Een imponerend pleidooi voor diversiteit als keuze

Per Bles

It is often ourselves that we would like to see live forever’, staat er op de eerste pagina. Het is daarom dat de appel niet ver van de boom valt, omdat ouders hun kinderen bedoeld of onbedoeld hun eigen identiteit willen meegeven. Of in ieder geval een deel daarvan. Als je kinderen anders zijn – in het boek komen onder andere doven, lilliputters, autisten, kinderen van verkrachte moeders en criminelen aan bod – kan het doorgeven van deze ‘verticale’ identiteit bemoeilijkt of onmogelijk worden gemaakt. Op verschillende terreinen ontstaat dan een ‘horizontale’ identiteit: karakteristieken, gebruiken of waarden die niet zijn doorgegeven door ouders, maar zijn overgenomen van anderen. Naar aanleiding van een lezing van de auteur van Far from the tree, de Amerikaan Andrew Solomon, heb ik zijn boek gelezen. Hierin wordt beschreven hoe bovengenoemde groepen ‘moeilijke’ kinderen – of om in de beeldspraak van de titel van het boek te blijven, appels die wel ver van de boom vallen – zoeken naar hun eigen identiteit en hoe deze identiteit en de zoektocht ernaar, de ouder en de relatie tussen het kind en de ouder beïnvloedt.

Ouders en hun kinderen
Een voorbeeld van een verhaal over de invloed van de horizontale identiteit op het kind, de ouders en de relatie tussen ouders en het kind, gaat over een meisje die bij geboorte een lilliputter bleek. Daarmee gepaard gingen allerlei andere kwalen, zoals verminderd zicht en gehoor, maar ook een soort arteritis. De moeder beschreef dat ze voordat ze kinderen kreeg een verlegen vrouw was. Door de ziekte van haar kind, kwam ze uit de schaduw en was de verlegen vrouw verdwenen. De ouders zijn uiteindelijk gescheiden omdat ze andere ideeën hadden over de hoeveelheid medische verzorging. Aan dit voorbeeld is duidelijk te zien hoe de ene ouder – de moeder – dichter bij het kind komt te staan, terwijl de andere ouder – de vader – verder van het kind af komt te staan. Het kind zelf is zich in de loop van haar leven bewust geworden van haar horizontale identiteit, van haar uitzonderlijke positie. De moeder kreeg borstkanker en moest chemotherapieën ondergaan, die tot haaruitval leidden. De dochter wist hoe vervelend het kon zijn om altijd de uitzondering te zijn en dus schoor het kind net als de moeder haar haren af. Met zijn tweeën kaal, zodat haar moeder zich niet anders hoefde te voelen.

Het hoofdstuk over criminaliteit is een van de uitzonderingen op de eerdere hoofdstukken over veelal geestelijke en lichamelijke horizontale identiteiten. Immers, er is altijd nog een keuze om wel of niet het criminele pad op te gaan; bij afwijkingen van veelal genetische aard is er geen keuze. Het verhaal dat mij het meest is bijgebleven over criminaliteit en identiteit gaat over een jongen die door het probleemhuwelijk van zijn ouders hun speelbal werd. Op uitnodiging van de zoon is Andrew Solomon naar zijn street gang gegaan en zag daar een hele andere man dan dat hij tijdens zijn andere interviews met hem zag. De zoon had hier min of meer zijn ‘familie’ gevonden en toonde zich hier het meest kwetsbaar, in tegenstelling tot de harde jongen in de eerdere interviews. Hoewel het geweld natuurlijk niet acceptabel gedrag van de gang is, toont ook dit voorbeeld aan dat zorg, intimiteit en liefde sterker is dan de verticale identiteit die de man had meegekregen.

Bescherming van diversiteit
Mensen met een horizontale identiteit beschermen deze ook. Een treffend voorbeeld zijn doven, die ondanks de medische mogelijkheid van operatie waarin gehoorimplantaten worden aangebracht, gebarentaal blijven gebruiken. Hetzelfde geldt min of meer voor lilliputters die, mits ze er vroeg genoeg bij zijn, gebruik kunnen maken van been verlengende operaties. De bovenstaande keuzes dienen vroeg in het leven genomen te worden en worden dan ook vaak genomen door de ouders. De beslissing, welke dan ook, kan de relatie van de ouders en het kind in het latere leven zeer sterk beïnvloeden. Ouders kunnen besluiten om niet in te grijpen, omdat ze zich afzetten tegen, zoals ik het zou willen noemen, uniformeringen van de mens. Zij vragen zich min of meer af of er geen diversiteit zou mogen zijn. Het kind kan daar later in het leven anders over denken. Vice versa geldt hetzelfde: doven kunnen er voor kiezen om het gehoorimplantaat uit te zetten. In het hoofdstuk over het downsyndroom komt een vergelijkbaar argument naar voren. Het is mogelijk om met scans van de foetus te bekijken of er afwijkingen zijn aan de foetus. Er kunnen verschillende afwegingen gemaakt worden ten aanzien van de foetus: aborteren of niet. Ook hier schijnt het diversiteitsargument door.

