Duurzaamheid is niet iets geks, het is eigenlijk gewoon leven

Interview met Thijs Struijk

Thijs Struijk (1979) is projectleider van Groene Generatie NL. Eerder was hij betrokken bij verschillende projecten rondom duurzaamheid. Hij studeerde biologie en heeft in 2012 een studie culturele antropologie afgemaakt. Volonté Générale interviewde hem over duurzaamheid binnen en buiten het onderwijs.

U hebt een tijdje biologie gestudeerd en vervolgens culturele antropologie. Vanwaar die overstap naar culturele antropologie?
Dat is geen keuze geweest. Ik ben in 2000 biologie gaan studeren en ik heb in 2002 een ernstig auto-ongeluk gehad. Toen ben ik gestopt en heb ik een paar jaar fulltime gewerkt. Op een gegeven moment dacht ik, ik wil dit helemaal niet en toen ben ik weer gaan studeren. Ik ben altijd maatschappelijk betrokken geweest en ik wilde graag naar het buitenland. Ik kende antropologie eerst niet, toen ik me er in ben gaan verdiepen ontdekte ik dat het eigenlijk de ethologie van mensen is. Dat is erg interessant en ik heb dus de keuze gemaakt om antropologie te gaan studeren.

Nu bent u voornamelijk bezig met duurzaamheid. Waar komt die interesse vandaan?
Dat is deels voortgekomen uit mijn baan bij Shell. Door dat ongeluk moest ik opnieuw beginnen en zo ben ik bij Shell terecht gekomen. Daar zijn mijn gedachten over duurzaamheid genuanceerd en vormgegeven. Ik besefte dat je het met opmerkingen als: ‘de hele wereld is slecht’ gewoon niet redt.

Het echte moment dat ik dacht: duurzaamheid is waar ik naar op zoek ben, dat was toen ik in de supermarkt was en een pak melk zag staan waar ‘biologisch’ op stond. Ik dacht: ‘Hè? Ik heb biologie gestudeerd, maar waarom heet melk nu biologisch?’ Toen ben ik me gaan verdiepen in duurzaamheid en kwam ik erachter dat er alternatieven zijn voor hetgene dat we nu doen en dat deze alternatieven een oplossing bieden voor veel vraagstukken. Dat hoeft niet alleen biologisch te zijn, veel keurmerken waar ik tegenaan liep die staan voor een oplossing, bijvoorbeeld voor eerlijke handel en milieuvraagstukken. De manier waarop ik consumeer kan vorm en inhoud geven aan mijn eigen idealisme.

Duurzaamheid is een complex en veelgebruikt begrip. Wat verstaat u daar nu eigenlijk onder?
De oorspronkelijke definitie van duurzame ontwikkeling is in 1987 door de World Commission on Environment and Development in het Brundtland-rapport naar voren gekomen. Harlem Brundtland, minister-president van Noorwegen, kreeg de opdracht van de VN om de wereld in kaart te brengen als het gaat om duurzaam handelen. Zij is gekomen tot een definitie van duurzame ontwikkeling, namelijk een ontwikkeling die voorziet in de behoeftes van de huidige generaties, zonder die van toekomstige generaties te belemmeren. Dat is de officiële en gangbare definitie van duurzaamheid. Daaruit is onder andere het Triple-P model ontwikkeld: People, Planet, Profit. Die drie kunnen nooit zonder elkaar en moeten altijd met elkaar in balans blijven om tot duurzame ontwikkeling te komen.

Het begrip duurzaamheid moet je vertalen naar allerlei verschillende vakgebieden en naar competenties, vaardigheden en kennis. Bij verschillende disciplines en niveaus is een verschillende invulling nodig. Daarnaast moet er interdisciplinaire samenwerking zijn, zodat alle disciplines samen naar een probleem kijken, in plaats van dat er alleen naar de technologische of de sociale oplossing gekeken wordt. Als je alle disciplines samenvoegt, komt daar de beste oplossing uit. Duurzaamheid wordt vaak  gezien als een containerbegrip en dat is het eigenlijk ook. Dat is helemaal niet erg, als je vervolgens maar vanuit dat containerbegrip de verschillende lagen betekenis gaat geven.

