Verlicht is carrièregericht

Saskia Bultman

‘A grain, which in England is generally given to horses, but in Scotland appears to support the people’,[1] zo definieerde Samuel Johnson in 1755 in zijn Dictionary of the English Language  het woord ‘haver’ (oats). Johnsons woordenboek, lange tijd één van de meest gebruikte Engelse woordenboeken, staat bekend om zijn subjectieve en humoristische definities. Tegelijkertijd illustreert het dat waar de lexicograaf een moralist wordt, dit misschien wel een spraakmakende, maar niet een voor iedereen bruikbare, definitie oplevert. Dezelfde spanning tussen definiëren en opiniëren is terug te vinden in het artikel ‘Wat is Feminisme 3.0?’[2] van Liang de Beer en Dieuwertje ten Brinke, waarin de auteurs een interpretatie geven van de inhoud van de derde feministische golf: het Feminisme 3.0. Omdat de idealen van de tweede feministische golf wel ogenschijnlijk, maar niet werkelijk, zijn bereikt, is een nieuw feminisme volgens de auteurs uiterst noodzakelijk. Van een coherente feministische beweging is tegenwoordig echter geen sprake, volgens De Beer en Ten Brinke vanwege een gebrek aan zelfdefinitie. In hun artikel pogen zij deze lacune op te vullen door één mogelijke definitie van Feminisme 3.0 te geven. Volgens hen is dit nieuwe feminisme niet zozeer een beweging, maar vooral een mindset, waarbij het gaat om persoonlijke emancipatie en bewustwording van het individu. In het Feminisme 3.0 staan diversiteit en individualiteit centraal, en volgens de auteurs zou elk individu dan ook voor zichzelf invulling aan het begrip moeten kunnen geven. Echter, in hun nadruk op vrolijke postmoderne heterogeniteit wringt iets. Hoewel zij een soort anything goes-feminisme propageren, hebben de auteurs wel degelijk hele specifieke ideeën over wat er wel en niet binnen Feminisme 3.0 past.

Eén van de zaken waar Feminisme 3.0 zich volgens De Beer en Ten Brinke op zou moeten richten is ongelijkheid op het gebied van carrière. Niet alleen constateren zij structurele beperkingen op het gebied van de carrièremogelijkheden van vrouwen, ook bekommeren zij zich om hoe carrièregerichte vrouwen gezien worden. Hoogopgeleide, ambitieuze vrouwen worden als onvrouwelijk bestempeld en in het maatschappelijk debat gaat het nog steeds over de vrouw die ‘van nature’ thuis bij de kinderen zou willen zitten. Volgens De Beer en Ten Brinke zijn vooral vrouwen zelf hier schuldig aan. Zij ergeren zich bijvoorbeeld aan de onverschillige houding die veel vrouwen aannemen ten opzichte van hun carrière. Zij verwijzen hierbij naar een artikel op hun feministische blog, Bitches and Barnicles, waarin zij zich beklagen over wat zij ‘pluizige meisjes’ noemen: jonge vrouwen die na het HBO of de universiteit slechts uitkijken naar een parttime baan en een leven met een man en drie kinderen.[3] Hun blog is bedoeld om dergelijke vrouwen aan het denken te krijgen over ‘de eigen identiteit, sociale positie en ambitie.’[4] Daar voegen ze nog aan toe ‘wat dit ook mag zijn.’[5] Echter, in die toevoeging wringt iets. Ondanks hun nadruk op heterogeniteit is in het Feminisme 3.0 van De Beer en Ten Brinke namelijk niet elke ambitie geoorloofd. Het is beslist not done om als jonge hoogopgeleide vrouw de carrière niet als hoogste prioriteit te stellen. Bovendien wordt het verlangen naar een ‘pluizig’ leven gepresenteerd als iets dat een ‘bewuste’ vrouw met geen mogelijkheid zou kunnen willen. Een ‘pluizig meisje’ zal, eenmaal verlicht, niets anders kunnen willen dan wat de auteurs zelf voor ogen hebben: een onafhankelijk, ambitieus, en vooral carrièregericht leven. In het artikel zit een ongemakkelijke spanning tussen het willen geven van een definitie van ‘Feminisme 3.0’, met als doel een open-minded, postmodern, heterogeen feminisme te institueren, en het presenteren van een eigen visie die bepaalde keuzes en opvattingen op voorhand als niet-feministisch uitsluit. Op deze manier wordt het Feminisme 3.0 van De Beer en Ten Brinke niet een heterogeen, maar juist een wat belerend feminisme waarin ‘persoonlijke ontplooiing’ – het belangrijkste agendapunt van dit nieuwe feminisme – overeenkomt met het conformeren aan een vooraf opgestelde norm.

