Democratisch schrijven over democratie

Gaard Kets

Soms zijn er boeken waar je enorm naar uitkijkt. Bij romans is dat vaak omdat je de auteur al kent, of vanwege de serie waar het boek onderdeel van uitmaakt. Bij non-fictie is dit vaak vanwege het onderwerp van het boek. Toen ik een tijd geleden hoorde van het project Futures of democracy, wist ik dat dit een boek zou worden dat ik moest lezen. Niet vanwege het onderwerp, noch vanwege de auteurs, maar omdat de opzet en vorm van het boek bijzonder vernieuwend en uitdagend beloofden te worden. In de crowdfunding-campagne die vooraf ging aan de publicatie van dit boek werd de doelstelling van dit werk uiteengezet: een boek over mogelijke toekomsten van de democratie, gefinancierd op democratische wijze (crowdfunding dus), maar bovenal ‘democratisch’ geschreven.

Met name deze laatste doelstelling is uitdagend. Hoe kun je een wetenschappelijk filosofisch boek zodanig vormgeven dat het democratisch genoemd kan worden? Allereerst moest er gekozen worden wie de auteurs zouden worden. Er is gezocht naar een zo breed mogelijke  demos: onder de auteurs en redacteuren zijn studenten, promovendi, universitair docenten en professoren. Bovendien is de groep interdisciplinair en internationaal. Hoewel politieke filosofie duidelijk de belangrijkste steunpilaar van het boek blijft, is men er opvallend goed in geslaagd om het thema democratie vanuit verschillende invalshoeken te belichten. Dit komt mede doordat de auteurs in grote mate vrijheid hebben gekregen om een eigen onderwerp te kiezen, uiteraard binnen het brede thema waar het boek om draait: de toekomsten van democratie.

Democratische discussies
Het boek bestaat uit verschillende delen en onderdelen. In het boek zijn dertien citaten opgenomen van allerlei filosofen, politici en wetenschappers over democratie. Twee auteurs voorzien elk citaat van achtergrond informatie en commentaar. Deze stukjes zijn leuke snacks voor tussen de zwaardere artikelen door. Het eerste deel van het boek bestaat uit reguliere artikelen waarin de auteurs hun idee over de toekomst van de democratie beschrijven, en hierover gaandeweg in debat raken met andere auteurs die de kantlijnen vullen met hun opmerkingen.

Verreweg het interessantste aspect van de democratische opzet van het boek, is de voortdurende discussie in de artikelen. Dit is gedaan op een manier die zowel vernieuwend, als ook traditioneel kan worden genoemd. In de kantlijn van de artikelen geven andere auteurs commentaar op de hoofdtekst. Vervolgens kan de auteur van de hoofdtekst op deze commentaren reageren. Dit zorgt voor een levendig debat tijdens het lezen van de artikelen over de verschillende toekomsten van de democratie. Dit is vernieuwend in de zin dat het leidt tot een prachtige, open (niet-anonieme) dialoog die tegenwoordig helemaal afwezig is in reguliere wetenschappelijke werken.

Anderzijds is het ook traditioneel, wanneer we verder kijken dan onze westerse wetenschappelijke tradities. In Arabische en Islamitische religieuze, wetenschappelijke en filosofische teksten is de discussie in de kantlijn een traditie die eeuwenoud is. Dat deze methode is ingezet in een boek over democratie is een prachtige vondst, die hopelijk veel navolging krijgt in wetenschappelijke werken. Deze dialogen voorzien de teksten van veel diepgang – auteurs kunnen zich niet verstoppen achter vage algemeenheden en worden door hun collegae aangespoord om kleur te bekennen.

Dialogen
Het tweede deel van het boek bestaat uit zogenaamde dialogen. Drie groepjes van twee of drie auteurs gaan met elkaar in debat over een thema. Het eerste onderwerp is de rol van ‘het volk’ in democratie, het tweede onderwerp is de spanning tussen macht en democratie, en het laatste onderwerp is groene democratie. De auteurs hadden de mogelijkheid om in het proces zelf te kiezen voor de wijze waarop zij deze thema’s wilden bespreken. Dit heeft geleid tot drie verschillende opzetten. Het eerste thema wordt besproken op een manier die erg lijkt op het eerste deel van het boek: auteurs schrijven wat en voorzien de tekst in de kantlijn van commentaar. Dit maakt dat dit deel zich nog niet heel erg onderscheidt van het voorgaande, wat in mijn ogen een gemiste kans is. De manier waarop het tweede thema wordt behandeld, lijkt op de bekende ‘reply to my critics’-methode, waarbij de auteur en zijn critici om-en-om een stuk schrijven. Dit levert een mooie discussie op waarin de auteurs het (gelukkig) niet eens worden, maar waarbij je als toehoorder toch een stuk wijzer wordt. Het laatste thema komt het beste uit de verf. Geen trio, maar een duo auteurs bespreekt een artikel en dat maakt de discussie – in de vorm van een briefwisseling – overzichtelijker. De wat idealistische instelling van Carme Melo Eschrihuela botst op mooie wijze met de laconieke en soms cynische houding van Marcel Wissenburg. Dit maakt dat de briefwisseling tegelijkertijd iets intiems en iets schurends heeft. Als auteur word je hierdoor meegezogen in de discussie – precies het doel van het boek.

