Medicalisering en de diagnose van de toekomst

Patty Claassens & Tjidde Tempels

Waar trekken wij als maatschappij de grens wat betreft de implementatie van medische techniek in ons dagelijks leven? In haar artikel ‘Personalized health: the doctor is watching you’ schetst Brigitte Geurts een wereld waarin de mens dagelijks, en misschien zelfs wel continu, medisch gecontroleerd wordt. Scanadu, een Amerikaans bedrijf dat medische zelfdiagnostiek technologie ontwikkelt, heeft als slogan in een van zijn reclames: ‘Check your health as easily as your email’.[1] Geurts geeft aan dat deze ontwikkeling vanuit medisch oogpunt zonder meer wenselijk is, maar geeft daarbij terecht aan dat er nog onvoldoende nagedacht wordt over de maatschappelijke consequenties. Ze stelt dat het verstandig is om als gemeenschap middels publiek debat te bepalen hoe we diagnostische technologie willen gebruiken, in plaats van de mogelijkheden van de technologie de grenzen te laten dicteren. Deze toegenomen beschikbaarheid van zelfdiagnostiek technologie hangt samen met het concept van ‘medicalisering’.

De vraag is welk effect de introductie van deze technieken in het dagelijks leven zal hebben op ons gedrag. Medicalisering houdt volgens Verweij in dat ‘medical terms are used for “new” areas: human behaviour, properties, events and problems that used to be part of normal human life’.[2] Dit heeft tot gevolg dat gezonde burgers, op basis van medische informatie, bewogen worden om hun gedrag aan te passen. Daarnaast zien we dat de definitie van gezondheid en ons ziektebegrip verschuift naar een meer medische invulling. De medische visie op ziekte (disease) krijgt de overhand. Op basis van een gesignaleerde biologische afwijking wordt de patiënt als ziek bestempeld, terwijl hij dit zelf nog niet zo voelt (afwezigheid van illness) en terwijl hij door de samenleving nog niet als ziek wordt beschouwd (afwezigheid van sickness).[3] Hiermee verandert de definitie van ‘de gezonde mens’.

Het is de vraag of dergelijke processen van medicalisering wenselijk zijn. In dit artikel worden vier punten besproken die de maatschappelijke wenselijkheid nader ter discussie stellen.

Fout positief / fout negatief meting
Het aantal diagnostische technieken op de markt is de afgelopen jaren toegenomen, van eenvoudige bloedsuikertests tot full body scans.[4] Deze ontwikkeling maakt dat mensen gemakkelijk zelf een diagnose kunnen stellen zonder dat hier een directe medische indicatie voor is. Geurts geeft aan dat deze technieken voor zelfdiagnostiek steeds betrouwbaarder worden en ons meer zekerheid kunnen verschaffen over de status van onze gezondheid.

Ondanks mogelijke positieve gevolgen voor de volksgezondheid kan er bij alle technieken nog steeds sprake zijn van ‘vals negatieve’ en ‘vals positieve’ uitslagen. Beide kunnen van grote invloed zijn op de persoon die de test heeft ondergaan. Stel je voor: je hebt een total body scan laten doen en de arts geeft als uitkomst dat je helemaal kanker vrij bent. In de maand daarop voel je wel een bobbeltje in je nek, maar aangezien is bewezen dat je gezond bent, besteed je er geen aandacht aan. Als de uitkomst van de scan ‘vals negatief’ blijkt terwijl er toch sprake is van keelkanker, kan het zijn dat je het te lang uitstelt om met je klachten naar de dokter te gaan. Eenzelfde gevaar schuilt in het idee van constante controle: als je dagelijks medisch wordt gecheckt en de uitslag telkens negatief is, maak jij je niet meer druk om jouw gezondheid terwijl dat in sommige gevallen onterecht zal zijn. Omgekeerd kan het ook verwarring veroorzaken wanneer de test geen melding van een ziektebeeld geeft, terwijl je je zelf wel ziek voelt. Moet je dan de techniek je laten leiden, of op je eigen gevoel afgaan?

