Waar de Europese verkiezingen niet over gingen

Bart Linssen

Onlangs waren er in heel Europa verkiezingen voor het Europees Parlement. Met frisse tegenzin zijn de politiek activisten van alle partijen weer de straten, stations en universiteiten op gegaan om campagne te voeren, waarbij zij eveneens met frisse tegenzin werden aangehoord. Want laten we beginnen met vaststellen dat Nederland er geen zin in had. De tv-debatten werden slecht bekeken en opnieuw lag de opkomst van de Europese verkiezingen rond de 37 procent; tweederde van het electoraat bleef thuis.

Dit artikel gaat over de zaken waar de Europese verkiezingen niet over gingen. Hiermee worden niet die zaken bedoeld die tijdens de campagne meer aandacht hadden verdiend. Waar het om gaat zijn die onderwerpen die juist wél veel media-aandacht hebben gekregen, maar waarvan het (al dan niet compleet) onduidelijk is hoe zij zich verhouden tot het samenstellen van of het politieke werk in het Europees Parlement. Gaan deze verkiezingen nou echt over wie de president van de Europese Unie (EU) gaat worden? Leidt de uitslag van deze verkiezingen tot een fundamentele debat in het Europees Parlement over meer, minder, geen of een andere EU? En gaat het Europees Parlement de euro redden of afschaffen? Voor al deze zaken is de conclusie: waarschijnlijk niet. Dit roept de vraag op wat de Europese verkiezingen precies zijn, als veel van de belangrijke onderwerpen waar tijdens de campagne over wordt gedebatteerd, los staan van het werk van de gekozenen. Daarom wordt in het slot van dit artikel gereflecteerd op zowel de rol van het Europees Parlement ten opzichte van de nationale parlementen, als ook de verschillen tussen nationale en Europese verkiezingen.

De President van Europa
Wouter Bos zei het al eens: het Europees Parlement zit vol met eurozeloten.[1] Bijna allemaal zijn ze voorstander van een federaal Europa, met een krachtig Europees Parlement en een machtige Europese regering. Aan het hoofd van deze gedroomde constellatie moet een heuse president van de EU staan. Volgens velen is in het Verdrag van Lissabon, beter bekend als de tweede versie van het Europees Grondwettelijk Verdrag, vastgelegd dat deze president – in feite de voorzitter van de Europese Commissie – door het Europees Parlement wordt gekozen. Om deze reden vinden zij dat de presidentsverkiezing een belangrijke rol moet spelen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Maar het verdrag is minder duidelijk dan wordt gesteld.

In het verdrag staat het volgende:

 Artikel 14: 1. Het [Europees Parlement; BL] kiest de voorzitter van de Commissie.

  Duidelijk toch? Niet helemaal:

 Artikel 17: 7. Rekening houdend met de verkiezingen voor het Europees Parlement en na passende raadplegingen, draagt de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij het Europees Parlement een kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Commissie voor. Deze kandidaat wordt door het Parlement bij meerderheid van zijn leden gekozen.

 Dus, het Europees Parlement kiest weliswaar de voorzitter van de Europese Commissie, maar het is de Europese Raad (de regeringsleiders) die bepaalt uit wie er gekozen kan worden. Wat als de Raad een eigen kandidaat naar voren schuift?

Dit scenario is niet ondenkbaar, zeker wanneer wordt gekeken naar het vijftal dat door de vijf Europese politieke partijen (sic) naar voren is geschoven. De kandidaat van de sociaaldemocraten, Martin Schulz – de huidige voorzitter van het Europees Parlement en al twintig jaar Europarlementariër – kwam de afgelopen maanden in de knel. Hij had moeite uit te leggen hoe hij tegelijkertijd voorzitter was én een persoonlijke campagne voerde. Ook werd hem in enkele landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, door zijn partijgenoten expliciet verboden campagne voor zichzelf te voeren, uit angst voor electorale schade. De voorman van de christendemocraten,  Jean-Claude Juncker, moest begin dit jaar in alle landen uitleg geven over het gerucht dat hij een alcoholprobleem had. Ook is deze voormalige voorzitter van de Eurogroep, die achttien jaar lang minister-president van Luxemburg was, op leeftijd en er wordt openlijk getwijfeld aan zijn fysieke capaciteiten. Zowel Schulz als Juncker zijn in ieder geval voorstander van een federale EU, net als de voorman van de liberalen, Verhofstadt, die al helemaal geen serieuze kans maakt. Dit zal Rutte zich ook wel hebben gerealiseerd toen hij namens de VVD zijn steun voor Verhofstadt uitsprak. De kans dat bijvoorbeeld de Britten akkoord gaan met een van deze kandidaten is zeer gering. Overigens hebben ook de Groenen een kandidaat, Ska Keller, die echter niet eens de lijsttrekker is in haar eigen land (slechts nummer drie) en de Europese Linkse Partij heeft de Griekse voorman Alexis Tsipras naar voren geschoven. Hij is niet verkiesbaar voor het Europees Parlement, maar gebruikt het podium van kandidaatschap om zijn politieke boodschap naar voren te brengen.

