Van auto-industrie tot operatietafel: de opmars van de robotica

Interview met Ruud van der Aalst

Ruud van der Aalst (1984) is werktuigbouwkundig ingenieur en ondernemer. Na zijn studie Werktuigbouwkunde aan de TU/Eindhoven, was hij als ingenieur betrokken bij robotica t.b.v. minimale invasieve chirurgie. In een latere fase was hij mede-verantwoordelijk voor de start van een nieuwe onderneming betrekking hebbende op de eerder ontwikkelde robotische technologieën. Nu heeft hij een eigen bedrijf opgestart dat zich richt op het vermarkten van social robotics. Hij houdt zich daarbij dagelijks bezig met het in de praktijk brengen van zijn technische kennis op het gebied van robotica. Volonté Générale vroeg hem naar de mogelijkheden van deze nieuwe ontwikkelingen, het maatschappelijk nut en de voor- en nadelen ervan, alsook de ethische kanttekeningen die erbij geplaatst kunnen worden.

Niet veel lezers zullen duidelijk voor ogen hebben wat er precies wordt bedoeld met robotica. Kunt u uitleggen wat het inhoudt en hoe het onderzoeksveld zich heeft ontwikkeld?
Robotica betreft een gebied dat vele verschillende technische disciplines samenbrengt om een robot vervaardigen. Ik noem het dan ook bewust geen vakgebied omdat allerlei technische disciplines noodzakelijk zijn om een volwaardige robot te kunnen produceren. Zo kent robotica bijvoorbeeld raakvlakken met  mechanica, elektronica, software, regeltechniek  et cetera. Het begrip ‘robot’ is van toepassing op de bekende industriële robots, maar ook op de automatische stofzuigrobots of zelfs bepaalde chirurgische apparatuur. Generaliserend zou ik stellen dat ieder elektronisch-mechanische machine in het bezit van enige vorm van intelligentie middels software en elektronica als robot kan worden aangemerkt.

De term ‘robot’ is voor het eerst gebruikt in een toneelstuk van de Tsjechische schrijver Karel Capek en heeft later meer bekendheid gekregen door het gebruik van het woord in de science fiction-verhalen van Isaac Asimov. Echter, in deze context werd het woord ‘robot’ gebruikt om ‘mechanische slaven’ te benoemen. Asimov benoemt eigenlijk al het aspect dat tot nu toe velen in de robotica heeft beziggehouden, namelijk de angst dat robots zich tegen de mens zullen keren. Hier is echter geen sprake van en de vraag is of zoiets in de toekomst daadwerkelijk zal gaan gebeuren. De meeste mensen zullen robots voornamelijk uit de industrie kennen, zoals de autofabrieken waar ze aan de lopende banden staan. Dat is overigens een ander schrikbeeld dat sommige mensen bezig houdt: robots die arbeiders overbodig maken.

Zijn de angsten die mensen hebben omtrent robots niet terecht?
Er wordt ten onrechte gedacht dat werkgelegenheid in gevaar komt als gevolg van robots. Het is namelijk zo dat de robot inderdaad sneller en beter doet wat eerst één of meerdere personen met de hand deden, maar daar staat tegenover dat deze robots ook ontwikkeld, geïmplementeerd, onderhouden, et cetera moeten worden. Hiervoor zijn toch echt nog steeds mensen nodig. Het is gebleken dat het niveau wat aan de menselijke medewerker wordt gevraagd daardoor stijgt, maar niet dat de werkgelegenheid afneemt. Daar staat tegenover dat de efficiëntie van verzette arbeid per menselijke medewerker op deze manier, dus met inzet van robots, toeneemt.

Uiteraard zullen er altijd mensen zijn die de huidige snelle ontwikkelingen van robotica met argusogen volgen, maar dit is mijns inziens ten onrechte. Bill Gates maakte in 2006 al het statement dat de robotica nu is waar computers 30 jaar geleden waren. Weinigen kunnen zich nu voorstellen dat er straks in ieder huishouden één of twee robots aanwezig zullen zijn. Toch ligt dit erg voor de hand. Er zijn op dit moment veel technische ontwikkelingen die robotica snel dichterbij het alledaagse leven brengen. Als gevolg hiervan zullen de hoge kosten van de benodigde complexe technologie snel verminderen. We kunnen dus maar beter vast wennen aan het idee, en de aandacht richten op de eindeloze mogelijkheden die het met zich mee brengt. Deze verschillende toepassingen kunnen ook echt een waardevolle bijdrage leveren aan onze maatschappij, zeker nu de transitie van de robotica van de industrie naar de huiskamer in volle gang is.

