Studeren is een voorrecht; hard werken hoort daarbij

Eline Verbon

Enige tijd geleden hield student Auke van der Veen het persoonlijke betoog ‘Ik een excellente student? vergeet het maar!’ op Het Groene LAB, het podium voor jong talent van de Groene Amsterdammer. Na een jaar te hebben gestudeerd aan het University College Utrecht (UCU) concludeerde hij dat UCU een plek is waar zowel de studie- als sociale druk (te) hoog is. Nu, na het afronden van mijn eerste jaar van mijn master biologie in Wageningen, kijk nog steeds met plezier terug op mijn tijd op UCU. In dit artikel probeer ik mijn visie op UCU uiteen te zetten.

University College Utrecht
University College Utrecht (UCU) is het honors college van de Universiteit Utrecht. De ruim 200 studenten per jaarlaag, waarvan ongeveer 40 procent van niet-Nederlandse nationaliteit, volgen drie jaar lang kleinschalig, Engelstalig onderwijs. Hierna stromen veel van hen rechtstreeks door naar een master bij een reguliere universiteit. De studenten op UCU stellen zelf hun vakkenpakket samen, waarbij zij zich kunnen specialiseren in ofwel de geestes- en sociale wetenschappen, ofwel de natuurwetenschappen. De lessen vinden plaats op de UCU-campus, waar de studenten ook van woonruimte, een dining hall en een bar worden voorzien. Van der Veen besloot na zijn eerste jaar, afgesloten met goede cijfers, met UCU te stoppen. Hij stoorde zich aan het volgens hem schoolse karakter van UCU, maar vooral aan de hoge sociale en prestatiedruk. Studeren op UCU heeft volgens Van der Veen weinig meer te maken met intrinsieke interesse en een drang tot zelfontplooiing, twee waarden die terecht door hem worden benoemd als speerpunten van studeren.

Huiswerk en aanwezigheidsplicht
Van der Veen begint zijn betoog met een kritische blik op de verplichte aanwezigheid en het huiswerk dat je op UCU krijgt opgelegd. Te schools, oordeelt hij. Het is echter maar de vraag of hij bij een ‘gewone’ studie wel tevreden was geweest. Aanwezigheid bij werkcolleges is bij veel studierichtingen in Nederland verplicht. Dat doet misschien denken aan de middelbare school, maar ervaring heeft uitgewezen dat veel studenten wegblijven als een studie te vrijblijvend is. Later op je werk word je doorgaans ook verwacht er om 9 uur te zijn; dat zijn gewoon afspraken die je met elkaar maakt. Daarbij, colleges op UCU vereisen vaak groepsdiscussies en meedenken, een aanwezigheidsplicht is daarom in ieders belang. Op zo’n moment ‘de vrijheid nemen om niet op te komen dagen’, is eigenlijk asociaal. Daarnaast mag je 10 procent van de lessen missen. Er is dus zeker ruimte voor een keertje ziek of druk zijn.

Dat een docent Van der Veen mailde met de vraag of hij misschien ziek was, getuigt volgens mij eerder van interesse dan van bemoeizucht. Je mag van geluk spreken dat je studie zo kleinschalig en persoonlijk is dat docenten tijd maken voor het mailen van een individuele student. Dat is op veel massale bacheloropleidingen wel anders. Dan mag je blij zijn als de docent überhaupt je naam kent. Ook kan zo’n aansporing motiverend werken om de volgende keer wél naar college te gaan. Waarom betaal je die hoge som collegegeld als je er toch niet heen gaat?

Wat het maken van huiswerk betreft: dat bestaat op UCU vaak niet, zoals veelal bij vakken van reguliere opleidingen, uit opdrachten die bij elke student hetzelfde antwoord opleveren. Vaak zijn het essays en verslagen die je stimuleren een eigen mening te verwoorden en je te verdiepen in een onderwerp dat je zelf interessant vindt. Je intrinsieke interesse volgen dus, iets dat Van der Veen zelf aangeeft als een belangrijke reden om te gaan studeren.

Hoge werkdruk in perspectief
Naast het ‘schoolse karakter’, stoort Van der Veen zich aan de hoge werkdruk die heerst op UCU; de studie zou te intensief zijn. UCU is inderdaad intensief vergeleken met veel ‘gewone’ bacheloropleidingen in Nederland, maar ook weer niet zó zwaar als je buiten onze landsgrenzen kijkt. Daar ligt de werkdruk vaak een stuk hoger. In China, waar ik een tijd op een universiteit verbleef, komen studentenfeesten amper voor en wordt studeren als groot recht gezien. Daarbij steken veel Chinese studenten al hun tijd en energie in een vakgebied dat niet eens hun voorkeur heeft; in China zijn er zo veel mensen die willen studeren, dat alleen de allerbesten – en dat zijn er echt maar heel weinig – worden toegelaten bij de opleiding die hun voorkeur heeft. De rest moet genoegen nemen met zwoegen voor een vakgebied dat niet hun eerste keus is.