Tussen het studeren door heeft u op veel verschillende plekken gewerkt. Onder andere voor Duurzaam Hoger Onderwijs (DHO). Wat is dat, DHO?
DHO was een stichting die zich bezig hield met integratie van duurzaamheid in de onderwijsprogramma’s van hogescholen en universiteiten. Het idee was dat welke opleiding je ook doet, daar altijd een basiskennis duurzame ontwikkeling bij hoort. Het liefste zo veel mogelijk vaktechnisch geïntegreerd. Bijvoorbeeld: hoe kun je als scheikundige op zoek gaan naar milieuvriendelijkere of minder CO2-uitstotende chemische processen? Op het moment dat je tijdens de opleiding begint met kennisontwikkeling en ervaringen en de studenten stromen het werkende leven in, dan is er al een hoger kennisniveau aanwezig en zijn er basisvaardigheden ontwikkeld.

Hoe bent u daar terecht gekomen?
Op een gegeven moment ben ik gaan freelancen rondom duurzaamheid. Ik begon te beseffen dat je alleen maar consumenten die er al mee bezig zijn handelingsperspectief kunt bieden en dat vond ik niet voldoende. Het is dan een logische gedachte om in het onderwijs aan de slag gaan: daar zitten de mensen die je grootschalig kunt bereiken. Daarom ging ik zoeken naar vacatures van partijen die daarmee bezig waren. Zo werd ik community manager/hoofd communicatie bij DHO. Deze club was al tien jaar lang aan het pionieren en had ook veel subsidie gekregen, maar de subsidiestromen begonnen op te drogen. Na drie maanden bleek dat ze de grootste subsidie niet langer kregen.

DHO ging over de kop omdat ze hun subsidie niet kregen en er onvoldoende draagvlak was bij de hogescholen en universiteiten om het in leven te houden. Met een aantal collega’s deelde ik het gevoel dat dit niet zomaar kon gebeuren. Er was zo ontzettend veel geld en pionierswerk in gestopt, er was een netwerk ontwikkeld en zoveel kennis opgedaan. Alle partijen die iets deden met duurzaamheid en onderwijs heb ik toen bij elkaar geroepen en gevraagd of we samen niet iets landelijk moesten gaan doen om de vraag naar duurzame ontwikkeling in het onderwijs te stimuleren. Om iets te doen op basis van de vraag die in de samenleving leeft, zodat het de vraag zal aanjagen om duurzaamheid in het onderwijs te gaan integreren. Ik benaderde het als een vraag- en aanbod-spel. En daarin zijn jongeren de belangrijkste stakeholders. We zijn daarom de vraag bij jongeren en werkgevers in kaart gaan brengen, en we zijn op zoek gegaan naar docenten binnen het onderwijs die het ook belangrijk vinden om die change agent te zijn. Zo zijn de campagnes ontstaan.         

Wat is Groene Generatie NL? Klopt het dat het is ontstaan uit een petitie voor duurzaam onderwijs?
Er is eerst een stichting opgericht, de Duurzame Onderwijs Coalitie. Groene Generatie NL is een campagne die daaruit is voorgekomen en uiteindelijk zelfstandig is geworden. Die campagne is niet alleen een petitie, we hebben ook een nieuwsredactie en een onderzoeksredactie. Daarnaast zit ik regelmatig in Den Haag om met Tweede Kamerleden over dit onderwerp te praten. We proberen met onderzoek de vraag naar duurzaamheid in het onderwijs boven tafel te krijgen en daarmee te lobbyen richting politiek en onderwijs. Er is een specifieke vraag aanwezig bij jongeren en werkgevers. Er is alleen niemand die deze vraag op dermate manier weet samen te vatten en weet te onderbouwen met gekwalificeerd onderzoek, en die deze vervolgens ook bij de aanbodzijde neerlegt.

