Against Modern Football : de redding van het moderne voetbal

Thomas Roode

In het vorige nummer van Volonté Générale (n°1 2014) is een hevige discussie gevoerd over de combiregeling in het betaalde voetbal. Ook op de website leidde dit tot veel reacties. Thomas Roode pakt deze discussie breder op, en gaat in deze reactie in op de cultuur van het moderne voetbal en de tegenbeweging die overal op de wereld ontstaat op de tribunes.

In het meest recente nummer van Volonté Générale werd het al even aangehaald door Roel Joris en Lisanne Jansen: Against Modern Football.[1]  Zowel de voor- als tegenstander van de combiregeling erkennen het als een valide fenomeen op de stadiontribunes en voetbalkantines. Maar wat is Against Modern Football? In dit artikel betoog ik dat de Against Modern Football-beweging een typisch 21e-eeuwse verzetsgroep is, naar het voorbeeld van de Occupy-beweging.  Bovendien is het een stroming die de redding kan vormen voor een voetbalwereld die op hol is geslagen.

Van lijster naar draak
In het voorjaar van 2010 is de Britse voetbalclub Cardiff City op leven na dood. Ondanks forse investeringen weet de club niet het financiële walhalla van de Premier League te bereiken. Clubs in de hoogste afdeling van het Engelse voetbal krijgen minimaal 48 miljoen euro aan TV-gelden per club, maar in de Championship, de divisie onder de hoogste afdeling, maximaal 3,6 miljoen euro. De genoemde investeringen zijn gedaan met geleend geld dat terugbetaald zou worden door de opbrengsten van een promotie. Nu promotie uitblijft, kampt Cardiff City met een levensgroot probleem. De schulden stapelen zich op en de club dreigt failliet te gaan. Redding komt uit onverwachte hoek: de Maleisische zakenmannen Vincent Tan en Chan Tien Ghee worden de nieuwe eigenaren en pompen miljoenen euro’s in de club. Cardiff City wordt niet alleen van de ondergang gered, maar weet in 2013 zelfs de Premier League te bereiken.

Er zit echter een dikke zwarte rand om dit succes. In een poging de club aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeerders en fans, neemt het bestuur de radicale maatregel om de clubkleuren te veranderen. Uit de populariteit van Arsenal, Manchester United en Liverpool concludeert Tien Ghee dat rood beter verkoopt dan blauw. In de zomer van 2012 maakt het bestuur bekend dat de club niet langer in blauwe shirts, maar voortaan in rode shirts gaat spelen.  Dat zet heel veel kwaad bloed bij de supporters. De club speelt sinds 1908 in blauwe shirts en staat alom bekend als ‘The Bluebirds’.  Sindsdien demonstreren duizenden fans regelmatig voor de terugkeer van de kleur blauw, maar zonder resultaat. De club blijft in het rood spelen. Sterker nog: er zijn plannen om de naam van de club te veranderen naar Cardiff City Dragons.

Cardiff City is een goed voorbeeld waarom Against Modern Football (AMF) is ontstaan als stroming binnen het internationale voetbal. Waar de eigenaren van voetbalclubs in het verleden excentrieke lokale zakenmannen waren, die uit liefde voor de club hun geld spendeerden aan nieuwe spelers, zijn de eigenaars veranderd in tycoons die zonder veel binding te hebben met de club, haar enkel gebruiken als statussymbool of investeringsmogelijkheid. Het is de uitbreiding van de economische rationaliteit naar de emotionele wereld van het voetbal die de ontstaansgrond vormt voor de AMF. Fans worden consumenten en voetbalclubs worden bedrijven.

Het is deze ontwikkeling waar AMF tegen ageert. De economisering treft voetbalclubs namelijk in het hart. Zoals we hebben gezien bij Cardiff City, kan de poging om de club als een bedrijf te leiden een volledige vernietiging van het culturele erfgoed betekenen. Op elk niveau vindt deze ontwikkeling plaats. Kleine clubs zien dat de groten der aarde succes hebben door deze bedrijfsmatige manier van werken en proberen deze te imiteren. Dit leidt in veel gevallen tot schulden en een grote afstand tot het gewilde succes. De fans van HFC Haarlem, AGOVV Apeldoorn, RBC Roosendaal en BV Veendam kunnen hier over meepraten.

