Wij, de vleeseters in het gidsland

Thomas Vries

 Terwijl het gemiddelde debat in Nederland over het algemeen blijft hangen bij de vraag of een volledig ingeburgerde jongen – met nota bene een Limburgs accent – naar Afrika moet worden uitgezet, omdat hij daar per ongeluk geboren is, heeft het land te kampen met een grotere problematiek.. Waar honderd zendtijduren worden besteed aan de vraag of het dichtgooien van de grenzen de Nederlandse identiteit van een gewisse dood zal redden, is er iets gaande dat het land om zeep zal helpen: een probleem dat vanwege zijn complexiteit moeilijk te bediscussiëren is. Daarnaast vraagt het om een oplossing die ingrijpende consequenties zal hebben. Een oplossing die meer opoffering vergt dan het populistische credo ‘grenzen dicht, geen geld naar Griekenland’. Het spook van milieuvervuiling waart onverminderd voort door de polder en deze keer lijkt de geest van de Club van Rome daadwerkelijk vervlogen. De Club van Rome zou in het huidige tijdsgewricht eerder connotaties van een Bunga-bunga-party oproepen, dan uit de jeugd voortgekomen geestdrift om de wereld een stukje schoner en gezonder te maken. Dit artikel is een poging om het probleem te duiden en verlangt meer aan wetenschappelijk onderzoek en kennis gestaafde oplossingen voor dit probleem. Beschouw dit artikel daarom vooral als een vraag, die uitnodigt om van een beter geformuleerd, overdacht en meer erudiet antwoord voorzien te worden.

De vieze polder
Wie door Nederland fietst, ziet een tot in de puntjes netjes en opgeruimd land. Wellicht dat het de Nederlander niet zo opvalt, maar wanneer de grens naar onze zuiderburen overgegaan wordt, bekruipt tenminste deze burger het gevoel dat ‘wij’ het maar mooi voor elkaar hebben met onze ‘opgeruimd staat netjes’-mentaliteit. Je ziet hier geen rotzooi in de berm langs de weg of ophopend vuil op de stoep en zelfs ons chemisch afval wordt netjes naar andere delen van de wereld verscheept. Nederland ziet er heel schoon en opgeruimd uit, maar schijn bedriegt, zo blijkt: ‘Nederlandse lucht, water en bodem zijn de vieste van heel Europa.’ Dat zegt Natuur & Milieu zaterdag in haar rapport Ranking the Stars. In dit verslag van de milieuorganisatie wordt Nederland vergeleken met andere landen op het gebied van klimaat, milieu en natuur.[1] In eerste instantie vermoedde ik niet dat Nederland meer vervuild is dan pakweg België, Spanje of Frankrijk. Bij nader inzien is het nieuws dat het meest dichtbevolkte land van Europa ook het meest vervuilde is niet héél opmerkelijk: de zestien miljoen mensen op het relatief kleine oppervlak en daarbovenop een geweldig intensieve veeteelt vergen veel van de bodem, het water en de lucht. De conclusie van het rapport is daarom dat ‘de Nederlands bodem het meest verontreinigd [is] door stikstof en fosfaat, afkomstig van de grote veestapel. Ook het oppervlaktewater is van slechte kwaliteit door flinke vervuiling. Met de luchtkwaliteit is het slecht gesteld door de hoge uitstoot van stikstofdioxide.’[2]

Volgens dit rapport blijkt de veestapel voor een belangrijk deel debet aan de slechte milieukwaliteit van ons ‘opgeruimde’ land. Een rapport dat gestaafd is op bevindingen van het CBS, Planbureau voor de Leefomgeving, het Europese Milieuagentschap van de Europese Commissie in Kopenhagen (EEA) en Yale University. Dat Nederland relatief vervuild is, heeft natuurlijk niet alleen te maken met het feit dat Nederlands milieubeleid faalt: een hoop afvalstoffen uit België, Frankrijk en Duitsland stromen via de rivieren ons land binnen. Daarnaast heeft het kleine Nederland nu eenmaal veel inwoners die gebruik maken van uitlaatgassen uitstotende auto’s: daar scoor je niet al te best mee op milieulijstjes. Maar het rapport wijst op een probleem: hoe kan het zo slecht gesteld zijn met het milieu in het land dat zich op het gebied van vrede, mensenrechten en gelijkheid als het braafste en beste jongetje van de klas presenteert? Hoort heden ten dage bij deze voortrekkersrol niet ook een goed milieu?  Nederland is toch sinds het begin van de twintigste eeuw bovenal een gidsland?

