Ik ga liever de barricades op!

Interview met Nienke Venema

Nienke Venema (1983) is momenteel werkzaam als nationaal directeur van Humanity in Action in Nederland. In 2008 werkte zij mee aan de verkiezingscampagne van Barack Obama en in 2010 aan die van Job Cohen. Volonté Générale sprak met haar over haar geschiedenis, toekomstplannen en werkzaamheden aan de rand van de politiek.

Het buitenland is in uw gehele curriculum vitae een terugkerend onderwerp. Kunt u uitleggen waarom het buitenland zo’n aantrekkingskracht op u uitoefent?
Tijdens mijn propedeuse Geschiedenis in Groningen was ik teleurgesteld over het gebrek aan uitdaging. Ik wilde iets anders. Een docent voor wie ik veel respect had, zei me toen: ‘Ik heb ooit les gegeven aan Cambridge, en dat lijkt me wel wat voor jou. Waarom meld je je daar niet aan?’ In eerste instantie was ik niet zo enthousiast, ik wilde veel liever naar de Verenigde Staten. Maar het is een geweldige universiteit dus ik heb het toch geprobeerd. Toen ben ik tot mijn eigen verbazing aangenomen. Dus eigenlijk ben ik er een beetje ingerold. Het is uiteindelijk een heel erg mooie en waardevolle ervaring  gebleken.

Bovendien was ik al gewend aan het verblijf in het buitenland. Ik ben opgegroeid met ouders die om de zoveel jaar naar een ander land verhuisden en ik vond dat over het algemeen erg prettig. Je moet jezelf echt weer helemaal opnieuw uitvinden in een omgeving die niet per se meteen aanlsuit op wat je gewoon bent of leuk vindt. Dat maakt het heel erg boeiend.

In Cambridge studeerde u Sociale en Politieke Wetenschappen. Kunt u uitleggen wat studeren aan deze vermaarde universiteit zo anders maakt dan studeren in Nederland?
Het studeren in Nederland en Cambridge is echt onvergelijkbaar. Het feit dat iedere student op een college woont en dat iedereen zich ook identificeert met dat college, creëert een bepaalde saamhorigheid die je in Nederland alleen maar bij verenigingen vindt. Maar dan zonder het in- en uitsluiten dat het verenigingsleven in Nederland wel sterk heeft. Cambridge is een grote bubbel van mensen die vooral bezig zijn met zo goed mogelijke cijfers halen of zoveel mogelijk op de goede manier opvallen om later carrière te kunnen maken. Maar er zijn ook veel mensen die vreselijk onzeker zijn, want het is een soort snelkookpan: je staat constant onder druk om het op zijn minst niet slecht te doen.

In die bubbel gaat het alleen maar om het leven in Cambridge: de mensen met wie je daar leeft, aan wie je jezelf meet en met wie je het ook heel leuk hebt. Er is weinig ruimte voor een connectie met ‘de echte wereld’. Ik ben in totaal zo’n zes keer naar Londen geweest tijdens de drie jaar dat ik in Cambridge verbleef. Dat is belachelijk, want Londen is erg leuk en dichtbij. Maar dat kwam niet in me op: ik was in Cambridge en daar gebeurde alles wat ik belangrijk vond in die tijd.

Een ander belangrijk verschil met Nederland is het niveau van het academisch onderwijs en onderzoek. Het is intellectueel zeer hoogstaand: ik moest wekelijks essays schrijven en dikwijls overhoorde de kenner op dat onderwerp mij vervolgens. Dat is iets wat je je in Nederland nauwelijks kunt voorstellen. Het is eng en tegelijkertijd enorm stimulerend: je wilt je best doen. Al met al een hele aparte wereld.

Het klinkt alsof u wat het studeren betreft misschien wel liever in Groot Brittannië was gebleven. Toch bent u uiteindelijk weer vertrokken.
Klopt. Hoewel ik een fijne tijd had in Engeland, voelde ik me er niet helemaal op mijn gemak. Ik vind het een maatschappij met heel veel sociale regels en daar voelde ik me niet bij thuis. Maar ik wist ook niet precies wat ik wel wilde, zowel qua carriere als woonplaats. Grassroots-actie, of voor een grote organisatie werken? Toch Amerika, of gewoon terug naar Nederland? Toen ben ik in Berlijn stage gaan lopen, om een beetje achter te komen wat ik wilde en vooral waar ik dat wilde.

Uiteindelijk wilde ik me toch wat meer proberen te wortelen. Amsterdam leek me daarvoor een hele geschikte stad. Daar ben ik toen begonnen aan de masteropleiding Internationale Betrekkingen. Tevens deed ik mee aan de BKB academie, waar je de ins en outs van het campagnevoeren leert. Ik had al eens 6 weken als vrijwilliger meegelopen bij de campagne van John Kerry, ook uit interesse voor campagnevoeren. Ik besteedde één weekend per maand aan deze opleiding. Naast lessen van de mensen uit het vak, ga je tijdens de opleiding op campagnereis naar een land waar op dat moment verkiezingen plaatsvinden. Ik had geluk, want ik mocht naar de VS voor de presidentsverkiezignen van 2008. Dat kwam voor mij heel goed uit, want ik had Obama zien spreken op de democratische conventie van 2004 en was altijd fan gebleven. Ik vond die man zo goed! Dus toen ik hoorde dat hij for president ging, was ik heel erg enthousiast. Die reis heeft mij zeer gemotiveerd om bezig te zijn met campagnevoeren en Amerika en politiek.

