Nadenken en politiek bedrijven

Interview met Niels Spierings

Niels Spierings (1983) is een gedreven wetenschapper en docent, verbonden aan de Faculteit der Managementwetenschappen van Radboud Universiteit te Nijmegen. Als docent geeft hij met name cursussen over politicologische methoden van onderzoek. In zijn onderzoek richt Spierings zich op ongelijkheid en de positie van (minderheids)groepen binnen verschillende samenlevingen. Volonté Générale sprak met hem over zijn loopbaan en zijn drijfveren.

Naast uw werk op de universiteit als onderzoeker en docent heeft u vaak meerdere (bestuurs)functies gehad, zo bent u nog verbonden aan het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies en Stichting Beheer Homohuis Nijmegen. Valt dit te verenigen met uw werk en heeft u nog wel vrije tijd over?
Het is een kwestie van plannen. Ik reken het studenten wel eens voor: er zitten 168 uur in een week en in die uren kun je best veel doen. Het is af en toe best druk, dat geef ik toe. Een voordeel is dat ik mijn tijd zelf kan indelen. Als onderzoeker is het mogelijk om flexibel met mijn tijd om te gaan. Hierdoor is het mogelijk om soms de universiteit eerder te verlaten voor iets anders.

Daarnaast zijn de extra functies niet altijd tijdrovend. Voor het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies vergaderen we eens per paar maanden en organiseren we af en toe een activiteit. Het maken van de jaarrekening is het meeste werk, maar dat kan, weten we inmiddels, ook met een laptop in de kroeg. De functie van voorzitter van het Stichting Beheer Homohuis Nijmegen kostte me meer tijd. De reden hiervoor is dat het traject van bezuinigingen, ontslagen en de verkoop van het pand Villa Lila niet gemakkelijk ging. Dit laatste was het LGBT-huis (Lesbians, Gays, Bisexuals, Transgenders, red.) in Nijmegen, waarin COC Nijmegen, DITO! (homojongerenorganisatie, red.), het Lesbisch Archief Nijmegen en andere kleine groepen gehuisvest waren. De verkoop van Villa Lila kostte me soms 20 tot 30 uur per week met tal van overleggen, conflicten en praktisch geregel.

Ook tijdens uw studententijd heeft u veel extracurriculaire activiteiten uitgevoerd, zoals vrijwilligerswerk, bestuurswerk bij de studievereniging en het volgen extra vakken. Ondanks dit drukke programma bent u cum laude afgestudeerd. Waar haalde u de motivatie en energie vandaan?
Ik kan slecht stilzitten. Hierdoor wil ik de tijd die ik over heb, benutten om iets extra’s te doen. Op het moment dat ik merkte dat ik weer ruimte had in mijn agenda, wilde ik meteen iets inplannen. Tijdens mijn studie resulteerde dit in verschillende activiteiten.

Maar de activiteiten waren zeer verschillend van aard.
Voor mijn gevoel passen ze allemaal in een groter kader. Alles wat ik doe en heb gedaan, heeft iets te maken met diversiteit, emancipatie en het opkomen voor zwakkeren of uitgesloten groepen. Het bestuur van een studievereniging valt hier misschien niet direct onder, maar het feit dat ik Politicologie heb gestudeerd en me gespecialiseerd heb in genderissues valt wel te verenigen met het eerdergenoemde kader.

Ik kan er slecht tegen als mensen niet respectvol worden behandeld. Daarnaast vind ik dat je zelf actie moet ondernemen als je iets nastreeft. Mijn bijdrage is echter onderdeel van een groter proces. Dit is geen gestructureerde beweging, want er zijn vele los van elkaar functionerende organisaties bij betrokken. Deze groepen zijn allemaal op een andere manier bezig met het verbeteren van de positie van vrouwen, LGBT’s of vluchtelingen. Dit verbindt deze groepen en maakt het tot een grotere beweging.

