Weg met de monarchie, het is 2013

Michel Graef

“Weg met de monarchie, het is 2013”. Niet gehinderd door enige creativiteit stond de studente met een zelfgemaakt bordje met bovenstaande tekst bij een van de publieke optredens van de Koningin nadat zij haar aftreden had aangekondigd. Haar aanhouding was het trieste dieptepunt in de discussie over ons koningshuis en tekenend voor het debat waarin sentiment en nostalgie de dienst uitmaken. Ja, een president (of ieder ander alternatief) kost ook geld. En ja, het koningshuis is een onderdeel van onze gemeenschappelijke historie en cultuur. Ik wil zelfs nog wel toegeven dat de huidige koningin haar werk goed doet. Naar mijn mening zijn dit dan ook niet de aspecten die er toe doen wanneer we het bestaan van de monarchie ter discussie stellen.

Voorstanders van het koningshuis wijzen maar al te graag op de belangrijke werkzaamheden die de monarch zou verrichten. Zo zou deze een belangrijke vertegenwoordiger zijn van ons land in het buitenland. Een belangrijke netwerker en een uithangbord voor het Nederlandse bedrijfsleven bovendien. De vraag is in eerste instantie hoe belangrijk deze rol daadwerkelijk is. Zoals de Britse journalist Bagehot ooit schreef in een van zijn essays over de Koning: ‘We moeten niet teveel daglicht op de magie laten schijnen, anders verdwijnt wellicht de monarchiebonus’.[1] Echter, als de eerder genoemde constatering ook maar enigszins juist is, is dit dan niet juist waar het probleem ligt? Een dergelijke functie is zeker voor een exportland als Nederland van groot belang. Waarom zouden we deze functie dan afhankelijk laten zijn van erfopvolging? In een democratie kiezen we vertegenwoordigers voor vrijwel alle niveaus, of het nu lokaal, provinciaal of nationaal is. Zelfs voor een op het eerste oog weinig ideologisch getint ambt als het waterschap schrijven we verkiezingen uit. Als we vertegenwoordigers kiezen op het niveau van het waterschap is het haast absurd dat we iemand met een belangrijk publiek profiel die ons vertegenwoordigt in het buitenland niet kunnen kiezen.

Sterker nog, wanneer we erkennen dat het koningshuis een belangrijke openbare, publieke taak vervult schuurt dit met (of op zijn minst de intentie van) artikel 3 van de grondwet dat regelt dat alle Nederlanders op gelijke voet benoemd kunnen worden in de openbare dienst. Deze functie zou op zijn minst door iemand vervuld moeten worden die voldoet aan enkele kwaliteitseisen, op basis van verdienste of op zijn minst op basis van een bepaalde mate van populariteit, niet op basis van het specifieke geboortekanaal waar iemand uitkomt, zoals Thomas Paine het ooit zo eloquent omschreef[2].  Als de voorstanders van het koningshuis zo overtuigd zijn van haar populariteit staat het hen vrij Hare Majesteit voor te dragen. Hierdoor zijn er twee opties; als de voorstanders erkennen dat de monarch een belangrijke taak heeft, is het absurd dat we deze taak toekennen op basis van erfopvolging. Of het koningshuis heeft geen belangrijke taak, waardoor het in stand houden van dit instituut – zeker gezien de kosten- ook een onzinnige onderneming is.

Een ander argument waar de gemiddelde voorstander van de monarchie zich op beroept, is het belang van een objectieve begeleider van het politieke proces. Hoewel de rol van de monarch tijdens de formatie uitgespeeld lijkt, blijft het vreemd dat iemand die geselecteerd is op basis van zijn adellijke titel een wekelijks onderonsje met de minister- president heeft. Ook de besloten gesprekken met ministers en andere politieke kopstukken passen niet in het huidige transparante en democratische systeem. Beargumenteerd wordt dat de monarch in zijn rol objectief zou zijn en enkel aan het landsbelang zou denken en hier bovendien ook zijn gehele leven al voor opgeleid wordt. De notie van objectiviteit is alleen al theoretisch gezien absurd. Ook een begrip als landsbelang is ambigu. Zowel Mark Rutte als Emile Roemer zegt te handelen in het landsbelang, de praktische invulling van dit handelen verschilt echter als dag en nacht. Ook in de praktijk blijkt het objectieve karakter vaak tegen te vallen, meer dan eens werd de mening van de vorstin op subtiele wijze in haar toespraken verweven. Voorstanders zullen stellen dat een gekozen president met eenzelfde soort takenpakket een nog veel duidelijker politiek profiel zal hebben. Dat zou echter geen probleem zijn. Na een langdurig proces van kandidaatstelling en verkiezingen met het bijhorende proces van doorlichten door de media zal de kandidaat weinig geheimen meer kennen en is zijn politiek profiel bekend.

Bovendien zal de winnaar een meerderheid hebben en daarmee een mandaat. Een politieke opinie en subjectiviteit zijn haast onvermijdbaar, in plaats van deze te camoufleren is er in een presidentieel systeem sprake van transparantie en duidelijkheid. Dat dit niet leidt tot een traag en langdurig formatieproces heeft de laatste formatie waarin de tweede kamer het voortouw nam uitgewezen. Bovendien hebben  zowel de informateurs als de formateur  ook altijd een duidelijke politieke achtergrond en wordt dit vrijwel nooit als problematisch ervaren. Volgens Max Weber[3] is het voordeel van een monarchie dat dit het machtsstreven van politici begrenst, ze zouden altijd in formele zin slechts de tweede plaats bezetten waardoor de kans op een alleenheerser verkleind wordt en bovendien het verlangen naar een enkele sterke leider zou afnemen. Er is echter geen enkele reden waarom een president deze rol niet zou kunnen vervullen. Door de president en premier verschillende taken toe te kennen, ontstaat er een systeem van checks en balances waardoor beiden (in combinatie met de Eerste en Tweede Kamer) nooit alle macht naar zich toe kunnen trekken.

Wanneer we alle sentimentele en nostalgische argumenten buiten beschouwing laten, blijven er in mijn optiek twee argumenten over. De rol van de vorstin als vertegenwoordiger in het buitenland en als boegbeeld voor de Nederlandse handel en bedrijvigheid en haar niet transparante rol in het politieke proces. Ik heb echter proberen aan te tonen wanneer het waar is dat de monarch een belangrijke rol heeft, het absurd is dat we deze niet kunnen kiezen zoals vrijwel elke vertegenwoordiger in het democratisch bestel. Ook de weliswaar beperkte politieke rol kan beter worden overgelaten aan gekozen politici wanneer we een duidelijk en transparant proces voorstaan. Kortom, de monarchie lijkt inderdaad niet thuis te horen in de 21ste eeuw.

Michel Graef (1988) is masterstudent Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.


[1] W. Bagehot, The English Constitution (New York 1978 [1873]) 76.

[2] T. Paine, Common Sense (Boston 1776) 12.

[3] M. Weber, Economy and Society: An Outline of Interpretive Sociology  I (Berkeley 1978) 1039.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>