Komt dat zien, maar niet beleven!

Jacob van Hoof

‘Gonzo’, een overkoepelende term om een onconventionele of vernieuwende stijl van journalistiek mee te duiden, werd in 1970 voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse journalist Bill Cardoso toen deze een stuk van Hunter S. Thompson (de schrijver van onder meer Fear and Loathing in Las Vegas) recenseerde en hij diens exentrieke en innemende schrijfstijl wilde omschrijven. Met Cardoso als naamgever wordt Thompson sindsdien beschouwd als vader van deze essentieel subjectieve stijl van journalistiek, welke zijn werk reeds sinds eind jaren zestig heeft getypeerd. Zoals gezegd staat in ‘gonzojournalistiek’ het subjectieve karakter van de vertelstijl centraal en wordt dit bovenal gekenmerkt doordat de schrijver zichzelf als persoon in het midden plaatst van hetgeen waarover geschreven wordt. Zo kan hem immers nooit een veilige objectieve manier van (be)schrijven worden verweten. Bovendien is het de ultieme manier om de lezer een zo natuurgetrouw mogelijk beeld te geven van een journalistieke analyse doordat deze het gevoel krijgt op het midden van het toneel te participeren. Betere zitplaatsen dan de eersterang zijn er (tenminste in figuurlijke zin van het woord) tenslotte niet, tenzij je mee mag doen met (en dit volgende bedoel ik met opzet dubbelzinnig) de voorstelling.

Voor het recenseren van het Vlaamse tijdschrift Gonzo (circus), dat haar naam aan deze vorm van journalistiek heeft ontleend, snijdt het mijns inziens het meeste hout wanneer ondergetekende zijn eigen persoon en beleving dan ook geheel in stijl bij deze taak centraal stelt. Daarom stel ik mij allereerst bij dezen aan u voor: ik ben het, uw recensent. Ik begin en eindig mijn (bij-)zinnen niet graag met ‘ik’, maar neem u graag aan mijn bescheiden hand mee. U moet weten: op de universiteit schreef ik ooit mijn eerste essay (onbewust) in heuse gonzostijl door een zo realistisch mogelijke beleving van het werk van Joseph Conrad te schetsen door mijzelf (en en passant ook mijn literatuurdocent) met naam en toenaam in het stuk te noemen. Het zal u niet verbazen dat ik flink op mijn tamelijk subjectieve beschouwing en analyse afgerekend werd, en als commentaar kreeg dat het weinig academisch was en ik mijn darlings nodig een kopje kleiner moest maken. Later is dit allemaal ‘goed’ gekomen en schreef ik een hoogwaardig academische scriptie over de Beat generatie, een zodanig eigenzinnige literaire stroming dat er wellicht het meest recht aan zou zijn gedaan door er juíst een onconventionele scriptie aan te wijden. Maar goed, het maakt dat ik veel van de befaamde Beat-stijl herken wanneer ik mij inlees over Hunter S. Thompson en ‘gonzo’. Beide stijlen hebben immers een vergelijkbare interpretatie van de zogenaamde stream of consciousness-esthetiek[1] gemeen en zijn daarin te kenmerken door hun scherpe, directe en vooral eigenzinnige toon waarbij de begrippen ‘spontaniteit’ en ‘experiment’ in gedachte en uitvoering voorop staan. Zoals beide stijlen stylistisch dus tegen conventionele waarden en normen schoppen, zo bewegen hun schrijvers zich aan de randen van de maatschappij, of beter gezegd: zij zijn er nou eenmaal op aangewezen. Zij zijn immers hoofdzakelijk begaan met subculturen en minderheden en al wat daaruit ontspringt – zo schreef Thompson ooit over de Hells Angels en de Beat-schrijvers over, eh, henzelf. In het gegeven dat gonzojournalisten en Beat-schrijvers dus ook zélf diep geworteld zijn in de meest dubbelzinnige notie van het begrip ‘DIY-cultuur’, zie ik ook meteen het grootste raakvlak met het journalistieke werkveld en focus van Gonzo (circus). Pardon, ik zou bijna vergeten dat dit artikel juist een recensie behoorde te zijn.

Goed, laat mij niet meer teveel van mijn taak afwijken door inleidende informatie te geven (al heeft u daar wellicht stiekem toch wat aan) en volgt u mij nu tot in de piste van Gonzo (circus), een tijdschrift dat door haar titel expliciet verwijst naar Hunter S. Thompson en zijn gonzojournalistiek (wat overigens op de site ook door de redactie bevestigd wordt) en met haar ondertitel bovendien pretendeert te schrijven en verslag te doen ‘over vernieuwende muziek en cultuur’. Hoewel je ‘vernieuwend’ natuurlijk niet direct mag gelijkstellen aan ‘alternatief’ of ‘sub-’, mag wel worden aangenomen dat zij weinig begaan is met de uitwassen van de mainstream. Grote namen zul je hier dus niet vinden: niet tussen de schrijvers en zéker niet tussen de onderwerpen waar zij over schrijven. Wel vind je hier eigenwijze journalisten en toegewijde kenners, en zij presenteren zich dan ook in grote getale. Gonzo (circus) propageert met haar omvangrijk aanbod aan stemmen, meningen, stijlen, geluiden en gedaantes (want naast magazine en site verschijnt er bij ieder nummer ook een compilatie-CD genaamd Mind the Gap) dan ook terécht een caleidoscoop (of beter: circus) te zijn van al wat de wereld op het gebied van vernieuwende muziek, literatuur, beeldcultuur en media te bieden heeft. Gezegd moet worden dat het journalistieke spectrum waarbinnen de meerderheid van deze schrijvers en artikelen in het tijdschrift en op de site zich bewegen, en waar Gonzo (circus) dus een podium aan schenkt, zich met name focust op ontoegankelijke, obscure en bovenal niet-commerciële muziek variërend van bijvoorbeeld indie tot wereldmuziek en van metal tot avant-garde.

