Geld en de parlementaire geschiedenis

Julian Slotman

Het parlementaire jaar 2013-2014 is een bewogen jaar geweest. Het kabinet zet de toon als het op Prinsjesdag constateert dat de traditionele verzorgingsstaat in een moderne ‘participatiesamenleving’ verandert. Dit houdt onder andere in dat de komende jaren een aantal belangrijke zorgtaken wordt gedecentraliseerd. Hoewel de Eerste Kamer aanvankelijk de voorgenomen drie miljard aan bezuinigingen op de pensioenen blokkeert, wordt met steun van de constructieve oppositiepartijen SGP, ChristenUnie en D66 later alsnog een aangepast akkoord aangenomen. De PvdA heeft in eerste instantie bezwaar tegen de aanschaf van de Joint Strike Fighter, maar gaat na een aantal concessies van het kabinet alsnog overstag.

Henk Krol van 50Plus vertrekt uit de Tweede Kamer na pijnlijke onthullingen over zijn wanbeleid bij de Gay Krant. Ook in de PVV rommelt het als PVV-leider Geert Wilders in een toespraak na de gemeenteraadsverkiezingen zijn publiek belooft om ervoor te zorgen dat er minder Marokkanen in Nederland komen. Twee Kamerleden van de PVV stappen uit de fractie en vormen de Groep Bontes/Van Klaveren. De parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties begint een diepgravend onderzoek naar de misstanden bij woningcorporaties. Verder wordt in de Tweede Kamer uitgebreid gedebatteerd over  de Liborfraude, afluisterpraktijken van de AIVD, de Nederlandse delegatie naar de Olympische Winterspelen in Sotsji, gasboringen in Groningen, strafbaarstelling van illegaliteit, het asielbeleid, de nasleep van de vliegtuigramp in Oekraïne en nog vele andere onderwerpen.

Het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2014 beschrijft het parlementaire jaar 2013-2014 vanuit verschillende invalshoeken en plaatst dit in de context van de parlementaire geschiedenis. De redactie van het Jaarboek constateert dat het begrotingsbeleid en andere financiële en economische thema’s het maatschappelijke en politieke debat zijn gaan domineren. Economische indicatoren en ramingen zijn in toenemende mate bepalend geworden voor het overheidsbeleid. De redactie hoopt met het prikkelende thema ‘het geld regeert’ een discussie aan te wakkeren over de wenselijkheid van een sterke invloed van financieel-economische thema’s op de politieke besluitvorming.  In die opzet is de redactie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis ten dele geslaagd.

In de verschillende artikelen in het Jaarboek wordt de complexe relatie tussen politiek en geld op diverse manieren belicht. Dat deze relatie over de jaren sterk is veranderd, blijkt onder andere uit de historische analyse van corruptiezaken in Nederland. Behalve veranderende maatschappelijke normen en waarden weerspiegelt het politieke debat ook de veranderende inzichten over de rechtvaardigheid van economisch beleid, blijkens artikelen over de Economische Raad, de invoering van de ‘hatelijke’ inkomstenbelasting en de (on)zin van het bruto binnenlands product (bbp) als graadmeter van de welvaart.

Het merendeel van de artikelen in het Jaarboek richt zich echter op de directe invloed van het parlement op de overheidsuitgaven middels het begrotingsrecht. De ontwikkeling van het begrotingsrecht in Nederland en in Europa heeft volksvertegenwoordigers controle gegeven over de publieke uitgaven. Een historische beschouwing en internationale vergelijking leert dat deze parlementaire verworvenheid echter nog wel enige bescherming verdient. In haar spraakmakend debat betoogt Susanne Geuze  dat het Verantwoordingsdebat, dat vijftien jaar geleden is ingevoerd om het Nederlandse budgetrecht te versterken, hier nog onvoldoende voor wordt gebruikt.

Kees Vendrik en Arno Visser van de Algemene Rekenkamer bevestigen deze observaties. Vendrik en Visser laten zich in een interview met Hans Goslinga en Johan van Merriënboer ook uit over de effecten van decentralisering en de toenemende invloed van Europa op de macht van het parlement. De Rekenkamer probeert het parlement zo veel mogelijk bij te staan, maar het opgeven van parlementaire controle op overheidsuitgaven is een politieke beslissing, menen zij. Dat de huidige minderheidscoalitie in de Eerste Kamer opportunistische oppositiepartijen enige invloed geeft op de overheidsbestedingen, zoals in het interview met D66-aanvoerder Alexander Pechtold beschreven, is natuurlijk bepaald geen duurzame oplossing voor dit probleem.

Het brave interview met Pechtold is exemplarisch voor de rest van het Jaarboek; het is zelden verrassend. Zowel de redactie als auteurs lijken moeite te hebben gehad met de bijzondere combinatie van opiniërende en beschouwende bijdragen over het toch wel uitdagende thema. Het resultaat is een collectie van veelal zouteloze geschiedkundige verhandelingen, die weinig recht doet aan het controversiële thema. Door de sterke focus op het begrotingsrecht benaderen de auteurs en onderzoekers de complexe relatie tussen geld en politiek bovendien vanuit een behoorlijk eenzijdig perspectief. Het ontbreken van sociologische en economische wetenschappelijke beschouwingen over het thema – het artikel van Klamer en Teule over de politieke betekenis van het bbp daargelaten – is bijvoorbeeld een gemiste kans. De vraag in welke mate de politieke besluitvorming door financiële en economische overwegingen is gedreven, blijft daardoor grotendeels onbeantwoord.

Politici, wetenschappers, studenten parlementaire geschiedenis en andere geïnteresseerden zullen het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2014 echter vooral waarderen om het interessante brondocument van Alexander van Kessel over het conflict tussen Zalm en Ritzen, de beknopte parlementaire kroniek van Jan Ramakers en de verschillende necrologieën, waaronder aangrijpende herinneringen aan de in 2014 vermoorde Els Borst en Willem Witteveen.

Als almanak van de (soms zeer recente) parlementaire geschiedenis is het Jaarboek immers goed geslaagd. Door de bonte collectie van artikelen, spraakmakend debat, brondocumenten, interviews, necrologieën, recensies en signalementen wordt het jongste jaar in de parlementaire geschiedenis op een veelzijdige manier beschreven. Dat het thema van het Jaarboek daarbij een beetje op de achtergrond raakt, is dan gemakkelijk vergeven. w

|Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2014: Het Geld Regeert (Amsterdam: Boom 2014) ISBN: 9789089533746. Paperback € 19,50.

Julian Slotman (1990) studeerde economie en bestuurskunde aan de Universiteit Maastricht. Hij heeft stage gelopen op de Nederlandse ambassade in Berlijn, bij de onderzoeksafdeling van de Rabobank en het Instituut Clingendael. Thans is hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Centraal Planbureau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>