Terug naar de veestapel: Een snelle zoektocht via Google leert dat de Nederlandse veestapel meer dan 4 miljoen koeien, 45 miljoen kippen en op zijn minst 14 miljoen varkens telt.[3] Dit betekent dat Nederland op elk gebied van de veeteelt gemiddeld dubbel zoveel produceert dan dat het land nodig heeft om zelfvoorzienend te zijn. Maar liefst drie keer zoveel varkens worden gehouden dan nodig is voor de Nederlandse consumptie! Dat is problematisch, niet alleen omdat het grote doses van stikstof en fosfaat in de Nederlandse bodem achterlaat die het verbouwen van andere producten enorm schaadt, maar ook omdat dit het volstrekt buiten proportioneel dieet van zeven keer vlees eten per week in stand houdt. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van productie en consumptie die de bodemkwaliteit ten gronde richt en slecht voor de gezondheid van de burgers is . Daarnaast maakt deze overconsumptie van vlees toereikende voeding voor eenieder onmogelijk,omdat de productie van vlees nu eenmaal veel meer (ongeveer vier keer zoveel) energie vergt dan die van plantaardige producten. Tien miljard wereldburgers (dat duurt niet meer zo lang) kunnen onmogelijk allemaal zeven keer per week vlees eten.

Hoe ons eetgedrag niet alleen legio koeien, maar ook andere landen, verslindt
Ook buiten de Nederlandse en Europese grenzen heeft deze te grote veestapel desastreuze gevolgen. De EU importeert 1/3 van ’s werelds sojaproductie, waarvan Nederland één van de grootste individuele importeurs is. De veestapel wordt op deze manier snel en relatief goedkoop vetgemest. De soja wordt met name in Zuid-Amerika verbouwd en Nederland importeert vooral uit Argentinië en Brazilië. De sojaproductie is sinds de jaren 1990 geëxplodeerd. De problemen van de immer groeiende vraag naar soja – enerzijds om te dienen als veevoer, anderzijds om er ‘groene’ biobrandstof van te maken – zijn volgens Lucia Goldfarb, onderzoekster bij International Development Studies aan de Universiteit Utrecht, de sociale en milieutechnische consequenties die het massale en monoculturele verbouwen van het product in lokale context met zich meebrengt. Kort gezegd zijn aanzienlijke delen van de Noord-Argentijnse bodem binnen een tijdsbestek van tien à twintig jaar voor de komende honderd jaar verarmd en min of meer opgebruikt. Daarnaast zijn vele kleine boeren door de grote internationale bedrijven, en soms geholpen door de regering, van hun land verjaagd en in sociaal schrijnende toestanden in de groeiende steden terechtgekomen. In Brazilië is eenzelfde proces gaande: grote monoculurele verbouwing van soja leidt tot ontbossing en zodoende een verarming van de bodem. Daarnaast leidt het tot sociale uitbuiting van de boeren. De oorzaak hiervan is duidelijk: onze buiten proportionele veestapel moet in leven gehouden worden met soja.[4]

Gezien de grote consequenties van ons productie- en consumeerpatroon op zowel lokaal, nationaal als internationaal niveau, is het vreemd dat er nauwelijks aandacht is voor deze problematiek. Ik bespeur regelmatig een soort van onwil van mensen om over deze problemen na te denken, vooral omdat de consequenties hier niet direct voelbaar, maar daarom niet minder reëel zijn! De veestapel moet in Nederland niet alleen verkleind worden om dierenleed te voorkomen– op zichzelf al een zeer terechte beweegreden – maar onze vleesproductie dient vooral te slinken om de desastreuze milieutechnische en sociale gevolgen in te perken, zoals de grote hoeveelheden stikstof en fosfaat in de bodem en de grote co2-uitstoot van deze industrie in Nederland, alsmede bodemverarming en sociale uitbuiting in Zuid-Amerika. Dat kan op een aantal manieren bereikt worden en de Nederlandse burger heeft als inwoner van een land dat op dit gebied grootverbruiker en boosdoener is zeker een actieve keuze in deze. De oplossing is simpel: stem op een partij die de veestapel zo snel mogelijk wil inperken en het Europese landbouwbeleid op de schop wil nemen. Dit landbouwbeleid dient veranderd te worden omdat het huidige beleid heeft geleid tot de enorm sterke en onverantwoorde specialisatie van Europese landen in het algemeen, en de overdreven Nederlandse focus op veeteelt in het bijzonder. Let bij het kopen van producten op de herkomst en omstandigheid van productie. Daarnaast moet niet alleen met de vinger naar de politiek en ‘grote bedrijven’ gewezen worden, maar moet de hand ook in eigen boezem worden gestoken.

Het heeft toch geen zin, of wel?
Ik word doodmoe van de roep dat deze problemen van een dermate grote schaal zijn dat individuele oplossingen zinloos zijn. Op die manier wordt meegegaan in het door enkelen in stand gehouden credo dat de individuele burger zijn hele leven op enkele gangen naar de stembus na, passief moet zijn zolang hij zijn plasma-tv krijgt – of wat hem als blinde consument dan ook door de strot geduwd wordt. Burgerschap – en zeker dat van een van de rijkste landen ter wereld – heeft verantwoordelijkheden. Passiviteit op het gebied van een productie- en consumptiepatroon dat in meerde facetten moreel, sociaal en milieutechnisch verwerpelijk is, grenst echter aan onverantwoordelijkheid.