Hoe pakken jullie dat aan?
We hebben onderzoek gedaan onder werkgevers, over duurzaamheid in het onderwijs. Daar hebben 178 werkgevers aan meegewerkt, waaronder topsectoren en de overheid. We hebben het onderzoek betaald met crowdfunding, dus niet met subsidie. Er zijn 24 onderwijsinstellingen geweest die het onderzoek hebben gefinancierd. Een hele rare situatie eigenlijk! Wij willen dat men in het onderwijs een andere kant op gaat denken en tegelijkertijd is het het onderwijs geweest dat ons onderzoek heeft gefinancierd.

We hebben voor het onderzoek niet gezocht naar werkgevers die bezig zijn met duurzaamheid, we hebben gewoon een steekproef genomen op basis van werkgevers in de topsectoren. Het blijkt dat ongeveer 80 procent van de werkgevers het eens is met de stelling: ‘Als werkgevers niet gaan ontwikkelen op het thema duurzaamheid, dan verliezen zij hun bestaansrecht.’ Er is dus bij werkgevers wel degelijk interesse voor duurzaamheid. Daarnaar handelen is nog lastig, omdat de organisatie van bedrijven zoals bijvoorbeeld Unilever daar niet op toegerust is. Er is veel werk nodig om echt iets gedaan te krijgen rondom duurzaamheid. Daar speelt onderwijs een rol in, die brengen nog te weinig in om echt verschil te maken. Er zijn wel grote bedrijven die zeggen dat het deze kant op moet, maar het practice what you preach is dan de volgende vraag.

Wordt dit onderzoek ook gepresenteerd aan politieke partijen?
Ja, we willen een verdrag sluiten tussen Kamerleden en jongeren. In Duitsland hebben ze namelijk van de een op de andere dag – zo is dat in ieder geval overgekomen – een partij-overstijgend verdrag gesloten in de Bundestag voor de integratie van duurzaamheid in de curricula van onderwijsprogramma’s van peuter tot postdoc. Boem, dat doen ze daar eventjes!

In Nederland moet je polderen. Wij hebben na de verkiezingen alle partijprogramma’s gescand en gekeken welke punten er gekoppeld konden worden aan duurzaam onderwijs. Bij alle partijen is wel iets te vinden. Bij D66 is het heel duidelijk: zij willen de integratie van duurzaamheid in het onderwijs. GroenLinks heeft het veel over duurzaamheid en ook over onderwijs, maar verbindt deze twee niet met elkaar. De SGP vindt biologische landbouw belangrijk. Zo hebben ze allemaal wel wat, tot en met 50Plus. Er is dus een potentiële meerderheid in de Kamer aanwezig voor integratie van duurzaamheid in het onderwijs. Er zijn nu vier partijen gevonden die een verdrag willen sluiten met jongeren, er moeten er nog twee bijkomen. Bijvoorbeeld CDA en PvdA, dan is er een Kamermeerderheid om een verdrag te sluiten. Het onderzoek dat we hebben gedaan, waarbij we de vragen van zowel jongeren als werkgevers neerleggen bij de politiek, zal hen stimuleren om daar iets mee te doen. Als we daar een verdrag op kunnen sluiten, heeft de Kamer een verplichting om het kabinet aan te sturen, om daar middelen, tijd, kennis en innovatie in te steken.

