To be Charlie, or not to be?

Floortje Rawee

Op 7 januari 2015 stormden twee jonge Jihadisten het hoofdkantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs binnen, waar ze twaalf medewerkers van het blad doodschoten, onder wie de hoofdredacteur Stéphane Charbonnier (Charb). Deze dag wordt gezien als een van de zwartste dagen voor de veiligheid en democratie in de Westerse wereld sinds de aanslagen op het World Trade Centre in New York op 11 september 2001. Hoewel het aantal doden van beide aanslagen substantieel verschilt, waren de reacties op beide aanslagen vergelijkbaar. Na beide de aanslagen was de wereld in shock, verafschuwden wereldleiders de aanslagen en voelde ‘het Westen’ zich nog meer bedreigd door de Arabische Wereld. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom de aanslagen op Charlie Hebdo wereldwijd zoveel impact hadden en nog steeds hebben: ze zijn gepleegd door moslim-extremisten. We waren al zo bang voor de Arabische wereld door terreurgroepen als Al Qaeda en de opkomst van Islamitische Staat (IS), maar ook door politici en media die moslims als een bedreiging portretteren. Dat is door deze aanslag alleen maar erger geworden, zeker omdat de aanslagplegers tweede generatie immigranten waren; geboren, getogen en geradicaliseerd in Parijs. Het gevaar komt voor velen dus opeens heel dichtbij.

#JeSuisCharlie
De aanslagen waren nauwelijks gepleegd of de hashtag Je suis Charlie was trending op Twitter. Om de vermoorde cartoonisten eer te betuigen, werden profielfoto’s op Facebook veranderd naar de woorden Je suis Charlie en  publiceerden kranten cartoons over de aanslagen. Iedereen leek eensgezind te zijn: de aanslag op onschuldige cartoonisten is verschrikkelijk, persvrijheid moet beschermd worden en we moeten samen sterk staan voor vrijheid van meningsuiting. Deze kernwaarden van democratie zijn in het geding gebracht door de aanslag op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo. Overal in de wereld, in Europa, maar ook in het Midden-Oosten werden protestmarsen georganiseerd, waar de woorden Je suis Charlie werden gescandeerd. Op zondag 11 januari vond een massale protestmars plaats in Parijs, waar meer dan zestig  wereldleiders aanwezig waren. Zo reisden onder anderen David Cameron, Angela Merkel en Donald Tusk af naar Parijs, maar ook de Israëlisch Premier Benjamin Netanyahu, de Palestijnse president Mahmoud Abbas en de Jordaanse koning Abdullah de Tweede.

Ook ik ging de straat op. Om mijn steun te betuigen aan de vermoorde journalisten, om de aanslag af te keuren, en vooral om te op te komen voor de persvrijheid. Als werknemer van een NGO die zich inzet voor persvrijheid en journalist in spé, vind ik dat elke journalist, elke burger het recht moet hebben om te zeggen wat hij of zij wil. Ik geloof dat persvrijheid één van de belangrijkste factoren is voor een democratie. En toch, ook al had ik vele redenen om te gaan, voelde ik me ongemakkelijk tijdens de protestmars. Het was me in eerste instantie niet helemaal duidelijk waarom, maar langzaamaan kwam ik erachter: het voelde alsof ik, door mee te lopen, anderen beledigde. Alsof ik alle cartoons van Charlie Hebdo goedkeurde, terwijl ik wist dat er moslims zijn die zich gekwetst voelden door de spotprenten over de profeet Mohammed. Ik wilde niet dat nog meer moslims het gevoel kregen dat het Westen hun geloof afkeurde en ik wilde dat ze wisten dat ik daar meeliep voor de persvrijheid, niet tegen de Islam. Bovenop dat alles proefde ik ook ergens een beetje hypocrisie. Waarom gingen we nu met zijn allen de straat op, terwijl in Nigeria duizenden mensen vermoord werden door Boko Haram? Waarom was deze aanslag tegen persvrijheid opeens zulk groot nieuws, terwijl in landen als Syrië, Azerbeidzjan en Centraal Afrika, journalisten hun werk bijna nooit op een veilige manier kunnen doen?[i] Deze gevoelens botsten met mijn geloof in het belang van de demonstraties en ik wist niet meer wat ik moest doen en vinden: wel of  niet Charlie zijn, wel of niet het nieuwe krantje kopen? Ik kwam er achter dat niet iedereen zich kan identificeren met Charlie. Al snel verschenen de eerste scheurtjes in deze schijnbare eensgezindheid die zich gevormd leek te hebben na de aanslag. Jonge moslims, bijvoorbeeld in Frankrijk, keurden de aanslagen wel af maar kregen de woorden Je suis Charlie niet over hun lippen (nous ne sommes pas Charlie) en in verschillende Islamitische landen vonden anti-Charlie demonstraties plaats, sommige gewelddadig. Aan de andere kant keerden anti-islam bewegingen, zoals Pegida in Duitsland, zich nog sterker tegen de islam. Ook werden er vraagtekens geplaatst bij de oprechtheid van de aanwezige wereldleiders bij de demonstratie in Parijs: staan zij wel echt voor persvrijheid, of waren ze daar omdat ze simpelweg niet achter konden blijven?

