Verplicht gecombineerd vervoer voor voetbalsupporters: een goede zaak?

Lisanne Jansen

Iedere week beleven vele Nederlanders plezier aan het bezoeken van voetbalwedstrijden. Er is echter een kleine groep supporters die zich af en toe misdraagt en incidenten veroorzaakt. Voetbalvandalisme vormt een maatschappelijk probleem dat zowel de bevolking als de politiek bezighoudt. Om het tegen te gaan bestaan er verschillende maatregelen, zoals het inzetten van politie, een alcoholverbod in het stadion of het opleggen van verplicht gecombineerd vervoer voor voetbalsupporters wanneer ze uitwedstrijden willen bezoeken. Met name deze laatstgenoemde maatregel, de zogenaamde combiregeling, is door verschillende groepen fel bekritiseerd. In dit stuk zal ik ingaan op de stelling: ‘de combiregeling, waarbij voetbalsupporters met verplicht georganiseerd vervoer naar een uitwedstrijd reizen, is een goede maatregel om voetbalvandalisme tegen te gaan’. Voordat ik dat doe, zal ik kort het ontstaan van voetbalvandalisme in Nederland en de maatregelen tegen dit probleem bespreken.

Aan het einde van de negentiende eeuw kwam de voetbalsport vanuit Engeland over naar Nederland. In die tijd was het nog vooral een sport voor de elite. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde voetbal in een sport voor iedereen en in die tijd deed zich ook voor het eerst voetbalvandalisme voor. De ontwikkelingen omtrent voetbalvandalisme en het voorkomen ervan vanaf na de Tweede Wereldoorlog kunnen in grofweg drie kleinere perioden worden onderverdeeld.[1]

De eerste periode betreft de jaren 1970. In deze tijd zijn de eerste supporterssides bij voetbalclubs ontstaan, een ontwikkeling die tegelijk liep met het ontstaan van voetbalgerelateerd geweld zoals we dat nu kennen. Het gewelddadige gedrag van deze supporterssides en de media-aandacht die deze incidenten kregen, zorgde ervoor dat dit soort gedrag rondom voetbal zich door het hele land verspreidde.[2] Aan het begin van de jaren 1970 was het geweld gerelateerd aan het wedstrijdverloop en gebeurtenissen op het veld, maar vanaf halverwege de jaren 1970 vormde dat niet langer een voorspellende factor voor het al dan niet voorkomen van supportersgeweld tijdens wedstrijden.[3] In deze periode werden er voor het eerst in de Nederlandse voetbalgeschiedenis hekken rondom de velden geplaatst om voetbalvandalisme tegen te gaan.

In tweede periode, vanaf halverwege de jaren 1980, kreeg het voetbalgeweld een meer prominente plaats op de politieke agenda. Ten eerste werd er geïnvesteerd in technopreventie, zoals videocamera’s en bussluizen. De bussluizen moesten ervoor zorgen dat supporters vanuit de bus alleen rechtstreeks het stadion binnen konden. Ten tweede is er in die tijd veel geïnvesteerd in sociaalpreventieve maatregelen. Voorbeelden daarvan zijn supporterbegeleiders, stewards en het in het seizoen 1996-1997 ingevoerde clubcard-systeem. Door dit systeem kunnen mensen alleen kaarten voor eerste- en eredivisie wedstrijden kopen, wanneer ze in het bezit zijn van een geldige seizoenclubcard of een clubcard die op naam staat. Supporters die zich al eerder misdragen hebben, kunnen zo makkelijker uit de stadions geweerd worden. Op die manier werd er getracht het voetbalvandalisme beheersbaar te houden.

De derde periode vangt aan vanaf het midden van de jaren 1990. In die periode leeft het voetbalgeweld weer op.[4] Opvallend is dat de in het verleden genomen maatregelen niet direct voor een afname van het geweld, maar eerder voor een verplaatsing wat betreft tijd en plaats van het voetbalgeweld lijken te hebben gezorgd.[5] Het geweld vond steeds vaker plaats buiten het stadion en dagen dat er geen wedstrijden werden gespeeld. Een bekend voorbeeld van de toename in het verplaatste voetbalgeweld is de zogenaamde ‘Slag bij Beverwijk’. Deze slag staat voor een korte, maar heftige confrontatie tussen Ajax en Feyenoord-hooligans in 1997 vlakbij Beverwijk. De hooligans van Ajax waren in de minderheid en vluchtten snel weg. Een aantal Ajax-supporters kon echter niet snel genoeg wegkomen en werd ingesloten door Feyenoord-hooligans. Zo ook de 35-jarige Carlo Picornie, die door geweld van Feyenoord-hooligans ter plekke stierf. In het afgelopen decennium lijkt deze trend zich te hebben doorgezet.[6] Niet langer speelt het vandalisme zich alleen af op de wedstrijddag en binnen de muren van het stadion.