Door mijn activiteiten binnen dit grotere fenomeen zal ik niet direct invloed uitoefenen op het regeringsbeleid, maar hopelijk help ik hierdoor mensen of inspireert het anderen om zich ook in te zetten. Op deze manier wil ik zin geven aan mijn tijd en leven.

Heeft u geen spijt voor uw keuze voor Politicologie? Had u niet liever Genderstudies willen studeren?
Los van het punt dat je in Nijmegen helaas geen bachelor- of masteropleiding Genderstudies kunt volgen, wel masters aan andere universiteiten, doe ik niet aan spijt. Ik heb gedaan wat ik heb gedaan en ik ben blij met de opleiding die ik heb gevolgd. Politicologie is een mooie opleiding waar je veel leert over de dingen waar ik dol op ben: methoden van onderzoek; ongelijkheidsvraagstukken; en vraagstukken van participatie en beleid. Dit zou ik bij een andere studie niet geleerd hebben.

Wanneer raakte u voor het onderzoek geïnteresseerd? Was dat al voor dat u in het collegejaar 2004/2005 student-assistent werd?
Professor Mieke Verloo, een van de meest slimme en inspirerende personen die ik ken, vroeg in het derde jaar van mijn studie of ik mee wilde werken aan een aantal projecten, waaronder het in kaart brengen van emancipatieorganisaties binnen ministeries van verschillende landen. Ik vond het een interessant onderwerp en ik deed dat graag.

Voor dat moment had ik er niet over nagedacht of ik de wetenschap in wilde of wat ik überhaupt na mijn studie wilde doen. Het was al vrij bijzonder dat ik ging studeren aan een universiteit, aangezien ik niet uit een academisch milieu kom. Ik wist tijdens de eerste jaren van mijn studie niet wat ‘promoveren’ inhield. Door het student-assistentschap kwam ik meer in aanraking met het doen van onderzoek als werk. Dit bleef ik fascinerend vinden, waardoor ik uiteindelijk ben gaan promoveren.

Na uw student-assistentschap werd u onderzoeksmedewerker, junioronderzoeker en promovendus. Wat is het verschil tussen deze functies en volgen zij elkaar logisch op?
In mijn geval wel. Er was niet voldoende geld beschikbaar om mij direct te laten promoveren. Wel was er wat geld over uit een onderzoeksbudget, waardoor ik na mijn afstuderen als onderzoeksmedewerker aan de universiteit kon blijven werken en een nieuwe onderzoeksaanvraag kon schrijven.

In 2006 werd er binnen de faculteit der Managementwetenschappen een nieuw fonds opgericht, het Witte Raven Fonds. Uit dit fonds konden veelbelovende jonge wetenschappers betaald worden. Ik kreeg op basis hiervan een aanstelling voor twee jaar als junioronderzoeker. In deze twee jaar kreeg ik opnieuw de mogelijkheid om een aanvraag voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) te schrijven. Deze aanvraag werd gehonoreerd en sinds 2008 ben ik promovendus. Het is een bizarre mix geweest, waarin veel dingen door elkaar lopen: naast heel veel les geven, schreef ik artikelen, een onderzoeksaanvraag en werkte ik aan mijn proefschrift.

Wanneer hoopt u uw promotie af te ronden?
Mijn contract loopt tot augustus 2013, maar ik denk dat ik eerder zal promoveren. Op dit moment heb ik negen van de elf hoofdstukken geschreven en de opzet voor de laatste twee is al grotendeels klaar. Aan het eind van dit jaar lever ik het hopelijk in bij mijn begeleiders. Zij lezen het door en zullen suggesties geven ter verbetering. In 2012 hoop ik de definitieve versie in te leveren.

Wat is het onderwerp van uw proefschrift en op welke bronnen baseert u zich?
In één zin gaat het over de vraag: Waarom welke vrouwen wel of niet betaalde, niet-agrarische arbeid verrichten in moslimlanden? Vaak wordt er maar één factor aangewezen als verklaring voor een lage arbeidsparticipatie van vrouwen: de Islam. Ik laat zien dat er een grote diversiteit bestaat onder en in Moslimlanden betreffende de arbeidsparticipatie van vrouwen. Er zijn veel meer factoren die een rol spelen, zoals onderwijs, gezinssamenstelling en de invloed van de Islam op normen of de wetgeving.