Gonzo (circus) bevat naast talloze recensies (treffend onderverdeeld in de rubrieken ‘Gonzo’s Oordeel’ en ‘Vizier’) over een zo mogelijk nóg talrijkere verscheidenheid aan nieuwe releases van muziek (maar ook games, fictie en non-fictie) ook enkele essays en columns van kenners en journalisten. Hierbij dringt zich bij mij de essentiële vraag op of er in deze laatste categorie ook daadwerkelijk journalistiek in de geest van Gonzo bedreven wordt. Kunnen en willen de schrijvers van deze opiniestukken zich wel conformeren (een vies woord in deze, ik weet het) aan de grondbeginselen van de gonzo en liggen hun stukken daarmee wel in de lijn van de stijl van deze vorm van journalistiek? Kortom, is er hier genoeg grond om aan te nemen dat Gonzo (circus) niet alleen het tweede deel, maar ook het eerste deel van haar naam waardig is? Het antwoord op deze vragen is, kwalijk genoeg, enigszins negatief. Nergens is de pen heel scherp of de toon lekker dwars. Mijns inziens hebben de meeste informatieve artikelen een (te) braaf beschrijvend en objectief karakter  wanneer zij vertellen over de bijzonder veelzijdige Braziliaanse muzikant Maga Bo of het festival ‘Incubate’ dat onlangs in Tilburg plaatsvond.

Daar het gros van de artikelen in Gonzo (circus) als doel heeft te informeren en te recenseren verschaffen zij inhoudelijk gezien een toegankelijke (en dus welkome) inkijk in de complexe en veelzijdige wereld van vernieuwende en expirimentele muziek en cultuur. Mede met de enigszins objectieve stijl en toon van deze artikelen houdt zij voor mij als leek de drempel om toe te treden dus laag, maar wordt het nooit echt spannend of uitdagend van karakter. Het is juist dát essentiële verschil tussen veilig aan de hand worden meegenomen en ruw deelgenoot worden gemaakt van de wereld van de grillige en eigenzinnige gonzocultuur. Want hoe direct en geloofwaardig de persoonlijke geëngageerde toon van vaste columnist Harco Rutgers – een Nederlandse beeldend kunstenaar, ontwerper en DJ (en nog véél meer) – ook is, eigenlijk levert alleen ‘De Geluidsarchitect’ in een met gonzojournalistiek doordrenkte column vermakelijk dwars en brutaal commentaar op allerlei quotes en uitspraken (waaronder die van zijn eigen redactie!) die hij heeft opgevangen in de media en maatschappij, en is daarmee een genot om te lezen. Maar, even tussen u en mij, is de taak van columnisten niet steevast het spuien van een subjectieve mening over onderwerpen die hen direct aangaan of bewegen?

Ik concludeer hiermee dat we over het algemeen kunnen stellen dat Gonzo (circus) inderdaad kwaliteitsinformatie biedt dat uit eerste hand (en geest) van personen komt die ultiem met hun roeping, vak en preoccupatie begaan zijn. Echter, getuige hun stijl en inhoud is het allemaal lang niet zo bandeloos en spontaan als dat het waarschijnlijk klinkt, een enkel essay of column daargelaten. En zo heeft Gonzo (circus) van sommige kenmerken van Gonzo (en Beat) wel een beetje, maar blijft zij in al haar verscheidenheid met name in toon een beetje tam, al kan dat van de muziek waar zij over schrijft allerminst gezegd worden.

|Gonzo (circus).  Los nummer € 8,00. Jaarabonnement vanaf € 35,00. Beschikbaar via http://www.gonzocircus.com/abonnement/.

Jacob van Hoof (1981) is schrijver en dichter die publiceert onder het pseudoniem ‘Djeekop’. Hij bracht tot nu toe in eigen beheer twee dichtbundels uit: Over het Reilen en Zeilen van Boten en andere Dobberende Dingen (2010) en De Dwaze Kat Kazimir Was een Klier van een Dier (2012).


[1] ‘Stream of consciousness’ (stroom van het bewustzijn) is de verhalende techniek waarbij gestreefd wordt naar het zo spontaan en eerlijk mogelijk weergeven van datgeen dat geobserveerd wordt door de schrijver zonder dat deze wordt belemmerd door vorm of logica.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>