What moves a Dutch student to move?

Linda Pannekoek

Studeren, het lijkt bijna hand in hand te gaan met een studie gerelateerde reis naar het, bij voorkeur verre, buitenland. Welke student heeft er niet op zijn minst eens over weggedroomd? Het is een fenomeen dat een logische ontwikkeling lijkt te zijn in onze moderne wereld. De moderne technologie, media en transportmogelijkheden maken de overdracht van informatie steeds makkelijker. Onbereikbare oorden worden bereikbaar dankzij een uitgebreid vliegnetwerk: een reis naar de andere kant van de wereld is niet zo’n grote onderneming meer. Steeds meer worden we wereldburger. We groeien ergens op, studeren in een andere stad of in een ander land en steeds vaker is onze werkplek niet meer in ons geboorteland. Veel landen worstelen daar nog mee. Het is echter een niet te stuiten ontwikkeling. Daarnaast is er een hang naar behoud van een eigen identiteit. Wellicht dat daarom sterk nationalistisch ingestelde partijen op dit moment goed scoren. Dit is kortzichtig en getuigt van een gebrek aan toekomstvisie! Nederland leidt intellectuelen op die vervolgens de hele wereld over gaan met hun hier opgebouwde kennis. Andersom werkt het ook zo. Er bestaat geen ‘Nederlandse’ of ‘Australische’ kennis meer: alles is ‘wereldkennis’ waarbij we moeten proberen over en weer van elkaars kennis en vaardigheden te profiteren.

Deze gedachte leidt mij terug in de tijd. Denkend aan mijn grootouders, besef ik me dat hun beleveniswereld ontzettend veel kleiner was in vergelijking met de mijne. Hun wereld ging niet verder dan wat per fiets te bereiken was. Dankzij nieuwe technologie lijkt de wereld snel kleiner te worden. De wereld van mijn ouders, slechts één generatie later, spreidde zich uit over Europa. De jaarlijkse zomervakantie in Frankrijk voelde als een verre reis. Weer een generatie later, onze generatie, wordt de wereld in sneltreinvaart ‘kleiner’. Frankrijk was mij al snel niet meer ver genoeg. Hetzelfde geldt voor steeds meer leeftijdsgenoten. Grenzen worden verlegd, de wereld wordt verkend.

Denkend aan mijn eigen ervaringen, komt de eerste vakantie zonder mijn ouders naar boven. Ik herinner mij nog goed het gevoel van complete vrijheid, alsof alle mogelijkheden open lagen. Een baantje voor twee maanden in Spanje wakkerde dit gevoel aan. Al snel besloot ik dat ik een deel van mijn studie bewegingswetenschappen in het buitenland wilde doen. Je zou denken dat men over de hele wereld hetzelfde beweegt, maar betekent dit ook dat men in het buitenland dezelfde kijk heeft op bewegen? En is bewegingswetenschappen als een studie in het buitenland vergelijkbaar met de bewegingswetenschap in Nederland? Evenzo studeren in het algemeen: is er zoiets als de Nederlandse student? Vragen waar ik graag zelf een antwoord op vond. De net ingevoerde bachelor/master-structuur zou het realiseren van deze droom een stuk makkelijker maken.

Voor de uitvoering van dit idee bleek echter doorzettingsvermogen nodig. Al snel besefte ik dat een studiereis naar het buitenland nog geen gebruikelijke zaak was bij bewegingswetenschappen. Hoewel een aantal studenten me waren voor gegaan, had ik het gevoel dat het wiel nog uitgevonden moest worden op dit vlak. Vakken volgen in het buitenland leek onmogelijk zonder een jaar studievertraging op te lopen. Gelukkig was er bij mijn studie een jaar uitgetrokken voor de masterthesis. Helaas was nog niet iedereen het er over eens dat je overal op de wereld onderzoek in de bewegingswetenschap kan doen. Tot ik in contact kwam met een professor van Curtin University in Perth, Australië.

Bewegingswetenschappen in Australië, het land van de sport, leek een goede uitdaging. Met de hulp van mijn twee zeer enthousiaste begeleiders, prof. Jan Piek vanuit Perth en dr. Marina Schoemaker van de Rijks Universiteit Groningen, en mijn eigen enthousiasme was de directie van bewegingswetenschappen te overtuigen. Tevens wist ik een aantal fondsen te werven, die de uitvoering van dit avontuur een stuk haalbaarder  maakten. Waar Perth ligt in Australië, daar had ik op dat moment nog geen idee van. Later ontdekte ik dat Perth het Groningen van Australië is. Een stad die aanvoelt als een dorp, in the middle of nowhere. De nowhere is alleen wat groter.