AMF is geen verschijnsel dat alleen plaatsvindt in de supportersgroepen van de grote clubs. Het is een stroming die zich laat gelden in het hele spectrum van voetbalclubs: groot, klein, arm en rijk. AMF is een reeks ideeën en kritiekpunten die leidt tot lokale organisaties. De vergelijking met de Occupy-beweging is snel gemaakt en zeer passend. De simpele, en dus effectieve, slogan ‘WE ARE THE 99%’ inspireerde talloze mensen om in hun eigen plaats protesten te organiseren. Verenigd in dezelfde onvrede zetten demonstranten tentenkampen op in het Zuccotti Park in New York, maar bijvoorbeeld ook op het Willemsplein in Arnhem. Van een internationale organisatie was echter geen sprake. AMF volgt in grote lijnen dezelfde structuur. De commercialisering van het voetbal zorgt voor lokale organisaties die deze ontwikkeling willen tegen gaan bij hun club. Afhankelijk van de situatie bij de club, kan dit andere vormen aannemen. De ene groep wil het oude logo terug (Ajax), de andere groep wil zich ontdoen van een gehate eigenaar (Manchester United) en de volgende groep wil de oude clubkleuren terug (Cardiff City). Verschillende doelstellingen die allemaal voortkomen uit een gedeelde visie over hoe de voetbalwereld eruit zou moeten zien.

Dromen van vroeger
Tegenstanders van AMF schilderen de beweging af als reactionair en nostalgisch. Men streeft naar een verleden dat nooit meer zal terug keren. Door de nadruk te leggen op ‘onbelangrijke zaken’ als een logo of clubkleuren, houden ze de ontwikkeling van het voetbal tegen. In deze paragraaf zal ik aan de hand van enkele voorbeelden aantonen dat de AMF-beweging geen rem vormt op de ontwikkeling van het voetbal, maar juist een rem vormt op de zelfvernietiging van het voetbal.

Manchester United
In mei 2005 neemt de Glazer familie één van de grootste voetbalclubs ter wereld over: Manchester United. De Amerikaanse familie heeft miljarden verdiend door te investeren in sectoren zoals voeding, olie en gezondheidszorg. De familie wil graag verder uitbreiden. In twee jaar tijd koopt Malcolm Glazer de aandelen van de club tot hij volledige controle heeft. Op het eerste oog is er niets aan de hand. In die tijd werd Chelsea op een zelfde manier gekocht door Roman Abramovitsj. Maar er schuilt meer achter. Kort na de overname komt de lelijke waarheid naar boven: Manchester United is grotendeels gekocht met geleend geld en wordt nu opgezadeld met 325 miljoen euro aan schuld. Het optimisme bij de fans wordt snel gevolgd door de bittere realisatie dat de club in één klap van een gezonde financiële club is verworden tot een club met een van de grootste schuldenlasten in Europa.

Malága C.F.
Door de snelle opkomst van subtoppers als Manchester City en Paris Saint-Germain is de komst van een Arabische eigenaar bij voorbaat al aanleiding tot grote vreugde bij supporters. Dat was ook het geval bij de supporters van de Spaanse club Malága CF. In juni 2010 werd de club gekocht door Sjeik Abdullah bin Nasser bin Abdullah Al Ahmed Al Thani. De hoop en vreugde van de fans worden bevestigd door de komst van gerenommeerde Europese sterren zoals Ruud van Nistelrooy, Santi Cazorla en Jérémy Toulalan. De versterkingen leiden tot een historische vierde plek en deelname aan de Champions League. In dat toernooi wordt de club in de kwartfinale op het nippertje uitgeschakeld door de latere finalist Borussia Dortmund. Een nieuwe Europese topclub lijkt geboren. Tot Al Thani om onverklaarbare redenen ineens de geldkraan dicht draait. Zo snel als ze gekomen zijn, vertrekken de dure sterren weer naar andere clubs. De snel verslechterende financiële situatie van de club leidt ertoe dat de UEFA de beslissing neemt om de club te diskwalificeren van deelname aan Europees voetbal. Erg veel gevolgen heeft de beslissing niet: de club is afgezakt naar de middenmoot en maakt geen enkele kans op kwalificatie voor Europees voetbal. Naar de beweegredenen van Al Thani om zijn geld terug te trekken, kan slechts gegist worden. De eigenaar heeft niet de moeite genomen zijn beslissing toe te lichten richting de fans. Bronnen binnen de club geven echter aan dat de overname van Malága onderdeel was van een breder project waarbij er een vakantieresort moest ontstaan aan de Costa del Sol met een luxe hotel en een jachthaven. De Spaanse autoriteiten waren echter niet zo happig op deze investeringen en de plannen werden afgeblazen. Malága werd hierdoor een verliesgevende post voor Al Thani en de zakenman verloor elke interesse. Sindsdien staat de club te koop en blijft het verstoken van  elke betekenisvolle investering in de spelersgroep.

