Is er een weg uit de crisis?

Matthias van Trigt

Iedereen die zich bezig houdt met maatschappelijke vraagstukken, houdt zich bezig met de economische crisis waar de mondiale economie inmiddels zeven jaar mee te maken heeft. Er komen bijna iedere dag weer artikelen en nieuwsberichten uit over stijgende werkloosheid[i], teruglopende economische groei[ii] of de vele andere tekenen van economische malaise, zij het in Nederland, Europa of elders. Crisis is overal om ons heen en na al deze jaren van zorgen over onze toekomst begint de vraag zich meer en meer op te dringen of we ooit weer een tijd van groei en optimisme zullen meemaken zoals die heeft geheerst na het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het lijkt alsof er iedere week weer economen en politici op televisie verschijnen om ons voor te spiegelen dat er ‘tekenen van voorzichtig herstel’ waar te nemen zijn of er wordt een spektakel gemaakt van een stijging op de aandelenmarkten. Maar het verhaal klinkt hol en de optimistische glimlachen voor de camera zijn hol en versleten. Feit is dat er geen eind in zicht is voor deze economische crisis. De grote vraag draait nu om waar ter wereld de economische crisis het hardst zal toeslaan. Beleidsmakers en bedrijfsleiders zetten alles op alles om een stoel te vinden elke keer dat de muziek stopt met spelen. Steeds meer economieën storten in en de leiders van Noord-West Europa die eerst zo prat gingen op hun economische zekerheid moeten bekennen dat ze zich zorgen maken over wat er met ons gaat gebeuren. De hoogste tijd dus om eens wat helderheid te krijgen over wat er aan de hand is en wat voor opties er zijn om deze problematiek te lijf te gaan. De eerste vraag luidt ‘Wat is er nu precies aan de hand?’

Wat is crisis?
Binnen kapitalistische economieën spreken we van een crisis wanneer het bedrijven op een grote schaal niet meer lukt om voldoende winst te maken. Winst is het verschil tussen de totale kosten van een investering en de totale opbrengsten van deze investering. Een deel van deze winst gaat naar bonussen en hoge salarissen voor CEOs, maar het overgrote gedeelte wordt opnieuw geïnvesteerd in het bedrijf om de productie van goederen en diensten verder uit te breiden. Omdat bedrijven met elkaar concurreren ligt er een enorme druk op bedrijven om een groter marktaandeel te vergaren om te voorkomen dat een concurrent hetzelfde doet en hen uit de markt kan gaan drukken. Dit probleem is in feite het zogenaamde veiligheidsprobleem, maar dan op economisch vlak.

Het concept van het veiligheidsprobleem komt naar voren in realpolitike stromingen en omschrijft dat staten tegenstanders zijn van elkaar op het geopolitieke toneel. Elke staat probeert haar eigen belangen te behartigen, zo nodig ten koste van andere staten. Een staat loopt altijd het risico dat andere staten haar belang gaan aantasten, waardoor de staat altijd waakzaam moet zijn om bijvoorbeeld haar grondgebied te bewaken. Staten concurreren met elkaar. Een effectieve manier om te concurreren is door groter en sterker te zijn dan andere staten, al was het maar om te voorkomen dat zij zo sterk worden dat zij in staat raken om andere staten te domineren. Binnen de politiek is er sinds de formulering van deze theorie veel gedaan om staten zover te krijgen om samen te werken in plaats van met elkaar te concurreren, maar op economisch vlak is de concurrentie wellicht moordender dan ooit.

