Duurzame, creatieve voedseltrends in binnen- en buitenland: Thomas Vries, er is hoop!

In het artikel ‘Wij, de vleeseters in het gidsland’ stelde Thomas Vries de negatieve gevolgen van het huidige Nederlandse consumptiepatroon aan de orde.

Annick Hedlund-de Witt & Hanna Schösler

De morele verontwaardiging van Thomas Vries is geheel terecht: de huidige situatie rondom de grootschalige, industriële veeteelt in Nederland en de grote, nadelige gevolgen die dat heeft voor het milieu in binnen- en buitenland is onaanvaardbaar. En dan hebben we het nog niet eens over het grootschalige dierenleed, de nadelige effecten op onze gezondheid en ons welbevinden, en de gevolgen voor de esthetische kwaliteit van ons geliefde Hollandse landschap.

Hoewel er genoeg te klagen valt over het politieke klimaat in Nederland, leeft het thema wel degelijk. Niet in de laatste plaats doordat het effectief op de kaart is gezet door ’s werelds eerste dierenpartij met daadwerkelijke politieke invloed. De documentaire Meat the Truth, waarin Marianne Thieme de ongemakkelijke waarheid over vleesconsumptie in relatie tot de mondiale klimaatproblematiek zichtbaar maakt, heeft in Den Haag voor opschudding gezorgd. De ‘eiwittransitie’ — de beoogde transitie van dierlijke naar plantaardige (en duurzaam geproduceerde dierlijke) eiwitten — is daarmee een serieus beleidsdoel geworden, waar met name het ministerie van Economische Zaken, Landbouw, en Innovatie op inzet.

In dit kader hebben wij onlangs een onderzoek uitgevoerd waarbij we gekeken hebben naar duurzame voedseltrends in binnen- en buitenland, en de lessen die bedrijven, organisaties en overheden daaruit kunnen trekken. Consumptiepatronen zijn namelijk diep ingebed in cultuur, waarden en wereldbeelden,  en kunnen niet zomaar van bovenaf opgelegd of veranderd worden. Wel is het mogelijk dat veranderingen kunnen plaatsvinden wanneer deze voortkomen uit bestaande, maatschappelijke trends en ontwikkelingen. Wat en hoe we eten is immers naast een bron van brand- en voedingsstoffen ook een kwestie van emotie en een uitdrukking van identiteit, van ingebakken gewoontes en sociale verwachtingen. In historisch opzicht is de ‘vleescultuur’ in ons land nog jong. Pas sinds de jaren 1960 zijn we geleidelijk aan dagelijks vlees gaan eten. Daar staat tegenover dat het eten van vlees sinds mensenheugenis een bijzondere culturele, religieuze en sociale betekenis heeft. Hetzelfde geldt overigens voor het tegenovergestelde, het niet eten van vlees , wat al aangeeft dat oplossingen voor het vraagstuk van de vleesconsumptie óók op dit vlak gezocht zullen moeten worden.

Vooralsnog zitten we in het Westen, evenals in toenemende mate in sterk ontwikkelende andere delen van de wereld, opgescheept met een situatie waarin vlees doorgaans gezien wordt als het hoogte- en middelpunt van de maaltijd. Groenten dienen slechts als garnering. Tegelijkertijd is de aandacht voor voedsel onder bepaalde consumentengroepen nog nooit zo groot geweest. Men zou hier kunnen spreken van een revolutie op voedselgebied: deze groepen proberen niet alleen ‘iets gezonder’ of ‘iets milieuvriendelijker’ te eten, maar zijn bezig, te midden van de snelle gemaks- en bonuscultuur, een volstrekt andere eetcultuur te ontwikkelen. Thomas Vries, er is dus nog hoop!

Ons onderzoek onder deze verschillende groepen ‘trendsetters’ — met name biologisch en gourmet (Slow Food) georiënteerde consumenten — laat zien dat ze niet alleen al veel vaker duurzaam consumeren en vegetarisch eten, maar eigenlijk gewoon bezig zijn de voedselcultuur opnieuw uit te vinden en vorm te geven. Met name in de grote steden is de toename van het  gezondheidsbewustzijn, de boerenmarkten, vegetarische en biologische restaurants, en de algehele interesse in kwaliteit goed waar te nemen. Ook benutten deze consumenten vele internationale invloeden en verrijken daarmee het Nederlandse degelijk voedselpatroon en -aanbod in veel opzichten. Ons onderzoek laat zien dat deze groepen gedreven worden door een breed scala van positieve waarden, die eten voor hun tot een betekenisvolle en plezierige bezigheid maakt. De biologisch georiënteerde groep legt hierbij de nadruk op de fysieke en morele puurheid van voedsel, op een gevoel van verbondenheid met de natuur en op eten met aandacht (mindfullness). De gourmet groep waardeert intens smaakplezier, wil voedselcompetenties ontwikkelen en beheersen, en ervaart door goed voedsel sociale verbondenheid met andere mensen. Dit kunnen vrienden zijn met wie ze hun passie voor voedsel delen, maar ook producenten en retailers.

Zoals gezegd zijn consumptiepatronen en daarmee geassocieerde waarden en wereldbeelden niet zomaar te veranderen. Tegelijkertijd is er momenteel een groot maatschappelijk potentieel voor vernieuwing en verandering. Overheden, organisaties en bedrijven die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus nemen, zijn in staat om voor grotere groepen mensen barrières weg te nemen en randvoorwaarden te scheppen waarin deze culturele innovatie verder tot bloei kan komen. Aanknopingspunten hiervoor, evenals meer informatie over deze vernieuwende, creatieve voedselfilosofieën, zijn te vinden in het rapport: Eiwittransitie en culturele innovatie. Wat bedrijven, organisaties, en overheden kunnen leren van duurzame voedseltrends in binnen- en buitenland.[1]

Annick Hedlund-de Witt (1978) is promotie-onderzoeker op het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en post-doctoral research fellow aan het Centre for Biotechnology and Society aan de TU Delft.

Hanna Schösler (1976) is eveneens promotie-onderzoeker op het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en visiting fellow aan het Rachel Carson Center for Environment and Society in München.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>