Sport is bijna religie

Ine Pulles

Rick Mourits schreef in Volonté Générale n°3 (2014) over de religieuze aspecten van sport. In dit nummer gaat Ine Pulles verder in op dit onderwerp.

In het vorige nummer van Volonté Générale schreef Rick Mourits over sport als religie[i]. Naar aanleiding van de vele reacties op het op 15 juni in Trouw verschenen vraaggesprek met socioloog Ruud Stokvis, waarin Stokvis beweert dat sport religie aan het vervangen is, bespreekt Mourits Stokvis’ theorie aan de hand van inzichten uit andere disciplines. Hierbij heeft hij aandacht voor ‘vorming, binding en zingeving’, de belangrijke aspecten uit de theorie van Stokvis. In zijn beschouwing concludeert Mourits dat sport in vele facetten weinig met religie gemeen heeft en daarmee religie niet volledig kan vervangen  Allereerst mijn complimenten, als socioloog en sportonderzoeker heb ik met veel plezier deze beschouwing van Stokvis’ theorie gelezen. Het heeft me kritischer doen kijken naar zijn gedachtegoed.

Op zich is het uitgangspunt van Stokvis’ these natuurlijk niet zo gek. We  voelen ons als samenleving steeds minder verbonden met religie en wie zegt dat andere instituties de functies van religie niet ook kunnen vervullen? Zijn die functies nu echt zo uniek? Dit lijken mij terechte vragen.

Dat Stokvis al snel bij sport komt als vervanger van religie is misschien ook niet zo heel gek. Het is sport dat ons Nederlanders weken, maanden of in extreme gevallen het hele jaar door in de ban heeft. Tijdens sportevenementen en na grote Nederlandse sportieve successen kleuren we nog steeds massaal oranje en zijn we trots op ons koude kikkerlandje. Het is sport waaraan 68 procent van de Nederlandse bevolking deelneemt[ii], niet religie. Sport is voor velen dan ook grootser en belangrijker dan religie. Sport en religie hebben daarnaast een grote gemeenschappelijke noemer. Waarom ga je naar de kerk? En waarom bezoek je een belangrijke sportwedstrijd? Omdat je ergens in gelooft en vol bent van hoop? Sport kent net als religie mythen. Een fanatieke supporter kan net zo sterk in zijn of haar favoriete voetbalclub geloven als een gelovige in God.

Maar, de grote vraag: beschikt sport daadwerkelijk over alle functies die religie heeft en kan het daarmee religie geheel vervangen? Gezien de vele verontwaardigde reacties op deze vraag, denken velen dat sport dit niet kan. Het doel van sport –presteren- zou moeilijk te rijmen zijn met compassie. Maar compassie is natuurlijk ook in de sport aanwezig. Denk hierbij aan de grote aandacht van sportiviteit en respect op de Nederlandse sportvelden. Waarom deed het interview met Stokvis mensen zoveel? Voelt men zich aangevallen? Heerst er een negatief beeld over sport? Wat ik opmerk is dat men de behoefte heeft om religie, al dan niet sport, te verdedigen. Zelf voel ik ook dat ik de neiging heb om sport te gaan verdedigen. Nergens voor nodig natuurlijk! Evenals het feit dat het ook niet nodig is om religie te verdedigen. Maar goed, die reacties zijn er nu eenmaal en Mourits dook, na deze vele reacties, terecht in de materie.

Stokvis gaat in op de rol van religie en sport met betrekking  tot de drie functies die aan religie als instituut zijn toegekend: vorming, binding en zingeving. Stokvis gaat dan wel uit van gangbare sociologische  theorieën maar Mourits merkt terecht op dat hij hierbij wat nuances mist.