U was zelfs zo gemotiveerd dat u actief ging helpen in de campagne van Obama. Hoe bent u daar terechtgekomen?
Voor Humanity in Action liep ik stage in San Fransisco, bij een Afrikaans immigrantenbureau. Dat was hartstikke leuk, maar Obama was op dat moment stevig campagne aan het voeren en ik wilde daar graag aan meedoen. Gelukkig vond dat Afrikaanse vluchtelingenbureau het zo leuk dat ik zo enthousiast was over de Obama campagne, dat ze me dat lieten doen. Ik kon om 3 uur ’s middags weg, zodat ik de rest van de middag en avond naar hartenlust kon bellen, data bijhouden of canvassen.

Binnen een maand opende er een Obama-office in het gebouw waar ik stage liep. Daardoor werd het voor mij heel makkelijk om alles te combineren. Hier mocht ik ook een beetje helpen met management, dat maakte het extra interessant en uitdagend. Wat natuurlijk niet wegneemt dat het veel tijd kost, ook in de weekenden. Dan gingen wij met een busje naar Nevada om te canvassen in Reno. Daarnaast hielp ik met de gebruikelijke Amerikaanse campagne-werkzaamheden: canvassen en telefoonlijsten afwerken. Ik noemde mezelf voor het gemak Nancy, en mijn Britse accent sneuvelde ook vrij snel.

Ik vond het fantastisch om te zien dat hele kantoor in San Francisco wekenlang tot de nok toe vol zat met vrijwilligers die zich dagenlang inzette. Mensen die zelf geen tijd konden investeren brachten vaak iets te snoepen en zelfs hele zelfgemaakte maaltijden om ons te steunen. Dat is in Nederland ondenkbaar.

Terug in Nederland was u werkzaam in het campagneteam van Job Cohen. Hoe verhield die campagne zich tot die van Obama?
Ten eerste was ik in Nederland medewerker van de Partij van de Arbeid, terwijl ik in Amerika slechts vrijwilliger was. Daarnaast is er natuurlijk een wereld van verschil tussen Amerikaanse en Nederlandse campagnes. Niet alleen qua media en geld, maar ook qua kiezersmentaliteit. In Amerika is het veel geaccepteerder om iemand te bellen en te vragen of ze gaan stemmen op ‘senator Obama’.  In Nederland werkt dat niet, het effect zou omgekeerd zijn. Ik zou het zelf ook niet prettig vinden. Mensen zijn met meer overgave politiek actief in de Verenigde Staten. Ze vinden het leuk, er rust geen taboe op.

De overwinning van Obama heeft me toen dusdanig gemotiveerd, dat ik nogmaals naar Amerika terug wilde. Ik ging op 20 november naar huis, en ik ging op 1 januari al weer naar terug richting Washington DC. Ik kon daar, ook weer via Humanity in Action,  vijf maanden aan het werk voor het Huis van Afgevaardigden.

Je hebt het al een aantal keer gehad over Humanity in Action. Zou u kunnen uitleggen wat dat voor organisatie is, en wat uw rol daarbinnen is?
Humanity in Action zet zich in voor de rechten van minderheden via een netwerk van veelbelovende studenten, jonge professionals en mensen die zich al op leidende posities bevinden. Daartoe organiseert zij jaarlijks een zomerprogramma voor Nederlandse, Amerikaanse en Bosnische studenten, die vijf weken discussiëren met elkaar en met ooggetuigen, mensen uit het veld, NGO’s en de politiek. De organisatie is vijftien jaar geleden opgericht vanuit het idee dat de komende generaties weinig affiniteit meer hebben met het gevoel ‘never again’. Dit gevoel van ‘nooit meer oorlog’ speelde na de Tweede Wereldoorlog nog sterk in de samenleving, maar nieuwe generaties hebben geen opa’s en oma’s meer die daar dan heel veel vertellen. Humanity in Action wil er voor zorgen dat de leiders van de toekomst proactief blijven en goed op de minderheden in dit land passen. We moeten ervoor zorgen dat deze democratie gezond blijft, dat er geen mensenrechten worden geschonden en dat we niet naïef worden over het goede Nederland.

 Binnen die organisatie doe ik als nationaal directeur eigenlijk van alles. Mijn college organiseert het zomerprogramma maar ik denk mee over de inhoud en selecteer samen met haar de deelnemers.Verder doe ik veel aan fondsenwerving, en organiseer ik seminars en andere bijeenkomsten. Onlangs heb ik dankzij het vfonds HIA on tour mogen organiseren, waar we langs middelbare scholen gingen om, onder andere in Rotterdam en Nijmegen om met leerlingen in gesprek te gaan over de spanning tussen onze grondrechten zoals het verbod op discriminatie, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van religie.

