Antifeministisch feminisme

Renée ten Cate

Antifeministisch feminisme is een term die wellicht op het eerste, tweede en derde gezicht kant noch wal raakt. Toch heeft het artikel ‘Wat is feminisme 3.0?’ van Liang de Beer en Dieuwertje ten Brinke deze contradictio in terminus niet per se uitgesloten. Net als hun voorganger Kant grote moeite had om een antwoord op de vraag ‘Was ist Aufklärung?’ te formuleren, kunnen de voorvechtsters van de derde feministische golf geen concreet antwoord geven op de vraag ‘Wat is feminisme 3.0?’. Het gevolg hiervan is dat ook hun definitie in de zeer obscure categorie ‘durf te denken’ valt: feminisme 3.0 is een mindset.[1] Nu moet gezegd worden dat deze polyinterpretabele definitie hen niet kwalijk te nemen valt. Overeenkomstig met de Verlichting heeft het feminisme in deze fase van de geschiedenis geen coherente politieke of sociale agenda waar een definitie aan ontleend kan worden; Nederlandse vrouwen hebben al gelijke rechten en ze zijn al enkele decennia baas in eigen buik. Daarenboven benadrukken de auteurs dat zij helemaal geen consensus over de inhoud van dit nieuwe feminisme nastreven; zij willen louter bewustzijn en discussie stimuleren.[2] Niettemin moet er ‘iets’ zijn om voor te vechten, anders was er geen behoefte aan een nieuwe feministische golf. Dus is de centrale vraag in het feminisme 3.0: op welk gebied valt er nog winst te behalen?

Liang de Beer en Dieuwertje ten Brinke leggen in hun artikel de nadruk op het carrièreperspectief van jonge hoogopgeleide vrouwen, waar zij schromelijk teleurgesteld in lijken te zijn:

Feit is dat bijvoorbeeld het percentage vrouwelijke hoogleraren nog steeds rond de tien procent waggelt, vrouwelijke promovendi voortijdig afzwaaien en driekwart van de Nederlandse vrouwen parttime werkt. Hoogopgeleide en ambitieuze vrouwen worden nog steeds overwegend gezien als een curieuze aardigheid en als iets wat de gewone vrouw niet teveel moet imiteren.[3]

Hoewel er tegenwoordig vaak gedacht wordt dat de emancipatie voltooid is, stellen De Beer en Ten Brinke op basis van deze gegevens dat er nog een strijd gestreden moet worden. Opmerkelijk aan deze strijd is dat de beoogde voetsoldaat op Bitches and Barnicles, de feministische blog van De Beer en Ten Brinke, ook als een belangrijke frustrerende factor naar voren komt. Het gaat hier om zogenaamde ‘pluizige meisjes’ en ‘huppelkutjes’ (mijn antifeministische feministen), die gepresenteerd worden als teleurstellende varianten van de moderne vrouw, omdat zij door een onverschillige houding ten opzichte van het feminisme de voortgang van de vrouwenemancipatie in de weg staan. De pluizige meisjes studeren bijvoorbeeld wel, maar zij streven – in plaats van een carrière – ‘een fijne vent, drie blonde kinderen en een parttime baan’ na.[4] De ‘huppelkutjes’ spiegelen zich op hun beurt nog steeds aan het oppervlakkige beeld uitgedragen door de populaire media.[5]

Zodoende wordt de in eerste instantie ambigue definitie van het feminisme 3.0 een stuk beperkter; de mindset van de pluizige vrouw, de mindset die gericht is op een ‘ideaal leven’, wordt immers niet geaccepteerd. Maar zijn deze ogenschijnlijke antifeministen niet evengoed feministen? Als je de mindset van het feminisme zou invullen als de mogelijkheid en de moed om zelf te kiezen – of, om in een Kantiaanse sfeer te blijven, als ‘durf te kiezen’ – dan moet het toch ook mogelijk zijn om te kiezen voor een meer eenvoudig bestaan? Hetgeen ons brengt bij het antifeministische feminisme: de keuzes die vrouwen tegenwoordig maken die misschien niet in het feministische ideaalbeeld van de assertieve carrièrevrouw vallen, maar niettemin het resultaat zijn van één van de doelstellingen van het feminisme, namelijk de vrijheid van vrouwen om zelf te bepalen hoe zij hun leven willen leiden.

