De moraliteit van culturen

Jesse Gusman 

De culturele groep waar wij deel van uitmaken is ontzettend belangrijk voor de normen en waarden die wij naleven. De geschiedenis en gewoonten van onze cultuur zijn belangrijk in het bepalen van onze principes. Zo stelt Ranjoo Seodu Herr dat onze cultuur zogenaamde hypergoods biedt.[1] Dit zijn de belangrijkste culturele waarden die centraal staan in ons leven. Deze hypergoods kunnen per cultuur verschillen. In de benadering van Herr wordt het dus heel moeilijk om over universele waarden te spreken waaraan elke cultuur zou moeten voldoen. Zaken als mensenrechten, autonomie en een bepaalde mate van gelijkheid moeten niet als universeel geldige waarden, maar als hypergoods van de liberale cultuur worden gezien. Er zijn geen morele gronden op basis waarvan deze opgelegd kunnen worden. Culturele groepen, zowel verschillende naties als binnenlandse minderheden, zouden op basis hiervan aanspraak kunnen maken op groepsrechten. Binnen de eigen cultuur moeten culturele groepen zoveel mogelijk los van de staat hun eigen samenleving kunnen organiseren. Het is niet belangrijk dat de leden van de culturele groep in staat zijn hun eigen cultuur kritisch te bevragen en autonoom beslissingen kunnen nemen over normen en waarden. Voor veel mensen zal dit zelfs teveel gevraagd zijn. Het gaat er niet zozeer om dat we onze normen en waarden kritisch kunnen analyseren, maar dat we volgens ons eigen geweten kunnen leven. Kortom, we mogen al tevreden zijn als we enkel denken het goede leven te leiden.

Bescherming tegen hypergoods
Hoe belangrijk een cultureel kader ook voor ons is, de genoemde benadering lijkt toch problematisch. Er bestaat immers een kans op grove uitwassen binnen culturele groepen. We willen graag de zaken die we verafschuwen, kunnen veroordelen. Culturele groepen die hypergoods aanhangen, zoals Nazi’s of groepen die het offeren van kinderen goedkeuren, willen we kunnen verwerpen. Echter, zolang groepsrechten per definitie als legitiem worden erkend, wordt het moeilijk of onmogelijk om bij zulke excessen in te grijpen.

Herr zoekt naar een oplossing om deze uitwassen tegen te gaan. Ten eerste wijst ze erop dat het geweten van veel mensen te sterke schendingen van algemeen aanvaarde moraliteit zal afkeuren. Wat de culturele context van iemand ook is, te grove schendingen van de waardigheid van het individu zullen uiteindelijk worden afgekeurd. Daarnaast is volgens Herr ook democratie binnen de culturele groep erg belangrijk, want de realisatie van een cultuur moet gebaseerd zijn op de gelijkwaardige participatie van elk betrokken individu.

Interpretaties van hypergoods zijn echter continue aan verandering onderhevig. De vraag is wie in dit proces de belangrijkste rol speelt: kan iedereen op een gelijkwaardige wijze participeren in dit proces of is er sprake van een machtsverhouding waarin bepaalde groepen binnen de culturele groep een veel grotere invloed hebben? In een democratisch proces zullen extremisten het moeilijk krijgen, want ze zullen niet snel steun krijgen van de massa. Het lijkt er dus op dat democratie als een universeel principe wordt gehuldigd. Dit lijkt problematisch, omdat Herr het bestaan van principes extern aan culturele groepen ontkent. Gezien de eerdere bevindingen van Herr lijken we er dus niet aan te ontkomen om ook democratie als een cultureel bepaald hypergood te zien. Er worden in ieder geval geen redenen gegeven waarom democratie een andere status heeft dan andere hypergoods. De matigende werking die democratie kan hebben op de waarden van culturele groepen kan een empirische constatering zijn, maar kan niet als criterium dienen om op morele gronden culturele praktijken af te keuren. We kunnen culturele praktijken alleen afkeuren als we cultureel bepaalde hypergoods niet meer als de ultieme bron van moraliteit zien.

Recht op Exit
We kunnen moeilijk om de culturele invloed op onze normen en waarden heen. Enerzijds lijken we de rol van cultuur te moeten erkennen om überhaupt over normen en waarden te kunnen spreken; anderzijds willen we individuen binnen culturele groepen beschermen tegen grote uitwassen in het morele kader van hun cultuur. Chadran Kukathas meent dat de staat culturele groepen moet reguleren.[2] Ten eerste moeten culturele groepen binnen een staat tegen elkaar worden beschermd. Belangrijker is dat de staat zorg biedt voor een ‘exit-optie’ voor individuen ten aanzien van hun culturele groep. Culturele groepen moeten, zolang ze andere groepen niet storen, in hun doen en laten geheel vrij worden gelaten. Daarnaast is het erg belangrijk dat ze groepsleden niet verhinderen uit de groep te stappen. Het belangrijkste uitgangspunt is het geweten van het individu. Het individu moet ten alle tijden zijn of haar geweten kunnen respecteren en als het hiervoor nodig is van cultuur kunnen wisselen.

