Verplicht op bezoek bij je ouders in China

Sanne Albers

Een paar maanden geleden was het groot nieuws: een nieuwe wet in China verplicht kinderen om regelmatig bij hun ouders langs te gaan. [1] Wat al snel bekend stond als de filial piety law heet voluit de ‘wet ter bescherming van de rechten van ouderen’ en is eigenlijk een wijziging van een reeds bestaande wet uit 1996. De wet bepaalt dat kinderen op economisch, medisch en emotioneel vlak voor hun ouders moeten zorgen.

Krantenartikelen richtten zich vooral op bizarre onderdelen van de wet, zoals artikel 18:

Familieleden moeten zorg dragen voor de spirituele behoeften van ouderen. Ze mogen deze niet negeren of hierop afstandelijk reageren. Familieleden die niet samenwonen met de ouderen, moeten frequent op bezoek gaan of ‘de groeten doen’. Werkgevers moeten werknemers de kans geven ouderen te bezoeken.[2]

Maar er zijn nog veel meer opmerkelijke artikelen, die niet in de internationale pers te vinden zijn. Zo bepaalt artikel 21 van deze wet dat kinderen zich niet mogen bemoeien met zaken als trouwen en scheiden van de ouders en dat een huwelijk de verplichtingen van de familieleden niet verandert. Dit soort wetten doet je al snel fantaseren over een soort website als marktplaats, waarop kinderen hun ouders ten huwelijk aanbieden, om zo de zorg in iemand anders schoenen te schuiven.

Er is trouwens wel een uitweg voor de kinderen. Artikel 26 stipuleert dat als

de oudere bij volle verstand is en daar zelf volledig mee instemt, er een ander familielid, overig individu of organisatie aangewezen kan worden om de ‘last van de bescherming’ op zich te nemen.

Wel het meest ingewikkelde artikel is nummer 23:

Nadat kleinere broers en/of zussen, die verzorgd zijn door hun oudere broers en/of zussen, opgegroeid zijn, en de capaciteit bezitten om de last te dragen, hebben zij verantwoordelijkheden ten opzichte van oudere broers en zussen als zij geen andere mensen hebben om voor ze te zorgen.

Bovenstaande artikelen komen echter allemaal uit hetzelfde gedeelte van de wet, het tweede hoofdstuk genaamd ‘ondersteuning door familie’. Daarop volgen nog hoofdstukken over de verplichtingen van de staat, sociale zekerheid, uitkeringen en het creëren van een leefbare omgeving. Deze wetten zijn misschien minder makkelijk om grappen over te maken, maar zeker net zo opvallend in de Chinese context, aangezien een sociaal vangnet na het uiteenvallen van de ‘ijzeren rijstkom’ nog altijd ver te zoeken is.[3] De haalbaarheid van de rest van de wet, bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van pensioenen door de lokale overheid, is op zijn minst onwaarschijnlijk te noemen.

Implementatie
De daadwerkelijke betekenis van de wet wordt pas duidelijk als je naar de implementatie en de institutionele omgeving van China gaat kijken. Want betekent deze wet dat Chinezen echt op het gerechtelijke matje worden geroepen als zij hun ouders links laten liggen? Dit was wel het geval bij de dochter van mevrouw Chu. De 77-jarige moeder uit Wuxi, vlakbij Shanghai, klaagde haar dochter en haar echtgenoot aan. De rechter besloot, slechts een paar uur na de invoering van de wet, dat in het vervolg minimaal een keer per twee maanden een bezoekje moest worden gebracht. De wet bepaalt echter niet wat de straffen zijn voor het overtreden van de wet en hoogstwaarschijnlijk zullen veroordelingen niet vaak voorkomen, maar als ze wel uitgesproken worden, dienen ze vooral als lessen voor de rest van het volk. Daarom wordt deze wet voornamelijk gezien als aanmoediging voor kinderen om beter voor hun ouders te zorgen.

Een probleem met veel Chinese wetten is dat ze onduidelijk, onderling tegenstrijdig en ambigu zijn. Voordeel van deze ambiguïteit is dat wetten gebruikt kunnen worden om algemeen aanvaarde ideeën te verwoorden en tegelijkertijd verschillende of zelfs tegenstrijdige doelen te bereiken die geheel afhankelijk zijn van de context.[4] Het is dan ook maar de vraag of bepaalde wetten opgesteld worden om daadwerkelijk juridische veranderingen door te voeren, of meer om globale intenties te verwoorden zonder te veel weerstand op te wekken.

