Staat van chaos: Oekraïne tussen Rusland en Europa

Dorian Schaap

Het zal u niet ontgaan zijn: de politieke crisis die Oekraïne sinds eind november in haar greep houdt. Wat begon als een kleinschalig protest tegen de beslissing van president Janoekovitsj om in plaats van het Europese associatieverdrag te tekenen, aansluiting te zoeken bij de Russische douane-unie,  is inmiddels uitgegroeid tot een van de ernstigste conflicten van de 21ste eeuw. Niet zozeer wat betreft het aantal slachtoffers of de schade, maar vooral in mondiale diplomatieke en politieke zin.

Voor de gemiddelde Europeaan kwam de crisis in Oekraïne waarschijnlijk volkomen onverwacht. Echter, voor wetenschappers vormt Oekraïne al sinds de val van het IJzeren Gordijn het grootste potentiële kruitvat van Europa. Als een historisch grensgebied tussen oostelijke en westelijke grootmachten — de naam Oekraïne is vermoedelijk een afleiding van het woord ‘grensland’ — is de geschiedenis van het land een aaneenschakeling van oorlogen, bezettingen en genociden.[1] In die zin zijn de huidige problemen een voortzetting van die uit het verleden. Hoe komt Oekraïne uit die impasse?

Als we inzicht willen krijgen in mogelijke oplossingen voor een probleem, moet het eerst duidelijk zijn over wat voor kwestie we eigenlijk spreken. De laatste maanden is veel geschreven over de inmenging van Rusland en de Europese Unie in Oekraïne. Eerder verschenen  wetenschappelijk werk wordt vaak ten onrechte vergeten. Vanuit wetenschappelijk perspectief zijn de huidige problemen niet een losse serie protesten, bezettingen en gewelddadigheden, maar uitingen van een postkoloniaal conflict, waarbij twee imperialistische machten strijden om het uitbreiden of behouden van hun invloedssfeer.[2] Het gevolg van dit conflict is een verscheurd, verzwakt Oekraïne.

In dit artikel zal ik eerst bespreken in hoeverre er inderdaad sprake is van een postkoloniaal conflict tussen twee machtsblokken die zich als imperia gedragen. Vervolgens zal ik aangeven wat Oekraïne momenteel specifiek kwetsbaar maakt in dit spanningsveld. Ten slotte zal ik een richting voorstellen die de Oekraïense overheid in kan slaan om haar toekomst veilig te stellen en uit de huidige impasse te komen.

Imperia
Oekraïne is inmiddels al meer dan twintig jaar een soevereine staat. Het zou in dat opzicht opvallend zijn als Oekraïne door zowel Rusland als de EU als kolonie wordt behandeld. Kan de relatie tussen Oekraïne en de machtsblokken die haar aan de oost- en westkant begrenzen beschouwd worden als (post)koloniaal? József Böröcz onderscheidt vier kenmerken voor een postkoloniale machtsverhouding tussen een ‘imperium’, de dominante partij, en de ‘periferie’, de gekoloniseerde partij. Dit zijn ten eerste een ongelijke uitwisseling van economische goederen, waarbij de periferie afhankelijk is van het imperium, ten tweede een perceptie van de kant van het imperium dat de periferie inferieur is, ten derde het exporteren van het politieke en economische model van het imperium naar de periferie, en als laatste een bewuste integratie van de drie voorgaande elementen in een coherent langetermijnbeleid van de kant van het imperium. Laten we aan de hand van deze vier criteria de actuele relatie tussen Oekraïne enerzijds en Rusland en de EU anderzijds bestuderen.