Ik maak met name gebruik van Demographic and Health Surveys  en het Pan-Arab Project for Family Health. De surveys zijn gigantische datasets die zich vooral richten op gezondheidsvraagstukken, maar die ook veel sociaal-economische informatie bevatten. De datasets van het Pan-Arabische project bevatten veel resultaten van enquêtes die gehouden zijn door verschillende groepen in de landen zelf. Op basis van deze datasets voer ik mijn onderzoek uit.

Ik doe zelf geen fieldwork. Ik maak wel gebruik van antropologisch onderzoek en vind dit ook zeer interessant om te lezen, maar de vragen die ik wil beantwoorden zijn meer generaliserend: ze gaan over algemene verbanden. Deze vragen zijn zonder veldwerk te beantwoorden. Daarnaast is het niet mogelijk om al het onderzoek zelf te doen. Ik zou dat graag willen, maar het kost te veel tijd en geld om op deze schaal fieldwork te doen.

Uw onderzoek is kwantitatief van aard. Ziet u uzelf als een puur kwantitatief onderzoeker?
Nee, hoewel veel mensen dat wel zullen denken. Ik doe nu zelf voornamelijk kwantitatief onderzoek, daar heb ik een comparatief voordeel in. Ik geef er tevens les in en ik vind het leuk. Echter, ik ben ook gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek en feministisch onderzoek. Omdat ik het meest bezig ben met kwantitatief onderzoek komen er vaak vanuit een dataset nieuwe vragen bij mij op die aansluiten bij mijn kwantitatieve vaardigheden. Daarnaast zijn er op de afdeling Politicologie weinig onderzoekers die voornamelijk met kwantitatief onderzoek bezighouden. Aan het begin van mijn carrière zochten ze iemand die iets met gender, ongelijkheid én cijfers had, vandaar dat ze bij mij terecht kwamen.

In mijn proefschrift combineer ik statistisch met feministisch onderzoek. Door deze combinatie onderscheidt mijn onderzoek zich van andere kwantitatieve onderzoeken. Ik ben bijvoorbeeld goed thuis in de debatten over sociaal wenselijke antwoorden en wat de bewijslast is van bepaalde statistische analyses. Door dit te combineren krijg je een ander beeld dan als je louter number-crunching statistisch onderzoek zou doen.

Vindt u het ook interessanter om methodologische vakken te geven dan inhoudelijke?
Het maakt me niet zoveel uit. Inhoudelijke vakken zijn interessant om te geven. Echter, in mijn inhoudelijke colleges zal ik altijd ook methodologie behandelen. Je kunt onderzoek van anderen alleen maar beoordelen door te kijken naar de methodologie die ze gebruiken: de definities, de concepten, causale mechanismen, de theorie, enzovoorts. Maar collegegeven over methodologie is ook leuk: het is niet voor niets mijn specialisme. Iedereen denkt aan het begin dat er niet veel aan is; het is dan voor mij dan een uitdaging om te laten zien dat het ontzettend leuk en interessant is, onder andere omdat het een hoog abstractieniveau heeft. Het is nuttig en draagt bij aan ontwikkelen van een kritische houding.

Heeft u zelf inspraak bij de verdeling van vakken of wordt dit vanuit hoger hand bepaald?
Het gaat in harmonie. Er wordt gekeken waar je geschikt voor bent en wat je zelf interessant vindt en daar wordt rekening mee gehouden. Echter, uiteindelijk hakt degene die het totaalpakket aan onderwijs voor zich heeft liggen de knoop door. Er zijn relatief weinig mensen voor het aantal uren dat er onderwijs gegeven moet worden, dus er moeten soms compromissen gesloten worden. Gelukkig is mijn specialisme een soort van niche, hierdoor mag ik vaak doen wat ik het allerleukst vind.

