Tussen kunst en cash: commercialisering van de kunst

Anna Tilroe

De rancuneuze stemming die nu in Nederland rond kunst hangt, heeft de kunstsector totaal overvallen. Verbijsterd vraagt ze zich af hoe het komt dat een zo rijke en gevarieerde culturele infrastructuur door een groot deel van de bevolking zo weinig wordt gewaardeerd en gerespecteerd. Bij alle verklaringen die worden gegeven, is er één die te weinig in ogenschouw wordt genomen en dat is een algemeen, diep geworteld gevoel van teleurstelling. Teleurstelling over de niet waargemaakte belofte die ooit door de politiek en de kunst samen is uitgedragen: de belofte van een Nieuwe Wereld met een Nieuwe Mens. We weten het nu, het modernistisch-socialistische idee van een universele wereld, een maakbare samenleving en een vrije, creatieve, communale mens is een fictie gebleken, een droombeeld dat nu in de ogen van velen vooral tot rampspoed heeft geleid: kunst voor insiders, imponeer-architectuur naast onpersoonlijke woonblokken, massa-immigratie, moskeeën, pedofilie en ‘een rond neukende, met hasj wolken omgeven’ jeugd.

De desillusie is misschien in Nederland wel harder aangekomen dan in de meeste andere westerse landen, juist doordat het linkse, modernistische gedachtegoed zich zo stevig heeft genesteld in de hele culturele infrastructuur. Het uitgebreide subsidiestelsel zoals zich dat na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld en dat vertrok vanuit het principe van volksverheffing, is gaandeweg steeds meer de nadruk gaan leggen op experiment en vernieuwing. Een verschuiving die volkomen in overeenstemming was met de avantgardistische ontwikkelingen in de kunsten zelf, maar die tot op bepaalde hoogte ook dezelfde deconfiture doormaakte. Zoals het de avantgardes niet is gelukt om een nieuw menselijk wezen te scheppen dat hun fijngevoeligheden deelde en de wereld door hun idealistische ogen zag, zo is de kunstsector er niet in geslaagd om een breed publiek voldoende voor die revolutie ontvankelijk te maken. Kunst was, bleef en is nog steeds in de eerste plaats iets van de kunstwereld.

Die kunstwereld is de laatste jaren zichtbaar geworden als een knoop van wilde tegenstellingen, een arena waarin een enorme machtsstrijd wordt gevoerd over wie bepaalt welke kunst het beste de tijd en de cultuur waarin wij leven weerspiegelt. In die strijd lijken diegenen die zich de duurste, grootste, meest sensationele kunst kunnen veroorloven, aan het langste eind te gaan trekken. In zekere zin is dat altijd zo geweest. Maar de inzet is nu hoger dan ooit: de culturele alomtegenwoordigheid van het globale kapitalisme

Heeft het wel zin om tegen een dergelijke overmacht in opstand te komen? Steeds meer stemmen pleiten ervoor om maar met de stroom mee te bewegen en te erkennen dat de markt een beslissende macht heeft. Het spreekt vanzelf, vinden zij, dat als de tijd en de sociale orde veranderen, ook de kunstopvatting moet veranderen.

Met dat laatste ben ik het hartgrondig eens. Het idee dat kunst radicaal, vernieuwend en progressief moet zijn, hoort bij een tijd die allang voorbij is. Het is een reclameslogan geworden voor een meedogenloos economisch systeem dat zichzelf nu via de kunst presenteert als een humane, democratische en progressieve kracht die het beste met de mensheid voor heeft. Maar de markt een beslissende macht toekennen, aan zo’n nederlaag ben ik nog lang niet toe.

Ik denk nog altijd dat kunst niet de taak heeft om de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet, te bevestigen, maar om deze open te breken, zodat ruimte komt voor andere denkbeelden en onvermoede perspectieven. Maar daarvoor moeten wel eerst intern theoretische en kunsthistorische muren en schuttingen worden geïnventariseerd en gesloopt die een brede discussie over de positie van kunst binnen de samenleving in de weg staan. Want als er iets is wat wij van de huidige ontwikkelingen kunnen leren, dan is het dat er dringend gezocht moet worden naar nieuwe antwoorden op de vraag naar de betekenis van kunst voor de huidige samenleving en de wereld die komt.

De twee artikelen die volgen, geschreven naar aanleiding van een door ondergetekende geleide mastercursus aan de Radboud Universiteit Nijmegen, zijn een aanzet daartoe.

Prof. Anna Tilroe (1946) is buitengewoon hoogleraar Kunst & Cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij kunstcriticus en curator, gespecialiseerd in hedendaagse beeldende kunst en cultuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>