Het leven in Australië beviel me meteen erg goed. Terwijl de Australiërs nog rondliepen met een dikke jas en muts op, zat ik vrolijk op mijn fiets (je bent en blijft een Nederlander) in een T-shirtje en korte broek. De definitie van winter in Perth wijkt toch enigszins af van die in Nederland. De Australiërs bleken erg hartelijk en behulpzaam. Het was letterlijk en figuurlijk een warm welkom. No worries werd al snel mijn levensmotto. In de weekenden werden er menige roadtrips gemaakt om de omgeving te verkennen, en van de witte stranden in de buurt van Perth te genieten. Wat opviel is dat alles vroeg begint in Perth, zeker in vergelijking met het Groningse studentenleven. Om 6 uur in de ochtend is de rivier die door Perth loopt een verzamelplek van hardlopers en wielrenners. Op vrijdagmiddag zijn de kroegen om 5 uur al gezellig gevuld. Maar vroeg beginnen betekent ook vroeg eindigen: de winkels sluiten erg bijtijds en om 1 uur ’s nachts zijn de kroegen gesloten en de straten uitgestorven. Even wennen, maar al snel heb ik door hoe belangrijk het is om de eerste, koele uren in de ochtend te koesteren, voor de zon begint te branden en het tempo omlaag gaat. Zijn we als Nederlanders gewend om de zon op te zoeken, Australiërs zijn zich erg bewust van het gevaar van de zon en proberen deze wijselijk zoveel mogelijk te mijden.

Eén van de grootste verschillen was het taalverschil. In Nederland wordt er gedurende de middelbare schooltijd naar mijn mening een goede basis gelegd voor de Engelse taal. Keer op keer vertelden Australiërs mij hoe zij de Engelse taalvaardigheid van de gemiddelde Nederlander bewonderen. De vele Engelstalige media in Nederland zal hier ongetwijfeld mede verantwoordelijk voor zijn. Toch viel mij het Engels spreken in het begin zwaar. Het frustrerende was dat ik regelmatig precies wist wat ik wilde zeggen, maar het er vervolgens niet goed uit kreeg. Ik had al snel door dat er een groot verschil is tussen het bezitten van Engelse lees- en schrijfvaardigheid en Engelse spreekvaardigheid. Na vier jaar studeren zat het met het lezen en schrijven wel goed, maar de uitspraak leverde regelmatig hilarische momenten op.  Studeren in het buitenland is daarmee een erg effectieve spoedcursus Engels. Een essentiële vaardigheid, die goed te oefenen is in elke situatie: van een conferentie tot een barbecue aan het strand waar ‘bring your own plate’ slaat op het meebrengen van een gerecht, niet alleen een leeg bord.

De Australische cultuur heeft veel overeenkomsten met de Nederlandse cultuur. Het leven is alleen net wat langzamer en laidback. Daar is geen inburgeringscursus voor nodig. Gerelateerd aan de academische wereld kwamen er een aantal verschillen naar voren. Hard werken op de universiteit in Australië leek net iets minder hard dan hard werken in Nederland.  Daarnaast staan studenten en professoren dichter bij elkaar dan in Nederland. Professoren worden standaard bij hun voornaam genoemd door de studenten. Dat ik van Nederlandse afkomst ben, was regelmatig bijna net zo’n interessant gespreksonderwerp als het eigenlijke onderzoek dat ik deed. Toch was ik als internationale student geen bijzonderheid. Curtin University heeft connecties met meer dan 400 internationale universiteiten en studenten van meer dan 100 verschillende nationaliteiten. Mijn collega’s en vriendengroep waren als gevolg hiervan erg internationaal. Een mooie ervaring, die het mogelijk maakte om te leren over en van verschillende culturen.

Tot slot verschilt de studiestructuur van Australië wel essentieel van die in Nederland. De bachelor/ master structuur heeft hier naar mijn idee weinig verandering in gebracht. Ondanks dat het onderwijs in Australië, net als in Nederland, is ingedeeld in een bachelor, master en PhD wordt er in Australië een andere betekenis gehecht aan deze termen. Daarbij is een bachelor in Australië een volwaardige opleiding en een master geen vereiste om een baan te vinden. Ook is het bezitten van een master diploma geen vereiste om aan een PhD te beginnen. Er zijn meer wegen die lijden tot hetzelfde eindpunt. In Nederland daarentegen ligt de studiestructuur naar mijn idee veel meer vast, en wordt een bachelor meer beschouwd als een vooropleiding, standaard opgevolgd door een master.