De kans is dus groot dat geen van deze kandidaten door de Europese Raad – waarin alle regeringsleiders van de lidstaten zitting hebben, voor ons dus Rutte – zal worden voorgedragen om de huidige voorzitter José Manuel Barroso op te volgen. Slechts twee kandidaten (Schulz en Juncker) kunnen grote groepen landen achter zich krijgen, maar zij zullen moeite hebben de sceptici te overtuigen. Omdat de Europese Raad de voordracht doet, is er kortom nog geen pijl op te trekken wie de nieuwe voorzitter gaat worden. Wel staat vast dat het Europees Parlement zich waarschijnlijk flink zal verzetten tegen alternatieve kandidaten. Immers, het mag gerust een flater worden genoemd als geen van de voorgedragen kandidaten wordt gekozen. In dat geval wordt het moeilijk om over vijf jaar, wanneer er opnieuw Europese verkiezingen worden gehouden, nogmaals te doen alsof men kan kiezen wie de president van Europa wordt.

Weg met de euro?
De euro heeft een hoofdrol gespeeld bij deze verkiezingen. In vrijwel elk groot debat waren de munt, de muntunie en de vraag of een politieke unie wenselijk is, opgenomen in een van de hoofdstellingen. Bij het kieskompas was de eerste stelling zelfs dat Nederland uit de euro moest. Partijen profileren zich ook duidelijk: de PVV wil ervan af, de SP wil een plan B en andere partijen richten hun peilen op een politieke unie. Alleen de PvdA distantieert zich enigszins van discussie door een eigen punt op de agenda te zetten, namelijk een vijf procent maximum werkloosheidsnorm, die tegenwicht moet bieden aan de drie procent begrotingstekortnorm.

Wat de Europarlementariërs hier de komende vijf jaar aan gaan doen is echter volledig onduidelijk. De afgelopen vijf jaar zijn er in het Europees Parlement drie soorten dossiers voorbij gekomen die te maken hadden met de munt. Ten eerste waren er de anti-muntvervalsingsrapporten en andere technische wetsvoorstellen waar nooit iemand iets over zal horen. Ten tweede waren er de toelatingsrapporten, omdat er de afgelopen vijf jaar ondanks alles toch weer twee landen waren die toetreding tot de euro verlangden. Tot slot zijn er de dossiers die slechts indirect te maken hebben met de euro, maar hier wel het gevolg van zijn. Denk aan de six-pack en two-pack (Brussels jargon voor twee pakketten aan voorstellen) waarin wordt vastgelegd op welke manier de Europese Commissie wordt geraadpleegd met betrekking tot de nationale begroting.

Ondanks de felle kritiek die er elk jaar weer is wanneer het kabinet de Europese Commissie een brief stuurt met daarin haar plannen voor de begroting, speelde juist deze zaak amper een rol bij de verkiezingen. Ook de uitbreiding van het Eurogebied is naar mijn weten nergens serieus besproken. In plaats daarvan is er enkel gesproken over de vraag of de euro goed en houdbaar is. Het blijft echter onduidelijk welke rol het Europees Parlement hierbij kan spelen. Ook het signaal dat af zou kunnen gaan van deze verkiezingen als een soort van referendum over de euro, is moeilijk hard te maken. Een goede score voor partijen die kritiek hebben op de manier waarop de muntunie functioneert kan worden uitgelegd als de wens van het Nederlandse electoraat om aan veranderingen te werken, maar net zo goed als een signaal aan Rutte II.