Door met zijn allen Je suis Charlie te roepen, en te zeggen dat de hele wereld de aanslagen moest afkeuren, voelde het alsof de kloof tussen ‘de Jihadisten’ en ‘de Westerse wereld’ nog groter werd. En dat is nou precies niet wat we willen, als we zulke aanslagen in de toekomst willen voorkomen. Dat is waarom ik me ongemakkelijk voelde tijdens de protestmars.

Al die duizenden mensen die met mij de straten op gingen na de aanslag, leken goede bedoelingen te hebben en wilden opkomen voor persvrijheid. Helaas is de echte verbroedering uitgebleven. Daarom is het nodig om de verschillende reacties op de aanslagen in Parijs na te gaan en een oplossing te vinden om deze, soms recht-tegenover-elkaar-staande opinies, weer samen te brengen om zulke aanslagen te voorkomen.

#JenesuispasCharlie
De meeste moslims verafschuwen de aanslagen, vinden dat het niet acceptabel is om mensen te vermoorden omdat ze hun geloof beledigen. De hashtags #NotMyIslam en #nietmijnislam werden al snel populair op Twitter, met als doel duidelijk maken dat niet elke Moslim een Jihadist is, dat Islamitische Staat (IS) de islam niet vertegenwoordigt voor iedereen en om moslims te beschermen tegen discriminatie. In plaats van de daders, zijn veel moslims juist het slachtoffer geworden van de aanslag, omdat zij het idee hebben dat ze nu nog vaker automatisch gezien worden als criminelen.

JSC

Bron: De Correspondent, ‘Download hier jouw Je Suis Charlie-profielfoto (genuanceerde versie)’ (versie 14 januari 2015) online beschikbaar via; https://decorrespondent.nl/2303/Download-hier-jouw-Je-Suis-Charlie-profielfoto-genuanceerde-versie/175401334724-d802da8f (geraadpleegd 31 januari 2015).

Maar het feit dat moslims de aanslagen veroordelen, betekent niet dat ze het eens zijn met de cartoons die in het blad Charlie Hebdo gepubliceerd worden.  Op de website van Le Monde verscheen een artikel over een middelbare school in Saint-Dénis, een buitenwijk van Parijs, waarop veel islamitische leerlingen zitten, die zich uitlieten over de aanslagen. Het merendeel van de leerlingen keurde de aanslagen af, maar had duidelijk moeite met het tijdschrift Charlie Hebdo. Een leerlinge, Marie-Hélène, zegt: ‘Ik wil eigenlijk niet meedoen aan de minuut stilte. Ik vind het niet gepast om een eerbewijs te tonen aan degenen die de islam, en andere religies, beledigen’. Een andere leerling zei: ‘Ik heb geen medelijden met Charb [de hoofdredacteur van Charlie Hebdo]. Hij heeft geen enkel respect voor ons moslims. Maar ze hadden niet 12 mensen hoeven te doden, alleen hem [Charb] was voldoende geweest. ’ [ii]