Vanzelfsprekend was er ook werk aan de winkel. Mijn masteronderzoek was een deelonderzoek van een PhD (promotieonderzoek) van een Australische studente psychologie. Voor een jaar (2008/2009) hield ik me bezig met het valideren van een vragenlijst voor het screenen voor Developmental Coordination Disorder (DCD). Dit is een stoornis in de planning en coördinatie van de lichaamshouding en de motoriek die voor komt bij ongeveer 6% van de kinderen tussen de 5 en 11 jaar oud.[2] De motorische prestatie van deze kinderen in dagelijkse activiteiten blijft achter bij wat verwacht mag worden gezien leeftijd en intelligentie, en dit wordt  niet veroorzaakt door een medische conditie.[3] Een jaar werken resulteerde uiteindelijk in mijn masterthesis: ‘The Revised Developmental Coordination Disorder Questionnaire, Is It a Suitable Screening Measure for Motor Difficulties in Adolescents?’ Met dit Australische onderzoek studeerde ik af in Groningen.

Op de vraag of de bewegingswetenschap in Australië overeenkomt met die in Nederland kreeg ik geen antwoord. Bewegingswetenschappen aan Curtin University is geen op zichzelf staande studie. Het is een onderdeel van verschillende studies van de faculteit Health Sciences. Ondanks dat mijn onderzoek plaats vond binnen de opleiding Psychologie, was deze erg bewegingswetenschappen georiënteerd. Ik leerde hiervan dat de studie die je doet niet alles zegt. Het specifieke onderwerp waar je je op richt is wat er uiteindelijk toe doet. Dit is precies de boodschap die ik meekreeg bij de oriëntatie dag van mijn studie. De boodschap die ik toen niet goed begreep, maar die mij goed van pas zou kunnen komen bij het zoeken van een baan bij terugkomst in Nederland.

Dit roept bij mij de vraag op of academische vaardigheden het enige is dat er toe doet voor het vinden van een passende baan? Ik had het gevoel dat mijn jaar buitenland ervaring me minstens zoveel geleerd had als het afronden van een universitaire studie. In mijn ogen is studeren in het buitenland een belangrijke verrijking op vele vlakken. Het zorgt voor een meer open en bredere kijk op zowel wetenschappelijke als niet wetenschappelijke vlakken. Het stimuleert creativiteit en kritisch denken en voorkomt een tunnelvisie waarin alles gezien wordt vanuit één perspectief. Naar mijn idee kan dit prima samengaan met behoud van eigen identiteit: een verrijkte eigen identiteit met toekomstvisie.

Afgestudeerd, terug in Nederland, en nu? De eerste weken in Nederland kreeg ik het gevoel dat ik een inburgeringscursus kon gebruiken. Auto’s leken van de verkeerde kant te komen en regelmatig begon ik een gesprek in het Engels, om na wat vreemde blikken snel over te schakelen op het Nederlands. Na het Nederlandse gevoel weer opgepakt te hebben, ging ik als pas afgestuurde vol goede moed op zoek naar een baan. Na een jaar in Perth leken alle afstanden relatief. Nederland is klein genoeg om overal in het land te solliciteren. Een half jaar later was ik niet meer alleen in Nederland aan het solliciteren, maar verlegde ik wederom mijn grenzen. De muur in mijn appartement kon ik inmiddels behangen met afwijzingsbrieven: ‘Bedankt voor uw sollicitatie, maar uw profiel sluit niet genoeg aan bij de kandidaat die wij zoeken.’

Nu, drie jaar na mijn eerste kennismaking met Australië, wordt mijn masterthesis binnenkort gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Maar, niet minder belangrijk, ik ben terug in Perth. Ditmaal om zelf een PhD te doen. De komende drie jaar ga ik mij bezighouden met de vraag ‘Wat motiveert kinderen om fysiek actief te zijn?’. Na een jaar  Nederland kwam mijn leergierigheid weer naar boven. Ik besefte me dat ik me meer wou verdiepen en nog lang niet uitgeleerd was. Dit zowel op academisch, als cultureel en persoonlijk vlak. De terugkomst in Perth voelde als thuiskomen. Zeg nou zelf, hoe moeilijk is het om te wennen aan zon, zee, strand, en een laidback levelsstijl. En tenslotte, mijn resultaten zullen ongetwijfeld, ooit en in welke vorm dan ook, nog eens in Nederland gebruikt kunnen worden. Zo klein is de wereld inmiddels wel.

Linda Pannekoek (1986) is promovenda aan de Curtin University te Perth, Australië. Zij doet onderzoek naar de motivatie van kinderen om fysiek actief te zijn.


[1] Graag wil ik van deze mogelijkheid gebruik maken om dr. Marina Schoemaker van de Rijksuniversiteit Groningen (bewegingswetenschappen) en prof. Jan Piek van de Curtin University in Perth hartelijk te bedanken voor hun inzet en begeleiding, waardoor ik dit  wetenschappelijke avontuur heb kunnen uitvoeren.

[2] American Psychiatric Association (APA), Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4e druk; Washington DC 2000).

[3] APA, Diagnostic and Statistical Manual.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>