Af en toe voel ik me de puber van de boekenwereld

Interview met Daniël van der Meer

Daniël van der Meer is mede-oprichter en hoofdredacteur van het literair tijdschrift Das Magazin en heeft de uitgeverij Babel & Voss opgezet. Volonté Générale sprak met hem over de boekenwereld, uitgeverijen en het tijdschrift.

Het oprichten van een literair tijdschrift in een tijd waarin oplages en verkopen dalende zijn, vereist moed. Wat zijn de gedachten achter de oprichting van Das Magazin?
Het was een idee van Toine Donk, met wie ik het blad nu maak. We kwamen elkaar voor het eerst tegen op het Boekenbal in 2011. Ik kende hem via een vriend, maar ik had Toine nog nooit in persoon gesproken. Samen met Tim de Gier van Vrij Nederland en Ernst-Jan Pfauth van destijds NRC – nu De Correspondent – was hij net een podcast begonnen over boeken, onder de titel ‘Literaturfest’. Er luisterden ongeveer dertig mensen naar, waaronder ik. Deze podcast bood iets wat ik bij andere besprekingen van boeken miste. Ik werkte destijds bij debatcentrum De Rode Hoed in Amsterdam. Het leek me een goed idee om Literaturfest daar live te gaan maken. In de Rode Hoed sprak ik af en toe met schrijver en columnist Bas Heijne. Hij kende de podcast en steunde het idee om het live te gaan doen.

Op het Boekenbal sprak ik om twee uur ’s nachts Toine aan. Ik zei: ‘Jij bent Toine Donk, laten we Literaturfest live gaan doen.’ En toen zei hij: ‘Dat is goed en laten we dan ook meteen een literair tijdschrift oprichten.’ We kunnen dus wel zeggen dat het tijdschrift in overmoedig dronkenschap is ontstaan. De wens om het te doen was echter serieus, anders hadden we het de volgende dag wel naast ons neergelegd.  Het organiseren van een live Literaturfest en de oprichting van Das Magazin zijn in één adem te noemen en ontstaan.

Hoe wisten jullie dat er een publiek was voor een dergelijk tijdschrift
Als medewerker van Atheneum Nieuwscentrum tijdschriftenwinkel en boekhandel op het Spui in Amsterdam wist Toine heel goed dat er een gat in de markt was. Mensen van alle leeftijden kochten tijdschriften, maar geen literaire tijdschriften. De Nederlandse literaire tijdschriften zagen er niet uit en werden uitsluitend verkocht aan publiek op leeftijd. Wij dachten: ‘Dat moet beter, dit moet anders kunnen.’ Hierbij dachten we aan de vormgeving, maar ook aan de inhoud, aan de auteurs, op welke manier het blad zou worden samengesteld en het type schrijvers dat we graag in het tijdschrift zouden laten schrijven. Als literair tijdschrift kun je veel disciplines samenpakken. Voor het nulnummer hebben we cabaretier Jan-Jaap van der Wal gevraagd. Ook Pepijn Lanen van de Jeugd van Tegenwoordig schreef voor dat nummer. Op de een of andere manier is het puur literaire afgezonderd geraakt van dat soort disciplines, terwijl het wel juist een van de weinige plekken is waar taalvernieuwing op dit moment plaatsvindt.

Das Magazin bevat stukken van zowel bekende als onbekende auteurs. Hoe hebben jullie de ‘grote namen’ enthousiast gekregen?
Schrijvers zijn sympathieke figuren. Ons nulnummer was gecrowdfund en met veel reuring tot stand gekomen. Op het moment dat wij ons tijdschrift aankondigden, werd net bekend gemaakt dat de subsidies voor literaire tijdschriften werden stopgezet. Wij wisten hier niets van, überhaupt niet dat deze subsidies bestonden, maar onze timing was perfect. Toen we ons eerste nummer gingen maken, boden schrijvers zichzelf aan. Ze vonden het een sympathiek initiatief en ze zagen in dat er te lang geen vernieuwing was geweest bij literaire tijdschriften.

