G500: verontrustend of verademend voor de democratie? (inleiding)

Peter van der Heiden

G500 kwam, zag en… tja, wat eigenlijk? Overwon? Dat valt niet goed vol te houden. Wat tamelijk ronkend van start ging begin van dit jaar doet toch een beetje aan een nachtkaars denken. G500 is behoorlijk naar de achtergrond gedrukt in het geweld van de echte ‘grotemensenpolitiek’, waar echte partijen echte regeerakkoorden sluiten en met de echte gevolgen daarvan te maken hebben.

Nu is het tamelijk gemakkelijk om een initiatief als de G500 de grond in te schrijven – en de beweging draagt daar, in alle eerlijkheid, ook wel wat aan bij. Zo is het vergeefs zoeken op de G500 website naar een missie van de beweging, tenzij de ‘verjonging van de politiek’ de core business van de G500 is. Of ontleent de beweging haar bestaansrecht eigenlijk alleen maar aan haar ‘tienpuntenplan’? Deze onduidelijkheid draagt niet bij aan een herkenbaar gezicht voor de ‘ijzersterke organisatie’, zoals zij zichzelf noemt. Wat is die G500 nu helemaal, behalve een beweging die kortstondig voor wat reuring heeft gezorgd in de Nederlandse politiek?

Nu is het natuurlijk ook lastig om als a-politieke beweging politieke invloed te verkrijgen. In de kern is G500 uiteraard a-politiek; zij poogt (of moet ik al schrijven: poogde) alle grote politieke partijen zowel personeel als inhoudelijk te verjongen. Dat impliceert een niet-ideologische achtergrond: PvdA-angehauchte jongeren zullen niet veel invloed hebben op de VVD en vice versa. Zonder een ideologische achtergrond is de beweging niet veel meer dan een belangenbehartiger voor jongeren, die enerzijds probeert jongeren beter vertegenwoordigd te krijgen in de politiek en anderzijds probeert politieke partijen te beïnvloeden om een meer op jongeren gericht verkiezingsprogram te produceren. De vraag is echter of dat mogelijk is, een niet-ideologisch gekleurd jongerenbelang te formuleren. En als dat al zou kunnen, wat ik sterk betwijfel, is het de vraag of dat via reguliere, nog altijd ideologisch gefundeerde partijen, in de politiek te brengen is.

De hele gang van zaken rond G500 doet mij sterk denken aan de ouderenpartij van Jan Nagel, 50PLUS. Het plaatje ziet er een stuk dynamischer uit met jongeren, maar in de kern beoogt de beweging hetzelfde: het ontideologiseren van een generatiebelang, in de hoop een geheel leeftijdscohort aan te spreken. Het geringe succes van 50PLUS – slechts 2 zetels in de Tweede Kamer – bewijst hoe lastig dat is. Dé oudere bestaat niet – er zijn linkse ouderen, rechtse ouderen, welvarende ouderen, arme ouderen, fitte ouderen, bedlegerige ouderen en ga zo maar door – en dat geldt, met uitzondering wellicht van de bedlegerigheid, grosso modo ook voor jongeren. Dé jongere bestaat ook niet. Zeker niet in de politiek. Leeftijd is nu eenmaal geen politieke categorie – gelukkig niet. Politieke beslissingen gaan iedereen aan en zijn generatieoverschrijdend: dat moeten politieke bewegingen dus ook zijn. Het op grond van generatie monopoliseren van problemen en oplossingen zet de generaties eerder tegen elkaar op dan te zorgen voor solidariteit.

Dit alles betekent niet dat jongeren niet het recht hebben politieke partijen te beïnvloeden. Sterker nog: wat mij betreft hebben ze de plicht om dat te doen. Maar niet onder de vlag van een hele generatie en niet onder de vlag van politieke neutraliteit. In de komende twee artikelen zal een begin worden gemaakt met het debat over dit spannende en belangrijke onderwerp.

 Peter van der Heiden (1965) is als politicoloog en parlementair historicus verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis te Nijmegen. Daarnaast is hij freelance politiek analist, journalist en tekstschrijver.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>