Als een bedrijf wil voortbestaan moet het niet alleen winst maken, het moet ook voorkomen dat andere bedrijven relatief aan invloed winnen. Als een bedrijf dit namelijk niet doet zal het bedrijf op termijn uit de markt gedrukt worden door grotere bedrijven die ook willen voorkomen dat zij uit de markt gedrukt worden. Bedrijven zijn daarom altijd op zoek naar nieuwe gelegenheden om hun winsten te vergroten, zij het door het vinden van nieuwe markten of het verlagen van hun productiekosten of via andere methoden. Dit proces blijft constant functioneren en dit veiligheidsprobleem dwingt bedrijven altijd tot verdere expansie uit angst dat de concurrent het anders wél zal doen. Het probleem is natuurlijk dat we leven op een planeet met natuurkundige limieten: eindige grondstoffen, eindige consumptie, eindige alles. Er komt een moment dat de markten zo vol zitten dat bedrijven voor een monumentaal probleem komen te staan: verdere expansie is niet mogelijk. Omdat de mogelijkheden om genoeg winsten te boeken kleiner zijn geworden is het herinvesteren van de opbrengsten van de vorige investering ook des te riskanter geworden. Als een bedrijf namelijk besluit te investeren terwijl andere bedrijven dat niet doen en er vervolgens een gebrek aan vraag naar de geproduceerde goederen of diensten is, zal dit betekenen dat het bedrijf geen of te weinig winst boekt of zelfs verlies draait. Dan zit het bedrijf met een enorm probleem: het heeft niet alleen minder kapitaal om te gaan investeren; de andere bedrijven hebben hun kapitaal achter de hand gehouden en staan er ineens relatief des te sterker voor. Het gevolg van deze overweging is economische verlamming. Concurrerende bedrijven houden elkaar nauwlettend in de gaten en geen van hen wil als eerste de gok wagen om opnieuw te investeren, het risico lopen op een miskleun en hun positie op de markt te verspelen. Dus wachten bedrijven af tot de markten gunstiger worden en zij er weer zeker van kunnen zijn dat ze genoeg zullen verdienen.[iii]

Deze overweging is volkomen logisch en rationeel, maar heeft desastreuze macro-economische gevolgen. Want als bedrijven niet investeren, zullen mensen niet opnieuw aan het werk kunnen en zal er minder te besteden zijn waardoor de markten verder krimpen, waardoor het nog riskanter wordt om te herinvesteren waardoor de markten verder krimpen et cetera. De erkenning van het bestaan van deze negatieve spiraal zou inmiddels gemeengoed moeten zijn, maar de achterliggende motivatie ontbreekt bij de meeste analyses. Deze is zo belangrijk omdat het duidelijk maakt wat er nodig is om bedrijven weer aan het investeren te laten slaan.

Wanneer eindigen crises?
Simpel gesteld eindigen crises wanneer er weer genoeg manieren ontstaan om dermate grote winsten te boeken dat het voor bedrijven weer mogelijk wordt het risico van investeren te nemen; dan kan de negatieve spiraal worden doorbroken, die dan meestal wordt omgezet in een positieve spiraal van stijgende productie en consumptie. De uitdaging is dus om nieuwe mogelijkheden voor groei te creëren op een dermate grote schaal dat bedrijven in staat zijn om de investeringssprong te wagen. De afgelopen dertig jaar is geprobeerd om dit te doen via het uitbreiden van kredietmogelijkheden van bedrijven, staten en particulieren, maar deze methode lijkt nu haar eind bereikt te hebben omdat er een enorme inflatiedreiging boven het hoofd hangt en er een vertrouwen ontbreekt dat deze leningen nog terugbetaald zullen worden. Er zijn in feite drie manieren om deze crisis uit te komen.

Het vinden van nieuwe afzetmarkten die op een grote schaal producten kan opkopen (zowel op bedrijfs- als individueel niveau) zou een manier zijn om de mondiale economie weer aan te zwengelen. Als er hevig ingezet zou worden op ruimtevaart, kunnen bedrijven de ruimte intrekken om op zoek te gaan naar nieuwe grondstoffen en de activiteit die dit oplevert zou een enorme hoeveelheid aan werkgelegenheid kunnen opleveren. De concurrentie tussen bedrijven zou hen er toe drijven om snel en hard in te zetten om buitenaards te investeren en dit effect zou genoeg kunnen zijn om andere markten dermate te verruimen dat andere sectoren meeprofiteren. Als er op aarde vergelijkbare manieren zijn om winsten te verhogen, bijvoorbeeld via de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zou ditzelfde effect kunnen optreden. Beide trajecten maken de oprichting van grootschalige, waarschijnlijk internationale samenwerkingsverbanden op deze gebieden noodzakelijk. Een van de problemen met deze aanpak is natuurlijk dat het niet duidelijk is op wat voor termijn ze de benodigde resultaten zouden opleveren.

