Terroristen rekruteren for dummies: Amerika’s drone-beleid

Judith van der Zwan

De aanblik van een witte duif op een helderblauwe dag: het is al eeuwen een internationaal symbool van vrede en vrijheid. De Verenigde Staten presteren het echter om dit beeld voor miljoen mensen te verzieken. De bevolking van landen zoals Pakistan en Jemen associeert helder weer namelijk met Amerikaanse drone-aanvallen. Tot nu toe zijn bij drone-aanvallen al 3430 mensen om het leven gekomen; de duif in kwestie kan hier net zo goed een van die moordmachines zijn.

De VS voerden sinds 2002 meer dan 400 van deze drone-aanvallen uit. Meer dan 400 onschuldige mensen zijn door een drone-aanval om het leven gekomen. Deze argeloze burgers werden onterecht aangezien als terroristen, of kwamen om bij een aanslag op echte terroristen.[i]

Een opvallend onderdeel van Obama’s drone-beleid zijn de zogenaamde Signature Strikes: dodelijke aanvallen op mensen waarvan de identiteit niet bekend is bij de Amerikaanse inlichtingendiensten, maar die ‘verdacht gedrag’ vertonen. De beslissing dat gedrag verdacht genoeg is om iemand uit te schakelen, wordt overigens uitsluitend gebaseerd op camerabeelden gemaakt vanuit de drones die zich tientallen kilometers boven de grond bevinden. Ook voert het Amerikaanse leger Double Taps uit: een van terroristen overgenomen tactiek waarbij militairen twee opeenvolgende aanslagen plegen, bedoeld om niet alleen terroristen maar ook helpende omstanders dodelijk te verwonden.[ii] De VS rechtvaardigt deze prak-tijken met de uitspraak dat het land zich in een internationale oorlog tegen terreur bevindt. Mijns inziens zijn de drone-aanvallen illegaal, ineffectief en immoreel.

Waarom drones?
De op afstand bestuurde vliegtuigen brengen bepaalde voordelen met zich mee die ze zo populair maken in het Amerikaanse leger. Het eerste argument voor het gebruik van drones is de bewering dat zij schade toebrengen aan Al-Qaida, dat daardoor momenteel aan de verliezend hand is, aldus CIA-directeur John Brennan. Vanuit strategisch oogpunt krijgen drones de voorkeur, omdat ze een precisie bezitten die bij conventionele wapens nog onmogelijk was.

Bovendien verminderen deze machines de tijdsperiode tussen het identificeren van een doelwit en de aanval. Daarnaast bepleiten Amerikaanse militairen het gebruik van drones omdat de cameratechnologie bestuurders toegang geeft tot een duidelijk beeld van het doelwit en de wijde omgeving. Deze nieuwe ontwikkeling maakt het mogelijk om een aanval uit te voeren op gevaarlijke terroristen waarbij er minimale collateral damage is.

Eén van de belangrijkste voordelen van drone-gebruik is dat de bestuurders van de drones, in tegenstelling tot piloten van bemande vliegtuigen, absoluut geen gevaar lopen. Zo vechten de Amerikanen dus oorlogen uit zonder dat daar doden bij vallen aan hun kant. Wat vanuit Amerikaans perspectief echter minstens zo belangrijk is, is het feit dat het vijanden makkelijk kan uitschakelen zonder dat de VS voet op buitenlands grondgebied hoeven te zetten. Het gebruik van drones bespaart dus een hoop geld en levens. Met name deze laatste twee voordelen van het drone-programma zorgen ervoor dat de politieke kosten van deze praktijken erg laag zijn. Het is dan ook beleid dat makkelijk te verantwoorden valt aan het Amerikaanse electoraat; een meerderheid van 65 procent keurt het huidige gebruik van drones voor militaire doeleinden goed.[iii]

Drones en internationaal recht      
Het Amerikaanse gebruik van militaire drones is onwettig, niemand mag immers willekeurig van zijn leven worden beroofd.[iv] De VS overtreden deze wet met de eerder genoemde Signature Strikes; dodelijke aanvallen op mensen waarvan de identiteit niet bekend is bij Amerikaanse inlichtingendiensten, maar die ‘verdacht gedrag’ vertonen en dus ‘geschikte doelwitten’ zijn. Op deze manier werden er in Pakistan in 2002 drie onschuldige burgers neergehaald met behulp van drones.[v] Achteraf werd bekend gemaakt dat deze aanname werd gemaakt omdat een van hen dezelfde lengte zou hebben als Bin Laden. Fouten zijn menselijk, maar fouten van deze aard zijn onacceptabel en komen te vaak voor.