Een extreem voorbeeld is Remco Campert. Daan Heerma van Voss had een verhaal geschreven waarin een paar jongens een literair tijdschrift oprichten en dan in een café Campert tegenkomen die voor hen een paar gedichten op een bierviltje schrijft, wat uiteindelijk de redding is van het tijdschrift. We dachten: ‘Als illustratie moeten we gedichtjes van Remco Campert hebben.’  Toen hebben we wat bierviltjes en het nulnummer naar hem opgestuurd. Een paar dagen later zaten bij de post twee bierviltjes met gedichten erop. Zonder dat we erom gevraagd hadden, kregen we een paar maanden later post van dezelfde afzender. Hij had ons Zonderman-verhalen gestuurd, verhalen die nu ook op de achterkant van de Volkskrant staan. Handgeschreven met een briefje of dit niet wat voor ons was. En als het niet zo was, of ik ze dan kon terugsturen. Hij had er een postzegel bij gedaan!

Ook schrijver Joost de Vries wilde al lang een stuk schrijven dat hij nergens anders kwijt kon. Het was te persoonlijk om als redacteur in de Groene Amsterdammer te publiceren, maar hij wilde het ook niet kwijt in een literair tijdschrift dat hij zelf niet eens zou lezen. Toen stelde hij voor of het niet in Das Magazin kon en dat wilden wij erg graag.

Ik denk dat het belangrijkste was dat de schrijvers zagen dat ze op dezelfde lijn zaten als wij. Ze zagen dat wij zorg droegen voor hun teksten, in redactie en vormgeving, maar ook in hoe we het aan de man brachten. Natuurlijk doen we dat deels voor onszelf omdat wij het blad willen verkopen, maar wij doen het ook voor de schrijvers, omdat we vinden dat zij een groot publiek verdienen. Wij maken er actief werk van om het blad verkocht te krijgen en zeggen niet van: ‘Het bestaat, mocht je geïnteresseerd zijn, loop maar naar de boekhandel.’

Kunnen beginnende auteurs iets naar jullie opsturen of gaan jullie zelf op zoek naar auteurs?
We krijgen ongevraagde kopij, meestal van schrijvers die nog niets hebben gepubliceerd. Dat lezen we uiteraard, maar die stukken zijn vaak gewoon te slecht. Het is pas drie keer voorgekomen dat een auteur iets heeft ingestuurd en dat het tot een publicatie heeft geleid.

Het werkt voor ons het beste als wij schrijvers zelf vragen en ze een specifieke opdracht meegeven. Wij hebben vrij veel tijd om te lezen en om een keuze te maken. Het gaat voornamelijk op gevoel, dat is het leukste van het werk. Mensen die je heel goed vindt, kun je vragen om een stuk. En dan ga je bedenken welk stuk zij het beste kunnen schrijven. We geven wat handvatten mee voordat een auteur begint met schrijven. Zij maken dan een opzet en dan spreken we wat af. Dat werkt voor ons het best, omdat wij stukken willen die niet ergens anders geplaatst zouden kunnen worden. Het moet niet inwisselbaar zijn.

Das Magazin is geen alledaagse titel. Waar komt deze bijzondere titel vandaan?
We hadden Literaturfest al en we wilden de affiniteit duidelijk maken door een Duitse titel. Daarnaast is in het Nederlands of Engels elke titel waarin het woord ‘literatuur’  of ‘boeken’ al zo vaak gebruikt of met een taalgrapje om zeep geholpen. Das Magazin is een lekker onhandige titel om te googlen. Toen we het blad registreerden kregen wij de vraag van de Koninklijke Bibliotheek of we het echt wilden doen, want er waren al 72 tijdschriften onder die naam geregistreerd. Maar wij waren de eerste in Nederland.

