Europe Day: een ideaal om na te streven

Tim Riswick

In het derde nummer Volonté Générale van dit jaar schreef Eric van der Vorst een kritische evaluatie over de uitkomsten van de denktank European Culture van de Radboud Honours Academy.[1] Volgens hem heeft de denktank ‘het probleem wel begrepen, maar de oplossing niet gevonden.’[2] In zijn artikel gaat Van der Vorst daarom vooral in op het feit waarom de denktank de oplossing niet gevonden heeft. Hij stelt dat het concrete voorstel van Europe Day slechts een soort Koninginnedag is waarin stereotypen hun oude gloriejaren herbeleven. Het tonen van de typische Nederlander, Belg en Duitser zou zinloos zijn, want mensen zijn tegenwoordig te slim en te werelds om in een dergelijk artificieel evenement te geloven. Cynisch geeft Van der Vorst daarom aan: ‘Ja, dat [Europe Day] zal de eenwording van Europa ten goede komen.’[3]

Afgezien van het feit dat er punten worden genoemd die zeker niet onjuist zijn, is hetgeen waarop Van der Vorst hamert juist niet wat onze denktank wilde bereiken. Een van de eerste bevindingen was dat juist de culturele diversiteit moest blijven bestaan. Met andere woorden: er moet geen sprake zijn van culturele eenwording. We spreken in ons gehele onderzoek daarom ook niet van een gebrek aan eenheid, maar van een gebrek aan solidariteit. Een afdwaling die in het gehele stuk zichtbaar is doordat Van der Vorst spreekt over identiteit en zich meer op dit punt lijkt te focussen dan op de solidariteit die wij centraal stelden. Het doel van Europe Day is namelijk niet zozeer dat mensen zich met Europa of hun eigen cultuur gaan identificeren, maar dat mensen leren begrijpen dat er plaatsen zijn waar zaken anders, of hetzelfde, worden gedaan.

De verwarring is echter begrijpelijk aangezien één van de observaties van onze denktank was dat het beleid van de Europese Unie, wat vooral gericht is op eenheid, conflicteert met het doel om ook de diversiteit te behouden. Naar onze mening lijkt het er dan ook op dat de Europese Unie, als sociaal-cultureel project, nog altijd op zoek is naar de juiste balans tussen de controversiële notie van eenheid enerzijds en het holle concept van diversiteit anderzijds. Om solidariteit te bevorderen zou er echter verder gekeken moeten worden dan deze problematiek. Identiteit is zeker een belangrijk aspect in de beschreven situatie, maar een gezamenlijk identiteit is, in onze visie, niet nodig om solidariteit en samenwerking te verbeteren.

Onwetendheid vormt meestal de voornaamste oorzaak om een gebrek aan solidariteit te verklaren en vanuit dit oogpunt zijn er verschillende oplossingen te bedenken. Meer tijd en energie in onderwijs investeren is een mogelijke optie die Van der Vorst aandraagt en die ook onze denktank heeft overwogen. Van der Vorst verwijst naar het resultaat van de denktank One Common European History? waar vanuit verschillende perspectieven dezelfde historische gebeurtenis wordt beschreven. Zodoende kan er geleerd worden van de verschillende historische narratieven van andere naties in Europa. Dit is inderdaad een goede manier om mensen meer inzicht te bieden in verschillende denkwijzen, maar heeft als nadeel dat het op een abstract niveau gedaan wordt. Het raakt mensen niet persoonlijk.[4] Een betere manier is, zoals in onze denktank ter sprake is gekomen, het meer centraal stellen van uitwisselingen tussen lidstaten. Via deze weg kunnen leerlingen daadwerkelijk ervaren en leren hoe het er op andere plaatsen eraan toegaat. Oftewel, men komt op een individuele en persoonlijke manier in aanraking met de verschillende narratieven en denkwijzen.[5] Echter, onze denktank kwam praktische bezwaren tegen om het onderwijssysteem aan te passen. Lidstaten dulden op dit terrein namelijk geen invloed van Brussel en willen een eigen invulling geven aan hun onderwijssysteem. Doordat wij ons wilden richten op een concrete oplossing die uitvoerbaar was binnen de wettelijke mogelijkheden, en wij bovendien niet simpelweg het werk van de vorige denktank wilden overnemen (dat zou pas daadwerkelijk getuigen van weinig creativiteit), hebben we dus besloten om een andere case-study te kiezen.