Je hoeft in de winter geen aardbeien in de supermarkt te kopen, je hoeft niet zeven keer per week vlees te eten, je hoeft niet te accepteren dat tomaten enkel uit water bestaan en paprika’s hoeven in de supermarkt geen euro per stuk te kosten, terwijl ze op de markt de helft goedkoper zijn. Nederlandse ham hoeft niet naar Italië gereden te worden om gerookt en van het predicaat Parma voorzien te worden: alles hoeft niet op elk moment altijd te consumeren zijn! Ons consumeergedrag is volstrekt losgeslagen van het groeiproces in de natuur, hetgeen zich uitdrukt in prijs en smaak van producten, en heeft daarbij milieutechnisch desastreuze neveneffecten. Eigenlijk is de bron van de oplossing net zo simpel als die van het probleem: iets meer aandacht voor de natuurlijk gang van zaken in ons productie- en consumeergedrag, en vooral matiging in de vorm van minder vlees en meer groenten, rijst, aardappelen. Iedere Nederlandse burger kan een actieve keuze voor een dergelijke matiging maken! Dat is niet alleen nodig omdat het beter is voor het milieu en onze gezondheid. Het is simpelweg noodzakelijk wil het ons doel zijn elk mens dat in de komende vijftig jaar wordt geboren te voeden.

Ik ben er van overtuigd dat Nederland een stuk beter af zou zijn als iedere burger met een eigen huis en inkomen een klein moestuintje zou hebben en zijn eigen paprika’s, aardappelen en kool zou verbouwen.  De burger zou deze producten tenminste in het seizoen waarin ze natuurlijk groeien op de markt van lokale, en meestal minder massaal producerende, boeren kunnen kopen. Waarom zou dat zo moeilijk zijn? En het is nog lekkerder en goedkoper ook. De burger zou meer aandacht moeten hebben voor de herkomst van een product en daarop zijn gedrag als consument aanpassen. Met een gedegen onderwijsprogramma op dit gebied zou daarnaast een grote cultuuromslag te bewerkstelligen zijn die mensen bewust maakt van het feit dat groenten per seizoen, niet het gehele jaar, eetbaar zijn, en dat zeven dagen vlees eten per week schadelijk voor gezondheid en milieu  en niet noodzakelijk is. Waarom is dat lesprogramma niet belangrijker dan een in vijftig stappen uitgelegde verzonnen nationale identiteit waar de burger praktisch niets aan heeft? Meer kennis van en liefde voor groenten en de natuur zou mensen doen inzien dat zeven keer per week vlees eten niet alleen ongezond is, maar ook desastreus voor flora en fauna. Niet alleen in Nederland, maar ook Argentinië, om twee voorbeelden te noemen. Een omslag die mensen bewust maakt dat aardappelen daadwerkelijk uit de grond komen en niet aan bomen groeien of in een McDonalds fabriek worden gemaakt! Kennis is macht. Waar is het enthousiasme voor het zoeken van een oplossing voor dit mijns inziens grootste probleem waar de mensheid zich voor gesteld ziet, onder de lezers van dit tijdschrift – de intellectuele voorhoede uit het gidsland die de wereld (en niet slechts zichzelf) wil verbeteren? ‘Never underestimate the power of a small, dedicated group of people to change the world; indeed, that is the only thing that ever has’.[5]

Thomas Vries (1988) is historicus en heeft onlangs de master Sociale Geografie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen afgerond.



[1] Natuur en Milieu, ‘Ranking the stars: Nederland in vergelijking met andere Europese lidstaten op het gebied van milieu, natuur en klimaat.’ Beschikbaar via: http://www2.natuurenmilieu.nl/media/278298/20111012-natuur_milieu-rapport-rankingthestars.pdf  (geraadpleegd op 30-10-2011).

[2] Binnenlands bestuur, ’Nederland is meest vervuilde land van Europa’. Beschikbaar via: http://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-milieu/nieuws/nieuws/nederland-is-meest-vervuilde-land-van-europa.2331663.lynkx (geraadpleegd op 30-10-2011).

[3] Beschikbaar via: http://pijfers.com/marloes/4.html (geraadpleegd op 30-10-2011).

[4] Hoorcollege Lucia Goldfarb, Land governance and conflict. Soya expansion in South-American Chaco region (Nijmegen, 2011).

 

[5] Uitspraak veelal toegeschreven aan Margeret Mead. Beschikbaar via: http://www.brainyquote.com/quotes/authors/m/margaret_mead.html (geraadpleegd op 14-11-2011).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>