‘Man is not the enemy here, but the fellow victim.’

Tim Riswick

‘Every time we liberate a woman, we liberate a man’, schreef feminist en antropologe Margaret Mead al in de vorige eeuw. Haar uitspraak deed me denken aan het artikel over Feminisme 3.0 en de vele reacties erop. De discussie die op dit artikel volgde is gefocust op ‘de vrouw’ en de nieuwe mindset waarin het accent ligt op ‘de mentale doorbraak van het individu.’ Renée ten Cate corrigeert terecht dat vrouwen echter zelf de vrijheid zouden moeten hebben om te kiezen op welke manier ze hun leven willen invullen, zelfs wanneer deze invulling wat meer ‘traditioneel’ is. Om daarom uit te gaan van een mindset gebaseerd op een mentale doorbraak is nogal waarde-geladen volgens haar. De bijdragen van Saskia Bultman, Renée ten Cate en Eva Hage zetten daarentegen wel allen vraagtekens bij de daadwerkelijke keuzevrijheid van vrouwen. Wordt deze vrijheid namelijk niet beperkt door de maatschappij? Anneke Comello werkt in haar reactie dit punt verder uit door te beargumenteren dat ‘niet alleen individuele agency de loop van de geschiedenis bepaalt’ en het daarom van uitermate belang is om naast de mindset ook aandacht te besteden aan structurele beperkingen, oftewel: ‘wat er in de samenleving gefaciliteerd kan worden om keuzes soms makkelijker, effectiever en breder te maken’. Het doel van Feminisme 3.0 zou daardoor het opsporen en opheffen van deze barrières voor de vrouw kunnen worden. Immers, wanneer deze problemen voor de vrouw worden opgelost, dan zou de utopie van gender gelijkheid mogelijkerwijs een stap dichterbij komen.

Deze toon, die de rode draad van gehele discussie lijkt te zijn, gaf mij een ongemakkelijk gevoel. Een belangrijke speler mist, en daarbij lijkt het geheel volgens mij in contrast met het initiële betoog van Liang de Beer en Dieuwertje ten Brinke. Volgens hen is er een heterogene visie op emancipatie nodig. Een nieuwe mindset kan er zodoende voor zorgen dat de situatie waarin ‘vrouwen en mannen (…) soms dagelijks de beperkingen meemaken van een te starre identificatie van hun man- of vrouw zijn’, wordt veranderd. Wat De Beer en Ten Brinke, en de overige auteurs die reageerden op hun artikel, vervolgens achterwege laten is om evenzeer het mannelijke perspectief erbij te betrekken. Hanna Rosin, senior editor bij The Atlantic, laat, door haar beschrijving van het fictieve duo Plastic Woman en Cardboard Man, zien dat een focus op enkel de vrouw een afdwaling is van het grotere probleem van emancipatie in de huidige maatschappij:

Plastic Women has during the last century preformed superhuman feats of flexibility. She has gone from barely working at all to working until she got married to working while married and working with children, even babies. If space opens up for her to make more money than her husband, she grabs it. If she is no longer required by ladylike standards to restrain her temper, she starts a brawl at the bar. If she can get away with staying unmarried and living as she pleases deep into her thirties, she will do that too. And if the era calls for sexual adventurousness, she is game. She is Napoleonic in her appetites. (…) Cardboard Man, meanwhile, hardly changes at all. A century can go by and his lifestyle ambitions remain largely the same.

Hetgeen waar Rosin in haar gehele boek over spreekt, en waar bovenstaand citaat een goed voorbeeld van is, is dat emancipatie, in de zin van sociaal geaccepteerde keuzes, voor vrouwen feitelijk veel verder is gevorderd dan voor mannen. De maatschappij in Westerse landen is de laatste eeuw erg veranderd. Waar in het verleden mannen nog een voordeel hadden door hun fysieke kracht, is dit in onze postindustriële economie vrijwel niet meer van belang. De dienstverlenende sector, die het overgrote deel van de samenleving van werk voorziet, heeft zelfs baat bij het tegenovergestelde: sociale intelligentie, open communicatie en het vermogen om gefocust stil te zitten. Vrouwen scoren over het algemeen hoger op deze kwaliteiten en in veel beroepen waar eerst alleen mannen werkten, werken mannen en vrouwen tegenwoordig samen. Beroepen waar het omgekeerde het geval is, komen daarentegen aanzienlijk minder voor. De oorzaak: verwachtingen van mannen en vrouwen blijken vaak nog onveranderd wanneer beide reflecteren op ‘de man’. Rosin verwoordt het als volgt in haar conclusie: ‘Obviously it is not just men restricting themselves to a narrow set of acceptable roles, but the rest of us colluding to keep them imprisoned.’