Waar het in onze ogen op Europe Day om draait is om mensen met elkaar te verbinden en om zodoende meer solidariteit te creëren. Om dit te bereiken moet het huidige Europe Day worden omgevormd, waarbij het een veel explicietere culturele dimensie krijgt dan nu het geval is. De culturele diversiteit wordt gerespecteerd, terwijl er ook aandacht is voor gemene delers. Op deze wijze wordt Europe Day een platform waar op een persoonlijke en concrete manier mensen uit andere of dezelfde culturen met elkaar dingen kunnen beleven en ervaringen kunnen delen. Vandaar dat wij met het voorstellen komen als een Culturele Europese Spelen, tentoonstellingen, kookbeurzen of sportdagen. Het zijn allemaal evenementen waar mensen op een individueel niveau met elkaar in contact komen en de mogelijkheid krijgen om met elkaar van gedachten te wisselen. Op die manier wordt al snel duidelijk wat overeenkomsten en verschillen zijn, en kan er een wederzijdse bewustzijn, vertrouwen en begrip gecreëerd worden tussen inwoners van de verschillende Europese lidstaten. Hetzelfde concept wordt toegepast in teambuilding activiteiten, dus waarom zou het niet werken op een grotere schaal?

Kortom, de keuze voor Europe Day als een case-study is een compromis omdat er vele mogelijkheden zijn die uiteindelijk tot meer solidariteit leiden. Het is echter een compromis waar wel degelijk over is nagedacht en wat voordelen kan bieden. Wat naar mijn mening van uitermate belang is, is dat er op een individuele en persoonlijke wijze mensen met elkaar in contact kunnen komen en van elkaar kunnen leren wat het nu eigenlijk betekent om een Europeaan te zijn. Waar ik persoonlijk in ieder geval achter ben gekomen, is dat een buitenlandervaring je horizon verbreedt, dat je meer begrip hebt voor je medemens die zaken net iets anders doet en dat we uiteindelijk allemaal mensen zijn die er het beste van proberen te maken in deze wereld. Europa, hoe problematisch de definitie ook is, speelt hier op een abstract niveau een belangrijke rol in. Als zijnde Europeanen betekent het dat er overlappende opvattingen zijn, maar dat de verschillen ons ook veel kunnen leren. Europe Day kan daarom een van vele beginpunten zijn om meer solidariteit te creëren: het is aantrekkelijk, toegankelijk en een platform waar mensen zelf aan kunnen bijdragen. Toegegeven, het is misschien wat idealistisch, maar de huidige samenleving heeft idealen nodig om na te streven.

Tim Riswick (1989) is promovendus bij de sectie Economische, Sociale en Demografische Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Bestuurslid Collectiebeheer bij Museum de Kantfabriek, en was in het collegejaar 2012-2013 lid van de denktank European Culture van de Radboud Honours Academy.


[1] E. van der Vorst, ‘Europe Day gaat Europa niet redden’, Volenté Générale n°3 (2013) 4.

[2] Van der Vorst, ‘Europe Day gaat Europa niet redden’, 4.

[3] Ibidem.

[4] Deze ontwikkeling zie je bijvoorbeeld bij musea waar het duidelijk is dat als je veel mensen wilt bereiken een ‘gewone’ tentoonstelling met objecten en wat tekst niet voldoende is. Het is noodzakelijk om mensen te activeren en zaken zelf te laten doen wil het effect hebben. Beleving en ervaring zijn hierin van centraal belang. Zie ook: L. Dorsman, E. Jonker & K. Ribbens, Het zoet en het zuur. Geschiedenis van Nederland (Amsterdam 2000).

[5] Het ERASMUS programma is hier een goed voorbeeld van, maar het programma richt zich alleen op studenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>