Een korte beschouwing

Jacob van Hoof

Zoals Bruno Ganz als engel in Der Himmel über Berlin vanaf de Siegessäule beneden de bedrijvigheid van de stad en haar bevolking gade sloeg, zo heb ik de gewoonte vaak in gedachten in ‘helicopterview’ boven mijn kruin te zweven en zo over mijn belopen pad heen te kijken. In deze modus (ik noem het ‘kalenderdenken’) denk ik na over gebeurtenissen en levenskwesties en zet ik het in perspectief van plaats en tijd, en letterlijker nog, kalenderjaren. Zo nu en dan praat ik erover met mensen die ik allemaal mijn vrienden wil noemen, diegenen waarbij je je zo op je gemak en plek voelt dat je op een bepaald moment je benen optrekt of over elkaar legt (ik althans wel), beide handen om je beker klemt en de warme drank als in een kommetje naar je mond brengt, alsof je een gemakkelijke houding aanneemt die past binnen de warmte van de door ieder gedeelde aanwezigheid. Hè, gezéllig. Het zijn die momenten waarop je je positie in het nu ijkt en haar tegen de achtergrond van de blik van iemand anders beschouwen laat. En dat is soms nodig.

Laatst deed er zich plots zo’n situatie voor op een donkere zondagavond, in het licht van een eenzame spot aan de wand, een paar kaarsen op tafel en het zwart van het buiten achter de ramen. Nee, het is niet dat we de omgeving erop inrichten en we zo’n gesprek met voorbedachte rade instappen. Het gebeurt, het doet zich voor; daar en opeens. Ze vroeg of ik nog wat thee wilde en schonk het voor me in. ‘Je mag best trots zijn op wat je hebt, hoor!’ De zin kwam bij me binnen terwijl de straal kaneelthee binnen het kopje tegen het glazuur kletterde. ‘Ja, maar,’ stotterde ik zacht en bescheiden, ‘ik weet soms niet waarom het me allemaal is gegund en gegeven, ik bedoel, die hulp en liefde van mensen, deze plek…’ Hoe gelukkig was ik nu met dit nieuwe huis zoals het met haar statige statuur in een adembenemende omgeving tegen de heuvel stond. Hoe dankbaar was ik haar die mij deze plek aangereikt had, zij die me het zetje had gegeven er in veilig en zeker financieel vaarwater naartoe te kunnen bewegen, en hen die de zware literatuur in nóg zwaardere verhuisdozen al deze trappen hadden opgesjouwd. Waarom heb ik deze mensen om me heen, had ik gedacht, waarom deze en niet anderen? Ik kan u vertellen: het zijn te grote vragen die niet bepaald bijdragen aan het logistieke proces dat verhuizen heet. ‘Niet mauwen maar sjouwen!’ had een van hen gezegd, ‘kom, nu effe úit het zweven en terug in het beleven!’ Nee, het zijn vragen die je mag bewaren voor zondagavonden in het bijzijn van de kring van diezelfde mensen, maar in een andere hoedanigheid. ‘Ja, het klinkt cliché, maar iedereen heeft de vrienden die hij verdient,’ en ze nipte van haar thee. ‘Laat je bescheidenheid je trots en geluk over wat je hebt niet in de weg staan, maar geniet ervan. Vaak beseffen mensen niet eens wat ze hebben en dat doe jij nu wel. Dat mag, en uit de dankbaarheid waarmee je dat nu doet blijkt tegelijkertijd waardering voor de ander. Ze weten het wel. En daarbij; jij gunt het ze toch ook?’ Ze brak een stukje chocolade van het tablet en ging nog even door: ‘Het is ook niet dat jij er niets voor hebt gedaan, toch?’ Ze stopte het in haar mond. ‘Je hebt gestudeerd, je tanden ergens ingezet en het afgemaakt. Je gaat iedere dag trouw naar je werk. Het zijn de keuzes die je zélf maakt en die je leeft, het is de richting waar je je neus naartoe zet en je jezelf in voortbeweegt.’

Ik stel aan u voor: mijn buurvrouw, mijn moeder, mijn vriendin, mijn collega, mijn huisgenoot – de mensen om ons heen. Ze zeggen wijze dingen die je diep van binnen wel weet, maar die soms van onder uit de poel van besef naar de oppervlakte moeten worden gehaald. Terwijl ik ze opschrijf kijk ik vanaf mijn eigen Siegessäule de landerijen over en zie de zee van ruimte en jaren als het ware voor me liggen. Ik vraag me af of ik mijn persoonlijk geluk en tevredenheid überhaupt wel als een overwinning of staat van dienst moet beschouwen. Het was immers geen strijd om hier te geraken. Het koste slechts enkele bewuste keuzes met daarbij een paar kopjes thee en daarin wat scheutjes inzicht en doorzettingsvermogen.

Jacob van Hoof (1981) is dichter en schrijver die publiceert onder het pseudoniem ‘Djeekop de Dichter’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>