Over de zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking

Rick Timmermans

Het kost Dirk-Jan Koch weinig moeite om in 2008, als kersverse diplomaat, naar de Democratische Republiek Congo (hierna voor het gemak: Congo) uitgezonden te worden. ‘Als je Kinshasa als voorkeur invult, dan weet je zeker dat je hem krijgt, en nog snel ook!’, aldus Koch. Zijn directe collega’s zijn meer geïnteresseerd in richtingen die betere carrièremogelijkheden bieden. Als diplomaat reist Koch het land door en werkt aan de geheime codes waarin diplomaten rapporteren aan het ministerie. In 2011 maakt Koch de overstap naar de NGO Search for Common Ground. en lijkt het pluche van de ambassade ineens heel ver weg. Tussendoor weet duizendpoot Koch ook nog tijd te vinden om college te geven aan de universiteit. Een selectie van zijn ervaringen is nu in boekvorm gepubliceerd. Het uiteindelijke resultaat hiervan is een divers, boeiend en persoonlijk verhaal over Congo; de eigen persoonlijke codes van Koch.

De diplomaat
Als diplomaat is Koch, naar eigen zeggen, vooral bezig met het aanpassen van woorden als ‘circa’ in ‘ongeveer’ in officiële rapporten en het bezoeken van borrels met roze champagne. Gelukkig, zowel voor de lezer als voor Koch, stelt zijn functie en status als diplomaat hem daarnaast toch ook in staat om de uithoeken van het land te bezoeken. Zo neemt Koch ons eerst mee naar het Kivumeer, waar hij wordt lastiggevallen door de veiligheidsdiensten naar aanleiding van een foto die hij maakt van het meer. De agenten lijken duidelijk uit op een geldbedrag ter vergoeding van de moeite die zij steken in het beschermen van de ‘staatsveiligheid’. Koch laat zich niet gek maken en al gauw neemt hij ons onder meer mee op een boomstam door de dichtbegroeide jungle van Maniema en naar de goudmijnen van Mongbwula. Koch is op zijn zachtst gezegd een bezig bijtje en lijkt altijd in de weer. Overigens runt hij samen met zijn vrouw, die zelf in Congo als hulpverlener actief is, ook nog een huishouden met twee kinderen. Hier krijgen we dan weer minder over te horen.

De gesprekken die Koch voert met de bevolking, want daar gaat het toch grotendeels om, weet hij helder en duidelijk te verwoorden. Zijn ervaringen met de lokale Congolezen geven een interessante en bijzondere inkijk in het reilen en zeilen van die samenleving. Zo beschrijft hij een bezoek aan een onlangs, met ontwikkelingsgeld, gerenoveerde gevangenis. De enige gevangenen zijn een geit en één man. De man heeft een klacht ingediend tegen de politie. De geit heeft op het verkeerde erf gegraasd. De schurk. De andere gevangenen blijken ‘ontsnapt’. Leuk is dat Koch onder deze omstandigheden steeds de vragen weet te stellen die bij de lezer ook door het hoofd spelen.

Waar het de internationale gemeenschap betreft, de Nederlandse autoriteiten incluis, blijkt Koch bijzonder hard in zijn oordeel. Zo laakt hij onder andere de kwijtschelding van de schuldenlast van Congo, wat in feite een ordinaire vestzak-broekzakoperatie blijkt te zijn, en vindt hij het verwerpelijk dat de terugvluchten van uitgeprocedeerde asielzoekers worden ingeboekt als zijnde ontwikkelingshulp. En dan hebben we de verwerpelijke rol die de internationale gemeenschap zou spelen in de handel, met name als het gaat om conflictmineralen en het bevoordelen van de eigen multinationals, nog niet eens benoemd. Ook het gedrag van collega-ambtenaren op de ambassade kan Koch niet bekoren. Zo beklaagt hij zich over collega’s die op dienstreis naar Zuid-Afrika met een vuvuzela op tv verschijnen tijdens het WK-voetbal en het misbruik van de gunstige belastingregelingen door bijvoorbeeld dure auto’s te importeren en weer te exporteren.