In het geval van ‘vals positief’ zijn de gevolgen medisch gezien misschien minder erg, maar hebben ze wel effect op de persoon in kwestie. Stel dat de uitslag van jouw urinetest wijst op een chronische nieraandoening. Dit maakt je ongerust, misschien zelfs zodanig dat je er slapeloze nachten van hebt, en je gaat met de uitslag naar het ziekenhuis. Daar blijkt dat de uitkomst onjuist was. Dergelijke uitkomsten kunnen dus wel een sociale impact op het individu hebben.

Deze praktische voorbeelden laten zien dat het nog maar de vraag is of dergelijke technieken de gewenste zekerheid over onze persoonlijke gezondheid kunnen verschaffen en of we toch niet altijd een dokter nodig hebben om de resultaten te interpreteren en te duiden.

Verbeterde diagnostiek roept nieuwe vragen op ten aanzien van preventie, behandeling en schaarste
De reeds toegepaste total body scan geeft ook aanleiding tot nieuwe vragen.[5] Een belangrijk geopperd kritiekpunt is dat er bij ieder mens wel iets afwijkends te vinden is. De vraag is dan wanneer dit als een medisch probleem gekwalificeerd dient te worden. Iedereen krijgt te maken met natuurlijke degeneratie van het lichaam (bijvoorbeeld artrose in het heupgewricht of in de ruggenwervel). Dergelijke degeneratie is met vroegdiagnostiek snel op te sporen en misschien ook wel (preventief) te behandelen.

Echter, wanneer we eerder moeten gaan interveniëren, brengt dat nieuwe kosten met zich mee. Waar we voorheen pas gingen behandelen wanneer iemand daadwerkelijk lichamelijke klachten kreeg (bijvoorbeeld vanaf een jaar of zestig), gaan we wellicht mensen al preventief behandelen vanaf hun 35e om degeneratie tegen te gaan. In deze tijden van schaarste en bezuinigingen in de gezondheidszorg, is het de vraag of het wenselijk is om veel geld te investeren in behandelingen die puur ter preventie dienen, dan wel behandelingen aan te bieden wanneer de patiënt zelf nog geen klachten heeft. Hier zal per ziektebeeld een afweging in moeten worden gemaakt. Wellicht is preventie van diabetes goedkoper en wel te realiseren, maar de preventieve behandeling van artrose met stamceltherapie zal beduidend duurder zijn. De vraag is dan wat moet worden aangeboden als standaard zorg en wat niet.[6] Dergelijke technieken voegen dus naast mogelijke oplossingen ook nieuwe dilemma’s toe aan het debat rond de houdbaarheid van de zorg in Nederland.

Medicalisering & vrijheid
Is medicalisering ook niet een beperking van onze vrijheid? De medische controle die zelfdiagnostiek met zich meebrengt voert steeds verder, waarmee gezondheid niet langer het middel is maar het doel. Hierdoor komt gezondheid als centrale waarde in het leven van het individu te staan, terwijl het ook beschouwd kan worden als het middel ter verwezenlijking van andere levensdoelen. Men kan zich afvragen of de autonome invulling van het goede leven niet meer omvat meer dan alleen gezondheid.[7]

Daarnaast zijn er mensen die überhaupt niet de nadruk zo sterk op gezondheid willen leggen. Hoe zit het met recht om iets niet te weten? Er zijn mensen die een levensfilosofie hebben die ertoe leidt dat zij als vorm van berusting er voor kiezen zaken niet te laten onderzoeken. Als dit in een sterk gemedicaliseerde wereld bijna onmogelijk wordt gemaakt, welke keuze kunnen zij dan nog maken?