De ongelijke uitwisseling van economische goederen is zeker aanwezig. Oekraïne is afhankelijk van Russisch gas voor haar energievoorziening.[3] De hieruit voort-vloeiende schulden drukken al lange tijd zwaar op de Oekraïense economie.[4] Rusland gebruikt de gastoevoer ook als politiek instrument om invloed op Oekraïne uit te oefenen.[5] De Oe-kraïense afhankelijkheid van Europa is nauwelijks minder. Veel luxeproducten worden uit Europa geïmporteerd en het land kijkt naar het door het Westen gedomineerde IMF voor leningen. Daarnaast ontvangt Oekraïne speciale leningen van de EU die iets kleiner zijn. Rusland en, in iets mindere mate, de EU voldoen dus aan het eerste criterium voor een koloniale machtsverhouding.

Het tweede criterium is dat in de koloniale macht het sentiment leeft dat de periferie minderwaardig is. De relatie tussen Rusland en Oekraïne is in die zin uiterst gecompliceerd. Oekraïne is belangrijk voor de Russische identiteit, omdat Rusland Kiev als de bakermat van haar beschaving en religie ziet.[6] Tegelijkertijd heerst er een ‘widespread feeling in Moscow that Ukrainian independence is an abnormality as well as a threat to Russia’s standing as a global power’.[7] De soevereiniteit van Oekraïne als land wordt in twijfel getrokken. Dat de oostelijke provincies van Oekraïne in Rusland Malorossiya of Novorossiya (klein Rusland of nieuw Rusland) worden genoemd, suggereert inferioriteit. Recentelijk zijn deze sentimenten nog meer aangewakkerd, onder meer door president Poetin die de staat Oekraïne als misvatting zegt te beschouwen. In de EU heerst een tegenovergesteld gevoel: Oekraïne wordt niet gezien als het ‘kleine broertje’, maar als een fundamenteel ander, on-Europees land.[8] Het verkeert ergens in een limbo voorbij de geaccepteerde grenzen van ‘ons’ Europa.[9] Het belang van de EU is daarmee om van Oekraïne een nuttige bufferstaat te maken en zo stabiliteit aan de eigen grenzen te hebben. In beide gevallen is er echter sprake van een perceptie van Oekraïne als ongelijkwaardig. Ook aan het tweede criterium voldoen beide grootmachten dus grotendeels.

Het derde kenmerk is de export van het politieke en economische model: de manier waarop het imperium zijn staat heeft ingericht. Er lijkt in ieder geval sprake te zijn van beïnvloeding van Russische zijde. Dit speelde in de jaren 1990 al vanwege de continue politieke steun van Rusland voor haar Oekraïense diaspora,[10] maar recent nog meer — zie daarvoor ook de recente annexatie van de Krim. De Russische douane-unie wordt gezien als een voorloper van een toekomstige Euraziatische politieke unie, een tegenhanger van de Europese Unie. Rusland heeft jarenlang buitengewoon veel druk gezet op Oekraïne om zich aan te sluiten bij deze unie, waarbij de impliciete verwachting is dat de Russische autoritaire staat als model voor andere lidstaten zal dienen.[11] De EU kent een soortgelijke aanpak. Om het associatieverdrag met de EU te kunnen tekenen, werden er van Oekraïne substantiële economische en politieke hervormingen verwacht. De golden carrot is uiteindelijk een aan de horizon lonkend lidmaatschap van de EU.[12] Beide machtsblokken bieden hiermee financiële voordelen door het verwijderen van handelsblokkades (zie het eerste criterium) in ruil voor aanpassingen in het politieke en economische model naar Russisch of Europees voorbeeld. Ook aan het derde criterium wordt dus door beide machtsblokken voldaan.

Het vierde criterium van Böröcz is in hoeverre de voorgaande drie tot een coherent langetermijnbeleid zijn gemaakt. Hier komt de in november 2013 begonnen ernstige politieke crisis in beeld. Deze crisis is ontstaan vanuit de keuze voor de Russische douane-unie ten koste van het associatieverdrag van de EU. Beide verdragen zijn een model om de verhouding met Oekraïne voor langere tijd vorm te geven. Ze kunnen dus gezien worden als een poging van Rusland en de EU om aan het vierde criterium te voldoen. Het moment dat Oekraïne gedwongen werd te kiezen voor een van deze twee verdragen — ze sluiten elkaar uit — was het moment dat een van de twee imperia de dominante partij zou worden. Het is daarmee een logisch, zelfs noodzakelijk moment voor de crisis.