Volgens Stokvis kennen zowel religie als sport een vormende functie. Mourits daarentegen is van mening dat sport voor velen niet enkel een vormend instituut is, maar dat het grotendeels gericht is op prestatie. Daarnaast wijst hij er op dat Stokvis de invloed van sport overschat. Hij beargumenteert dit door te stellen dat religies een reden kunnen zijn om de wetgeving of de staatsvorm te veranderen terwijl dit bij sport zelden het geval is. Er lijkt daarmee geen bewijs dat sport en religie dezelfde vormende functie zouden hebben.

Met Stokvis’ stelling dat sport een nieuwe ontmoetingsplaats is gaat hij in op de bindende rol van sport. Deze stelling vind ik, net als Maurits, natuurlijk niet gek. Een van de aspecten waar ik me als sportonderzoeker mee bezig houd is sportdeelname. De afgelopen vijftig jaar blijkt de sportdeelname sterk gegroeid. Deed in 1963 38 procent van de bevolking van twaalf jaar en ouder aan sport, in 1979 was dat gestegen naar 48 procent en in 1999 naar 61 procent.[iii] In 2013 doet 68 procent van de Nederlanders in de leeftijd van zes tot en met 79 jaar aan sport en is 30 procent lid van een sportvereniging.[iv] Sport lijkt daarmee dus een relevante ontmoetingsplaats. Maar laat er nu sprake zijn van (grote) ongelijkheden in sportdeelname. Zo sporten hoger opgeleiden nog altijd meer dan laagopgeleiden, sporten personen met hogere inkomens meer dan personen met lagere inkomens en sporten autochtonen meer dan allochtonen. Sport is dan ook niet het instituut waar alle lagen van de bevolking met elkaar in contact komen, waar dat met religie toch iets meer het geval is. De verschillen in deelname aan sport zijn daarnaast de afgelopen decennia helaas niet kleiner geworden. Het lijkt er daarmee op dat ook in de toekomst deelname aan sport niet voor de gehele bevolking is weggelegd en dat sport voor bepaalde bevolkingsgroepen niet als de gewenste ontmoetingsplaats zal functioneren.

Mourits schrijft dat Stokvis wat betreft zingeving de mist in gaat, met name omdat hij Durkheim’s (te) brede definitie van cultuur hanteert. Sport is inderdaad gemakkelijk in deze (te) brede definitie te passen: als fervent voetbalsupporter ervaar ik elke twee weken, als ik in het stadion zit, dat ik deel uit maak van iets groters dan mijzelf! Maar ik kan me zo één, twee, drie, niet bedenken hoe sport mij antwoord zou moeten geven op prangende levensvragen als waarom wij mensen elkaar zo’n pijn kunnen doen. Of religie mij dat antwoord wel zou kunnen geven weet ik niet, maar ik weet wel dat heel veel mensen gebaat zijn bij de zingeving van religie.

Sport en religie hebben veel overeenkomsten  maar vertonen ook verschillen. Ik denk dan ook dat Mourits terecht de conclusie trekt dat sport religie niet volledig kan vervangen. Maar de tijd zal het leren?!

 Ine Pulles (1991) is onderzoeker bij het Mulier Instituut en heeft Sociologie gestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen.


[i]R. Mourits, ‘Sport als religie? Deelnemers weten wel beter’, Volonté Générale, n°3 (2014), beschikbaar via: http://www.volontegenerale.nl/artikelen/sport-als-religie-deelnemers-weten-wel-beter (geraadpleegd op 13 november 2014).

[ii] D. Collard en I. Pulles, Sportdeelname 2013 (Mulier Instituut 2014), online beschikbaar via: http://www.sportdeelname.nl/landelijk/mulier-instituut_sportdeelname-2013.html (geraadpleegd op 13 november 2014).

[iii] K. Breedveld (2014). Sportparticipatie: Uitdagingen voor wetenschap en beleid. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen.

[iv] D. Collard en I. Pulles, Sportdeelname 2013 (Mulier Instituut 2014), online beschikbaar via: http://www.sportdeelname.nl/landelijk/mulier-instituut_sportdeelname-2013.html (geraadpleegd op 13 november 2014).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>