Er lijkt niet veel aandacht te zijn voor duurzaamheid in de politiek, maar die is er dus wel?
Die is er wel hoor. Er wordt vrij zwartgallig naar gekeken, maar je moet ook naar de menselijke kant kijken. Het feit dat ze in deze moeilijke tijd met elkaar het Herfstakkoord hebben weten te sluiten, getuigt van een bepaalde menskracht en die heb je nodig als het gaat om duurzaamheid. Het geeft mij hoop Wat ik zie is dat partijen zich met elkaar verbinden op belangrijke thema’s. Als ze duurzaamheid allemaal een belangrijk thema vinden, zullen ze zich ook daarop kunnen verbinden. Tijdens de onderhandelingen over het Herfstakkoord stapte GroenLinks eruit, ze vonden dat er niet voldoende vergroening in zit. Maar D66 is eigenlijk groener dan GroenLinks als je kijkt naar hun verkiezingsprogramma. De groenste politicus van het jaar is ook Stientje van Veldhoven van D66. Toen wij aankwamen bij D66, wilden ze ook gelijk actief helpen. Bij GroenLinks waren ze veel meer met de problemen bezig dan met de oplossingen. In het geval van duurzaamheid moet je niet kijken naar de beren op de weg, maar naar de mogelijkheden in de toekomst.

U bent oprichter en eigenaar van het Groene Bureau. Welke rol speelt dat in de Groene Generatie NL?
Het Groene Bureau is mijn eenmanszaak. Daarmee kan ik alles wat ik doe zelfstandig uitvoeren. Bij dit Groene Bureau heb ik een groot netwerk als het gaat om websites bouwen, posters ontwerpen, logo’s maken en online campagnemateriaal ontwikkelen. Dat zijn vrienden en kennissen, allemaal mensen die het leuk vinden om hieraan bij te dragen. Daardoor kan ik gratis of heel goedkoop campagnes organiseren. Die hele Groene Generatie-campagne is bijna helemaal gratis gedaan. We hebben daarnaast nu ongeveer vijftien partijen die er geld in willen stoppen: ‘wij vinden het tof dat je het doet, wij vinden het belangrijk, wij geloven hierin, dus we investeren’.

Naast de petitie voor duurzaam onderwijs, is er ook nog het Manifest van Morgen voor duurzaam onderwijs. Hoe verschilt dit van de eerdere petitie?
Het is een vervolg, geïnitieerd door de studenten zelf. Wij hebben het vervolgens gefaciliteerd. Het verschil is dat wij (Groene Generatie NL red.) ons richten op duurzaamheid van basisonderwijs tot een leven lang leren. Het Manifest van Morgen richt zich echt op het HBO en WO.

In het Manifest van Morgen staan tien punten die betrekking hebben op duurzaamheid. Denkt u dat deze echt haalbaar zijn? Een van die punten is bijvoorbeeld: ‘Iedere hoger onderwijsinstelling een interdisciplinair instituut heeft, waar wordt onderwezen over en gewerkt aan oplossingen voor een duurzame samenleving.’
Ja, en het gebeurt ook al. Je hebt het instituut van interdisciplinaire studies in Amsterdam. Je ziet ook steeds meer centers of expertise ontstaan bij universiteiten maar ook in de regio. Bedrijven, MBO en HBO gaan dan samenwerken aan duurzame oplossingen. Maar ik denk dat je het manifest vooral moet zien als: ‘dit zijn de eisen en dit is de ideaalsituatie die we met elkaar willen realiseren’. We begrijpen dat bestuurders conservatief zijn, en terecht – een bestuurder moet geen ondernemer zijn en niet het risico nemen om het onderwijssysteem om zeep te helpen. Het is dus goed dat ze conservatief zijn. Het is dan ook een meerjarenplan en in het manifest staat de ideaalsituatie beschreven.