Buiten het feit dat ik of mijn omgeving (nog) niet te maken heb gehad met mensen met een ziekte of afwijking zoals beschreven in het boek en ik dus nog nooit zulke afwegingen heb moeten overwegen, geven de voorbeelden van doven, lilliputters en mensen met het downsyndroom mij met hun diversiteitsargument veel stof tot nadenken. Misschien heb ik er nooit goed over nagedacht, maar discussies vonden altijd in de sfeer van het medische plaats. Vaak gingen ze over hoe men de afwijking oploste. De stap ervoor, namelijk of men wel wat aan hun afwijking wilde laten doen en zij daarmee dus hun horizontale identiteit zouden verlaten, was eigenlijk nooit onderdeel van discussies. Die keuze, om de horizontale identiteit aan te houden, was mij eigenlijk nog nooit goed doorgedrongen.

Met betrekking tot de diversiteit en de keuze voor medisch ingrijpen of ‘normaliseren’ van de identiteit, vind ik het opvallend dat bovennatuurlijke krachten, goden of religie, in een religieuze samenleving als de Amerikaanse, een kleinere rol speelt dan ik verwacht had. De band die de ouders met het kind hebben, speelt vaak een grotere rol dan de religieuze verticale identiteit van de ouders. De band zelf is genoeg. Ouders spreken over ‘ons’ kind het is daarom dat ze achter de keuze van hun kind staan; achter een keuze die door de initiële verticale identiteit (het katholicisme bijvoorbeeld) verworpen wordt. Een recent voorbeeld van de band tussen ouder en kind de Republikeinse senator Rob Portman, die sinds zijn zoon uit de kast kwam, voor het homohuwelijk pleit. Elementen van zijn verticale identiteit verlaat hij, omdat de band tussen het kind en de ouder sterker is.

Keuzevrijheid
Het boek van Solomon is geschreven op een vlotte, indringende en intrigerende wijze die je bij de keel grijpt. Zijn stijl van associatief schrijven, zoals hij zelf beschrijft in het laatste hoofdstuk van het boek, bestaat uit afwisseling van anekdotes van kinderen en ouders aangevuld met achtergrondinformatie over de groep. De anders vrij taaie informatie over doven, kleine mensen of transgenders wordt dankzij de schrijfstijl van Solomon vervat in een vlot verhaal dat goed leesbaar blijft. De anekdotes blijven vaak door je hoofd malen en aan het eind van het boek bewijzen zij hoe liefde en doorzettingsvermogen aantonen dat diversiteit meer geprezen zou moet worden dan het ‘gelijkmaakideaal’ dat nu vaak de boventoon voert.

Je zou het boek kunnen lezen als een verzameling van identiteiten en de zoektocht van de ouders hoe om te gaan met zulke identiteiten. Echter, de kracht van het boek schuilt nu juist in de koppeling van de groepen. Naarmate het boek vordert worden paralellen en tegenstellingen getrokken tussen de verschillende groepen. Wat betreft de technische mogelijkheden om van abnormaal naar normaal te veranderen, zijn mensen in een horizontale identiteit vaker tegen gehoorimplantaten dan mensen buiten deze horizontale identiteit. Echter, geslachtsveranderingsoperaties in het geval van transgenders worden vaker toegejuicht. Hoewel je genoeg argumenten zou kunnen aanvoeren waarom deze tegenstelling mank loopt, wordt hieruit voor mijzelf wel duidelijk dat je in eerste instantie mensen zelf de keuze moet kunnen laten maken. Een keuze voor wat dan ook met welke afweging dan ook. Een keuze om binnen of buiten wat voor een verticale identiteitslijntjes dan ook te kleuren. Als je als ouders jezelf moeilijker terugziet in je kind omdat het anders is, zou je je kinderen moeten helpen om zelf wat voor een keuzes dan ook te maken. Hoe moeilijk dat soms ook kan zijn als ouder. w

|A. Solomon, Far from the Tree (London: Vintage). ISBN: 9780099460992. Prijs: €15,49.

Per Bles (1992) is een masterstudent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij volgt op dit moment de Research Master Social and Cultural Science.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>