Hoofdredactioneel (2012-1)

Twee weken geleden maakte Job Cohen bekend dat hij zijn positie als fractieleider van de Partij van de Arbeid had neergelegd. In onze herinnering werd Cohen als held binnengehaald toen Wouter Bos zijn afscheid bekend maakte. Als een vuurpijl steeg de PvdA naar de top van de opiniepeilingen. Cohen zou de nieuwe premier van Nederland worden, want hij had inhoud, was wars van het mediaspektakel waar andere politieke leiders zich mee inlieten en hij kon mensen binden. Kortom, hij zou een krachtige politieke speler zijn. Na zijn eerste optredens in televisieprogramma’s en debatten groeide echter het besef dat deze kwaliteiten niet uit de verf kwamen. De inhoud van Cohen zat ergens diep weggestopt onder het onvermogen deze goed uit te spreken. Zijn afkeer van het mediaspektakel betekende ook dat hij er niet mee kon omgaan. Tot slot bleek zijn grootste kracht, het binden van bevolkingsgroepen, zijn achilleshiel: tot vermaak van zijn tegenstanders die het beeld van Cohen als theedrinker maar bleven herhalen. De ‘socialisten’ hadden de huid verkocht voordat de beer was geschoten. Nog voordat Cohen een voet in de Tweede Kamer zette als fractieleider, was de val naar beneden al ingezet. Eigenlijk was het een wonder dat de PvdA toch nog de tweede partij van Nederland werd bij de verkiezingen.

Deze ontwikkeling, van held tot sukkel, is kenmerkend voor de hedendaagse Nederlandse politiek. Opiniepeilingen schommelen hard. Kiezers zweven heen en terug. De Socialistische Partij behaalde bij de verkiezingen van 2006 25 zetels, zakte daarna hard terug naar 15 bij de in 2010 en staat nu al een aantal weken virtueel op een aantal boven de 25. Maar niet alleen zetels komen en gaan, ook politiek leiders. Geert Wilders is met acht jaar dienst de langst zittende leider, eerst als Groep Wilders en vanaf 2006 als fractievoorzitter van de PVV. In de tussentijd veranderde het leiderschap bij de VVD, GroenLinks, D66, ChristenUnie en de SGP eenmaal. Bij de PvdA en SP werd er tweemaal van wacht gewisseld, en het CDA worstelt nog immer met zichzelf en zijn potentiële voorganger. Leiders en partijen worden door de kiezer afgestraft. Er zijn genoeg mogelijke oorzaken te noemen, maar de daadwerkelijke toedracht blijft aanleiding tot debat. Zijn de mensen mondiger geworden of juist twijfelachtiger? Hoe maakt de Nederlandse burger zijn politieke keuze: op basis van een enkel onderwerp en niet meer voor het totaalpakket, de ideologie? Is het systeem rot? Wordt het tijd dat de nieuwe generatie het overneemt van de plakkende babyboomers? Moet aan het nationale niveau eigenlijk nog wel wel het zelfde belang worden toegeschreven als voorheen? Valt er eigenlijk nog wel wat te kiezen in het Nederlandse bestel of gaat het slechts om nuanceverschillen?

In deze editie van Volonté Générale staat het thema democratie in een bijdrage centraal: Bas Knoop wijdt een artikel aan het onderwerp. Daarnaast is er nog plaats voor visie van ander aard: activisme van welbewuste vrouwen in de vorm van het feminisme 3.0, een kijk op de Franse verkiezingen en de discussie over de kunst en het kunstbeleid wordt voortgezet. Tot slot verwelkomen wij Johannes Visser Hij zal net als onze columnist Joep Willemsen in iedere editie van dit jaar een column schrijven.

Afsluitend willen wij u wijzen op de mogelijkheid zelf een bijdrage te leveren aan Volonté Générale. Wij staan open voor artikelen, suggesties en reacties, en roepen u bij dezen op vooral contact met ons te nemen als u een drang voelt om te reageren. Voor nu: veel lees- en denkplezier toegewenst.

 

Martijn van den Boom
Gaard Kets
Jan Maas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>