Atoomnummers en ablatieven

Brigitte Geurts

Inmiddels is het zeven jaar geleden dat ik mijn eindexamen VWO deed. Een half jaartje eerder had ik eindelijk een beslissing kunnen maken over mijn studiekeuze: scheikunde. Dat ik besloot om scheikunde te gaan studeren, kwam niet omdat het mijn leukste of zelfs maar beste vak was op de middelbare school. Uiteindelijk waren mijn cijfers voor de meeste vakken hetzelfde en scoorde ik op Engels en Latijn zelfs hoger. Dat ik een bèta ben, kunnen mijn verzameling Rubik’s cubes en ik niet ontkennen. Maar ben ik dan automatisch geen alfa, ondanks mijn wandvullende boekenkast en passie voor taal en tekst? Ik zeg wel eens dat ik bij dag een bèta ben, en bij nacht een ‘halfa’ (halve alfa). Maar wat houdt het eigenlijk in om een bèta of (h)alfa te zijn en gaan die twee wel samen?

In de natuurwetenschap worden de letters alfa en bèta te pas en te onpas gebruikt. In de biologie zien we het alfamannetje of –vrouwtje als baas van de groep. Het bètadier is de volger. Geldt dat ook voor mensen? Spelen alfa’s de baas over bèta’s?

Natuurkundigen gebruiken alfa en bèta om verschillende soorten straling aan te duiden. Alfastraling heeft de grootste impact, maar kan al tegengehouden worden door een velletje papier. Bètastraling dringt verder door, maar heeft minder impact. Is de impact van alfawetenschappers ook groter en lokaler dan die van bèta’s? In de statistiek kennen we de alfa- en de bètafout, verschillende toetsingstheorema’s. Ook deze begrippen zijn alleen met een knipoog en de nodige generalisatie om te zetten in mensenkennis. Alfafout: bij het pakken van één knikker uit een vaas met dertig blauwe en zeventig rode knikkers is de kans op een blauwe een half: je hebt hem of je hebt hem niet. Bètafout: de gepakte knikker is tegelijkertijd blauw en rood, totdat hij geobserveerd wordt (Schrödingers knikker).

Wanneer we buiten de natuurwetenschappen kijken, komen we alfa en bèta natuurlijk tegen in de Griekse taal, en in ons woord alfabet. De woorden alfa en bèta zijn dan weer afgeleid van de Fenicische woorden aleph en beth, die os en huis betekenen. Ik geloof niet dat ik zover moet gaan om alfa’s en bèta’s met gecastreerde runderen of woningen te vergelijken…

Misschien dat we in de religiewetenschap wel het beste antwoord vinden: ‘Ik ben de Alfa en de Omega’. Geen tweedeling meer, ik ben gewoon alles tegelijk. Van begin tot einde. Het is dus niet je studiekeuze die bepaalt of jij een alfa of een bèta bent. Het is ook niet je talent of je interesse. Je bent beide tegelijkertijd. We zijn allemaal een ‘halfa’ en een beetje bèta. Het zijn de academici zelf die er een stempeltje op drukken. Zij vinden dat er maar één optie mogelijk is. We zijn Schrödingers wetenschappers: zowel alfa als bèta totdat iemand bedenkt dat we maar één van die twee kunnen zijn. Maar zou deze ambigue kwantumtoestand niet voor altijd kunnen zijn?

Werkgevers zijn gek op de woorden ‘multidisciplinair’ en ‘grensoverschrijdend’. Misschien is het tijd dat we ophouden onszelf in hokjes te plaatsen. En als je te comfortabel bent geworden in je alfa- of bètahokje, probeer dan in ieder geval de muur tussen deze hokjes af te breken. We hoeven niet te kiezen tussen de os en het huis: de os mag gewoon mee het huis in. Zo kunnen we met de wetenschap ver doordringen én een grote impact hebben. Ik pleit voor alfa’s en bèta’s die samen voor onze maatschappelijke kudde zorgen, voor Rubik’s cubes in de boekenkast en voor scheikundeles in het Latijn. Dan gaat de wetenschap een gouden toekomst tegemoet. Au, atoomnummer 79, aurum-auri-auro-aurum-auro, aura-aurorum-auris-aura-auris.

Brigitte Geurts (1989) is promovenda Analytische Chemie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

One thought on “Atoomnummers en ablatieven

  1. Wat een leuk stuk!

    Ik kan mezelf hier helemaal in herkennen. Als geschiedenis student ontkom ik niet aan de noemer Alfa maar ondanks mijn gebrek aan talent in de exacte vakken is mijn interesse in de natuurwetenschappen enorm groot.

    Ik ben dan wel heel erg Alfa, maar ergens schuilt er wel een beetje bèta in mij, en ik denk dat eigenlijk iedereen wel een overheersende kant kan hebben op basis van talent en interesse, maar dat er toch altijd wel iets van het ander schuilgaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>