Minister zonder portefeuille

Joep Willemsen

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking is altijd een symbool geweest. Wanneer de PvdA aan de macht was, werd deze benoemd. Wanneer de partij niet in de regering zat, werden de taken weer onder een andere minister geschaard en verdween de titulatuur. Het is een symbool om het belang van ontwikkelingssamenwerking kracht bij te zetten.

Kabinet Rutte II is inmiddels een feit. Het was een uitruil van standpunten. Dit bleek, ondanks de opstartproblemen bij de bekendmaking, een zeer effectieve manier om een regeringsakkoord op hoofdlijnen te vormen. Vanzelfsprekend kwam de minister voor Ontwikkelingssamenwerking weer in het kabinet en net als in Balkenende IV was het een minister zonder portefeuille.

De Minister zonder portefeuille staat niet aan het hoofd van een departement, maar is wel degelijk verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein en heeft zitting in de ministerraad. In Rutte II is Lilianne Ploumen dus via deze constructie het kabinet ingerold.

Er wordt 1 miljard euro bezuinigd op haar beleidsterrein. In Nederland gold het als norm 0.8 procent van het BNP te reserveren voor ontwikkelingshulp. Met de huidige plannen zakt het bedrag zelfs onder de 0.6 procent. Dat is schandalig en historisch laag. De ‘liberale’ strijkstok-argumenten tegen de hoogte van het voormalige budget zijn ridicuul. Dan moet er iets aan de strijkstok gedaan worden. De samenvoeging van Ontwikkelingssamenwerking met Buitenlandse Handel zegt wellicht iets over hoe er met ontwikkelingshulp zal worden omgegaan: We geven u één euro zodat u met twee euro iets bij ons kunt kopen.

Tijdens de verkiezingsdebatten waren er vooral discussies over  wie er nu 1,2 of 1,7 procent economische groei had in 2017. Bij wie we op onze 66ste mochten stoppen met werken, of mensen hun hypotheek van vier ton nog wel konden betalen en waarom Samsom ineens een stropdas droeg. In diezelfde periode werden in Aleppo tien bakkers gebombardeerd om de Syriërs uit te hongeren. Daar was echter geen ruimte voor in de debatten, want wij hebben crisis.

Dat er bezuinigd moet worden, is evident. Dat we dit geld weghalen bij de zwaksten van de wereld is een gotspe. Nu wij de ‘klappen van de zweep’  kennen, zouden we ons nog meer verwant moeten voelen aan de mensen die het minder hebben en onszelf gelukkig prijzen. Juist in deze tijden zouden wij moeten laten zien wat onze moraal waard is. Dan bedoel ik niet de handelsgeest. We verkeren anders vooral in een morele en niet in economische crisis. Het overgrote deel van de wereld leeft iedere dag in een crisis. Zij worden geboren in crisis en gaan er in dood.

Het ministerschap wordt anders ook overbodig, want met deze bezuiniging wordt de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking letterlijk een minister zonder portefeuille, die zijn gidsfunctie verruild heeft voor handelsgeest. Waarmee de symboliek van Ploumens ministerschap de uitholling verdoezelt.

Joep Willemsen (1985) is parlementair historicus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>