Beperkingen
Uiteraard zijn er ook aspecten die beter kunnen. Om te beginnen met het sterkste punt van het boek: de discussie in de kantlijn. Zoals gezegd maakt dit dat de teksten gaan leven en dat er diepgang ontstaat. De vraag is echter of het gedrukte boek nu wel het ideale medium is voor deze werkvorm. De teksten in de kantlijn zijn gedrukt in een betrekkelijk klein lettertype wat het lezen soms wat bemoeilijkt. De beperkte ruimte in de kantlijn maakt bovendien dat sommige reacties korter zijn dan je als lezer zou hopen. Marin Terpstra ziet zich in zijn artikel bijvoorbeeld genoodzaakt om zijn critici niet in de kantlijn, maar in een laatste paragraaf van zijn artikel te woord te staan. Dit maakt dat het goede idee bijna aan zijn eigen succes ten onder gaat. Men kan zich voorstellen dat deze vorm van academische discussie in een artikel of boek veel beter tot zijn recht zou komen op een website. Door te klikken op een gemarkeerd stuk tekst komt er een pop-up ballonnetje met het commentaar van een collega in beeld. Dit zou de leesbaarheid van het werk ten goede komen, terwijl de succesvolle werkvorm wel gehandhaafd zou kunnen blijven.

Een tweede punt van kritiek heeft te maken met het brede palet aan auteurs. De verschillende achtergronden en academische senioriteit zijn vanuit democratisch perspectief (het vormen van een goede afspiegeling van de demos) te prijzen, maar leidt er wel toe dat de teksten van verschillend niveau zijn. An sich is dat geen probleem, maar het zal wel maken dat meer geoefende lezers sommige teksten aan de platte kant zullen vinden, terwijl leken behoorlijk wat moeite zullen hebben met enkele andere teksten. Uiteraard kan dit vanuit verschillende perspectieven worden bekeken: de makers zullen zeggen ‘voor ieder wat wils’, terwijl critici zullen zeggen dat door dit compromis uiteindelijk iedereen slechts deels tevreden is.

Tot slot wil ik nog wijzen op een gemiste kans. Hoewel het brede palet aan onderwerpen en auteurs een mooi breed beeld schetst van het filosofische debat over de toekomst van democratie, ontbreekt er in mijn ogen één belangrijke variant, namelijk de variant waarin democratie geen toekomst heeft. Hoe radicaal sommige standpunten ook zijn, ze lijken  zich allemaal te begeven binnen parameters die de democratie als een toekomstige zekerheid of wenselijkheid beschouwen In het kader van inclusiviteit zou een artikel over mogelijke afschaffing van de democratie niet hebben misstaan. In de al eerder genoemde briefwisseling over groene democratie wordt dit scenario terloops genoemd, maar helaas wordt daar niet verder op ingegaan. In mijn ogen zou het boek nog rijker zijn als dit perspectief zou zijn meegenomen.

Conclusie
Al met al maakt de samenkomst van vorm en inhoud van dit boek dat het een belangrijke bijdrage is aan de eeuwigdurende discussie over de democratie en haar toekomst. De opzet en uitvoering van dit werk verdienen absoluut navolging, en hopelijk vormt het dan ook een eerste aanzet voor een nieuwe stijl in het schrijven over democratische filosofie of zelfs wetenschap in het algemeen.

|B. Leijssenaar, J. Martens en E. van der Zweerde, Futures of Democracy (Eindhoven: Wilde Raven). ISBN: 9789491736032. €18,95,

Gaard Kets (1987) is historicus en politiek theoreticus. Thans werkt hij als strategisch adviseur bedrijfsvoering bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>