Extreem leven: een spannend verslag dat je ogen opent

Susanne Geuze

Eind 2013 prijkte Duizend dagen extreem leven bovenaan diverse top-10-lijsten. Wie het heeft gelezen, weet waarom. Niet alleen opent het boek je ogen en geeft het veel inzicht in het conflict tussen Oost en West, ook leest het als een thriller: zo spannend dat je het af en toe even moet wegleggen om de indrukken te verwerken.

Natalie Righton is journaliste voor de Volkskrant. Vanaf begin 2010 tot eind 2012 woonde zij als correspondent in Afghanistan. In tegenstelling tot de meeste westerse journalisten leefde zij niet onder bescherming van het leger, maar in een eigen woning in Kabul. Dit ‘unembedded’ leven was een bewuste keuze. Alleen zo kon zij de juiste afstand bewaren tot de westerse troepen enerzijds en de Taliban anderzijds, en met een open blik over de oorlog schrijven. Daarnaast kwam zij door deze leefwijze veel met de bevolking in aanraking, waardoor zij de mogelijkheid kreeg om met Afghaanse burgers te spreken over de situatie in hun land.

Verwondering en breekpunten
Nu zijn (voor)oordelen er natuurlijk altijd. Righton beschrijft hoe ook zij, toen ze in 2010 uit het vliegtuig stapte, allerlei aannames had over de oorlog in Afghanistan en de tegenstellingen tussen Oost en West. Dat wil trouwens niet zeggen dat ze in Duizend dagen een vooringenomen positie inneemt. Aan de hand van eigen ervaringen beschrijft ze hoe, in de drie jaar dat zij in het oorlogsgebied woonde, haar ogen steeds verder geopend werden. Het boek is opgedeeld in vier delen: ‘De verwondering’ beschrijft haar eerste maanden in Afghanistan,  ‘de inwijding’ gaat over de tweede helft van 2010. Daarna komt er een ‘breekpunt’ met de treffende titel ‘Ik houd het bijna niet meer vol’. In het derde deel, ‘de ogen gaan open’, beschrijft Righton de jaren 2011 en 2012. Tot slot gaat deel vier over ‘wat westerlingen niet snappen’.

De vier delen vormen een logisch geheel. Vanaf het moment dat Righton landt in Kabul leef je met haar mee. Ze beschrijft de chaos op het vliegveld, de dikke lagen kleding die ze moet dragen en de bewakers die totaal geen oog hebben voor het röntgenapparaat. Het boek begint met de ervaring die voor Righton het meest traumatisch is geweest: het moment dat de supermarkt waar zij altijd haar boodschappen deed, werd opgeblazen. ‘Vanaf dit moment is de oorlog langzaam onder mijn huid gekropen’,[1] schrijft ze. Deze schokkende gebeurtenis, die tot in detail wordt beschreven, schudt de lezer direct wakker en nodigt uit tot meteen verder lezen.

Natuurlijk gaat het zo
Duizend dagen
zit vol ‘onthullingen’ in de categorie  ‘ik had dit nooit kunnen bedenken en natuurlijk gaat het zo’.[2] Meerdere keren beschrijft Righton hoe defensievoorlichters letterlijk het tegenovergestelde vertelden van wat zij zojuist op straat had aangetroffen. Ook laat ze zien hoe de meeste westerlingen die in Afghanistan woonachtig zijn weinig kennis hebben over de stand van zaken. Omdat de meeste VN-medewerkers en soldaten permanent achter zwaar beveiligde muren verblijven, is hun beeld van de Afghaanse werkelijkheid beperkt. De mensen met wie westerlingen wel praten, vertellen vaak niet het echte verhaal; zou jij de waarheid vertellen over je zelfuitgeroepen ‘bevrijders’, wanneer zij je met een geweer over hun schouder te woord staan?