Het manifest van morgen was op initiatief van studenten. Zijn zij naar jou toegekomen om te vragen of u hen kon helpen? Is dat ook een rol die jullie willen spelen, als er volgende week weer een groep andere studenten zou komen met een ander idee, staat u daar dan open voor?
Ja, wij kunnen onze machinerie daarvoor in dienst stellen. Maar wij zijn niet de enigen, bij het Manifest van Morgen hebben zij een bedrag gekregen van  Agentschap NL, een programma met de naam ‘leren voor duurzame ontwikkeling’. Het Agentschap heeft ons ook geholpen met een kleine startinjectie, toen wij de campagneorganisatie hebben losgetrokken van die Duurzame Onderwijs Coalitie. We hebben ook een deel binnengehaald met crowdfunding, maar niet genoeg. Dat betekent dat ik en de mensen met wie ik werk allemaal minimaal vijftig procent van hun tijd vrijwillig werken. We zijn hier echt veertig uur per week mee bezig geweest. Dat is financieel eigenlijk niet houdbaar, maar als je het zo belangrijk vindt, is er voortdurend een dilemma. We horen dat werkgevers, jongeren en heel veel andere mensen in de samenleving zeggen dat dit een onderwerp is waar ze mee aan de slag willen. Moet je er dan mee stoppen als mensen niet meteen willen betalen?

Denkt u dat duurzaamheid een onderwerp is dat onder alle studenten leeft of gaat het om een klein deel dat wel geïnteresseerd is?
Daar is onderzoek naar gedaan. Eén op de zeven jongeren in het voorgezet onderwijs heeft een passie voor zulke onderwerpen. Een groot deel is bezig met zijn iPhone en één zevende deel is, net zoals ik, bezig met maatschappelijke vraagstukken. Onder hen heb je mensen die er vorm en inhoud aan geven, en je hebt anderen die alleen maar lopen te schoppen. Maar als je ziet dat studenten van Morgen binnen twee weken 2.500 studenten zo ver hebben gekregen om hun manifest te tekenen, dan moet er toch een bepaalde interesse zijn. Daarmee kunnen ze tegen hun eigen onderwijsinstelling zeggen: wij willen duurzaam onderwijs. Dat vind ik interessant.

Kunnen studenten zelf duurzamer bezig zijn? Bij duurzaam denken mensen vaak aan dure, biologische producten.
Ja, precies. Het is ook nog eens heel moeilijk. Ik ben als antropoloog afgestudeerd in de duurzame keuze, maar wat is nou een duurzame keuze? Er is al een enorm debat over wat biologisch of duurzaam is. Henk Oosterling, filosoof aan de Erasmus Universiteit, heeft een basisschool opgezet in Rotterdam. Op deze school probeert men eenheid te vinden tussen het fysieke, sociale en mentale. Het gaat er alleen al om een realistisch beeld te vormen van hoe de wereld in elkaar zit. Daarna moet je proberen daar sociaal en fysiek uiting aan te geven. Als je studenten moet vragen iets met duurzaamheid te gaan doen, moeten ze zich eerst eens verdiepen in de kennisthema’s die er zijn. Probeer zelf, zonder per se een wetenschappelijk discours te volgen, een beeld te vormen van hoe de wereld in elkaar zit.

Uiteindelijk begint het met een eyeopener. Je kunt tegen mensen zeggen dat ze duurzaam moeten leven of biologisch moeten koken, maar er is vooral besef en bewustwording nodig over hoe de wereld in elkaar zit. Voor de een zal dat duurzaam zijn en voor de ander zal dat toch iets anders zijn. Ik geloof wel dat ongeacht welke filosofische of religieuze grondslag je hebt, we toch allemaal beseffen dat we afhankelijk zijn van moeder natuur om in onze primaire levensbehoeften te voorzien. We zijn massaal moeder natuur aan het afbreken; ze zeggen dat als we op dit consumptieniveau blijven consumeren, je zes aardbollen met grondstoffen nodig hebt om iedereen in de primaire levensbehoeften te voorzien. Dan kun je zelf wel uitrekenen dat het niet helemaal klopt.