Promovendi zien het vaak als een plicht of een noodzakelijk kwaad dat ze college moeten geven. Bij u is dat duidelijk niet het geval, u heeft zelfs een prijs gewonnen voor Jonge Docent van het Jaar in 2010. Wat zijn uw kwaliteiten als docent?
Ik ben jong en enthousiast. Ik vind college geven leuk en dat straalt er vanaf denk ik. Daarnaast gebruik ik voorbeelden uit de actualiteit of het alledaagse leven, ik kan me nog enigszins verplaatsen in studenten. Het zijn voorbeelden waar mensen iets mee kunnen, die dingen verduidelijken, hierdoor wordt mijn uitleg helder. Deze factoren spreken studenten aan, denk ik. Uiteraard spelen er ook nog kans- en toevalsfactoren mee: mensen vinden mij als docent wel leuk en daardoor worden de ratings vanzelf hoger.

Ziet u uzelf in de eerste plaats als wetenschapper of docent?
In de eerste plaats zie ik mezelf als mens, maar om terug te komen op de vraag: ik zou geen van beide kwijt willen. Ik ben heel blij dat ik onderwijs ben gaan geven. Onderwijs breekt je werk. Vijf dagen lang op een kantoor zitten, daar word ik moe van. Hetzelfde geldt voor het onderwijs. Daarbij versterken beide functies elkaar. Je wordt als docent beter als je ook onderzoek doet, je bent dan ook met de praktijk bezig. Ik weet uit ervaring waar je tegenaan loopt als je met een dataset werkt. Als onderzoeker word je beter als je onderwijs geeft, omdat je leert complexe zaken zo helder mogelijk uiteen te zetten. Onderwijs geven werkt ook prikkelend, want soms stellen studenten vragen waar je geen antwoord op hebt of ze komen met een visie waar je niet eerder aan hebt gedacht.

Leeft u voor de wetenschap?
Je kan toch niet leven voor de wetenschap? Ik vind het leuk, maar leven omdat ik iets leuk vind, dat snap ik niet. Als je de wetenschap als onderdeel ziet om de wereld beter te begrijpen of om handvaten te maken om de wereld te veranderen in goede zin, dan wil ik er wel in mee gaan. Hiermee wil ik niet zeggen dat wetenschap dit per se doet.

U wilt de wereld veranderen. Wilt u zich hiervoor inzetten door middel van de wetenschap of sluit u een politieke carrière niet uit?
Wederom geldt voor mij: het hoeft elkaar niet uit te sluiten. De wetenschap is geen politiek bedrijf, dat niet, maar het geeft inzichten die kunnen bijdragen aan verandering. Ik onderzoek waarom er bepaalde ongelijkheden zijn en hoe deze kunnen veranderen. Door deze patronen te ontwaren, kan ik bijdragen aan inzichten voor verandering. Dit is echter wel een langzaam proces. Ik kan niet lang stilzitten en daarom doe ik ook dingen in de politiek.

Ik ben lid van GroenLinks, maar politiek is breder dan partijpolitiek. Ook in andere politieke bewegingen ben ik actief. Hier kan ik concreet dingen veranderen, iets wat met de wetenschap moeilijker of langzamer gaat. Een voorbeeld hiervan is de ‘Homonota’ van de gemeente Nijmegen enkele jaren geleden. Het was een goede nota, maar er stond niets in over transgenderbeleid. In samenwerking met de voorzitter van COC Nijmegen heb ik destijds de wethouder hiermee geconfronteerd. Deze werd erdoor overtuigd en startte een onderzoek naar mogelijke verbeteringen op dit gebied. De oprichting van het transgendercafé is hier een goed voorbeeld van. Door na te denken en het bedrijven van politiek gebeurt er iets. Dat maakt echt verschil in het leven van mensen. Daar wil ik me als mens, en als wetenschapper, voor inzetten: het verbeteren van levens van mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>