Vitesse
Dichter bij huis is Vitesse het schoolvoorbeeld van hoe een overname van een club kan leiden tot onrust in plaats van succes. In augustus 2010 werd de Arnhemse club gekocht door de Georgische zakenman Merab Jordania, met de Russische zakenman Alexander Tsjigirinski als geldschieter. Jordania belooft de fans binnen drie jaar kampioen te worden. Maar vanaf het begin af aan wordt gefluisterd dat de werkelijke kracht achter de overname niemand minder dan Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj zelf is. Deze geruchten worden versterkt door het legioen van Chelsea-huurlingen dat in Arnhem arriveert. Vanaf de overname in 2010 speelden maar liefst twaalf contractspelers van Chelsea op huurbasis voor Vitesse. Van enige continuïteit of het opbouwen van een spelersgroep is geen sprake meer. Bovendien blijkt Chelsea een stevige vinger in de pap te hebben bij het verkopen van spelers. Marco van Ginkel is een van de meest talentvolle spelers bij Vitesse. In de zomer van 2013 wordt hij begeerd door zowel Ajax als VfL Wolfsburg. Ajax biedt 9 miljoen euro, VfL Wolfsburg zelfs 15. Het is echter Chelsea die aan de haal gaat met de speler. Voor 8,5 miljoen euro. Onder druk van Chelsea loopt Vitesse miljoenen mis. Daar komen de recente beschuldigingen van Jordania nog bij. De Georgiër werd in oktober 2013 als voorzitter vervangen door Tsjigirinski. Onlangs gaf hij een reeks interviews waarin hij claimt dat Vitesse van Chelsea geen kampioen mag worden, omdat de UEFA dan onderzoek zou gaan doen naar de banden tussen de twee clubs. Hoewel deze beschuldiging ontkent wordt door zowel Vitesse als Chelsea, vindt de KNVB de uitspraken van Jordania dermate ernstig dat er een officieel onderzoek wordt gestart.

Bovenstaande voorbeelden laten zien dat de commercialisering  van het voetbal grootschalige nadelige gevolgen heeft. Natuurlijk zijn er succesverhalen zoals Chelsea en Manchester City, en Manchester United heeft sportief weinig last gehad van de enorme schuldenlast. Maar de dreiging van een vertrek van de geldschieter is alom aanwezig. De clubs die de rijke Russen en Arabieren hebben gekocht, bestonden lang voor hun geboorte en zullen lang na hun overlijden blijven bestaan. Ook is de club in grote mate afhankelijk van de financiële prestaties van de eigenaar. In 2007 werd Manchester City gekocht door de Thaise premier en zakenman Thaksin Shinawatra. Er werd 54 miljoen euro uitgegeven aan nieuwe spelers, maar de nieuwe situatie duurde niet lang. Binnen een jaar werden de tegoeden van Shinawatra bevroren door de nieuwe machthebbers in Thailand en stond Manchester City in één klap op de rand van een faillissement. Gelukkig voor de club kan er een nieuwe eigenaar worden gevonden, maar de garantie hiervoor bestaat niet. Clubs ruilen stabiliteit op de lange termijn in voor succes op de korte termijn. Dit is een zeer gevaarlijke strategie die in enkele gevallen geleid heeft tot de ondergang van een voetbalclub.

 Alle macht aan de fans!