Meer, minder, geen of een andere EU
De ideeën over hoe de Europese Unie er idealiter uit zou zien zijn zeer divers onder de Nederlandse politieke partijen. Om te beginnen zijn er D66 en in mindere mate de PvdA die pleiten voor meer bevoegdheden op het niveau van de Europese Unie, met als ideaalbeeld een federaal Europa. Hier tegenover staan partijen als de VVD en het CDA, die zich in ieder geval profileren door te stellen dat de EU enkel over hoofdzaken zou moeten gaan. Net als de eerder genoemde partijen steunen zij de grote projecten zoals de bankenunie, het Europees semester (aanbevelingen van de Europese Commissie voor nationaal beleid) en het six- en two-pack, maar laken zij bemoeizucht met de befaamde kromme bananen. Het echte onderscheid tussen de eerste en de tweede groep zit in de toon. De PVV is voor het opdoeken van de EU, om vervolgens een vrijhandelszone met dezelfde landen te beginnen. Tot slot is er mijn partij (de SP) die pleit voor een Europa dat afstand neemt van haar supranationale trekjes (meerderheidsbesluiten) en zich beweegt naar een intergouvernementele samenwerking. Nagenoeg alle kleine partijen volgen een van deze standpunten.

De vraag hoeveel EU het Nederlandse electoraat wil, is ongetwijfeld een van de belangrijkste thema’s van de verkiezingen geweest. De SP, D66, de PVV en enkele kleine partijen hebben verkiezingsposters waarbij dit thema centraal staat. Op 10 mei schreef premier Rutte in de Volkskrant[2] dat de verkiezingen helemaal niet over dit thema gaan, maar juist over wat we met de EU willen bereiken. Dit ‘EU als middel’-frame was juist bedoeld om zich af te zetten tegen D66 en de PVV, door beide visies als irreëel weg te zetten.

Ik wil niet te negatief zijn over dit onderwerp. De kans is vrij klein dat de Nederlandse Europarlementariërs een directe rol zullen spelen bij de manier waarop de Europese Unie wordt ingericht, wanneer er sprake is van grote veranderingen. Toch hangt de vraag wat voor EU je wil direct samen met de manier waarop Europarlementariërs zich inzetten om door de Europese Commissie voorgestelde wetten te wijzigingen en met hun stemgedrag bij de uiteindelijke voorstellen. Dit zal voor de meeste kiezers echter volledig onduidelijk zijn, omdat toch de suggestie wordt gewekt dat het Europees Parlement leidend is bij dit vraagstuk.

Waar gaan de Europese verkiezingen over?
De president van Europa, de euro en de politieke inrichting van de Unie zijn lastige thema’s voor Europese verkiezingen. Ten eerste zijn de verkiezingen voor de president van Europa een farce, dat meer weg heeft van een sterk potje blufpoker van de kant van het Europees Parlement, dan van een legitieme verkiezing. De andere twee genoemde onderwerpen zijn enorm belangrijk, en daarom te groot voor het Europees Parlement. Natuurlijk gaan de gekozen Europarlementariërs te maken krijgen met wetgeving die over deze zaken gaan. Maar bij dit soort zaken zijn het de nationale regeringsleiders die de dienst uitmaken.

Dit is wat mij betreft helemaal niet erg. Het feit dat minder dan de helft van de kiezers die tijdens de Tweede Kamerverkiezingen gaat stemmen komt opdagen bij Europese verkiezingen, ondermijnt de legitimiteit van het Europees Parlement en zou moeten aanzetten tot enige bescheidenheid. Omdat een groot deel van het electoraat wel komt stemmen bij nationale verkiezingen, gaat het argument van ‘thuisblijvers moeten hun mond houden’ niet op, hun mening kan immers prima verwoord worden door de regeringsleiders. Er moet een groeiend besef zijn dat de meeste Europeanen zich niet identificeren met het Europees Parlement, laat staan dat men zich door hen vertegenwoordigd voelt.

Gingen de verkiezingen dan helemaal nergens over? Ik vind van wel, een dergelijke conclusie zou onterecht zijn en bovendien het werk van de Europarlementariërs bagatelliseren. Veel Nederlanders werken wel degelijk keihard en zijn experts op hun terrein. Zij werken vaak constructief mee aan belangrijke Europese wetten en ondersteunen ook de nationale fracties met hun kennis van en informatie uit Brussel. Ook moet men de invloed van de Europarlementariërs niet onderschatten. Zij kunnen een sleutelrol spelen bij de ideeënontwikkeling en standpuntbepaling binnen hun partij, in ieder geval wat Europa betreft, maar vaak ook als het gaat over die thema’s waar zij zich in hebben gespecialiseerd.

