Entiteiten

Jacob van Hoof

“Ik wist: ‘dat is mijn vrouw’ (…)
Ik zag mijn hele toekomst ineens, er was niets meer aan te doen.”

- Leo Vroman (1915-2014) over Tineke Vroman

Op de ochtend van de bruiloft van mijn beste twee vrienden (het is een schitterend gegeven dat juist zij met elkaar trouwen) besloot ik helemaal opnieuw te beginnen. Het was inmiddels te laat dat voor mijn taak als ceremoniemeester te doen gelden, maar de speech die ik had geschreven en welke niet naar mijn tevredenheid af of afgerond was, en die bovendien inhoudelijk niet waarachtig weerspiegelde wat ik écht tegen ze wilde zeggen, moest hieraan geloven. Op wat – tot nu toe – het meest grootse moment in het leven van mijn vrienden moest worden waren ze mijn maximale waarachtigheid en integriteit (of wat er die ochtend nog uit zou komen) eens te meer waard. Ik hergebruikte enkel de eerste zin:

Lieve vrienden, op dit soort dagen worden mijn gebreken mij eens te meer duidelijk. Ik heb mijn taak als ceremoniemeester totaal verwaarloosd, een beschamend feit dat ik niet zal ontkennen en waaraan ik nu ook niet meer ontkomen zal. Het spijt me. Het feit dat ik, zoals ik wel vaker heb gezegd, deze wereld over het algemeen vanaf een afstandje beschouwend gadesla en er zodoende niet in eersterangs beleving aan denk deel te nemen, maakte dat ik deze dag met enig overzicht, en niet in de laatste plaats dankzij het vooraf door de bruid opgestelde draaiboek (zij kent mij goed), in goede banen heb kunnen leiden. Mijn belevingswereld laat zich het beste vergelijken met het auditorium van een rond theatertje waarin de loges boven mij uit in meerdere ringen opgesteld zijn. Het is het lot waar iedere (be)schrijver mee moet leren leven. In het verloop van de laatste jaren heb ik, zittend vanachter mijn bureautje, mijn podium, gemerkt dat de mensen om mij heen als vanzelf opschoven naar boven, naar de volgende loge van het leven. Ze studeerden af, gingen zelfstandig wonen, vonden en bleven bij die ene ware, trouwden en kregen kinderen. Uit dit beschouwend proces is de verwondering langzaam aan het verdwijnen omdat 1) de werkelijkheid kennelijk zo in elkaar lijkt te steken en 2) omdat ik in mijn constante neiging tot het beredeneren van de subjectiviteit van mijn individu, diens positie en beleving steeds weer nieuwe inzichten ontdek. Zo is het dat ik, in de beschouwing van mijn eigen leven en dat van anderen, tot voor kort het idee toelaat dat we de dingen die daarin gebeuren of de situaties die zich daarin voordoen zélf kunnen regisseren omdat we ze zélf simpelweg creëren, of tenminste, er onderdeel van uitmaken.

Ik geloof dan ook niet dat een toevalligheid betrof dat jullie elkaar ontmoet hebben, ook al kende ik jullie ieder eerder dan dat jullie elkaar kenden en betichten jullie mij er nu van dat ik het moedwillig heb gearrangeerd. Nee, jullie vonden elkaar en bleken op elkaar aangewezen, net zoals jullie op zo’n zwetskous van een gezamenlijke vriend als ik aangewezen zijn. Naarmate het leven verder naar boven opschoof en wij daarin verder gingen bleken jullie steeds meer een ware eenheid, de entiteit van elkaars ware, en bovendien het residu van alles dat jullie samen met elkaar meemaakten en beleefden. Los van de momenten dat het leven zich even niet liet regisseren, als andere entiteiten ons ontvielen, was het steeds het gevoel dat jullie naar elkaar toe neigde en vond de een de troost en bescherming bij de ander, en besefte de ander dat die de een weer nodig had om die het te kunnen bieden. Jullie horen bij elkaar. Het is in die wetenschap dat ik hoop dat ieder stel dat zich ooit tot echtpaar kroont zich in een aangewezen en evenwichtige eenheid als die van jullie zal herkennen.

Het was gisteren dat mijn buurvrouw, tegen wie ik mijn spijt over mijn gebrekkige voorbereiding aan deze dag opbiechtte, mij vertelde: ‘Focus níet op wat je níet, maar juist op wat je wél hebt gedaan, en doe dat vervolgens met verve.’ Wel, het is niet veel dat ik heb kunnen doen, maar ik heb jullie leren kennen.

Zo was het vanochtend dat ik het stuk dat ik voor deze Volonté Générale had geschreven (en dat voor de verandering eens op tijd voor de deadline ingeleverd zou worden) met eenzelfde gedachte opzijschoof. Het kwam door een gesprek dat ik de avond hiervoor voerde met een vriendin die zich recentelijk uit een entiteit met haar partner had losgemaakt. Zij beargumenteerde haar innerlijke zoektocht en de afweging of er genoeg grond was om er met hernieuwd inzicht en besef samen verder op te bouwen. Mijn advies in dezen: begin opnieuw en maak het mee, te beginnen door dit stuk van bovenaf aan te lezen. Ik zou het nou eenmaal een eer vinden als jullie weer plaatsnemen in een van mijn loges.

 Jacob van Hoof (1981) is schrijver en dichter die publiceert onder het pseudoniem ‘Djeekop de Dichter’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>