Hoewel je het boek af en toe even moet wegleggen om de indrukken te verwerken, is het geen zware kost. Bij vlagen is het boek zelfs zo grappig dat je als lezer hardop in de lach schiet. Bijvoorbeeld als Righton beschrijft hoe (dan nog) kroonprins Willem-Alexander op bezoek gaat bij de Nederlandse soldaten in Uruzgan.

‘Op de derde dag gaat de prins een ritje maken op de fiets door Uruzgan. Tenminste, dat is het beeld dat Defensie graag naar buiten wil brengen. (…) Net buiten de militaire basis is een strook van enkele tientallen meters afgezet. Daar omheen ontelbaar veel gewapende militairen en gepantserde legervoertuigen. De prins stapt op zijn fiets, peddelt een paar seconden om te laten zien dat Uruzgan veilig is. Alle fotografen doen klik, klik, klik. Ik weet direct dat dit het beeld is dat op alle voorpagina’s, websites en televisieschermen zal prijken.’

Al lezend kom je steeds meer te weten over het conflict in Afghanistan, en de complexiteit ervan. Righton praat met westerse soldaten en hulpverleners, maar ook met allerlei mensen op straat en zelfs met Taliban. Met pakkende voorbeelden maakt ze inzichtelijk hoe het kan dat de oorlog in Afghanistan zo voortsleept, en, in haar woorden ‘door het Westen niet te winnen valt’. Toch is het boek niet alleen een oorlogsverhaal. Ook de Afghaanse maatschappij komt aan bod. Zo is Natalie Righton een van de weinige journalisten  die ook met Afghaanse vrouwen kan spreken; de meeste journalisten zijn mannen en kunnen niet dichtbij komen. In de door mannen gedomineerde Afghaanse samenleving geeft dit een waardevolle dimensie aan haar verhaal. Keerzijde ervan is dat ook zij vaak te maken krijgt met seksuele intimidatie, en zelf ondervindt welk vertekend beeld veel Afghaanse mannen hebben van westerse vrouwen.

Persoonlijk en treffend
Duizend dagen extreem leven is, zoals Righton in de proloog al aangeeft, een persoonlijk verhaal. Juist dat maakt het boek interessant: als lezer heb je het idee dat je een volledig beeld krijgt van haar leven als oorlogsjournalist. Niet alleen de smeuïge verhalen worden verteld, je leest ook over de zoektocht naar een eigen huis, de problemen rondom het vinden van goed personeel, de eindeloze voorbereidingen en voordat het veilig is om af te reizen naar afgelegen gebied en – in schril contrast met de dagelijkse ellende – de luxe feestjes voor westerlingen in Kabul. Er zijn een aantal ‘hoofdpersonen’ die in het Afghaanse leven van Nathalie steeds terugkomen: de liberale Afghaanse jongen Habib, vertaler ‘Hamza’, die eigenlijk een samenvoeging is van vier mensen, huisgenoten Joël en Sia  en enkele andere bevriende journalisten. Tot slot is er vriend en fotograaf Ton Koene, die vaak met Natalie meereist en haar steun en toeverlaat is. In het boek zit ook een uitgebreid fotokatern met prachtige foto’s van Koene. Dit katern is een waardevolle toevoeging aan het boek; de foto’s maken het verhaal sterker en nog levendiger.

Natalie Righton schreef haar oorlogservaringen en trauma’s van zich af; zij heeft dat op een zeer treffende en pakkende manier gedaan. Duizend dagen extreem leven is een aanrader voor iedereen die met meer nuance naar de wereld wil leren kijken.

| N. Righton, Duizend dagen extreem leven (Amsterdam: Lemniscaat 2013). ISBN: 9789047705505. Paperback € 19,95.

 Susanne Geuze (1991) studeert Geschiedenis en Politicolgie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze werkt als student-assistent bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en is stagiair bij de parlementaire redactie van de Volkskrant.


[1] N. Righton, Duizend dagen extreem leven (Amsterdam 2013) 15.

[2] J. Luyendijk, Je hebt het niet van mij, maar… (Amsterdam 2010) 30.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>