Jullie hebben een Duitse titel en op 20 september 2014 een festival in Gent, België. Zijn er internationale ambities?
Jazeker, en dan wordt de titel nog verwarrender: een Nederlands tijdschrift met een Duitse titel in Frankrijk. We werken daarom ook naar een DasMag toe. Dat is een titel die internationaal iets prettiger onduidbaar is. Deze maand is er een festival in Gent. In 2015 willen we naar Londen. ‘Willen’ is ongeveer het stadium van de concreetheid. Ze zijn daar enthousiast, dus het zal wel lukken denk ik. In het ideale geval maken we dan een festival met tien schrijvers en een Engelstalige editie van het blad. Daarnaast willen we ook graag naar Duitsland. In 2016 is de Nederlandse taal het zwaartepunt van de Buchmesse in Frankfurt en juist op dat moment zal er extra interesse zijn.

Willen jullie ook qua verschijningsvormen uitbreiden? De afgelopen tijd wordt jullie website goed bijgehouden.
Nee, dat is niet het geval. Door het zomerkamp dat wij organiseerden, hebben wij veel nieuwe dingen op onze website gepost en er komen filmpjes bij. Een paar weken lang hebben we ook verhalen geplaatst. Het is ons echter niet helemaal goed bevallen en we gaan het online avontuur niet direct doorzetten.

Ook het live gedeelte van Literaturfest gaat niet meer verder. We zijn op het hoogtepunt gestopt. Er kwamen en komen allerlei nieuwe dingen aan, zoals het festival in Gent en de mogelijke stap naar Londen, waardoor we het hebben opgegeven. Binnenkort verschijnt het tijdschrift ook op Blendle, zodat ons tijdschrift makkelijk digitaal leesbaar is. Het papieren tijdschrift blijft het zwaartepunt.

Is dat ook de reden dat jouw uitgeverij Babel & Voss, die je samen met Daan Heerma van Voss en Reinjan Mulder hebt opgezet, haar activiteiten aan het afbouwen is?
De uitgeverij ligt al een tijdje stil. De reden daarvoor is dat het heel lastig is boeken de boekhandel in te krijgen. Dat klinkt heel primair, en dat is het ook. Boekhandelaren zijn vaak conservatief: ze varen op grote namen en verwachten heel veel inspanning van een uitgeverij voordat zij ook maar één boek inkopen. Dat is ontzettend lastig als je een boek met goede recensies hebt. Mensen willen het kopen, lopen naar de boekhandel en zien het niet liggen. Het is een grote drempel om te gaan vragen en een nog grotere drempel om het te bestellen en op te halen. Je verliest dan als uitgeverij heel veel potentiële klanten. Onze uitgeverij was niet verliesgevend. Op een wonderbaarlijke manier kwamen we uit de kosten, maar zonder onszelf te kunnen betalen. Dat is een tijdje houdbaar, maar op een gegeven moment werden de dingen die we met Das Magazin konden doen zoveel belangrijker. Formeel gezien is Babel & Voss de uitgever van het tijdschrift. Het laatste nummer, De Tien, is via het Centraal Boekhuis geleverd en dat gaat allemaal prima. Daarvoor is het nog handig om te hebben, maar er zullen geen nieuwe titels meer verschijnen.

Met uitgeverij Meulenhoff hebben we samen een boek uitgegeven: De autonauten van de kosmossnelweg (2014). Het boek heeft veel lezers bereikt en mensen vonden het een fantastisch boek. We willen ons dan ook meer concentreren op het uitgeven van boeken met Das Magazin en niet met Babel & Voss. De Tien is min of meer al een boek en het is ook een natuurlijke aanvulling op het tijdschrift.

De boekenmarkt ligt op zijn gat. Boekenwinkels sluiten bij bosjes. Mensen kopen alleen nog maar de grote namen. Is het niet risicovol om een uitgeverij te beginnen?
Ik kan het iedereen aanraden een uitgeverij te beginnen. Het is redelijk risicoloos. Als je een goedkope drukker weet te vinden, maak je niet heel veel kosten. Af en toe zie je nieuwe uitgeverijen met een hit. Zij hebben opeens een kapitaaltje voor meer boeken.

Het is vooral risicovol om bij een grote uitgeverij te werken. Bij klassieke uitgeverijen zit veel mis: er werken te veel mensen en er komen te veel boeken uit. Deze boeken zijn niet allemaal even goed geredigeerd of geproduceerd. Je kent ze wel, de boeken die uit elkaar vallen. Omdat er zo veel boeken uitkomen, is er geen mogelijkheid meer voor een goede promotie. Sommige uitgeverijen brengen 200 boeken per jaar uit, terwijl je slechts één boek per week echt goed kan promoten.