Veiligheid
Dat Oekraïne slachtoffer is van postkoloniale politiek uit het buitenland betekent niet dat het slechts een lijdend voorwerp is van twee imperialistische machten. Het is een soevereine staat met veel economisch potentieel, een levendige civil society en een groeiend aandeel hoger opgeleiden. Oekraïense burgers hebben uiteenlopende visies en voorkeuren. Formeel probeert het land al sinds zijn ontstaan een beleid te voeren dat de eigen autonomie handhaaft en dat zowel Rusland als de EU te vriend houdt.[13] Het moge duidelijk zijn dat dit momenteel weinig succesvol is: de autonomie wordt ernstig bedreigd. De relatie met Rusland is op een historisch dieptepunt, maar grote delen van het land moeten ook niets van Europa hebben. Oekraïne is verdeeld: nationalistische en pro-Europese groepen staan tegenover pro-Russische separatisten en communisten. Niemand lijkt in staat deze steeds gewelddadiger groepen in de hand te houden en de eenheid te bewaren. Dat zou de taak moeten zijn van de Oekraïense veiligheidsdiensten: een sterke, onafhankelijke en integere politiemacht is in zo’n instabiele situatie onmisbaar.[14] Deze is momenteel niet aanwezig en dat maakt het land uitzonderlijk kwetsbaar voor postkoloniale invloeden uit Rusland en de EU. Wat is daar de oorzaak van, en hoe kan Oekraïne weer het heft in eigen handen nemen en de balans herstellen?

Er zijn weinig instituties die er zo slecht aan toe zijn als het Oekraïense veiligheidsbestel. Volgens anti-corruptiewaak-hond Transparency International is Oekraïne het meest corrupte land van Europa.[15] De politie behoort tot de meest corrupte instituties van het land.[16] De Oekraïense politie geniet daar-om minder vertrouwen dan welke andere Europese politiemacht ook.[17] Uit de Sovjettijd heeft Oekraïne een gewelddadige, autoritaire politie geërfd, die weinig opheeft met democratie. Hervorming van de veiligheidsdiensten is uitgebleven – een bekend probleem in postdictatoriale samenlevingen.[18] Het strikte communistische systeem beperkte voor de val van het IJzeren Gordijn de ergste corruptie, maar na de val van het IJzeren Gordijn is die controle helemaal verdwenen.[19] Een journalist noemde het huidige Oekraïense politiebestel daarom als ‘a reincarnation of [the] Soviet bureaucratic pyramid – minus the Soviet restraints’.[20] Er is een verschuiving opgetreden van corruptie in de vorm van uitwisseling van (vrienden)diensten naar het regelrecht afpersen van de bevolking.[21]

Hoewel corruptie en systematisch geweld tegen de eigen burgers inherent zijn aan de Oekraïense politiemacht vormt dit probleem niet eens de grootste bedreiging. Er zijn sterke aanwijzingen dat de politie in het zuiden en oosten van Oekraïne een dubbele agenda heeft. De Oekraïense speciale politie-eenheid SBU is onder het regime van president Janoekovitsj jarenlang geïnfiltreerd door de Russische geheime dienst. Onlangs werd pro-Russische separatisten bij het bezetten van overheidsgebouwen in Charkov, Donetsk, Lugansk en vele andere steden door de politie geen strobreed in de weg gelegd. Regelmatig duiken beelden op van politiemensen die lijken samen te werken met pro-Russische separatisten of zelfs direct overlopen. De Oekraïense politiemacht is dus niet alleen uitzonderlijk corrupt en gewelddadig: het heeft er ook alle schijn van dat hele afdelingen op de hand van de separatisten zijn. Hiermee vormt de politie, geheel volgens het postkoloniale model, een vijfde colonne onder Russische invloed.