Zoals deze periodisering laat zien, zijn er door de tijd heen verschillende maatregelen ontstaan om voetbalvandalisme te voorkomen. Eén van die maatregelen is de combiregeling. Deze regeling wordt al sinds 1980 ingezet om het vervoer van supporters beter te laten verlopen.[7] In het betaalde voetbal worden wedstrijden ingedeeld in risicocategorieën. Waar er bij wedstrijden met risicocategorie A geen restricties zijn op het vervoer, geldt dat er bij wedstrijden met risicocategorie B kan worden gekozen voor gereguleerd vervoer. Bij wedstrijden met de hoogste risicocategorie C is gereguleerd vervoer de standaard. De combimaatregel zorgt ervoor dat uitsupporters de wedstrijd alleen kunnen bezoeken wanneer zij met het georganiseerde vervoer reizen. Dit kan door middel van een georganiseerde bus- of treinreis, of door middel van een autocombi, waarbij supporters met de auto komen maar zich onderweg moeten melden. In het meest recente jaarrapport van het CIV is te lezen dat in 2012-2013 bij 330 wedstrijden van de in totaal 653 wedstrijden in het betaald voetbal van de nationale competities een combiregeling werd ingezet. Dit betekent dus dat bijna in de helft van de gevallen supporters verplicht met een vorm van georganiseerd vervoer naar de uitwedstrijden moeten reizen.[8] Hoewel er sprake is van een afname in de inzet van de combiregeling de laatste jaren, is de afname niet erg groot. Zo werd er bijvoorbeeld in het voetbalseizoen 2011-2012 bij 349 wedstrijden voor verplicht gecombineerd vervoerd gekozen, terwijl dit in 2010-2011 nog bij 354 wedstrijden het geval was. De vraag is of deze afname bij eenieder voor voldoende tevredenheid zorgt.

De combiregeling is door verschillende partijen bekritiseerd. De regeling is namelijk één van de maatregelen tegen voetbalvandalisme waar welwillende supporters ook last van hebben. Door de regeling moeten supporters vaak onnodig lang reizen en kunnen zij niet op eigen gelegenheid de wedstrijd bezoeken. Zo zal een Ajax-supporter die in de buurt van Utrecht woont, in het geval er combivervoer verplicht is eerst naar Amsterdam (of een omwisselpunt) moeten reizen, om vervolgens met het gecombineerde vervoer naar een uitwedstrijd van Ajax in Utrecht te gaan. Daarnaast is het onmogelijk om voorafgaand aan de wedstrijd met medesupporters in de stad van de uitwedstrijd iets te doen, of om naderhand overwinning te vieren. Vanaf het jaar 2000 ontstonden dan ook de eerste tegengeluiden. In een overleg van de stuurgroep Bestrijding voetbalgeweld en -vandalisme in dat jaar is afgesproken dat, waar mogelijk, het terugbrengen van het aantal combiregelingen een gezamenlijke doelstelling van gemeenten, politie, clubs en supporters is.

Er is dus in 2000 afgesproken dat de inzet van de combiregeling, waar mogelijk, zou moeten worden teruggebracht. Toch ontstond er gedurende het voetbalseizoen 2010-2011 onder voetbalsupporters steeds meer weerstand tegen het inzetten van verplichte combiregelingen. Zo blijkt uit onderzoek van het Auditteam Voetbal en Veiligheid dat slechts 12 procent van de supporters gecombineerd vervoer als prettig ervaart. Daarnaast geeft 91 procent van de supporters  aan het liefst met eigen vervoer naar een uitwedstrijd te reizen.[9] Om, onder andere, deze onvrede te uiten, hebben supporters van verschillende clubs zich daarom verenigd in de organisatie ‘www.tegenhetmodernevoetbal.nl’.

Echter, niet alleen onder supporters ontstonden tegengeluiden. Ook in het ‘Kader voor beleid: Voetbal en Veiligheid’ wordt erop gewezen dat voetbal voor iedereen weer ‘een feest’ moet worden en dat er daarom gestreefd moet worden naar een verlaging van het aantal combiregelingen.[10] Ten slotte zijn er ook vanuit de politiek tegengeluiden tegen deze maatregel. Zo verscheen in mei 2012 een initiatiefnota van de toenmalige Kamerleden Richard de Mos (PVV), Tjeerd van Dekken (PvdA) en Coskun Cörüz (CDA), waarin werd gepleit voor aanscherping van de ‘Voetbalwet’, zodat combiregeling kan worden afgeschaft.[11] Deze maatregel werd dus door mensen uit allerlei hoeken van de samenleving ter discussie gesteld.