Nogmaals, de meeste moslims vinden het gebruik van geweld niet acceptabel, ook al kunnen ze de grappen over hun geloof niet waarderen. In Pakistan, Turkije, Jemen, Jordanië, Mali, Senegal en Mauritanië vonden demonstraties plaats tegen de cartoons. In Niger kwamen in de dagen na de aanslagen zelfs tien mensen om tijdens protesten tegen Charlie Hebdo. In Algerije  hielden demonstranten spandoeken omhoog met de woorden I am Muhammed.[iii]

Het moge duidelijk zijn dat we niet allemaal Charlie zijn, zoals we in het Westen graag zouden geloven. De reactie van de leerling die het terecht vond dat de hoofdredacteur van Charlie Hebdo vermoord is, maakt bezorgd, maar het betekent niet dat hij echt geweld gaat plegen. Eerder denk ik dat we dergelijke reacties serieus moeten nemen en ons moeten proberen te proberen  te beseffen dat sommige moslims dus zo erg gekwetst kunnen worden als hun religie beledigd wordt, dat ze in staat zijn tot geweld.

cartoon

Cartoon: C. Latuff, ‘CharlieHebdo attack has another victim’ (7 januari 2015) online beschikbaar via: https://twitter.com/latuffcartoons/status/552847548776742914 (geraadpleegd 8 januari 2015).

Moslims: snel beledigd?!
Misschien is het ook niet zo verrassend dat moslims beledigd zijn. Dat betekent niet dat het geweld goedgekeurd kan worden, maar het betekent misschien wel dat we een beetje rekening moeten gaan houden met hun gevoelens. Denk aan een kindje in de klas op de basisschool dat altijd geplaagd wordt. De pesters beseffen zich vaak niet dat zo’n kind zich gekwetst voelt door hun opmerkingen, snappen niet waarom het kind het niet grappig vindt om bijvoorbeeld clown genoemd te worden. Maar als je altijd het gevoel hebt dat je niet geaccepteerd wordt, vat je bepaalde opmerkingen misschien wat serieuzer en beledigender op. Misschien is het wel hetzelfde met moslims. Na decennia van intolerantie, – en wiens schuld dat is: de misschien toch niet zo tolerante Westerse democratieën of de onwillige moslims zelf, of een combinatie van factoren, is hierbij niet belangrijk – is het misschien wel begrijpelijk dat moslims in Europa zich beledigd voelen. Daar komt bij dat gelovigen het over het algemeen niet zo kunnen waarderen als hun geloof wordt beledigd, en dat is lastig te begrijpen voor mensen die niet geloven, zeker in het Frankrijk dat laïcité – scheiding van kerk en staat – hoog in het vaandel heeft staan. Degene die de profeet Mohammed beledigt, beledigt de moslim, en dat is niet te vergelijken met het christendom en het jodendom. Ook wordt er gezegd dat geradicaliseerde moslims inspelen op gevoelens van minderwaardigheid. Jonge mensen, die zich niet thuis voelen in een maatschappij, of geen hoop voor de toekomst hebben, zijn relatief makkelijk te mobiliseren en aan te sporen tot geweld.

Al deze factoren bij elkaar zorgen ervoor dat moslims misschien sneller beledigd zijn dan andere groepen.  Daar kunnen we van vinden wat we willen, en verschillende groepen mensen de schuld van geven, maar daarmee voorkomen we niet dat geradicaliseerde moslims zulke aanslagen als die op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo ooit nog plegen.

Zie je wel
Aan de andere kant is het ook begrijpelijk dat de angst voor de Islam in het Westen steeds groter wordt. Dat geloof was al anders en mysterieus voor Westerlingen, en het onbekende wordt al snel eng gevonden. Daarnaast spelen rechts-extremistische politici zoals Marine Le Pen en Geert Wilders voortdurend in op deze groeiende angst. Academici noemen dit een narratief: als je eenmaal het idee, het narratief, in je hoofd hebt dat moslims gevaarlijk zijn, hoef je maar een krant open te slaan of dat idee wordt bevestigd. Zo wordt dat idee in stand gehouden, en het is moeilijk om dat te verbreken.[iv]

