Geen conflict tussen geloof en wetenschap

‘Christenwetenschappers, ik gun jullie de vrijheid om wat anders te gaan doen,’ zo konden we onlangs lezen in de Volkskrant. Misschien een ingezonden briefje van een fanatieke atheïst die last heeft van een moeizame verhouding met zijn christelijke opvoeding? Nee, deze woorden bleken uit de pen te zijn gevloeid van de chef van de wetenschapsredactie, Maarten Keulemans.

Religie en wetenschap – twee ‘geloven’ op één kussen

De afgelopen 150 jaar heeft religie steeds meer terrein verloren op de wetenschap. Door de ontdekking van fossielen, genen, celdeling en mutaties is er weinig ademruimte voor het zesdaagse scheppingsverhaal. Desalniettemin blijft de religieuze scheppingsleer – en religie in het algemeen – een hardnekkig fenomeen. Nog steeds woeden er discussies over wat ‘juist’ is: moeten schoolkinderen bijvoorbeeld de evolutieleer of het scheppingsverhaal leren bij het vak biologie?

Wetenschap en religie: spannend of spanningsvol?

Isaac Newton, Albert Einstein, Immanuel Kant. Al deze grote wetenschappers waren gelovig. De gezaghebbende natuurkundige en astronoom Georges Lemaître, grondlegger van de bigbang-theorie, was een rooms-katholiek priester. Of neem, meer recent, de Nederlandse nanotechnoloog Cees Dekker: topwetenschapper én overtuigd christen. Je zou dus kunnen zeggen: ‘Hoezo, religie en wetenschap gaan niet samen?’