U stelt dat het een waardevolle bijdrage kan leveren aan onze maatschappij, maar wat moeten we ons hierbij voorstellen?
De ontwikkeling van de robotica raakt alle lagen van de bevolking, zeker nu het ook buiten de industrie in opkomst is. Zo kun je denken aan de mogelijkheid om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen door robotische ondersteuning. Of de mogelijkheid van veel geavanceerde chirurgische ingrepen met minder letsel zodat patiënten effectiever behandeld kunnen worden en eerder weer snel op de been zijn. Maar denk ook aan robotische hulp in gebieden die vanwege omstandigheden voor mensen ontoegankelijk zijn, zoals radioactieve gebieden, ingestorte gebouwen, bosbranden en andere rampgebieden. In al deze gevallen geldt dat een robot niet geheel alleen zijn bijdrage levert, maar dit doet in samenwerking met mensen.

Kunt u een voorbeeld geven van een huidig maatschappelijk probleem in Nederland, waarbij de robotica voor oplossingen zou kunnen zorgen?
De vergrijzing is voor veel samenlevingen een groot probleem, met name vanwege de sterk groeiende kosten voor de zorg. Robotica zou daar een zeer goede bijdrage kunnen leveren in de vorm van ‘service robots’, die bijvoorbeeld drankjes in een ziekenhuis rondbrengen of in het huishouden ondersteuning verlenen waardoor mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen.

Willen mensen wel worden geholpen door robots? Is een groot deel van de zorg voor ouderen niet vooral het contact tussen hen en de verzorgers?
Natuurlijk kan robotica het menselijke contact in de zorg niet vervangen. Dat moeten we denk ik ook niet willen. Er zijn echter wel veel repetitieve klussen te bedenken die een robot prima kan doen en daarmee de werkdruk van verplegend personeel kan verminderen. Dit laatste zou vervolgens weer kunnen leiden tot meer tijd voor persoonlijk contact met de patiënten.

U sprak ook over toepassingen van robotica in de chirurgie, gebeurt dat nu al? En wat moeten wij ons daarbij voorstellen?
Chirurgie is een goed voorbeeld waarin de voordelen van robotica duidelijk naar voren komen. Ten eerste omdat robotica vele menselijke beperkingen kan opheffen. Denk aan een operatie waarbij de robot daadwerkelijk opereert, maar bestuurd wordt door een arts. In dit geval zou de robot de trillingen van de handen van de arts kunnen filteren. Daardoor is het mogelijk om nauwkeuriger te opereren. Ook is het mogelijk bepaalde inwendige, kwetsbare gebieden automatisch te vermijden, door keurig volgens een vooraf bedachte route het lichaam in te gaan. Wereldwijd zijn er veel onderzoeken die aandacht besteden aan de ontwikkeling van robotica in de chirurgie. Daar worden mooie initiatieven uitgewerkt tot eerste concepten. In veel gevallen stopt het uitvoeringsproces en dat is jammer. Initiatieven verdwijnen weer net zo snel als dat ze ter wereld kwamen. Dit zorgt voor een rem op de ontwikkeling.

De stap om te komen van concept tot volwaardige marktintroductie blijft doorgaans achterwege. Dit heeft volgens mij te maken met het feit dat  het hier om een hele moeilijke sector gaat, want  startende ondernemingen moeten daar over een lange adem beschikken in zowel tijd als financiële middelen. Dit laatste is onder meer het gevolg van zware concurrentie: grote spelers smoren nieuwe initiatieven in de kiem. Een voorbeeld hiervan is het sterke en agressieve marktmonopolie van het Amerikaanse Intuitive Surgical. Enorme financiële middelen zijn gemoeid met de research en development van deze zeer complexe technologie en de daaraan gekoppelde medische zogenaamde trials ter verificatie.