Met de persvrijheid in West-Europa zit het wel goed
Wat ik vooral lastig vond tijdens de protestmars, was dat ik bang was moslims het idee te geven dat ik tegen hén protesteerde. Aangezien het doel van de mars mij op dat moment nog niet helemaal duidelijk was – ik was daar voor de persvrijheid – wist ik niet wat anderen precies vonden. Toen iemand riep: ‘geen Jihad in onze straat’, dacht ik ’ik weet niet of ik hierbij wil horen’, hoewel ik natuurlijk ook geen voorstander ben van Jihad. Naar mijn idee protesteerden we voor vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en om de aanslag af te keuren. De duizenden mensen die in eerste instantie de straten op gingen, ikzelf inclusief, hielden in ieder geval een potlood in de lucht, als eerbetoon aan de cartoonisten.

Ik geloof dat persvrijheid een fundamenteel onderdeel van democratie is. Stel je voor dat er verkiezingen voor de deur staan en dat we alleen informatie zouden krijgen van, zeg, één politicus, die per se aan de macht wil blijven. Hij zou alle andere politici bekritiseren en alleen maar positieve voorbeelden geven over zijn echte manier van regeren. Hoe zouden we in zo’n situatie, in staat kunnen zijn om onafhankelijk te stemmen op de politicus die wij zelf het beste vinden? Denk bijvoorbeeld aan Rusland, waar de meeste burgers Poetin een prima president vinden. Zo zijn er talloze andere voorbeelden te geven om aan te tonen dat persvrijheid noodzakelijk is in een democratie.

Maar hoe belangrijk persvrijheid ook is, we moeten niet denken dat het ontzettend slecht is gesteld met de persvrijheid in West-Europa. Dat deze aanslag heeft plaatsgevonden, is natuurlijk verschrikkelijk, maar Frankrijk, Nederland en de meeste andere Westerse landen zijn nog steeds de landen met het hoogste persvrijheidsniveau van de wereld.[v] Dat werd des te duidelijker in de dagen na de aanslag. Op de eerste Charlie Hebdo die na de aanslag uitkwam prijkte de profeet Mohammed opnieuw op de cover. Dat kon natuurlijk eigenlijk ook niet anders, ze moesten een statement maken, anders zouden ze toegeven, maar het maakte opnieuw duidelijk dat er nog steeds niet aan zelfcensuur gedaan wordt in het Westen. Ook werden in alle kranten opinieartikelen gedrukt, waarin alle mogelijke meningen vertegenwoordigd waren: voor Charlie Hebdo, tegen de aanslagen, tegen moslims, tegen de demonstraties, enzovoorts.

Daarentegen weet ik door mijn werk des te beter dat het in veel andere landen, vooral in dictaturen en conflictgebieden, onmogelijk is voor journalisten om veilig hun werk te doen en om onafhankelijk nieuws te maken. Daar komt mijn ongemakkelijke gevoel misschien wel deels vandaan: waarom kwamen we nu opeens met zijn allen bijeen om voor persvrijheid op te komen, terwijl we ons nauwelijks inzetten voor persvrijheid in de landen waar het echt nodig is, al heel lang? Is het niet hypocriet dat de koning van Saudi-Arabië aanwezig is bij de protestmars, terwijl het met de persvrijheid in dat land absoluut niet goed is gesteld? Maar boven alles: is het niet hypocriet om moslims die de aanslagen niet verafschuwen niet te accepteren? Mogen zij niet ook vinden wat ze willen, mogen zij niet beledigd zijn door de cartoons, want het doel van alle protesten was toch om persvrijheid en vrijheid van meningsuiting te beschermen?

We hoeven niet allemaal Charlie te zijn
Hoe kunnen we dit soort aanslagen dan wel voorkomen? We lijken het er allemaal over eens te zijn dat persvrijheid en vrijheid van meningsuiting belangrijk zijn, we zeggen dat we Charlie zijn, maar daardoor beledigen we dan ook weer groepen mensen. Terwijl het voornaamste doel nu is om te verbroederen en angst weg te nemen. Persoonlijk denk ik dat oud-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans de spijker op de kop sloeg toen hij zei: ‘Het kan geen kwaad om bij de uitoefening van dit recht op vrije meningsuiting, rekening te houden met andermans gevoelens. Het is geen teken van zwakte om te proberen met andermans ogen naar de wereld te kijken, maar juist een kracht’. [vi]Het is belangrijk om persvrijheid in stand te houden, maar dat betekent dat we dat recht kosten wat het kost moeten gebruiken. ‘Af en toe een cartoontje lager zingen’, zoals Youp van ‘t Hek schreef, kan geen kwaad.[vii]