Naar mijn mening is niet de mentaliteitsverandering van ‘andere’ vrouwen de voornaamste vereiste voor het bereiken van gendergelijkheid op het gebied van carrière. Marieke van den Brink heeft bijvoorbeeld laten zien dat vrouwen in de wetenschap wel degelijk carrière willen maken, maar dat allerlei structurele beperkingen hen in de weg zitten.[6] In plaats van de ‘bewustmaking’ van andersdenkenden, zou één van de projecten van het heterogene Feminisme 3.0[7] mijns inziens het streven naar het opheffen van structurele beperkingen moeten zijn, met als ‘einddoel’ de implementatie van beleid dat gendergelijkheid niet alleen nastreeft, maar hier ook op controleert. Daadwerkelijk gelijke carrièrekansen, voor iedereen die een carrière in de wetenschap ambieert. Een focus op beleid betekent echter natuurlijk niet dat we geen behoefte hebben aan blogs en manifesten, die ervoor zorgen dat wij, geprikkeld, onze mening blijven vormen, formuleren en aanscherpen.

Saskia Bultman (1985) is promovenda bij Geschiedenis en Filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze doet onderzoek naar praktijken van identiteitsconstructie bij meisjes in de Nederlandse Rijksopvoedingsgestichten, 1858-1975.


[1] S. Johnson, A Dictionary of the English Language (1755). Beschikbaar via http://johnsonsdictionaryonline.com/ (geraadpleegd op 19 juli 2012).

[2] L. de Beer en D. ten Brinke, ‘Wat is Feminisme 3.0?’, Volonté Générale nº1 (2012) 26-30, beschikbaar via http://www.volontegenerale.nl/post/18791274342/vg02-1 (geraadpleegd op 19 juli 2012).

[3] Bitches and Barnicles, Pluizige meisjes (14 augustus 2011), beschikbaar via: http://bitchesandbarnicles.wordpress.com/2011/08/14/pluizige-meisjes/ (geraadpleegd op 19 juli 2012).

[4] Ibidem, 29.

[5]Ibidem, 29.

[6] M. van den Brink, Hoogleraarbenoemingen in Nederland (m/v): Mythe, feiten en aanbevelingen. (Nijmegen 2011). Ook op Bitches and Barnicles merken de Beer en ten Brinke de structurele beperkingen voor vrouwen in de wetenschap op. Zie: Bitches and Barnicles, Het academische slagveld (24 oktober 2011), beschikbaar via http://bitchesandbarnicles.wordpress.com/2011/10/24/het-academische-slagveld/ (geraadpleegd op 19 juli 2012).

[7] Ik gebruik hier de term ‘Feminisme 3.0′ in navolging van de Beer en ten Brinke, maar naar mijn mening drukt de term ‘feminisme’ te weinig het idee uit dat ook mannen nadelig kunnen worden beïnvloed door genderongelijkheid, en geeft het geen uitdrukking aan het feit dat ook andere factoren aan ongelijkheid bij kunnen dragen, zoals etniciteit en klasse.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>