Ook ten westen van Europa ligt de prestatiedruk een stuk hoger dan in Nederland. Hoewel veel Nederlandse studenten vooral horen over de uitbundige studentenfeesten in Noord-Amerika, ligt de ambitie en werkdruk daar merkbaar hoger dan in Nederland. Ik heb zowel in Canada als in de Verenigde Staten een aantal maanden meegedraaid in het onderwijssysteem en het viel mij direct op dat veel studenten daar hun studie veel serieuzer nemen dan in Nederland. Er wordt hard gewerkt – al is het maar om een kans te maken in de enorme competitie om masters, graduate programs en banen.

Sociale- en prestatiedruk
Ook de ‘hyper-sociale’ plek waar Van der Veen over spreekt, is een kwestie van perspectief. Ik had met mijn vriendinnengroep een geweldige tijd op UCU terwijl ik bijna nooit in de bar of op de grote feesten aanwezig was. Ook hierin verschilt UCU trouwens niet van het reguliere studentenleven. De keuze of je lid wilt worden van een studentenvereniging en zo ja, hoeveel tijd je daar wilt besteden, is vergelijkbaar met de sociale keuzen die je maakt op UCU.

‘Je kan niet anders dan een excellente student zijn’, zegt Van der Veen. Wellicht, maar waarom kies je anders voor een prestigieuze opleiding als UCU? Daarbij kan een omgeving met veelal gemotiveerde studenten heel stimulerend kan werken. Van der Veen beweert dat ‘de mentale gevolgen van de hoge academische druk en ook [de] competitiedrang’ op UCU schadelijk zijn voor studenten. Hij onderbouwt dat door er op te wijzen dat er mensen met een eetstoornis of depressiviteit op UCU rondlopen. Er zitten 750 mensen op UCU. Statisch gezien zou het verrassender zijn als er niemand mentale problemen had. Dat studenten over het algemeen te weinig leren omgaan met studiestress, is een te weinig erkend probleem. Dat geldt echter niet specifiek voor UCU, maar zie je ook op een ‘gewone’ universiteit. Ik verwijs hierbij graag naar het artikel ‘Een like geeft nog geen levensgeluk’, over studiestress en mindfulness, in de vorige editie van dit tijdschrift.[1]

Wat die ‘excellente’ studenten betreft, die willen vaak méér dan alleen hoge cijfers halen. Juist voor wie wat ‘extra’ wil, is UCU de plek bij uitstek. Een stage in het buitenland, vrijwilligerswerk in Afrika, meedraaien in onderzoeksgroepen, een professionele musical in elkaar zetten of een wetenschappelijk artikel publiceren: in een omgeving waar veel studenten grote ambities hebben, is er plaats voor docenten die tijd en aandacht maken om hen daarmee te helpen. Zelfontplooiing, dat terecht door Van der Veen wordt genoemd als andere belangrijke reden om te studeren, is dus wel degelijk een groot goed op UCU.

Eliteclubje
Tot slot is er één punt waarop ik me wel bij Van der Veen aansluit. Dat is zijn argument over de (te) hoge kosten van UCU. Dit kan inderdaad onbedoelde gevolgen hebben. Natuurlijk is het prijziger om studenten een breed scala aan vakken aan te bieden in kleine groepen, maar door de kosten die UCU nu met zich meebrengt, zou het wel degelijk een eliteschool kunnen worden. Ik pleit er dan ook voor om UCU financieel toegankelijker te maken, bijvoorbeeld met behulp van scolarships. Iedereen verdient immers een kans om zichzelf te bewijzen.

Van der Veen kon duidelijk niet aarden op het University College Utrecht. Natuurlijk is dat jammer, maar helaas zijn er bij elke opleiding mensen die er zich niet thuis voelen. Toch zijn ook veel studenten die zich wel kunnen ontplooien en op hun gemak voelen op UCU. Misschien met wat meer verplichtingen dan de gemiddelde student, maar tevens met gigantische mogelijkheden om zich te ontwikkelen. En is dat niet waar studeren uiteindelijk om draait?

Eline Verbon (1991) behaalde in 2012 haar bachelor aan het University College Utrecht en volgt nu een master Celbiologie in Wageningen.

 


[1] S. Geuze, ‘Een like geeft nog geen levensgeluk’, Volonté Générale n°3 (2013) 34-36.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>