Geef de denkruimte weer de vrije ruimte!

Patty Claassens

Hoe ver staat het ideaal van de universiteit af van de werkelijkheid? Dit is de centrale vraag van de bundel Denkruimte,  samengesteld door Wouter Sanderse en Evert van der Zweerde, waarin negen essays van tien verschillende medewerkers van de Radboud Universiteit (RU) te Nijmegen zijn opgenomen. In de essays wordt gesproken over zowel de onderzoeks- als de onderwijsfunctie van een de universiteit. In een tijd waarin niet wordt geïnvesteerd in onderwijs en innovatie, is dit een boek dat hard nodig is, omdat er kritisch wordt gereflecteerd op de negatieve consequenties hiervan op het academische klimaat in ons land.

In het boek wordt opgemerkt dat het onderzoek te lijden heeft onder toenemende dwang om prestaties meetbaar te maken, terwijl het onderwijs te lijden heeft onder een toenemende mate van verschoolsing. Dit zet bij de studenten niet aan tot de ontwikkeling van een academische houding en verwoest voor de wetenschappers de mogelijkheid om creatieve ontdekkingen te doen binnen hun onderzoek. De universiteit kan hierdoor niet bijdragen aan de vorming (Bildung) van de studenten. Hoewel de RU het protest vorig jaar in Den Haag, tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs nog luidkeels ondersteunde, zien we dat ook op hier maatregelen worden ingevoerd die bijdragen aan de verschoolsing en dat ook van onze onderzoekers wordt verwacht dat zij voorafgaand aan hun onderzoek afspraken maken over hun prestaties. Als Nijmeegse universiteit worden wij geconfronteerd met de heersende eisen en normen vanuit zowel het huidige kabinet (hoge rendementscijfers die leiden tot verschoolsende maatregelen) als het globale academisch klimaat (de meetbaarheid van onderzoeksprestaties). Een cultuuromslag ten behoeve van het universitair ideaal enkel op onze universiteit kan onze positie in de academische wereld doen verslechteren. Zo lijkt het kiezen tussen twee kwaden.

Voor het ideaal van het onderwijs verwijzen enkele van de auteurs naar het gymnasion zoals de oude Grieken dat kende. Dit werd enerzijds gekenmerkt door de dialogische onderwijstechniek en anderzijds door de lichaamsbeweging die naakt (γυμνός) werd uitgeoefend. Dit laatste aspect wordt niet meer van belang geacht maar de onderwijstechniek wordt geprezen. Vroeger was alles beter.

Volgens de maatstaven van Van der Zweerde, moeten we onze universiteiten lof geven voor hun participatie in het maatschappelijke debat, een politieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid van de universiteit. Het college van bestuur van de RU draagt hier zelf aan bij, bijvoorbeeld door de rede van rector magnificus Kortmann bij de opening van het academische jaar in 2010 waarin hij zich uitsprak tegen de PVV, en stimuleert verder hun werknemers en studenten om zich hier ook in te mengen. De RU voldoet niet aan een andere door Van der Zweerde geformuleerde verantwoordelijkheid: een universiteit moet de universiteit zijn die het wil zijn. Wat we ook beweren, ook bij ons is de economische logica meer leidend dan de academische logica. Jan Bransen bekritiseert de universiteit op haar zogenaamde taak om studenten voor te bereiden op de maatschappij. Hierdoor plaatst de universiteit zich volgens Bransen buiten de maatschappij, alsof de universiteit geen deel uitmaakt van de maatschappij. Hoewel de auteurs een overtuigend beeld schetst van hoe het beter zou kunnen, blijft de vertaalslag naar de praktijk soms achter.

Een kritische noot wil ik graag plaatsen bij Ron Welters’ lofzang op het Honours-programma van de RU. Het promotiepraatje voor het niveau van dit programma stemt overeen met de visie van de Honours Academy zelf, maar als oud-Honours-student kan ik dit niet onbekritiseerd laten. Hoewel het interdisciplinaire programma uitdagend klinkt en lijkt, viel dit in de praktijk ernstig tegen. Docenten wisten vaak de studenten er niet toe te verleiden om iets voor de cursus te ondernemen, naast hun aanwezigheid bij de colleges, en vonden dit zelf ook niet problematisch. De studenten die worden toegelaten zijn lang niet allemaal het ‘neusje van de zalm’ en lijden vaak aan een gebrek aan intrinsieke motivatie. Dit druist in tegen het ideaal dat veel van de auteurs schetsen in dit boek.

Als student of medewerker aan de RU is het interessant om deze interne discussie te lezen (hoewel deze zeker ook voor buitenstaanders nuttig is). Het protest dat doorklinkt in de essays ten opzichte van overheids- en universiteitsbeleid om bijvoorbeeld output te meten lijkt mij een belangrijke boodschap, ook buiten de eigen universiteit. Zou het echter niet extra kracht hebben gehad als er ook medewerkers van andere, misschien buitenlandse, universiteiten op de vraag hadden mogen reflecteren? Binnen elke universiteit heerst een andere cultuur en een verfrissende kijk zou een toevoeging kunnen zijn geweest. Met het oog op diversiteit is het opvallend dat, naast dat alle auteurs van Nijmeegse academische bodem komen, meer dan de helft van de auteurs een cursus heeft gegeven aan de Honours-studenten van de RU. De essays nodigen echter uit tot bezinning over de praktijk en het ideaal van de universiteit. Hopelijk hebben de leden van het college van bestuur ook de tijd om dit boek van eigen bodem te lezen.

| Wouter Sanderse & Evert van der Zweerde (red.), Denkruimte. Reflecties op universitaire idealen en praktijken (Valkhof Pers Nijmegen, 2012). Paperback € 15,95. ISBN 9789056253691.

Patty Claassens (1989) studeert Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is lid van de fractie AKKUraadt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>