Ik geloof echter dat het een niet te stoppen trend is die je ook niet zou moeten willen stoppen, omdat het uiteindelijk vele medische ingrepen mogelijk maakt waar voorheen niemand van durfde te dromen. In mijn eerste baan heb ik bijvoorbeeld gewerkt aan een robot voor minimale invasieve chirurgie. Hierbij ging het om een zogenaamd ‘master-slave-systeem’: de chirurg bediende de robot met behulp van een soort joysticks. Hierdoor konden de problemen die ik net beschreef, zoals trillende handen en beperkte menselijke precisie, worden omzeild. Dit was een zeer interessante case om aan te werken omdat het echt state-of-the-art technologie betrof die, ondanks de complexiteit ervan, op het punt staat om door te breken.

Hoe staan chirurgen zelf tegenover deze nieuwe methoden?
Er worden wereldwijd al veel operaties gedaan met behulp van robots. Zo is er het bekende Da Vinci systeem dat al in meer dan tien Nederlandse ziekenhuizen wordt gebruikt voor met name prostaatverwijderingen. De ontwikkeling van chirurgische robotica kan eigenlijk niet plaatsvinden zonder nauwe samenwerking met mensen uit het chirurgische vakgebied. Er is dus intensief contact om de wensen van de mensen en mogelijkheden van de robotica in evenwicht te krijgen en zo tot de beste concepten te komen. De meeste chirurgen zijn dan ook graag bereidt om van gedachten te wisselen over dergelijke kwesties. Dit wordt vooral gedaan door middel van interviews en adviescommissies.

Ik denk zeker niet dat artsen zich bedreigd voelen door robots, omdat de arts zelf niet wordt vervangen. Dit soort robots zijn een verlengstuk van de arts: een zeer geavanceerd operatie-instrument. Het is op dit moment nog ondenkbaar dat een robot onafhankelijk van de arts zou kunnen functioneren.

Zijn deze ontwikkelingen in de robotica vooral een Westerse aangelegenheid of zijn ze bijvoorbeeld in Azië met dezelfde zaken bezig?
Robotica is iets wat over de gehele wereld intensief wordt beoefend. Dat komt met name omdat het zo’n breed onderzoeksgebied is. Japanners richten zich bijvoorbeeld sterk op de ontwikkeling van menselijke robots, de Amerikanen op bom-ontmantelingsrobots en de Europeanen op zelfstandig rijdende voertuigen, maar dan heb ik het vooral over wat er binnen wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan. Alle subdisciplines van de robotica worden praktisch over de gehele wereld beoefend. De meeste geografische gebieden zetten economisch in op robotica omdat niemand deze boot wil missen. Iedereen hoopt het wereldwijde centrum van robotica te worden, een nieuw Sillicon Valley.

Wat me tijdens mijn stage in Singapore wel direct opviel was de houding tegenover technologie, die sterk verschilde met wat ik gewend was in Nederland. Ik denk dat technologie in onze Westerse maatschappij sterk ondergewaardeerd wordt; in Azië wordt technologische innovatie veel meer bewonderd en daardoor zijn zij mijn inziens in staat veel sneller progressie op innovatieve gebieden te boeken. Zonder technologie op een voetstuk te willen plaatsen, betreur ik het dat velen in het Westen de technologische innovaties waar ze dagelijks mee in aanraking komen als vanzelfsprekend ervaren, zonder te weten dat daarvoor heel wat ingenieurs uren hebben liggen zwoegen en dat het alles behalve als vanzelfsprekend mag worden beschouwd.

Wat is er dan zo kwalijk aan die onderwaardering van technologie? Waarom zou die waardering er ook in het Westen moeten zijn?
Technologie is de drijvende kracht achter welvaart en vooruitgang. In mindere tijden zoals de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog of de waterwerken na de Watersnoodramp, zijn het de ingenieurs die het vernuft inbrengen om nieuwe welvaart te creëren. In betere tijden wordt dit als vanzelfsprekend beschouwd, terwijl technologische kennisvalorisatie een zeer essentieel radertje, misschien zelfs de basis, is om de economie draaiende te houden. Daar zou volgens mij meer waardering voor mogen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>