De Stem van Van Mierlo

Anne Bos

Hans van Mierlo had ‘de intellectuele twijfel tot levenswandel verheven’. Aan de hand van die karakterbeschrijving verklaarde Hans Alders, eind jaren tachtig de vertrouweling van Wim Kok, de moeite die Kok had om met Van Mierlo tot afspraken te komen bij de kabinetsformatie van 1989.[1] Uiteraard was dat niet de enige reden waarom D66 dat jaar buiten de boot viel. CDA en PvdA vormden samen een coalitie die steunde op 103 zetels in de Tweede Kamer. Zij hadden de zetels van D66 dus niet nodig. Toch is de typering raak. Wie leest in zijn gebundelde toespraken aanschouwt een man die veel heeft gewikt en gewogen en velen deelgenoot heeft gemaakt van zijn dilemma’s.

Vijf vrienden van Hans van Mierlo (1931-2010) kozen uit de nalatenschap van Van Mierlo zevenenveertig van zijn toespraken en beschouwingen. Zij selecteerden toespraken, debatten, regeringsverklaringen, bijdragen aan algemene beschouwingen, partijbijeenkomsten, inleidingen, referaten, afscheidsredes, een reisverslag voor dagblad De Tijd en een sprookje. Zij hanteerden drie selectiecriteria. Ten eerste moesten de teksten de tand des tijds doorstaan, ten tweede dienden ze qua vorm en inhoud op zichzelf te staan en tenslotte moesten ze kenmerkend zijn voor het denken en de opvattingen van Van Mierlo. In chronologische volgorde is de eerste tekst een congresrede uit 1968 en niet toevallig is de laatste uit 2006 ook een toespraak tot het D66-congres. Ook de woorden die Van Mierlo sprak in het beroemde televisiespotje uit 1966, het oprichtingsjaar van de Democraten 1966, zijn opgenomen: ‘Ik moet proberen het goed te vertellen.’

Van Mierlo maakte indruk in 1966, als boegbeeld van een politieke beweging die de culturele en maatschappelijke revolutie uitdroeg. D’66 schopte tegen het bestaande politieke bestel en wilde het zelfs tot ontploffing te brengen. Dat maakte Van Mierlo echter geen antipoliticus. Van Mierlo hield van de politiek, en ging er soms zo in op dat hij er bijna aan onderdoor ging. De liefde voor de democratie, de angst voor oorlog en de kracht van de verbeelding  - de kunsten – spreken uit alle teksten. Daarbij ontbrak het niet aan enige pathos, zoals uit het volgende citaat uit een rede van enkele maanden na de revolte in Parijs en de Praagse Lente van 1968 blijkt: ‘We moeten een revolutie maken voordat die uitbreekt, een stille revolutie die kanalen graaft van de burgers en hun frustraties naar de centra van de macht, en dat met vreedzame middelen. Dat is de grote opgave voor een nieuwe politiek.’ Zijn partij kende hoge pieken en diepe dalen. Van Mierlo leefde mee, hij bleef persoonlijk steeds nauw verbonden met zijn D66.

Van Mierlo timmerde en prutste aan taal. Hij genoot van dit handwerk en beproefde zijn kennis van de retorica die hij ongetwijfeld had opgedaan tijdens zijn schooljaren bij de jezuïeten in Nijmegen. Paradoxen, vergelijkingen en anekdotes om de luisteraar zijn verhaal in te lokken, zaten steevast in zijn gereedschapskistje. De clichés waarmee de oude partijleeuwen hun toehoorders plachten toe te spreken op een congres, deed hij af  als ‘slaapverwekkend gebrul’ en het Binnenhof omschreef hij als het ‘Centrum voor Communicatiestoornissen’. Hij sprak niet voor de vuist weg. ‘Je kunt woorden alleen zorgvuldig kiezen als je ze opschrijft. Je neemt mensen mee in het avontuur van een redenering, van de ene tree naar de andere, en onderaan ligt een standpunt’, verwoordde hij zelf eens zijn manier van werken. Van Mierlo hield niet van dogma’s, hij werkte vanuit een idee en werkte het idee verder uit door het te evalueren en bij te sturen. De luisteraar werd meegenomen in dit denkproces.

Het valt moeilijk voor te stellen de toespraken te lezen zonder de stem van Van Mierlo te horen. Van Mierlo had een warme stem, met dat zachte Brabantse accent dat tegenwoordig zo populair is bij reclamemakers omdat het vertrouwen wekt. Niet voor niets krijgt de heks in zijn sprookje een waarschuwing als zij een zachte g begint te krijgen, want dat is ‘heel gevaarlijk voor het snerpen’. Het is geen geheim dat Van Mierlo heeft overwogen om acteur te worden. Naar eigen zeggen was hij te slecht en heeft hij geen stappen meer in die richting genomen. Spreken in het openbaar, met gevoel voor drama, ging hem echter buitengewoon goed af.

Het boek is zichtbaar met liefde gemaakt. Het is gebonden uitgevoerd en heeft een prachtige portretfoto van een doorleefde Van Mierlo op de omslag, gemaakt door de Hollandse Meesterfotograaf Joost van den Broek. De teksten zijn met zorg geredigeerd, van tussenkopjes voorzien en thematisch geordend. De teksten zijn helaas niet met rust gelaten. Getuige de verantwoording heeft de redactie geschrapt ‘in de gedeelten in de bijdragen waarin Van Mierlo ingaat op specifieke en toentertijd actuele politieke vraagstukken die de aandacht vele jaren later niet vast weten te houden nu de hitte van het politieke debat is bekoeld.’ Dat is jammer voor historici. Waarover maakte Van Mierlo zich toen zo druk? Wat zegt dat over die tijd? Hoeveel is er precies geschrapt? Het valt voorlopig niet na te gaan, want de teksten maken deel uit van het archief-Van Mierlo. Dat is weliswaar overgebracht naar het Nationaal Archief, maar is nog niet te raadplegen. De toespraken zijn hoe dan ook tijdgebonden en zonder enige kennis van de context niet allemaal goed te plaatsen. De beknopte biografie biedt te weinig aanknopingspunten om dat gemis op te heffen.  Desalniettemin is het de moeite waard de teksten te lezen. Ze zijn goed geschreven, vanuit een zeer persoonlijke benadering en de meeste thema’s zijn nog steeds actueel. Van Mierlo riep dikwijls meer vragen op dan hij kon beantwoorden en zijn openlijke twijfel maakte hem als politicus moeilijk grijpbaar. Dat neemt niet weg dat zijn teksten een waardevolle bron zijn voor wie meer wil weten over de politieke vernieuwing in de vorige eeuw en over een charismatische politicus in het bijzonder.

| Hans van Mierlo, Een krankzinnig avontuur. Politieke, culturele en literaire beschouwingen (Bezige Bij; Amsterdam 2012).  Gebonden € 29,90. ISBN 9789023463597.

Anne Bos (1977) is historicus en verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis.



[1] Peter Rehwinkel en Jan Nekkers, Regerenderwijs. De PvdA in het kabinet-Lubbers/Kok (Amsterdam 1994) 88.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>