Misschien moeten we die vrije pers die we in het Westen hebben, gebruiken om de algemene opinie jegens moslims te verbeteren. Het lijkt me  belangrijk dat iedereen beseft dat er een verschil is tussen extremisten en gematigde moslims, die de islam aanhangen en daar verder niemand kwaad mee willen doen. Want dat gebeurt wat mij betreft nog niet genoeg: weinig media proberen dat verschil duidelijk te maken, met als gevolg dat er steeds meer anti-islam bewegingen ontstaan in Westerse landen. Waarom gebruiken we de media niet om de positieve kant van de islam eens te belichten, om te laten zien dat niet alle moslims crimineel zijn, en dat de islam op zichzelf geen slechte religie is? Om de echte eensgezindheid te verkrijgen die we dachten te hebben bereikt na de Charlie Hebdo aanslag, hebben we begrip en inlevingsvermogen nodig. We hoeven de Islam niet te bespotten om een statement te maken voor vrije pers, maar zouden die vrije pers juist moeten gebruiken om verschillende meningen te belichten en groepen mensen weer bij elkaar te brengen. Als het gaat om persvrijheid, mogen we Charlie zijn, maar dat hoeft niet. Ook zonder anderen te belachelijk te maken, kan persvrijheid bestaan, en om de vrede te bewaren, is het misschien verstandiger om rekening te houden met andermans gevoelens en geen Charlie te zijn.

Floortje Rawee (1991) studeerde in juli 2014 af van University College Maastricht (BA), met een focus op Internationale Betrekkingen, internationaal recht en internationaal conflict. Sinds september is zij werkzaam bij een ngo voor persvrijheid in Amsterdam.


[i]Freedom House, ‘Freedom of the Press: 2014 Freedom of the Press data’

(versie 2014), online beschikbaar via; https://freedomhouse.org/report-types/freedom-press#.VOb_Y0K3DgI (geraadpleegd 30 januari 2015).

[ii] M. Battaglia en B Floc’h: ‘A Saint-Denis, collégiens et lycéens ne sont pas tous « Charlie »’ (10 januari 2015) online beschikbaar via;  http://www.lemonde.fr/societe/article/2015/01/10/a-saint-denis-collegiens-et-lyceens-ne-sont-pas-tous-charlie_4553048_3224.html#Z1wYt5IMth1icg4A.99 (geraadpleegd 28 januari 2015).

[iii] ‘Anti-‘Charlie Hebdo’ Violence Spreads; Death Toll at 10 in Niger’, Voice of America (17 januari 2015), online beschikbaar via; http://www.voanews.com/content/charlie-hebdo-protests-middle-east-asia-africa/2602100.html (geraadpleegd 29 januari 2015).

[iv] A. Morgan, Dulwich Centre Publications. What is narrative therapy? (2000) online beschikbaar via; http://www.dulwichcentre.com.au/what-is-narrative-therapy.html (geraadpleegd 30 januari 2015).

[v] Freedom House, ‘Freedom of the Press: 2014 Freedom of the Press data’ (versie 2014), online beschikbaar via: https://freedomhouse.org/report-types/freedom-press#.VOb_Y0K3DgI (geraadpleegd 30 januari 2015).

[vi] Frans Timmermans in inauguratiespeech voor de ontvangst van zijn eredoctaraat aan de Universiteit Maastricht. Geciteerd uit: W. Bos, ‘Eredoctoraat voor Timmermans’, De Observant, 22 januari 2005, 8-9, online beschikbaar via: http://www.observantonline.nl/Portals/0/obs%2019-lowres.pdf (geraadpleegd 23 januari 2015).

[vii] Y. van ‘t Hek, ‘Een cartoontje lager zingen’ (10 januari 2015), online beschikbaar via: http://www.nrc.nl/youp/2015/01/10/cartoontje-lager-zingen/ (geraadpleegd 30 januari 2015).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>