De VS claimen onterecht dat drone-aanvallen wél legaal zijn omdat het land verwikkeld is in een internationale oorlog met terreurorganisaties zoals Al-Qaida. Omdat de VS als reactie op de aanslagen van 11 september geen oorlog konden verklaren aan een andere staat, riepen zij een oorlog tegen het terrorisme uit. Hiermee verklaarden de VS praktisch de hele aardbol tot een gebied van gewapend conflict. Omdat het in een conflict met een internationale organisatie is, eigende Amerika zich het recht toe om deze aan te vallen, in welk land de leden zich ook bevinden. Met deze logica meende de regering Bush het internationaal humanitair recht ook toe te kunnen passen op Amerikaanse activiteiten buiten officiële conflictgebieden. Onder deze wet is er meer dodelijk geweld gedoogd dan onder andere wetten.

Hoewel Bush veel Amerikanen wist te overtuigen, is er in termen van internationaal recht geen aanleiding om te spreken over een oorlog met Al-Qaida of andere terroristische groepen. Het verklaren van een gewapend conflictgebied is niet compleet willekeurig en is onderhevig aan voorwaarden. Zo moet er een er een minimale intensiteit zijn waarmee er gevochten wordt. Een geïsoleerde terroristische aanval, hoe ernstig de gevolgen ook zijn, is nog geen gewapend conflict. Van de vier landen waarin Amerika momenteel drones inzet, is Afghanistan het enige erkende verklaarde gebied van gewapend conflict. In andere landen mogen de VS dus geen militaire wapens, zoals drones, tegen mensen inzetten. Het argument van Amerikaanse militaire leiders dat het gebruik van drones wenselijk is omdat zij op verschillende manieren voordeliger zijn dan conventionele wapens, is dan compleet irrelevant. De Amerikanen en hun wapens hebben immers in de eerste plaats niets te zoeken in deze landen die ver van conflictgebieden verwijderd zijn.

Zelfs al kon Bush de hele wereld uitroepen tot gebied van gewapend conflict, dan slaagt Amerika er nog steeds niet in om zich te houden aan de flexibelere wetten van het internationaal humanitair recht. Zo valt er in gelekte documenten van het Amerikaanse Ministerie van Defensie bijvoorbeeld te lezen dat er in Pakistan vanuit wordt gegaan dat alle mannen van ‘militaire leeftijd’, dus pakweg tussen 17 en 65 jaar, militairen zijn, tenzij er voldoende bewijs is om het tegendeel aan te tonen. Dit absurde principe is volledig in strijd met het internationaal humanitair recht, dat zegt dat burgers niet aangevallen mogen worden en dat in geval van onduidelijkheid over de ofwel militaire ofwel burgerlijke status van individu, partijen van het laatste uit moeten gaan.

Bovendien schrijft het internationaal humanitair recht voor dat de militaire winst van een aanval significant groter moet zijn dan het lijden aan de kant van de burgerlijke populatie. De verhouding van 28 onschuldige doden ten opzichte van twaalf Taliban-leden bij een aanslag vier jaar geleden in Pakistan, laat geen overweging van zulke proportionaliteit zien.

Bovendien is de militaire winst als gevolg van drone-aanslagen in veel gevallen vaak ver te zoeken. Ten eerste zijn ook onbelangrijke leden van de terroristische organisaties doelwit, maar hier mee maak je zo’n organisatie niet noodzakelijk onschadelijk. Zelfs het uitschakelen van hoge commandanten blijkt niet altijd militaire winst op te leveren. Deze assumptie schijnt Amerika wel  te maken, maar deze wordt ontkracht door de eerder genoemde aanval in Pakistan. Hierbij kwam Gul Bahadur om, een van de relatief coöperatieve Talibanleden die communiceerde met Pakistaanse overheid en beloofde om niet in Pakistan te vechten. Na de aanslag dreigden deze Talibangroepen de afspraak te beëindigen, een gebeurtenis die een terroristische groep opnieuw actief gemaakt zou hebben in dit land, en dus duidelijk een militaire tegenslag zou zijn voor de VS. Kortom, het is duidelijk dat de VS zich niet aan internationale wetten houden en schuldig zijn aan buitenrechtelijke en willekeurige executies.

Terreurdreiging in perspectief
Niet alleen is het gebruik van drones illegaal, ook worden ze ingezet in het gevecht tegen een dreiging waarvan de ernst de afgelopen tien jaar sterk overdreven is. George W. Bush noemde terrorisme de grootste dreiging van de 21ste eeuw; wereldleiders Angela Merkel, Tony Blair, John Howard en Vladimir Poetin deden allemaal een uitspraak met gelijke strekking.[vi] De recente terroristische aanslagen in Parijs geven inderdaad aan dat de terreurdreiging een serieus probleem is, ook in Europa.