Rechtvaardigheid
Niet alleen de vrijheid van het individu wordt ingeperkt, ook de rechtvaardigheid binnen de maatschappij kan onder druk komen te staan. Zodra een bepaald ziektebeeld geconstateerd is, wie kunnen zich daar dan voor laten behandelen? Moet de overheid in alle gevallen deze kosten voor zijn rekening nemen, ook wanneer het gaat om een niet levensbedreigende afwijking? En wat als we persoonlijk de keuze moeten maken om ons ervoor te laten behandelen of niet? Lopen we dan niet het risico dat de welgestelden, die hiervoor de draagkracht hebben, in een staat van super health komen, terwijl de minstbedeelden vaak geen toegang zullen hebben tot dergelijke geavanceerde diagnostische middelen of geen geld zullen hebben voor de vervolgbehandeling? Het verschil in de gezondheid van verschillende sociaal-economische groepen is al zichtbaar, mede als het gevolg van verschillende leef- en eetstijlen. Zou personalized health-technologie niet juist kunnen bijdragen aan de vergroting van de kloof?

Brigitte Geurts schrijft in het artikel al over de mogelijkheid dat ‘zorgverzekeringen hun premies verlagen voor mensen die zich met grotere regelmaat laten onderzoeken en hun dokter nauwgezet op de hoogte houden van hun gezondheidstoestand.’[8] Wat als de gegevens ook bekend worden voor verzekeringsmaatschappijen? Zullen zij bereid zijn dezelfde premie te rekenen voor iemand met een groot risico op een chronische aandoening als iemand bij wie geen ernstige medische afwijking is gevonden?[9]

De mogelijke invasie van diagnostische technieken in het dagelijks leven zadelen zowel het individu als de maatschappij op met nieuwe vragen. Welke definities van ziekte en gezondheid moeten we hanteren? In hoeverre willen we dagelijks geconfronteerd worden met de medische informatie? Wat is het effect van deze technieken op onze vrijheid? Wanneer gaan we over op (preventieve) behandeling? En hoe kunnen deze technieken op een rechtvaardige basis worden geïmplementeerd? Dit artikel heeft nog geen antwoord geformuleerd op waar we de grens moeten leggen wat betreft de implementatie van personalized health. Wel zijn enkele mogelijke gevolgen besproken zowel voor ons als individu als de gehele samenleving. De belangrijke volgende stap is het komen tot concrete kaders voor het gebruik van dergelijke technologie op basis van samenspraak tussen wetenschap, politiek en samenleving. Op die manier kunnen we proberen om zo de schadelijke effecten van de technieken in te dammen en de positieve mogelijkheden te benutten.

Patty Claassens (1989) is politiek theoreticus. Tjidde Tempels (1986) is ethicus en is werkzaam als docent Medical Humanities bij het UMC Utrecht.

 


[1] Scanadu. Beschikbaar via: http://www.scanadu.com/ (geraadpleegd op 27 oktober 2013).

[2] M. Verweij, ‘Medicalization as a moral problem for preventive medicine’, Bioethics (13)2 (Oxford 1999) 89-113, aldaar 112.

[3] M. Schermer, ‘Old Age is an Incureable Disease – or Is It?’, in: M. Schermer & W. Pinxten (red.). Ethics, Health Policy and (Anti-) Ageing: Mixed Blessings (Dordrecht 2013) 213.

[4] Gezondheidsraad, ‘Jaarbericht Bevolkingsonderzoek 2007 – zelftests op lichaamsmateriaal’, 2007, Beschikbaar via:http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/200726r.pdf (geraadpleegd op geraadpleegd op 1 november 2013).

[5] P. Lips, ‘Zoek je ziek – de valse diagnoses van de total bodyscan’, Vrij Nederland 2 (Amsterdam 2013).

[6] A. Buchanan, D.W. Brock, N. Daniels & D. Wikler, From chance to choice – genetics & justice (Cambridge 2000).

[7] H.A.M.J. ten Have, R.H.J. ter Meulen & E. van Leeuwen, Medische Ethiek (Houten 2009) 104-105.

[8] B. Geurts, ‘Personalized Health: the doctor is watching you’, Volonté Générale n°3 (2013)  6-9, aldaar 9.

[9] A. Buchanan, D.W. Brock, N. Daniels & D. Wikler, From chance to choice – genetics & justice (Cambridge 2000).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>