But what else can we do when we’re so weak? We invest hours each day, months each year, years each lifetime in something over which we have no control.[2]

 Tussen al dit gegoochel met miljoenen lijkt er geen plaats voor de supporters. Toch zijn er genoeg clubs waarbij de supporters een zware stem hebben in het bestuur van de club. Het bekendste voorbeeld is AFC Wimbledon. Na de ramp in het Hillsborough stadion waarbij 96 fans het leven lieten, werden Engelse clubs op het hoogste niveau verplicht in stadions met enkel zitplaatsen te spelen. Voor Wimbledon FC was dit een groot probleem. Hun stadion bestond voornamelijk uit staanplaatsen en geld voor een nieuw stadion was er niet. Na 12 jaar het stadion gedeeld te hebben met Crystal Palace, besloot de club te verhuizen naar het plaatsje Milton Keynes, 90 km naar het noorden. Voor de fans van Wimbledon FC was dit een absolute ramp en zij besloten hun eigen club op te richten, AFC Wimbledon.

De structuur van deze nieuwe club is vrijwel uniek in het moderne voetbal: de club is het eigendom van The Dons Trust, een verzameling fans die met elkaar hebben afgesproken minimaal 75% van de aandelen in eigen bezit te houden. De directieleden van de club worden gekozen door de supporters. Elke maand komt het Trust bij elkaar om te beslissen over strategische kwesties, zonder voor de voeten van de directie te lopen. Er is geen sprake van een old boys network dat zonder inspraak van de fans van functie wisselt, geen bobo’s die elkaar baantjes gunnen en geen ondoorzichtige financiële constructies die het voortbestaan van de club in gevaar brengen. De aanpak van AFC Wimbledon is zeer succesvol. Financieel is het de gezondste club van de League Two (het vierde niveau in Engeland) en op het veld zijn de prestaties prima. Sinds haar oprichting in 2002 is de club in elf jaar tijd opgeklommen van het negende niveau naar het vierde niveau van de Engelse voetballadder. Dat zijn vijf promoties in elf jaar, een aantal dat weinig clubs halen.

AFC Wimbledon is een voorbeeld voor veel clubs. Vrijwel iedere club in Engeland kent een dergelijke Supporters’ Trust dat tot doel heeft macht en invloed te winnen bij hun geliefde club. Gelet op de marktwaardes van clubs zoals Manchester United (2,4 miljard euro) is een daadwerkelijke overname nog ver weg. De vraag die zich opdringt is waarom de fans schijnbaar het recht op invloed hebben. Iemand die een iPad koopt heeft toch ook geen recht op invloed bij Apple? De band tussen fan en club verschilt flink met de band tussen consument en merk. Voor de consument is er een alternatief. Hij kan altijd een Samsung Galaxy Tab kopen. Een fan kan moeilijk overstappen op een andere club. Sommige supporters zijn van kleins af aan  opgegroeid met de club en emotioneel sterk verbonden met het wel en wee van ‘hun’ club. Het is deze emotionele betrokkenheid die hen het recht geeft op invloed bij de club.

Maar meer nog dan dat, garandeert het eigenaarschap van supporters het voortbestaan van de club op lange termijn. 45 Jaar voor de geboorte van de huidige eigenaar Malcolm Glazer keken de eerste fans al toe hoe Manchester United (toen nog Newton Heath LYR FC geheten) tegen een bal trapte. Fans zijn in een voetbalwereld vol passanten (trainers, directieleden, eigenaren) de enige constante. Waar een eigenaar nog altijd de club kan verkopen, zijn de fans er bij gebaat om de club niet in gevaar te brengen. Hun passie en betrokkenheid garanderen dat de club zal blijven voortbestaan. De Supporters’ Trusts zijn de georganiseerde vorm van de Against Modern Football stroming. Alleen deze organisaties kunnen een voetbalwereld die op hol geslagen is weer tot zinnen brengen. Ironisch genoeg is de Against Modern Football beweging de enige redding voor het moderne voetbal.

Thomas Roode (1987) is journalist en politiek theoreticus. Daarnaast is hij voetballiefhebber.


[1] R. Joris, ‘Normalisatie is het toverwoord’ Volonté Générale n˚1 (2014) 6-9; L. Jansen ‘Verplicht gecombineerd vervoer voor voetbalsupporters: een goede zaak?’ Volonté Générale n˚1 (2014) 10-12.

[2] N. Hornby, Fever Pitch (Londen 1992).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>