Een tweede manier om winstgevendheid opnieuw te vergroten is via de vernietiging van bestaande markten. Het voeren van oorlog is een bijzonder effectieve manier om uit economische crises te komen en wel om twee redenen. De eerste reden is dat de wapenmarkt in principe nooit verzadigd raakt: de wapens worden ofwel gespaard voor later of gebruikt waarna er weer nieuwe wapens nodig zijn. Bijkomend voordeel is dat wapens geen andere functie vervullen en dus andere markten niet schaden. Oorlogsuitgaven stimuleren daarnaast allerlei andere sectoren en zolang de oorlog voortduurt zullen bedrijven door de hele economie heen zicht hebben op betrouwbare inkomsten. De tweede reden is dat oorlogen veel vernietigen. Tijdens of na een oorlog zijn er grondstoffen om te claimen en is er veel heropbouw te doen. Er is weer volop ruimte gecreëerd om te investeren en geld te verdienen aan het heropbouwen en/of exploiteren van een land. Het was de Tweede Wereldoorlog die de Verenigde Staten uit de Grote Depressie trok, deze methode zou opnieuw hetzelfde effect kunnen hebben. Problematisch is natuurlijk dat er wel een oorlog te voeren moet zijn, maar als de situatie rondom de Krim verder escaleert hoeft dit geen probleem te zijn.

In deze opsomming kan de derde methode, ‘snoeien om te groeien’, niet ontbreken. Dit zou niet opgevat moeten worden als het terugdringen van staatsschulden of het ‘op orde brengen van het balansboekje’. Dit snoeien is er niet op gericht om overheidsuitgaven terug te dringen, maar vooral om de lasten op het bedrijfsleven te verlichten. In Europa is de beroemdste uitwerking van deze logica het ‘redden’ van de banken geweest, waar enorme hoeveelheden private schulden zijn omgezet naar publieke lasten. Het idee was dat banken overeind moesten blijven om bedrijfsinvesteringen in stand te houden en uit te breiden. Sinds een paar maanden is in Nederland het idee van de ‘participatiemaatschappij’ naar voren geschoven om te rechtvaardigen dat publieke diensten worden teruggeschakeld als gevolg van onder andere dit ingrijpen, maar vooral als onderdeel van een breder proces om nieuwe sectoren van de (Nederlandse) economie open te breken voor bedrijven om winsten te boeken. De hervormingen binnen de zorgsector is een prominent voorbeeld van dit proces. Voor bedrijven in Europa is het al jaren een probleem dat de productiekosten relatief hoog zijn in vergelijking met andere gebieden in de wereld. Via het drukken van loonkosten en belastingen, het overhevelen van schulden en het terugdringen van reguleringen wordt het voor bedrijven makkelijker om te investeren. Als dit genoeg gedaan wordt, kan de winstgevendheid voor bedrijven weer groot genoeg worden om groots te investeren: hun marktpositie kan namelijk sterker worden in vergelijking met hun concurrenten. Het probleem met deze aanpak is dat het particuliere consumptie verder in gevaar brengt, maar dit gevolg is, in ieder geval tijdelijk, te vermijden via het uitbreiden van kredietmogelijkheden voor burgers. Voorlopig is er geen gebrek aan arbeid, dus een dalende levensstandaard is vanuit economisch oogpunt op dit moment geen bezwaar.

