Een redelijke utopie

Jordy Geerlings

Terwijl politici met stijgende nervositeit spreken over de mogelijke ondergang van de Europese Unie (EU) werpt Jürgen Habermas met zijn Zur Verfassung Europas, in het Nederlands verschenen als Over de constitutie van Europa, wederom een verstandige blik  op Europa’s problematische eenwording. Vastberaden houdt Habermas vast aan het Europese project, niet zozeer omdat hij in de eenwording het laatste redmiddel tegen de financiële crisis ziet, als wel vanwege zijn toewijding aan een ideaal: de Europese Unie is het pad naar een kosmopolitische ‘Gesellschaft der Staaten und der Weltbürger’. Uiteindelijk moet dit project niet beperkt blijven tot Europa, maar zich over de hele wereld uitstrekken. Zoals eerder in zijn werk onderschrijft Habermas het project Zum ewigen Frieden van Immanuel Kant (1795). Een dergelijk universalistisch project om de wereld te verenigen onder een constitutionele wereldregering roept echter onmiddellijk de vraag van realiteitszin op. Het geeft de indruk  van een onverstoord Verlichtingsutopisme waarvoor geen plaats is in de huidige tijdsgeest, ondergedompeld als zij is in een dystopisch fin-de-siecle denken.

Toch is Habermas’ boek geen dogmatische verdediging van het kosmopolitische ideaal, maar een beheerst pleidooi voor het verzekeren van de menselijke waardigheid die de noodzakelijke basis is van mensenrechten. Universele mensenrechten kunnen alleen worden gerealiseerd als de ‘natuurtoestand’ tussen de staten zou worden vervangen door een wereldregering, die conflicten zou behandelen als binnenlandse politiek op grondwettelijke basis. Dit mag onrealistisch klinken, maar volgens Habermas hebben de opmars van het internationaal recht en de opkomst van internationale instituten zoals de VN, het IMF en de oorlogstribunalen de wereld al lang op het pad gezet naar de verrechtlichung, naar de juridificering van internationale verhoudingen.

Hoe groot de praktische en politieke problemen omtrent een dergelijk project ook mogen zijn, het kosmopolitische constitutionele ideaal moet volgens Habermas leidend blijven voor de politiek, zelfs in het door crisis geteisterde Europa. Europese politici zouden zich moeten ontworstelen aan de reductie van de Europese politiek tot de technocratische bestrijding van economische problemen, die op dit moment het bredere Europese project verhult en bedreigt. Gedwongen tot verdere integratie door de crisis maakt de politieke elite bovendien besluiten waarbij de burgerij volstrekt buiten spel wordt gezet, bijvoorbeeld omdat de Europese Raad teveel macht naar zich toe trekt. Het Europese Parlement moet daarom veel meer gaan dienen als een daadwerkelijke volksvertegenwoordiging, hetgeen veronderstelt dat een duidelijke grondwettelijke verhouding tussen dit instituut en de EU-raad wordt vastgesteld. Op deze manier kan Europa een democratisch gelegitimeerde, eensgezinde koers varen op het wereldtoneel, waarbij men zich emancipeert ten opzichte van de financiële markten en een positieve invloed uitoefent op de internationale politiek.

Een legitieme voortzetting van het Europese project is verder afhankelijk van een intensievere Europese Öffentlichkeit, waarin de media steevast over Europese zaken berichten. Daarnaast dient er zowel tussen burgers onderling als tussen burgers en regeringen een deliberative Meinungsbildung te ontstaan. Habermas drukt in dit boek zijn stellige overtuiging uit dat een door discussie en overleg gevormde burgerij veel beter in staat zal zijn om mede richting te geven aan de politiek van de EU. Daarnaast kan zij zorgen voor de formatie van wat de EU nu nog mist: een zelfbewuste Europese burgerij die zich verbonden voelt aan Europa, vooral in politiek en sociaal opzicht.

Kortom, kosmopolitisme, constitutionalisme, democratisering en de betrokkenheid van de burgerij. Zur Verfassung Europas ligt met deze agenda in de lijn van de eerdere interventies van Habermas met betrekking tot Europa en de mensenrechten, bijvoorbeeld in de bundel Ach, Europa (2008). Het is een agenda die de erfenis van de Verlichting actualiseert en ondanks praktische problemen mag gelden als een van de meest bedaarde, rationele analyses van de Europese en wereldwijde politiek. Habermas staat bovendien niet alleen met zijn project. Zijn politieke overtuigingen komen sterk overeen met die van EU-politici zoals Guy Verhofstadt, terwijl het door de Verlichting geïnspireerde mensenrechtendiscours nog steeds op aanzienlijke steun kan rekenen in de academie, bijvoorbeeld bij filosofen zoals Tzvetan Todorov. In de laatste jaren van zijn leven heeft zelfs Jacques Derrida een rapprochement beleefd met Habermas rondom de publicatie van een gezamenlijk pleidooi over de noodzaak van een gezamenlijke Europese buitenlandpolitiek. Het is daarom te hopen dat het groeiende bewustzijn van de morele noodzaak voor een democratisch geïntegreerd Europa ook door anderen zal worden gehoord, niet alleen in Brussel, maar in alle lidstaten van de EU. w

| Jürgen Habermas, Over de constitutie van Europa (Amersfoort Uitgeverij Klement, 2012). Paperback € 18,90. ISBN 9789086870929.

Jordy Geerlings (1988) voltooide de onderzoeksmaster Historische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is thans aan dezelfde universiteit verbonden als promovendus bij de afdeling Geschiedenis. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>