Tegenstrijdig beleid
De piëteitswet is namelijk niet uitvoerbaar, daar heeft het tegenstrijdige beleid ter promotie van interne migratie wel voor gezorgd. Interne migratie is lastig in China. Alleen in de stad waar je hukou, de registratie van huishoudens, geregistreerd staat kun je profiteren van sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg, in zoverre deze bestaan. Het verkrijgen van hukou in een vreemde stad is nagenoeg onmogelijk, zodat permanente verhuizing veel nadelen met zich meebrengt. Toch wonen en werken veel Chinezen op honderden, zo niet duizenden kilometers van hun ouderlijk huis op zoek naar werkgelegenheid. Recente versoepelingen in beleid hebben dit aantal alleen maar verhoogd. Even op bezoek bij je ouders, en dus minimaal een week vrij krijgen, is buiten het Chinese nieuwjaar bijna niet mogelijk en daar zal die ene regel in de wet, ‘werkgevers moeten werknemers de kans geven ouderen te bezoeken’, waarschijnlijk geen verandering in brengen.[5]

Een andere wet die op gespannen voet staat met de piëteitswet is de wet achter de een-kind-politiek. Uiteraard nemen veel jonge mensen het nieuws niet goed op dat de staat er voor heeft gezorgd dat mensen maar een kind mochten hebben, waardoor er maar liefst twee paar ouders en vier paar grootouders zijn die zij financiële, emotionele en medische steun moeten verlenen. Op dit moment zijn er al meer dan 200 miljoen mensen van boven de 60 in China. De vergrijzing in China is niet verlopen als in het westen, door (natuurlijk) dalende geboorte en sterftecijfers als gevolg van industrialisering en modernisering, maar is bijna van de een op de andere dag kunstmatig opgelegd aan het eind van de jaren 1970. Hierdoor is China ook een van de weinige ontwikkelingslanden waar vergrijzing optreedt. In stedelijk China is het percentage ouders met 1 kind op dit moment zo’n 80 procent.[6] Een ander gevolg van dit beleid is de problematiek van ouderen wiens enige kind is gestorven, waardoor zij geen enkele vorm van ondersteuning meer hebben.[7] Begin augustus maakte staatspersbureau Xinhua overigens bekend dat een verdere versoepeling van de een-kind-politiek verwacht kan worden. Mogelijk mogen in de nabije toekomst ouders waarvan er slechts één enigst kind is, een tweede kind krijgen, nu geldt deze regel alleen voor ouders die allebei enigst kinderen zijn.[8]

Confucianisme
Wat de piëteitswet extra bijzonder maakt, is dat hij is opgesteld in een land waar cultureel bijna niets zo belangrijk is als respect en zorg voor ouderen. Zorg voor de ouders is diep geworteld in de Confucianistische restanten van de Chinese samenleving. Hierin is xiao, eerbied voor ouders, een belangrijke pijler. Aan de ene kant zijn er daarom Chinezen die menen dat deze wet niet nodig is, aangezien ouderenzorg een vanzelfsprekendheid is. Anderen, die de huidige snelle veranderingen in de samenleving met argusogen bekijken, menen dat het goed is dat deze belangrijke culturele waarden worden vastgelegd in de wet, omdat het anders van kwaad tot erger gaat.

Deze eerbied voor ouderen is mogelijk terug te leiden tot prehistorische tijden. De verering van goden, op de manier zoals in bijvoorbeeld het westen gebruikelijk was, direct van aanbidder tot god, verschilt van die in de Chinese cultuur. In China werden goden aanbeden door middel van (voor-)ouderverering, oftewel datgene dat het dichtstbij hun eigen wereld stond. Het is overigens maar de vraag of de verering zich, buiten die voor overleden (voor-)ouders, vroeger ook al richtte op nog levende ouders. [9]

De sociale regels voor de omgang van kinderen met hun ouders is gecodificeerd in de Xiaojing, een Confuciaanse klassieker van omstreeks 400 voor Christus, die een dialoog voorstelt tussen Confucius en zijn leerling Zeng Zi. Xiao bepaalt in dit boek echter meer dan alleen de directe interactie tussen kinderen en ouders. Het vormt de basis van een veel breder spectrum aan sociale regels. Het verheerlijkt deugdzaamheid, vriendelijkheid en bescheidenheid, met als voornaamste doel de ouders te eren.

Sociale zekerheid
In de meer recente geschiedenis, betekent het opvoeden van kinderen voornamelijk sociale zekerheid van de ouders. Dit betreft vooral het opvoeden van zoons, aangezien dochters later bij hun echtgenoot gaan wonen en de zorg voor de schoonouders op zich nemen. Financieel zorgen ook zoons voor het onderhoud van de ouders. Zelfs tijdens de communistische periode zijn deze verhoudingen nagenoeg intact gebleven. Na de jaren 1970 hebben sociale, economische en culturele hervormingen echter voor veel verandering gezorgd. Het wordt steeds normaler dat dochters de ouderzorg op zich nemen, ook in financiële zin. Maar, zoals hierboven al beschreven, wordt het door urbanisatie, globalisering, een dalend geboortecijfer en toenemende interne migratie ook steeds lastiger voor kinderen om aan de zorgeisen van de ouders te voldoen.