We zijn er tot nu toe vanuit gegaan dat een van de hoogste prioriteiten voor beleidsmakers is om de economische crisis is om deze op te lossen, maar dat is allerminst duidelijk. Binnen internationale machtspolitiek zijn leiders altijd bezig met de eigen nationale positie sterk te houden, en economische kracht is hiervoor bijzonder belangrijk. Crisis is niet per se een catastrofe, maar ook een kans, afhankelijk vanuit wiens perspectief je er naar kijkt.

Economische crises zijn altijd geschikte momenten voor bedrijven en beleidsmakers om impopulair beleid in te voeren. Bezwaar kan dan makkelijker overstemd worden door de boodschap dat ‘het crisis is’ en we ‘allemaal in moeten leveren’. Crises zijn voor machtige mensen daarom vaak kansen. Het is niet helder óf bedrijfsleiders en beleidsmakers in onder andere Europa per se zo snel mogelijk uit deze crisis willen komen. Wat voor hen namelijk als een paal boven water staat, is dat deze crisis bij uitstek een gelegenheid is om alvast het speelveld te veranderen om zo voor te bereiden op de concurrentiestrijd voor het komende decennium. Voor staten is het bijzonder belangrijk dat de bedrijven die zich binnen hun grenzen hebben gevestigd goed concurreren, want dit heeft op allerlei indirecte manieren invloed op de interne en externe stand van die staat.

Altijd weer crisis
De onprettige realiteit die we moeten accepteren, is dat als deze crisis voorbij gaat er op den duur weer een nieuwe zal komen.[iv] De mechanismen van de wereldeconomie zetten bedrijven steeds weer onder druk om te blijven groeien, meer te produceren, meer winsten te boeken en vroeger of later zal dat weer opnieuw verkeerd gaan. Keynesiaans conjunctuurbeleid heeft crisis niet weten af te houden en naarmate er meer vrije markt politiek wordt toegepast wordt duidelijk dat ook deze niet in staat is om economieën draaiende te houden. Crisis is een fundamenteel onderdeel van de gevestigde wereldeconomie en zolang bedrijven onderling blijven concurreren zullen we met economische crises te maken blijven krijgen.

Als we een echte manier zoeken om permanent van economische crisis af te zijn moeten we wijzigingen aan gaan brengen in de fundamenten van het mondiale economische stelsel. Een wijziging die het gewenste effect zou hebben is bijvoorbeeld het afschaffen van onderlinge concurrentie tussen bedrijven en in plaats daarvan een systeem van samenwerking instellen. Als bedrijven bijvoorbeeld samen kunnen werken om aan de vraag van markten te voldoen, kunnen ze productie afstemmen op die vraag zonder zich zorgen te maken over machtsbelangen die hen stuwen om zoveel mogelijk marktaandeel te grijpen, ook als er niet genoeg markt meer is om te vullen. Wellicht dat zo’n wijziging andere negatieve gevolgen zou hebben, die vraag zal het onderwerp voor een ander artikel moeten zijn. Maar zolang we geen structurele wijziging maken in het mondiale economische systeem zullen we nooit echt ‘uit’ de crisis zijn. Hoogstens tussen twee crises in.

Matthias van Trigt (1989) is student Politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.


[i] ‘Werkloze en werkzame beroepsbevolking per maand’, CBS StatLine, online beschikbaar via: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=80479NED&D1=10,12&D2=a&D3=0&D4=(l-26)-l&HD=140507-0007&HDR=T,G2,G1&STB=G3 (geraadpleegd op 29 april 2014).

[ii] ‘Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, mutaties’,  CBS StatLine, online beschikbaar via: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=81171NED&D1=1-3,8-13,15-17&D2=0-1&D3=(l-11)-l&HD=140507-0010&HDR=T&STB=G1,G2 (geraadpleegd op 29 april 2014).

[iii] D. Harvey, Limits to Capital (Londen 2007).

[iv] J. Choonara, Unravelling Capitalism: A Guide to Marxist Political Economy (Londen 2009).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>