Erkenning door ontkenning

Joep Willemsen

In Frankrijk werd in januari door het nationale parlement een wet aangenomen die de ontkenning van de Armeense genocide, evenals ontkenning van de Holocaust, strafbaar maakte. De Turkse regering was woedend en de Turkse ambassadeur werd teruggeroepen naar Ankara. Het hooggerechtshof van Frankrijk heeft inmiddels de wet nietig verklaard, omdat de vrijheid van meningsuiting er door in het gedrang zou komen. De Turkse regering juichte die beslissing toe en was gelukkig dat de vrijheid van meningsuiting zegevierde. Het is een bizar contrast dat Turkije, dat het erkennen van de Armeense genocide strafbaar heeft gesteld, dit besluit toejuichte onder het mom van die vrijheid.

In Turkije wordt de Armeense genocide tot op de dag van vandaag pertinent ontkend. Dat Frankrijk tot actie over wilde gaan, kan dus als moedig en respectvol bestempeld worden, vooral wanneer we de politieke en economische belangen in acht nemen. Maar wat lag ten grondslag aan de beslissing van het Franse parlement om het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar te stellen? Het signaal dat het met deze beslissing wilde afgeven, is het betuigen van medeleven en respect voor de overlevenden en nabestaanden. Het is een erkenning van de geschiedenis, en een monument dat door de wet moest worden bekrachtigd en veiliggesteld. Daarnaast is het wellicht ook een mogelijkheid om de Westerse waarden te benadrukken, juist in tijden dat die waarden onder druk lijken te staan.

Voor de Holocaust heeft men dit ook gedaan in verschillende Westerse landen. In Nederland, Frankrijk en Zwitserland is het strafbaar om de Holocaust te ontkennen en is het ridiculiseren ervan zelfs een strafbaar feit. Dit komt eveneens voort uit betuiging van respect voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar ook uit schuldgevoel dat vele regeringsleiders hadden over hun onmacht, passiviteit en de verschrikkingen van die tijd. Daarnaast was het daardoor makkelijker om opkomende neonazistische partijen en bewegingen snel de kop in te drukken.

Juist omdat het – terecht en vanzelfsprekend – enorm beladen onderwerpen zijn in onze contemporaine geschiedenis en we iedere dag nog stille getuigen zien van deze gebeurtenissen, staat het onderwerp nog zeer dicht bij de mens. Het zijn gebeurtenissen die we in de moderne tijd nooit meer hopen mee te maken. Het zijn zwarte bladzijden in de geschiedenis van de mens, die de gemoederen nog flink bezighouden. Dat bleek wederom in enkele discussies rondom de dodenherdenking.

 Maar, wat is er nu eigenlijk gebeurd in Frankrijk? Wanneer we de emotie uit het debat proberen te halen en er met een puur juridische blik naar kijken, is er iets anders aan de hand dan het puur respect willen betuigen aan de slachtoffers. Het ontkennen van een historische gebeurtenis is namelijk strafbaar gemaakt. Het is strafbaar wanneer je niet gelooft of ontkent dat de Armeense genocide of Holocaust plaats hebben gevonden. Dit is erg vreemd. Het is eigenlijk ridicuul dat de ontkenning van een historische gebeurtenis, of het belachelijk maken daarvan, strafbaar is. Iedereen heeft recht op meningsuiting, maar ook op domheid en onwetendheid en daarmee indirect ook op kwetsen.

Zoals het Franse hof al concludeerde, tast het strafbaar stellen van de ontkenning van de Armeense genocide de basis aan van vrijheid van gedachten en de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting moet niet alleen maar gelden voor meningen die men wil horen, want dan wordt deze vrijheid een lege huls. Juist de frictie die ontstaat door afwijkende meningen, maakt die vrijheid zo waardevol voor discussies. Uiteraard is het pijnlijk voor de nabestaanden van de Armeense genocide en de Holocaust, om geconfronteerd te worden met bepaalde uitspraken, maar de oplossing daarvoor is niet het strafbaar stellen van die uitspraken. Zoals als John Locke vrij vertaald al zei: ‘Het straffen van meningen leidt niet tot overtuiging.’

Het roept ook de vraag op waarom het ontkennen van de slavernij, de moord van de Spanjaarden op de Inca’s, en de politionele acties niet strafbaar zijn gesteld. Waar stopt het? De wetgever zou zich daarom niet met de geschiedschrijving moeten bemoeien. Een veel beter antwoord is om met tegenargumenten aandacht te vragen voor de verschrikkingen en het geleden leed. Laten we daarom vooral proberen om de geschiedenis recht te doen door ze te onderzoeken en in vrijheid te bediscussiëren. Het debat moet zegevieren. De meningen die tegen de gevestigde meningen indruisen, doen daarmee recht aan de zoektocht naar de waarheid, niet het strafbaar stellen ervan. Want dan verstomt het debat en resten ons slechts de monumenten. Erkenning door ontkenning.

Joep Willemsen (1985) is parlementair historicus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>