De directeur
Het zal de lezer dan ook niet verbazen dat Koch na drie jaar de diplomatie voor gezien houdt en als directeur aan de slag gaat van de NGO Search for Common Ground. Terwijl hij hoopt meer te kunnen beteken voor de bevolking, blijkt evenwel dat zijn takenpakket voor een groot deel bestaat uit het oplossen van interne problemen. Zo mag hij direct afrekenen met een aantal frauderende medewerkers die tezamen 50.000 euro achterover hebben gedrukt. Makkelijker gezegd dan gedaan in een land waar mensen zich hardop afvragen waarom je zou betalen voor een advocaat als je ook een rechter kan kopen.

Uit deze hoofdstukken blijkt ook dat veel NGO’s, ongewild, bijdragen aan de heersende corruptie en ongelijkheid in het land. Ook voor NGO’s is het heel moeilijk om de nodige documenten en stempels te verkrijgen zonder de verantwoordelijke ambtenaar te ‘motiveren’ en iedere zichzelf respecterende Congolese ambtenaar lijkt te weten dat een NGO geld heeft. Volgens Koch is het als NGO praktisch onmogelijk iets voor elkaar te krijgen als je hier niet enigszins in meegaat. Zijn ervaringen als hulpverlener leveren uiteindelijk dan ook zeker een waardevolle toevoeging op het gezichtspunt van dat van de diplomaat.

Zowel tijdens zijn periode als diplomaat, als tijdens zijn periode als hulpverlener, geeft Koch les aan de Katholieke Universiteit van Kinshasa. De hoofdstukken waarin hij discussieert met zijn studenten vormen een vermakelijke afwisseling. In zijn colleges gaat hij in discussie met zijn studenten, die de Congolese intellectuele elite lijken te vertegenwoordigen. Vaker dan verwacht weten ze Koch, en zijn ietwat ‘westerse visie’, op zijn nummer te zetten en te verrassen met interessante invalshoeken. Net zo vaak vervallen de studenten echter ook in de internationale complottheorieën die rijkelijk worden omarmd door de lokale bevolking.

Naar aanleiding van een op hand zijnde aanval van rebellenbeweging M23 op zijn woonplaats Bukavu besluit de op dat moment gedesillusioneerde Koch Congo definitief te verlaten. Koch komt tot de teleurstellende conclusie dat het netto-effect van de internationale hulp in de praktijk nul is. Hij put hoop uit het feit dat er steeds individuen op blijven staan die, ondanks alles, wel successen blijven boeken en hij stelt een lijst van good practices op. Een land waar ‘nooit iemand doodgaat aan virussen of infecties, maar wel door boze buurvrouwen of jaloerse schoonfamilies’ is nu eenmaal niet makkelijk te veranderen.

Tot slot
Koch is geen groots literair talent, maar lijkt die ambitie ook geenszins te hebben. Wel heeft hij een heldere en toegankelijke schrijfstijl die ervoor zorgt dat je het boek in één ruk uit kunt lezen. Daarmee lijkt het boek misschien het meest op een reisverhaal door Congo, dat vol staat met anekdotes en bijzondere ontmoetingen, zonder de problematiek uit het oog te verliezen. Hierdoor is het boek leuk om te lezen en interessant voor zowel de Afrika-kenner als de leek die zich aangetrokken voelt tot een van de vele onderwerpen die aan bod komen.

Voor een compleet beeld van de problematiek in Congo beslaat het boek evenwel een te grote tijdspanne en zijn de ervaringen van Koch als focus te nauw. Wel leert Koch de lezer dat met de bouw van een ziekenhuis of het doneren van schoolmaterialen een land als Congo niet verlost is van zijn problemen.

|Dirk-Jan Koch, De Congo codes (Prometheus Bert Bakker; Amsterdam 2014). ISBN 9789035141469. Paperback € 19,95.

 Rick Timmermans (1990) is in 2013 afgestudeerd in Europees recht aan de Universiteit Leiden en is thans werkzaam als jurist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>