We moeten dit probleem echter wel in perspectief plaatsen, en het is onterecht om te zeggen dat dit verschijnsel de zwaarste uitdaging is waar we momenteel wereldwijd mee kampen. In 2013 waren er mondiaal 17.958 dodelijke slachtoffers als gevolg van terrorisme.[vii] Ter vergelijking: er zijn jaarlijks 3,1 miljoen kinderen onder de vijf jaar die sterven als het gevolg van ondervoeding.[viii] Amerikanen lopen trouwens niet bepaald het meeste risico om slachtoffer te worden van terroristisch geweld.[ix] De kans om dodelijk slachtoffer te worden van een terroristische aanslag was in Amerika de afgelopen vijf jaar een op twintig miljoen.[x] De kans dat iemand in dat zelfde land overlijdt aan obesitas is een op vijf. Is dit lage cijfer gevolg van effectief anti-terreurbeleid en van drones?

Nee, John Mueller en Mark G. Stewart onderzochten de kosten en uitkomsten van Amerika’s terreurbeleid sinds 2002. Zij kwamen tot de conclusie dat al de extra miljoenen die zijn geïnvesteerd in veiligheid op geen enkele manier winst opleveren. De kans je een terreuraanslag voorkomt als je 200 miljard investeert in veiligheid is ongeveer even groot als wanneer je 5 biljoen uitgeeft.[xi]

Natuurlijk zijn terroristische aanslagen niet te vergelijken met hartaanvallen, en we mogen het ontwrichtende effect van terrorisme op de slachtoffers en de samenleving als geheel niet negeren. Maar dat verandert het feit niet dat te veel mensen een onrealistisch beeld hebben van de dreiging die uitgaat van terreurgroepen. Daardoor wordt er disproportioneel veel aandacht en geld aan besteed in de Amerikaanse politiek. Net als met Bush’ marteltechnieken in Guantánamo Bay, keurt de meerderheid van de Amerikaanse bevolking drone-aanvallen goed omdat dit nodig zou zijn om hen te beschermen tegen boze terroristen. Als iedereen zich er bewust van was hoe klein die dreiging werkelijk was, dan zou er waarschijnlijk ook veel minder steun voor zijn.

Op zoek naar oplossingen
Al was de terreurdreiging voor de VS nog zo groot, dan zou het huidige Amerikaanse drone-beleid daar nog niet het antwoord op zijn. Terreurexpert Louis Richardson merkt op dat een beleid gebaseerd op de al bestaande expertise over dit onderwerp nooit geleid zou hebben tot het verklaren van een War on Terror. Veel ervaringen in het verleden hebben aangetoond dat terrorisme het best  kan worden aangepakt als iedere andere vorm van criminaliteit: een combinatie van politiewerk, gerechtstellingen en gevangenisstraffen. Ook merkt hij op dat het direct bombarderen van iedere mogelijke terreurverdachte alleen maar dient als een rekruteringsstrategie voor organisaties zoals Al-Qaida.[xii]

Er is inderdaad sterk bewijs dat drones een aanzienlijk aantal mensen in de armen van deze groeperingen hebben gedreven.[xiii] Er ontwikkelde zich in Pakistan en Jemen de afgelopen tien jaar een diepe haat jegens drones en daarmee tegen de Amerikanen. Het wekt een beeld van arrogantie op aan de kant van Amerika, omdat het gebruik van drones het idee uitdraagt dat Amerika zijn drones gebruikt wanneer en waar het wil, gewoon omdat het kan.[xiv] Terreurorganisaties gebruik-en dit beeld van Amerika om nieuwe leden te rekruteren, een strategie die effectief blijkt te zijn. Dit zou geen grote verbazing moeten wekken. Als Amerikanen onschuldige kinderen doden, is het te verwachten dat anti-Amerikaanse organisaties meer begrip en steun krijgen van de lokale bevolking.

In plaats van een beleid gebaseerd op drones, zou Amerika bij terrorisme bestrijding meer nadruk moeten leggen op het elimineren van politieke en economische oorzaken van terrorisme. De nadruk op drones is echter een te verwachten verschijnsel van een gemilitariseerd systeem zoals het Amerikaanse. In 2008 werd 21,5 procent van het federale budget gespendeerd aan defensie, tegenover 1,3 procent aan uitgaven zoals ontwikkelingshulp en diplomatieke missies. Hiermee kunnen ze dus oorlogen uitvechten, maar tegelijkertijd zijn er niet genoeg middelen om de oorzaken van politieke instabiliteit aan te pakken, die op zijn beurt weer tot nieuwe terreurdreigingen kan leiden. Het kwalijke is dat er in de War on Terror programma’s actief zijn die wél de oorzaken van terrorisme proberen te elimineren, maar dat het dramatisch negatieve effect van de drone-aanvallen die uitkomsten simpelweg overschaduwen.