Met een kleine uitgeverij is dat makkelijker. Je hebt alle middelen om dat ene boek goed te maken en om de promotie goed te doen. Wij konden met onze titels, die beide op de momenten van publicatie de enige waren in ons fonds, heel veel doen. Daar zitten lezers en boekhandelaren op te wachten. Een uitgeverij die durft te kiezen en daar dan volledig achter staat. Geen gokjes als ‘we geven er tien uit en misschien doet eentje het goed.’ Voor de lezer en boekhandelaar is dat een vermoeiend proces met veel mislukkingen.

Er is dus ruimte voor een nieuwe uitgeverij in de boekenwereld?
Volgens mij wel. Veel uitgeverijen gaan kleiner. Ze trekken weg uit de grote concerns waarin veel uitgeverijen zitten. Het is voor de toch beperkte boekenmarkt allemaal wat buitensporig geworden in grootte en hoe serieus iedereen zichzelf neemt. Uiteindelijk is het echt niet zo heel moeilijk om een goed boek te schrijven en dat uit te geven. Die kerntaak, daar zie je veel uitgeverijen naar terugkijken. Karaat, een kleine uitgeverij met veel Zuid-Amerikaanse literatuur, is een goed voorbeeld. Zij zullen geen multimiljonair zijn, maar zij kunnen met veel aandacht een paar boeken per jaar uitgeven en ik vind dat bewonderenswaardig.

Met Das Magazin kondigden jullie aan tegen de conjunctuur in te gaan. In eerste instantie lijkt het oprichten van een uitgeverij ook tegen de conjunctuur in te gaan. Is dat jouw drijfveer? De moeilijke weg opzoeken?
Dat klinkt een beetje puberaal: ‘Lekker recalcitrant doen.’ Af en toe voel ik me ook wel de puber van de boekenwereld, maar het is geen drijfveer. Frustratie is er wel een. Er gaat gewoon heel veel mis in de boekenwereld. Literaturfest deden we omdat het niet bestond. Er waren een paar jaar geleden nauwelijks literaire evenementen die ik interessant vond. Niet vanuit een algemeen waardeoordeel, maar gewoon ‘waar ik naar toe zou willen gaan.’ En dat hebben we toen opgericht. Inmiddels, en dat zal niet alleen door onze aanwezigheid zijn ontwikkeld, is het een stuk beter dan een paar jaar geleden en we konden met een gerust hart stoppen.

Hetzelfde geldt voor literaire tijdschriften. Er stonden nauwelijks jonge schrijvers in en de tijdschriften werden überhaupt niet gelezen. Ik heb wel het idee dat die wereld sinds onze aanwezigheid is opgeschud. In hoeverre dat nu met ons te maken heeft, vind ik lastig in te schatten. Er zijn verjongde redacties, nieuwe ideeën en een paar nieuwe samenwerkingen. Ik ben blij als andere literaire tijdschriften dat ook doen, zolang we maar geen eenheidsworst worden.

Voor uitgeverijen geldt dat ook. Mijn ideaal is niet dat er een uitgeverij komt die alle andere overbodig maakt, maar wel eentje die de zaken goed opschudt zodat het allemaal meer de goede richting opgaat. ‘Tegen de conjunctuur in’ is bedoeld om de conjunctuur van richting te veranderen.

Misschien nog iets kleins dat ik graag wil zeggen: in de boekenwereld denkt men te gaan van catharsis naar catharsis. Iedere keer zegt men ‘nu komt er een omslagpunt.’ Dit houdt vernieuwing tegen, omdat dingen gehouden worden zoals ze zijn, zolang het niet te nijpend wordt. Alleen als het echt niet langer gaat, dan gaan ze de andere kant op. Het is beter om een permanente ontwikkeling, een permanente vernieuwing te hebben zoals dat in elke markt gaat. De heersende gedachte is een groter probleem en dat zullen wij ook niet zomaar veranderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>