Het onderwijs laat een identieke ontwikkeling zien, maar legt daarnaast een verontrustende barrière voor mannen bloot. Volgens het rapport Gender Differences in Educational Outcomes van de Europese Commissie presteren jongens gemiddeld slechter op de middelbare school in alle Europese landen, en hebben ze een grotere kans om zonder diploma de school te verlaten. De kwestie die het rapport naar voren brengt is: ‘(…) there is a dominant focus on girls. For example, while girls’ engagement with technology receives much attention, there is less focus on boys and their access to care-related professions. However, gender roles can only be effectively challenged when change goes in both directions.’ Dezelfde trend doet zich voor in de Verenigde Staten waar jongens op de middelbare school steeds minder uren aan huiswerk besteden en qua kennis en niveau achterlopen op hun studiegenoten van het andere geslacht. Deze trend is door te trekken naar het vervolgonderwijs. In de toestroom van studenten naar de universiteit halen op dit moment meer vrouwen dan mannen hun diploma. Natuurlijk is een diploma niet een enkeltje naar de top, maar door de enorme toename van gekwalificeerde vrouwen zullen de heersende mannelijke elites niet lang om deze groep heen kunnen, waardoor de komende jaren tevens de laatste hindernissen op de werkvloer worden tenietgedaan.

Naar mijn mening hebben de eerdere auteurs dus wel degelijk gelijk over het feit dat er belangrijke barrières aanwezig zijn in de samenleving. Deze hebben echter niet alleen betrekking op het vrouwelijke deel van de bevolking. De Beer en Ten Brinke schreven al dat: ‘gewoontes en natuurlijk gedrag (…) door en door constructies van onszelf’ zijn,waardoor een verandering in mindset de oplossing kan zijn. Beide auteurs vergeten daarentegen een belangrijke biologische uitzondering die enkel effect heeft op de vrouw en de oorsprong is van de meeste gender ongelijkheid: geboorte. De fysieke beperkingen die een zwangerschap, bevalling, en de herstelperiode na een bevalling met zich mee brengen, blijken juist punten waar een verandering in de mindset geen oplossing voor biedt wanneer we ons enkel, of voornamelijk, richten de mindset van de vrouw. Pas wanneer we voor mannen en vrouwen bij de geboorte van een kind dezelfde eisen stellen, of exact dezelfde keuzevrijheden geven dan zal er pas een bepaalde mate van gelijkheid gerealiseerd kunnen worden. Een goed voorbeeld hiervan is het zwangerschapsverlof in Zweden, waar zowel mannen als vrouwen verplicht worden om een periode met verlof te gaan na de bevalling. Maar, zoals de oplettende lezer al doorheeft, dan is er een verandering nodig in de sociale acceptatie van deze keuzevrijheid van ‘de man’, niet van ‘de vrouw’.

Toch wil ik niet te pessimistisch klinken over onze sociaal geaccepteerde keuzevrijheden van vandaag de dag, aangezien ik dat een tweede heikel punt vind. Terwijl de beperkingen van de traditionele samenleving, gebaseerd op een ideologie van seperate spheres, bijna zijn weggevaagd, zijn onze keuzemogelijkheden de laatste eeuw alsmaar gegroeid. Een eerste voorbeeld hiervan is de acceptatie van de keuze om kinderloos te blijven. Dit is een van de manieren waardoor mannen en vrouwen zelfs aan het belangrijkste biologische obstakel voor gelijkheid kunnen ontkomen. Waar in 1965 nog maar twintig procent van de bevolking de keuze om kinderloos te blijven accepteerde, is dit tot negentig procent gestegen in 1996. Andere wetenschappers die kinderloosheid bestuderen concluderen: ‘attitudes in society have been replaced by a more pragmatic view of personal choice.’ Deze ontwikkeling inzake de toename van sociaal geaccepteerde keuzevrijheid aangaande het al dan niet nemen van kinderen, geeft een duidelijke trend weer over hoe de samenleving tegenwoordig denkt over keuzevrijheid. Een ander voorbeeld van de al veranderende mindset is het onderzoek van de sociologe Amy Schalet, dat zich onder andere focust op het perspectief van tieners op verliefdheid. Zij concludeert dat Nederlandse jongens een geëmancipeerde mindset laten zien door erg open te zijn over gevoelens, en in het bijzonder verliefdheid. Iets wat in het verleden vooral geassocieerd werd met vrouwelijkheid en wat door Amerikaanse jongens nog steeds als zodanig gezien wordt. Rosin concludeert: ‘Maybe the Dutch will lead the way and transport us all into a new era of sweeter teenage romance’.

Het is aannemelijk dat de verdere ontwikkeling van emancipatie in Nederland de komende jaren op de huidige koers zal blijven. Sociale acceptatie betreffende een grote diversiteit van keuzes zal daardoor vanzelf iets vanzelfsprekends worden voor de komende generatie die geheel wordt opgevoed met deze ideeën. Wanneer er echter gesproken wordt over een noodzakelijke aangepaste mindset in een individuele heterogene beweging als Feminisme 3.0, waarin bewustwording van onze selectieve sociale acceptatie voor bepaalde keuzes en emancipatie zonder beperkingen centraal staan, dan moet het er aandacht zijn voor beide seksen. Misschien zou ik zelfs wel willen pleiten voor een accent op de mindset van, en over, ‘de man’. Het lijkt er namelijk op dat vrouwen de laatste tientallen jaren een duidelijke nieuwe sociaal geaccepteerde rol binnen de samenleving hebben gecreëerd, terwijl dit nog niet echt het geval is voor mannen. Masculisme 1.0 klinkt in dat geval misschien zo gek nog niet, of wel?

Tim Riswick (1989) volgt de onderzoeksmaster Historische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is tevens lid van de denktank ‘Reflections on Science: European Culture’ van het Radboud Honours programma.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>