Drones in de toekomst      
Het huidige drone-beleid van de VS kan negatieve lange-termijn gevolgen met zich meebrengen. De VS benadrukken als wereldmacht  het belang van het beschermen van de rechten van de mens en wil hierbij een voorbeeldfunctie innemen.[xv] Het huidige ge-bruik van drones beïnvloedt hoe andere landen in de toekomst met drones zullen omgaan.

Ook Barack Obama zei dat als Amerika wil dat andere landen drones in de toekomst op een verantwoordelijke manier gebruiken, het dit zelf ook moet doen. Ongeacht van de vraag of Amerikaanse drone-aanvallen wettelijk zijn toegestaan of niet, het is duidelijk dat de VS niet genoeg respect opbrengen voor mensenlevens. Amerika’s pogingen om internationaal recht zo ver mogelijk uit te rekken om gemakkelijker mensen om te kunnen brengen in de War on Terror, geeft blijk van het feit dat zij de inherente waarden van mensenrechten niet begrepen hebben. Bovendien negeren zij het recht op een strafrechtelijk proces compleet.

Hiermee stelt de VS dus een vrij lage standaard voor het internationale gebruik van drones, en er is straks echt sprake van een terreurdreiging als alle staten hun drones rond laten vliegen zonder zich tegen te houden aan internationaal erkende grenzen en wetten. Daarnaast kan dit beleid de positie van de VS als mensenrechtenverdediger verder ondermijnen. Dat is een gemiste kans voor het wereldwijde gevecht tegen mensenrechtenschendingen.

 Judith van der Zwan (1994) studeert internationale betrekkingen aan University College Maastricht.


[i] M. Zenko en D.D. Fellow, Reforming U.S. Drone strike policies (New York 2013).

[ii] Idem.

[iii] J. Fuller, Americans are fine with drone strikes. Everyone else in the world? Not so much’, The Washington Post, (15 Juli 2014) online beschikbaar via: http://www.washingtonpost.com/blogs/the-fix/wp/2014/07/15/americans-are-fine-with-drone-strikes-everyone-else-in-the-world-not-so-much/  (geraadpleegd op 10 februari 2015).

[iv] Zoals onder andere vastgesteld in het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, Artikel 6 (1) New York, 16-12-1966.

[v] International Human Rights and Conflict Resolution clinic at Stanford Law School and Global Justice Clinic at NYU School of Law, Living under drones: Death, Injury and trauma to civilians from us drone practices in Pakistan (2012).

[vi] C. P. Webel, en J.A. Arnaldi, the Ethics and Efficacy of the Global War on Terrorism: fighting terror with terror,  (New York 2011).

[vii] Institute for Economic and Peace: Global terrorism Index 2014, online beschikbaar via:  http://www.visionofhumanity.org/sites/default/files/Terrorism%20Index%20Facts.pdf (geraadpleegd op 25 februari 2015).

[viii] World Food Programme, Hunger Statistics, online beschikbaar via: http://www.wfp.org/hunger/stats (geraadpleegd op 25 februari 2015).

[ix] Centers for Disease Control and Prevention, Worldwide injuries and violence, online beschikbaar via : http://www.cdc.gov/injury/global/ (geraadpleegd op 25 februari 2015).

[x]B. Plumer, ‘Eight facts about terrorism in the United States’ The Washington Post (16 april 2013), online beschikbaar via: http://www.washingtonpost.com/
blogs/wonkblog/wp/2013/04/16/eight-facts-about-terrorism-in-the-united-states/
  (geraadpleegd op 25 februari 2015).

[xi] J. Mueller, en M. G. Stewart, ‘Balancing the Risks, Benefits, and Costs of Homeland Security’, Homeland security affairs (2011).

[xii] Webel en Arnaldi, The Ethics and Efficacy of the Global War on Terrorism.

[xiii] O. Hudson, S. Colin & M. Flannes, ‘Drone Warfare: Blowback from the New American Way of War’, Middle E. Pol’y Council, 122, 126 (2012)

[xiv] D. Alexander, ‘Retired general cautions against overuse of “hated” drones,’ Reuters (7 Januari 2013) online beschikbaar via: http://www.reuters.com/
article/2013/01/07/us-usa-afghanistan-mcchrystal-idUSBRE90608O20130107
  (geraadpleegd op 25 februari 2015)

[xv] J. O. Brennan, ‘The Efficacy and Ethics of U.S. Counterterrorism Strategy’, Wilson Center (30 April 2012) online beschikbaar via: http://www.wilsoncenter.org/event/the-efficacy-and-ethics-us-counterterrorismr-strategy  (geraadpleegd op 25 februari 2015).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>