Het probleem is nu de vraag in hoeverre deze vrouwen echt zelf bepalen. Het zou kunnen – dat wordt niet te allen tijde duidelijk – dat De Beer en Ten Brinke niet zozeer kritiek hebben op de keuze van vrouwen om een leven bestaande uit een leuke man, kinderen en een parttime baan te prefereren boven een carrière, maar dat zij veronderstellen dat vrouwen deze keuze maken omdat zij zich nog steeds onbewust conformeren aan een door de maatschappij geconstrueerd vrouwbeeld. Dit is natuurlijk mogelijk, maar laten we eerlijk zijn: dit is een veronderstelling en als dit de basis van het feminisme 3.0 is, dan is naar mijn mening ook de onvoltooide emancipatie niet meer dan een veronderstelling.

Gelukkig wordt er op Bitches and Barnicles ook een ander punt aan de kaak gesteld, namelijk dat vrouwen die een academische carrière ambiëren, tegengewerkt worden door het systeem: ‘Benoemingscommissie’s bestaan vaak uit mannen, ze zoeken in hun eigen netwerk en vinden andere mannen voor de functie van hoogleraar. Ze zoeken de weerspiegeling van zichzelf in de potentiële kandidaat.’[6] In tegenstelling tot de betogen over ‘pluizige meisjes’ en ‘huppelkutjes’, is een vaststelling als deze voor mij een gedegen argument voor een derde feministische golf. De vrijheid om te kiezen komt hier namelijk in het geding door een structureel en bovendien bewijsbaar gebrek aan gelijke kansen. Vrouwen die een academische carrière willen en daarvoor over de juiste kwalificaties beschikken, zouden niet ontmoedigd mogen worden door een oneerlijk systeem waardoor zij ten onrechte op een meer middelmatig carrièrepad terecht komen. Als hiervan sprake is, is wat mij betreft een concreet agendapunt van het feminisme 3.0 geformuleerd. Dat gezegd hebbende, vind ik dat het recht van vrouwen op een ‘pluizig leven’ er ook mag wezen.

Renée ten Cate (1986) studeerde Actuele Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, waar zij tevens werkzaam was als student-assistent van dr. Geertje Mak. Momenteel is zij docent Geschiedenis op het Stedelijk Gymnasium Arnhem.


[1] L. de Beer en D. ten Brinke, ‘Wat is feminisme 3.0?’, Volonté Generale n°1 (2012) 26-30, aldaar 27, beschikbaar via: http://www.volontegenerale.nl/post/18791274342/vg02-1 (geraadpleegd op 16 mei 2012).

[2] Ibidem, 30.

[3] Ibidem, 28.

[4] Bitches and Barnicles, Pluizige meisjes (14 augustus 2011), beschikbaar via: http://bitchesandbarnicles.wordpress.com/2011/08/14/pluizige-meisjes/ (geraadpleegd op 16 mei 2012).

[5] Bitches and Barnicles, Rolmodellen (deel 1): Glamourvrouwen (5 september 2011), beschikbaar via: http://bitchesandbarnicles.wordpress.com/2011/09/05/rolmodellen-deel-1-glamourvrouwen/ (geraadpleegd op 16 mei 2012).

[6] Bitches and Barnicles, Het academische slagveld (24 oktober 2011), beschikbaar via http://bitchesandbarnicles.wordpress.com/2011/10/24/het-academische-slagveld/(geraadpleegd op 16 mei 2012).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>