Wanneer we nu uw gehele studietijd en loopbaan overzien, valt het op dat u maatschappelijk zeer betrokken bent, maar altijd in de periferie van de politieke arena opereert. Heeft u nog ambities om u in de toekomst misschien meer in het centrum van de politiek te begeven?
Of ik politicus wil worden?

Bijvoorbeeld ja.
Het moge duidelijk zijn dat politiek me enorm trekt. Maatschappelijke betrokkenheid is mij met de paplepel ingegoten. Thuis werd altijd politiek bediscussieerd, het was vaak onderwerp van gesprek. Ik kom uit een heel rood nest waarin ik van kleins af aan het idee van ‘iedereen moet zijn steentje bijdragen’ heb meegekregen. Daar geniet ik ook heel erg van en dat wil ik zelf ook altijd blijven doen. Me via politiek inzetten voor Nederland lijkt me een eerbaar en interessant beroep, maar ik ben niet actief  bezig met deze carrière. Het is interessant om  binnen mijn positie bij Humanity in Action vanuit de buitenrand te kijken naar wat er speelt in het land en daar discussies over te voeren, maar ik vind het ook heel erg mooi om je vanuit een politieke partij in te zetten. Het zou kunnen, ik weet het nog niet.

Een andere voor de hand liggende carrière zou de wetenschap kunnen zijn. Uw opleidingen, waaronder die aan Cambridge, zijn daarvoor uitstekende basis. In hoeverre trekt de academische wereld u?
Eerst moet ik nog mijn laatste master afmaken, hier in Amsterdam. Doordat ik ging werken is de studie er een beetje bij ingeschoten, maar nu heb ik het in deeltijd weer opgepakt. Eigenlijk moet ik alleen nog mijn scriptie afschrijven. Het gaat over het effect van anti-immigratiepartijen op de middenpartijen: zeg maar het effect van Wilders op de PvdA en de VVD.

Het is een vergelijking tussen Nederland en Denemarken. Denemarken is sowieso een land dat ik heel er leuk en interessant vind, dus ik volg de politiek daar wel aardig. Daar hadden ze al veel eerder een gedoogakkoord dan in Nederland. Ik dacht toen: dat gaan we hier ook krijgen, dat kan niet missen. Ik schatte in dat de VVD niet met Wilders zou in een kabinet zou gaan, maar ik zag ze wel deze zelfde constructie aannemen. Bovendien was het in de wandelgangen al bekend dat Wilders veel contact had met de Deense volkspartij. Toen dacht ik: ‘Hé wacht eens even, is dit niet een beetje ons voorland? Die gekke Deense politiek en die gekke Denen die zo op ons lijken en toch ook niet, die lopen echt een tijdje op ons voor.’ Ze zijn veel meer met lokale projecten bezig, maar ook met duurzaamheid, energie, et cetera. Ik denk dat Nederland in vergelijking met Denemarken altijd net een stapje achter loopt.

Maargoed, jullie vroegen naar mijn academische ambities. Ik heb enorm veel respect voor de wetenschap. Ik heb een aantal vrienden die in de academische wereld werkzaam zijn en ik bewonder hen om wat ze bereiken. Maar ik ga nu veel liever de barricades op om me actief in te zetten. Ik wil niet vanuit de ivoren toren het werk beschouwen (niet dat iedereen dat doet, dus ik hoop dat je het niet verkeerd opschrijft). Hoewel ik het respecteer en ook bewonder, is dat niet wat ik nu zou willen doen.

U zegt ‘nu’, is dat bewust?
Eh, ja, ik speel heus wel eens met het idee om een PhD te gaan doen, zoals ik ook wel eens speel met om maar ‘gewoon’ minister-president te worden of toch maar lerares te worden op een school hier in Amsterdam. Ik zie zo’n promotietraject wel voor me als iets heel moois. Als ik de rust zou hebben en de behoefte om zo te beschouwen, zou ik enorm trots zijn op zo’n baan. Maar dat is niet iets dat nu een optie zou zijn. Ik heb daar echt het zitvlees nog niet voor.

Denkt u dat die rust om ergens voor langere tijd te wonen en te werken later zal komen? Of blijft u uw hele leven reizen?
Vergis je niet, ik heb best wel rust hoor: ik woon inmiddels al wel weer drie jaar echt vast in Amsterdam, wat ik heel lang vind. Het zou dus ook zo kunnen zijn dat ik hier in Nederland een baan vind die ik zo geweldig interessant vind, dat ik helemaal niet weg wil. Maar in principe blijf ik altijd een beetje aan het trekken en knaagt altijd het idee dat ik wel weer eens iets anders wil, of dat ik wel weer eens weg wil.

Beschouwt u zichzelf dan ook als wereldburger, qua identiteit?
Nee, ik beschouw mezelf niet als een soort nomade. Ik ben echt een Nederlander: ik hou van Nederland, het is mijn thuis. In Nederland kom ik altijd weer thuis. Wat niet wegneemt dat het buitenland me bijzonder interesseert, en het zit wel in mijn lijn der verwachtingen dat er nog een paar buitenlandervaringen aankomen.

            

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>