Dit lijkt echter een vreemde constructie. Ten eerste impliceert het dat je zomaar in een andere groep kan instappen, en dat het überhaupt mogelijk is om afstand te doen van je culturele identiteit. Waarschijnlijk zal het individu bij het verlaten van de culturele groep in een soort cultureel vacuüm terechtkomen, met de nodige morele verwarring als gevolg. Als je opeens uit je culturele kader stapt, is het dan nog mogelijk om over moraliteit te spreken?  Culturele kaders kunnen veranderen en individuen kunnen verschillende morele posities innemen, maar deze veranderingen gaan altijd geleidelijk; een plotselinge afscheuring van een cultuur is onmogelijk. We moeten dus een benadering vinden die recht doet aan de culturele verschillen tussen groepen binnen de samenleving, maar ook het individuele geweten beschermt.

De oplossing: een aan cultuur extern criterium
We hebben gezien dat er in dit vraagstuk sowieso sprake is van een trade-off tussen culturele rechten en een zekere bescherming van het individu. Gezien de culturele bepaaldheid van mensen kunnen we hier niet zomaar in zijn geheel afstand van doen van onze cultuur. Culturele tradities moeten centraal staan in onze conceptie van rechten. Echter, indien het noodzakelijk is voor het respecteren van het geweten van het individu, moet dit individu wel vrij worden gelaten om van cultuur te wisselen. Daarnaast staat onomstotelijk vast dat het in de moderne maatschappij mogelijk moet zijn dat de verschillende aanwezige culturele tradities naast elkaar kunnen leven. Dit betekent dat, terwijl culturele groepen wel centraal staan, er externe criteria moeten worden ontworpen waaraan elke legitieme culturele groep moet voldoen.

Ten eerste is een zekere mate van respect voor andere culturele groepen nodig om geweld in de samenleving te voorkomen. Daarnaast moeten er criteria worden bedacht waardoor het individu bescherming krijgt binnen de eigen culturele groep. Centraal staat de bescherming van het geweten van het individu. Het gaat er niet zozeer om dat de staat bepaalde rechten aan culturele groepen geeft, maar dat een institutioneel kader wordt geboden waarin het internaliseren van bepaalde normen en waarden door culturele groepen wordt gestimuleerd. Educatie staat hierin centraal en daarom is het belangrijk dat de staat een systeem van onderwijs faciliteert waarin individuen zelf leren om hun eigen culturele kader te interpreteren. Op deze manier kunnen deze interpretaties niet meer door elites in al dan niet gemanipuleerde vorm van bovenaf worden opgelegd. Op deze manier weet het individu ook beter wat de kern van de eigen cultuur is en kan het dichter bij diens culturele bepaaldheid komen te staan. Door de argumenten van mensen uit dezelfde cultuur te begrijpen, kan er ook begrip worden gekweekt voor afwijkende meningen. Misschien ben je het niet met iemand eens, maar een zekere mate van respect kan toch ontstaan wanneer je weet waarom iemand iets vindt. Men snapt zo dat anderen een bepaalde reden hebben  voor een bepaald standpunt waar niet per se een evident irrationele redenatie aan ten grondslag ligt. Zo kunnen er  ‘redelijke’ meningsverschillen ontstaan.

Deze instelling ten opzichte van andere meningen heeft niet alleen een democratische en matigende werking op de eigen culturele groep, maar leidt tot meer begrip voor andere culturele kaders. Immers, vanuit de eigen cultuur weet men dat meningsverschillen niet per se betekenen dat de ander irrationeel is. Het enige dat belangrijk is, is dat in de gaten wordt gehouden of er in andere culturele groepen ook sprake is van een democratische cultuur. Er moet dus wel degelijk sprake zijn van een vorm van moraliteit die extern is aan bepaalde culturen. Aan de hand van een universeel kader van bepaalde waarden kunnen ‘goede’ en ‘slechte’ culturele groepen worden herkend. Tegen de hypergoods van slechte culturele groepen mag de westerse wereld optreden en proberen een democratische cultuur op te leggen. Culturele groepen waarin afwijkende meningen de kop in worden gedrukt en bijvoorbeeld vrouwen uit het kader van culturele educatie en interpretatie worden verstoten, moeten worden afgekeurd. Zolang het in een groep mogelijk is om van elkaar te verschillen van standpunt,  om naar een ander ‘kamp’ in de groep over te stappen en iedereen deel heeft in de interpretatie van de cultuur, moeten groepen vrij worden gelaten in hun doen en laten. Het internaliseren van dit soort democratie zorgt ervoor dat er sprake is van een matigende werking en dat zoveel mogelijk individuen hun geweten beschermd zien. Als een culturele groep hier niet aan voldoet, mag worden ingegrepen. Het liefst wordt hier wel een langere weg gevolgd waarin het internaliseren van democratische waarden centraal staat. Handhaving door de staat moet altijd gepaard gaan met educatie. Echter, er is wel een moreel kader om al te grove uitwassen in culturele groepen hard aan te pakken. Ook als dit tegen de hypergoods van een cultuur ingaat.                                                                             

Jesse Gusman (1989) is student filosofie en politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.



[1] R. S. Herr, ’Liberal multiculturalism: an oxymoron?, The Philosophical Forum 38 (2007) 23-41.

[2] C. Kukathas, The liberal archipelago. A theory of diversity and freedom (Oxford 2007).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>