Bij die gedachte passen ook nieuwe ontwikkelingen, zoals dat er steeds meer tweedehands spullen worden geruild op Facebook. Er ontstaan websites als thuisafgehaald.nl waarbij mensen maaltijden bij hun buren kunnen ‘kopen’ voor een klein bedrag. Is dat de toekomst is of gewoon een trend?
Het nieuwe thuisafgehaald zorgt voor verbinding. Bij mij in de straat woont een kerel, die kookt voor de halve buurt. Die mensen komen bij hem thuis, er worden praatjes gehouden, er ontstaat sociale cohesie in de buurt. Alleen het leggen van zulke sociale connecties betekent al een ontwikkeling richting duurzaamheid. Duurzaamheid is niet iets geks, het is niet dat we een nieuw soort wereldbeeld moeten gaan ontwikkelen. Het is eigenlijk gewoon leven, alleen dan met het besef dat de natuur de basisvoorwaarden levert om een normaal leven te kunnen leiden.

Er gebeurt erg veel rond vergroening en duurzaamheid. Kunt u een voorbeeld geven van wat u nu het beste initiatief rondom duurzaamheid vindt?
Er zijn zoveel voorbeelden. Dat de overheid bijvoorbeeld elektrische auto’s stimuleert, zodat de leasemaatschappijen meer elektrische auto’s kunnen verkopen en het voor de burger of werknemer aantrekkelijk is om een elektrische auto te rijden. Dat is wel al een belangrijke transitie.

Hetzelfde geldt voor zonnepanelen. Het terugverdienen van een zonnepaneel is dusdanig verkort dat het voor de huizenbezitter interessant begint te worden om zelf energie op te wekken. Dat betekent dat je een decentralisatie van energieopwekking krijgt, dat je niet afhankelijk bent van gas of olie uit het verre oosten, maar door wind en zon je de energie kunt verdelen binnen een woonwijk. Dat is een fantastische ontwikkeling.

Maar ook Wakawaka van Maurits Groen. Hij heeft een simpele led-lamp ontwikkeld die je kunt opladen, waardoor kinderen in Afrika en Haïti ’s avonds hun huiswerk kunnen doen. Ja, er is zo ontzettend veel moois te bedenken. Ook online: het afhalen, het samen eten of mensen die online een auto delen.

De mooiste duurzame ontwikkeling is de mentale, sociale verandering. Zonder een andere mentaliteit kun je wel hele mooie technologische oplossingen verzinnen, maar het moet een combinatie zijn van people, planet, profit.

Ik ben het meest onder de indruk van Henk Oosterling . In een van grootste achterstandswijken in Rotterdam heeft hij voor elkaar gekregen het fysiek, mentaal te incorporeren in het onderwijs door een stadstuin direct te verbinden aan de keuken. De kinderen kunnen zelf hun eigen verbouwde voedsel eten, ze kunnen zien hoeveel energie ze hebben opgewekt en hoeveel ze moeten eten om die energie op te wekken. Die school scoort al drie jaar lang twee punten hoger gemiddeld dan landelijk op de Cito-toets. Dat vind ik echt fantastisch.

Om het cirkeltje weer rond te maken: als ik u over tien jaar tegenkom, wat bent u dan aan het doen?
Over tien jaar hoop ik eerlijk gezegd dat ik een vermogende man ben geworden. Dat ik me geen zorgen meer hoef te maken om geld en dat ik allemaal hele leuke grassroots initiatieven kan stimuleren. Dat ik op een mooie boerderij woon, ergens aan de rand van de stad en dichtbij de kust, zodat ik nog een beetje kan gaan surfen. Dat zou mooi zijn. Bij de Groene Generatie ga ik min of meer afronden, dat betekent dat ik niet meer de energie erin ga steken zoals ik nu heb gedaan zonder voldoende financiële tegemoetkoming. Als er nu een opdracht komt, dan zou ik met veel plezier aan de slag gaan. Ik ben diegene die het heeft opgetrokken, maar het voortbestaan hangt ook van anderen af en hen wil ik graag faciliteren. Zodat ik de motivatie hoog houd en af en toe mijn kunstje kan doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>