Alleen op die manier ‘komen we uit de houdgreep van het populisme’.[4]

Dit houdt dus een duidelijke taak in voor D66 en de traditionele politieke middenpartijen. De aantrekkingskracht van het populisme heeft volgens Pechtold veel te maken met de manier waarop de middenpartijen in de afgelopen jaren politiek hebben bedreven. De toegenomen aandacht voor incidenten in de politiek, onder andere via schriftelijke en mondelinge vragen in de Tweede Kamer, heeft er volgens Pechtold namelijk voor gezorgd dat de verwachtingen van mensen in de politiek zijn gegroeid.[5] Hij concludeert dat mensen de politiek zijn gaan zien als de instantie die verantwoordelijk is voor het oplossen van hun problemen. Doordat de politiek deze verwachtingen niet kon waarmaken, zijn mensen teleurgesteld geraakt in de politiek. Vandaar dat populisten zich graag positioneren als politieke buitenstaanders.

Volgens Pechtold wisten de traditionele middenpartijen ook niet goed hoe zij om moesten gaan met de populistische electorale dreiging. Hij wijdt de politieke crises binnen het CDA en de PvdA aan het gebrek aan lef om het eerlijke verhaal te vertellen over moeilijke, complexe maar belangrijke onderwerpen zoals de financiële crisis en de mogelijk verdergaande Europese integratie. Door het naar de mond praten van populisten en het ‘aanschuren tegen populistische politiek’, zoals Maxime Verhagen (CDA) dat volgens Pechtold heeft gedaan, creëer je op lange termijn alleen maar meer onvrede.[6] Bovendien leidt dit tot fraaie staaltjes symboolpolitiek.

De oplossing is volgens Pechtold om als politicus bij je eigen verhaal te blijven en de populistische politici meer tegen te spreken. Hier komt in het boek vervolgens de politieke D66-boodschap om de hoek kijken waarin hervormingen, bijvoorbeeld van de woningmarkt en arbeidsmarkt, centraal staan. Populistische politici die claimen dat hervormingen niet nodig zijn, bedrijven ‘politiek tegen misdadig aan [sic]’, aldus Pechtold.[7] Het zal juist de polarisatie in de samenleving vergroten.

Met dit boek positioneert Pechtold zichzelf nog duidelijker dan voorheen als de tegenstrever van het populisme. Pechtolds gesprekken met de PVV-kiezers leveren eigenlijk weinig verrassende inzichten op, daarvoor was de empirische basis ook simpel weg te klein. Dit boek gaat dan ook veel meer over de visie van Pechtold op de oorzaken van het populisme en de manier waarop politiek bedreven zou moeten worden om een groter wordende steun voor populistische partijen te voorkomen. Evenals de inhoudelijke standpunten die Pechtold in het boek presenteert, is ook dat een politieke kwestie waar de meningen over verschillen. w

| Alexander Pechtold, Henk, Ingrid en Alexander (Amsterdam Bert Bakker, 2012). Paperback €14,95. ISBN 9789035137462

Lennaert van Heumen (1986) is parlementair historicus en heeft recent zijn master North American Studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen afgerond.



[1] Omdat Geert Wilders met regelmaat claimt dat ‘Henk en Ingrid’ zich niet kunnen vinden in bepaalde beleidsvoorstellen of dat de politieke beslissingen niet in hun belang zijn, heeft ‘Henk en Ingrid’ voor de politieke tegenstanders van de PVV ook de betekenis gekregen van PVV-kiezers. Een recent voorbeeld van een verwijzing naar ‘Henk en Ingrid’ door Geert Wilders was de presentatie van het verkiezingsprogramma van de PVV op 3 juli 2012, beschikbaar via: http://www.pvv.nl/index.php/visie/verkiezingsprogramma-2012.html (geraadpleegd op 6 juli 2012).

[2] Alexander Pechtold, Henk, Ingrid en Alexander (Amsterdam Bert Bakker, 2012) 9.

[3] Pechtold, Henk, Ingrid en Alexander, 44.

[4] Ibidem, 205.

[5] De stijging van het aantal schriftelijke en mondelinge vragen in de Tweede Kamer komt terug in de jaarcijfers van de Tweede Kamer uit 2011, beschikbaar via: http://www.tweedekamer.nl/images/Jaarcijfers_2011_118-226691.pdf (geraadpleegd op 8 juni 2012).

[6] Pechtold, Henk, Ingrid en Alexander, 35.

[7] Zie hiervoor ook het interview met Alexander Pechtold: ‘Pechtolds zoektocht naar Henk en Ingrid’, De Volkskrant, 4 februari 2012.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>