Hoewel er op het eerste gezicht geen voorstanders lijken te zijn van de combiregeling, wordt deze ondanks alle protesten en tegengeluiden toch bij ongeveer de helft van alle wedstrijden in het betaalde voetbal ingezet. De maatregel blijkt bovendien effectief te zijn in het tegengaan van voetbalvandalisme. In Nederland worden over elke gespeelde voetbalwedstrijd in het betaalde voetbal gegevens bijgehouden over de maatregelen die worden ingezet en het aantal en soort incidenten dat er heeft plaatsgevonden. Door de gegevens van 3431 wedstrijden uit van vijf seizoenen (van 2006-2007 tot en met 2010-2011) te analyseren, is het mogelijk de effectiviteit van deze maatregel te achterhalen. Uit onderzoek blijkt de combiregeling zowel de kans op incidenten buiten het stadion als de kans op incidenten binnen het stadion significant te verminderen.[12] Hoewel dit niet is onderzocht, is de effectiviteit van deze maatregel mogelijk ook een reden waarom er door politie, burgemeesters en voetbalclubs zo vaak wordt gekozen voor de inzet van de combiregeling.

Kortom, de combiregeling blijkt, ondanks de vele tegenstanders, effectief te zijn in het tegengaan van incidenten rondom wedstrijden in het betaalde voetbal. Er lijkt dus een afweging gemaakt te moeten worden tussen het plezier van supporters en de effectiviteit van de maatregel. Mijn oordeel over de stelling ‘de combiregeling, waarbij voetbalsupporters met verplicht georganiseerd vervoer naar een uitwedstrijd reizen, is een goede maatregel om voetbalvandalisme tegen te gaan’ is dan ook positief. De maatregel werkt zeer zeker effectief in het terugdringen van voetbalvandalisme.

Toch denk ik dat in de afweging over het al dan niet inzetten van de combiregeling de welwillende voetbalsupporters die nooit voor problemen zorgen en gewoon genieten van een potje voetbal zeker niet vergeten mogen worden.

Lisanne Jansen (1990 ) volgt de Research Master Social and Cultural Science en deed onderzoek naar de combiregeling in het kader van het disciplinaire honoursprogramma aan de Radboud Universiteit.


[1] S. Bogaerts, A.C. Spapens & M.Y. Bruinsma, De bal of de man? Profielen van verdachten van voetbal gerelateerde geweldscriminaliteit (Tilburg 2003).

[2] R. Spaaij,  ‘Supportersgeweld rond voetbalwedstrijden: collectieve identiteit, sociale organisatie en groepsprocessen’, GROEPEN: Tijdschrift voor groepsdynamica en groepspsychotherapie,  (2007) 9-20.

[3] Ibidem; H.H. van den Brug, ‘Het voetbalvandalisme: theoretische uitgangspunten en enkele onderzoeksbevindingen’,    Tijdschrift voor Criminologie 4 (Amsterdam 1988) 264-280.

[4] O.M.J. Adang, ‘Jonge mannen in groepen. Een geweldige combinatie?’, Justitiële Verkenningen 26 (Den Haag 2000) 72-80.

[5] Spaaij, ‘Supportersgeweld rond voetbalwedstrijden’, 9-20.

[6] Bogaerts e.a., De bal of de man?; COT instituut voor Veiligheids-en Crisismanagement, Bureau Beke & Politie Academie, Ordeverstoringen en groepsgeweld bij evenementen en grootschalige gebeurtenissen: scherpte en alertheid (Den Haag 2010); E. Dunning, ‘Towards a Sociological Understanding of Footbal Hooliganism as a World Phenomen’, European Journal on Criminal Policy and Research 9 (Dordrecht 2000) 141-162; R. Spaaij, Supportersgeweld rond voetbalwedstrijden, Groepen 2 (2007) 9-20.

[7] A. Werkmeester, Een ‘tikkie’ terug: een onderzoek naar de ontwikkeling van de omvang van de politie-inzet bij het betaald voetbal in Nederland (Vleuten 2011).

[8] Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme, Jaarverslag seizoen 2012-2013 (Utrecht 2013).

[9] H. Ferwerda, S. Barlagen, J. Bos, B. Bremmers. T. van Ham & E. van der Torre, Uitsupporters centraal: een onderzoek naar het bezoeken van uitwedstrijden in het betaald voetbal (Arnhem 2011).

[10] Ministerie van Veiligheid en Justitie, Kader voor beleid: Voetbal en Veiligheid (Den Haag 2011).

[11] R. de Mos, T. van Dekken & C. Cörüz, Initiatiefnota ‘Voetbal weer een feest voor iedereen!’ (Den Haag 2012).

[12] D. Schaap, M. Postma, L. Jansen & J. Tolsma, Combating hooliganism in the Netherlands: evaluation measures to combat hooliganism with longitudinal registration data (nog te verschijnen).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>