Plegen partijen die inzetten op de genoemde thema’s dan kiezersbedrog? Ik ben van mening dat het geen enkele partij kwalijk genomen kan worden. Door de vorm die de EU heeft gekregen, vaak omschreven als een hybride variant, ergens midden tussen supranationalisme en intergouvermentalisme, zijn de Europese verkiezingen enorm verwarrend. Wat mij betreft kan het niet anders dan dat de EU en de euro ook bij de nationale verkiezingen een grotere rol gaan spelen. De EU speelt al een grote rol in de verkiezingsprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar dat is niet genoeg. Een expliciete erkenning dat Europa een nationaal thema is dat telkens centraal moet staan bij de verkiezingen waar het Nederlandse volk zich in de grootste mate mee identificeert, kan enorm helpen bij het verduidelijken van wat de Europese verkiezingen precies zijn. Nationaal worden de grote lijnen uitgezet, die vervolgens worden onderhandeld in de Europese Raad en op de belangrijke Europese toppen. Bij de verkiezingen van het Europees Parlement kiezen we de waakhonden die dit hele gebeuren in de gaten houden en,  als we geluk hebben, nog een constructieve bijdrage plegen ook.

Bart Linssen (1985) is politicoloog, en werkt in het Europees Parlement als vertegenwoordiger van de SP in de politieke groep Verenigd Links. Hij schreef dit stuk op persoonlijke titel.


[2] M. Rutte, ‘Ik wil een Europa dat Nederland dient’, de Volkskrant, 10 mei 2014, 33.

One thought on “Waar de Europese verkiezingen niet over gingen

  1. Voor elke gedachte in de samenleving mag zich iemand op de voorgrond begeven. Dat kan binnen een familie, vriendenclub, gemeente, provincie, rayon, land én een Europa. Echter hoe groter een ‘gedachtegoed’ wordt des te complexer het gesprek, de discussie. Rekening houden mét is een voornaam (overlevings-)vraagstuk én ook een vorm van compassie. Ten einde is het de vraag of door de grootte van de doelgroep of een beleid er wel grip is op het vraagstuk; men moet zich te veel bemoeien met verschillende aspecten in de maatschappij. Levensfilosofieën en culturen spelen ook een tè grote rol binnen beslissingen. En dan – waar je ook aan refereert – de onnodige ruis van het pionnenspel binnen het bewind. Dit speelt tegenwoordig zo’n grote rol dat het bijna het doel van regeren voorbij strijd. Wie mag waar zitten en in hoeverre hebben zij de macht én waaróver !!!
    Wanneer onderwerpen zo complex worden door de grootte van het gebied en de verscheidenheid aan belangen is het nog maar de vraag of het besluit niet genomen wordt door een uitputtingsslag. Want – geloof me – als mens hebben wij ook maar een kort lontje als het gaat om een besluit te maken na zoveel rekening te houden met de belangen van je eigen doelgroep : “Ut is wel goed!”

    Europa klinkt goed op een RISK-bord, maar het risico wordt al snel dat we er nog een ander continent voor nodig hebben om een nog grotere macht te hebben binnen “een aarde”. Het wordt te groot, te complex, niet handelbaar !!!
    Ik voorzie een irritatie binnen het mensbeeld …
    Laten we gewoon terug naar huis gaan. Dáár waar wij overzicht hebben over hetgeen we hebben én kunnen beheersen. Gewoon een vriendelijke hand geven op een culturele grens, want we zijn allemaal mens. Minder vracht op onze schouders maakt het ook mogelijk dat we ontspannen de wereld bekijken en verstandig omgaan met onze ideeën en gebruiken. Macht is datgene wat je kunt bevatten en laat het niet een vorm van ijdelheid worden. Laten we ons concentreren op de behoeften van mensen binnen hun eigen leefomgeving en hierop onze aandacht afstemmen. Dat zou tevredenheid alleen dienen én verdienen. Mensen zijn niet groot !!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>