Juist in een tijd waarin de bevolking razendsnel vergrijst en kinderen steeds minder de mogelijkheid hebben om voor hun ouders te zorgen, lijkt de Chinese overheid op dit moment niet in staat op korte termijn een goed werkend sociaal vangnet voor ouderen op te zetten. Dat de staat nu in toenemende mate de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen eenzijdig bij de families legt, is begrijpelijk, maar ligt ook zeer gevoelig.

Hervormingen in Nederland
Maar China is niet het enige land waarin men ouderzorg (gedeeltelijk) uit het takenpakket van de overheid probeert te halen. Ook in Nederland is hier begin 2013 een discussie over ontstaan. Het betrof een plan van staatssecretaris Van Rijn van volksgezondheid voor een hervorming van de algemene wet voor bijzondere ziektekosten (AWBZ), waarbij vooral de financiële vergoeding van huishoudelijke hulp in twijfel wordt getrokken.[10] De kinderen en andere naasten zouden dit gat in de zorg voor ouderen vervolgens op moeten vullen. In Nederland zal in de toekomst dus de zorg voor ouders misschien ook meer en meer als familietaak beschouwd gaan worden, onder druk van vergrijzing en stijgende zorgkosten.

In een wereld waarin een deel van de landen in hoog tempo vergrijst en traditionele cultuurnormen vervagen, zal de problematiek rondom ouderenzorg in toenemende mate een probleem vormen. Aangezien ouderenzorg in veel van deze landen (gedeeltelijk) als een taak van de overheid wordt gezien, zal de overheid een manier moeten vinden om met deze problematische situatie om te gaan. China kiest er met de piëteitswet heel duidelijk voor om een deel van de verantwoordelijkheid voor ouderenzorg af te wentelen op kinderen, ondanks de problemen die dat naar alle waarschijnlijkheid met zich mee zal brengen. Toch lijkt de Chinese strategie niet uniek te zijn, aangezien de recente hervorming van de AWBZ in Nederland tot eenzelfde soort discussie leidde.

Het is interessant om te zien dat niet alleen China, een land dat na het verlaten van het communistische pad nog maar weinig vormen van sociale zekerheid kende, maar ook Nederland, dat wordt gezien als een van de landen met de beste sociale vangnetten wereldwijd, in een tijd van globalisering en vergrijzing gelijke problemen tegenkomt en hier enigszins vergelijkbaar op reageert. De piëteitswet is dus interessant in zowel een globale als nationale context. Wereldwijd kan China als een interessant voorbeeld dienen in vergrijzingsproblematiek, door de schaal en het tempo van het proces. Nationaal gezien schijnt deze wet een nieuw licht op the rule of law in China, de implementatie van ambigue wetten en een veranderende economisch-sociale context.

Sanne Albers (1984) is PhD student aan de TU Delft. Ze werkt aan een ERC-project over landadminstratie in China. Haar onderzoek gaat over de credibility van instituties rondom landregistratie in Chinese bossen.



[1] Y. Hua, ‘When Filial Piety Is the Law’,  The New York Times  (7 juli 2013), beschikbaar via: http://www.nytimes.com/2013/07/08/opinion/yu-when-filial-piety-is-the-law.html (geraadpleegd op 30 augustus 2013).

[2] ‘Wet van de Volksrepubliek China voor de Bescherming van de Rechten van Ouderen – Zhonghua renmin gongheguo laonianren quanyi baozhang fa’, .

[3] H. J. Zhan en R. J. V. Montgomery, ‘Gender And Elder Care In China: The Influence of Filial Piety and Structural Constraints’, Gender & Society 17 (2003) 209–229, aldaar 213.

[4] T. Ruskola, ‘Law without Law, or is Chinese Law an Oxymoron’, William & Mary Bill Rights Journal 11 (2002) 665- 669, aldaar 658.

[5] K. W. Chan en L. Zhang, ‘The hukou system and rural-urban migration in China: Processes and changes’, The China Quarterly 160 (1999) 818–855; Z. Liu, ‘Institution and inequality: the hukou system in China’, Journal of Comparative Economics 33 (2005) 133–157.

[6] H. Zhan, ‘Population Aging and Long-Term Care in China’, Generations 37 (2013) 53–58.

[7] Y.  Li, ‘A perspective on health care for the elderly who lose their only child in China.’, Scandinavian journal of public health 41 (2013) 550–2.

[8] ‘Further relaxation of one-child policy still being mulled: official’, Xinhua.net (2 augustus 2013) beschikbaar via: http://news.xinhuanet.com/english/china/2013-08/02/c_125110128.htm (geraadpleegd op 30 augustus 2013).

[9] D. Holzman, ‘The place of filial piety in ancient China’, Journal of the American Oriental Society 118 (1998) 185–199.

[10] W. van der Bles. ‘Kind draait op voor zorg ouders’, Trouw (11 januari 2013) beschikbaar via: http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3375537/
2013/01/11/Kind-draait-op-voor-zorg-ouders.dhtml
(geraadpleegd op 30 augustus 2013).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>