Het Georgische model?
Deze complexe situatie is niet zo uniek als ze misschien lijkt. Er is een historische parallel: het Georgië van 2003. Georgië stond toen onder president Sjevardnadze aan de rand van de afgrond. Separatistische regio’s beheerst door oligarchen en krijgsheren zochten onafhankelijkheid of aansluiting bij Rusland. Georganiseerde criminaliteit, extreme corruptie en het onvermogen van de overheid om belastingen te innen, zorgden voor een economische crisis. Het leger en de politie waren geïnfiltreerd en systematisch uitgekleed door de Russische geheime dienst. Ook hier was sprake van een postkoloniale machtsverhouding, met Georgië als onderliggende partij die werd gedomineerd door Rusland. Het kon zo niet langer: het voortbestaan van de soevereine staat Georgië stond op het spel.[22] De druppel die de emmer deed overlopen waren frauduleuze parlementsverkiezingen in het najaar van 2003. Massale volksprotesten luidden een revolutie in, waarna president Saakasjvili de macht kreeg.

Met de publieke opinie aan zijn kant had Saakasjvili de slagkracht om radicale maatregelen te nemen. Zijn regering begon een ongeëvenaarde campagne: de helft van alle politieofficieren, inclusief de gehele verkeerspolitie, werd op staande voet ontslagen en vervangen door nieuwe rekruten. Tegenover acceptatie van het ontslag stond een amnestie voor corrupte activiteiten. Een jaar later volgde een tweede ontslaggolf, om duidelijk te maken dat het menens was. Salarissen van politiemensen werden sterk verhoogd om vatbaarheid voor corruptie tegen te gaan en separatisme minder aantrekkelijk te maken. Tegen separatisten en criminele netwerken werd vervolgens hard, vaak gewelddadig, opgetreden.[23] Dit heeft ertoe bijgedragen dat Georgië momenteel de minst corrupte oud-Sovjetrepubliek buiten de Europese Unie is.[24] Lang niet alle problemen zijn uitgebannen en Georgië verloor alsnog de regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië, maar het land zelf staat er aanzienlijk beter voor dan tien jaar geleden.

Voor Oekraïne kan het Georgische model wel eens de enige uitweg zijn. Dezelfde combinatie van factoren die de Georgische regering tot actie heeft aangezet speelt in Oekraïne: interne en externe dreigingen die sterke trekken hebben van een postkoloniaal conflict, separatisme, publieke steun voor maatregelen tegen corruptie, en hopelijk het politieke besef dat er snel iets moet gebeuren om het land te redden. Niet alleen om afscheiding of annexatie van oostelijke regio’s te voorkomen, maar ook met oog op de toekomst van de natie. Zo lang het haar eigen politiemacht niet in de hand heeft, kan Oekraïne als staat namelijk nooit slagen. Corrupte en onbetrouwbare politiemensen kunnen de veiligheid niet handhaven, want ze verworden tot speelballen van criminele organisaties en buitenlandse machten. Georgië heeft bewezen dat een land juist onder zulke moeilijke omstandigheden succesvol kan hervormen.

Belangrijk is dat politiehervorming in de Georgische traditie niet gericht was om het de EU naar de zin te maken. De betere banden met Europa, die het gevolg waren van Saakasjvili’s hervormingen, waren grotendeels een bijvangst.[25] Verscheidene maatregelen gingen zelfs in tegen westerse adviezen. Zo is het Georgië gelukt om postkoloniale machtsverhoudingen met zowel Rusland als de EU te vermijden.

Hoewel er zeker verschillen zijn tussen Georgië in 2003 en het huidige Oekraïne, zijn de overeenkomsten talrijker. Om uit de wurggreep van twee machtsblokken te ontsnappen doet Oekraïne er daarom goed aan het Georgische voorbeeld te volgen. Radicale hervorming van het veiligheidsbestel dient hierbij centraal te staan, waarbij massaontslagen, zero tolerance betreffende corruptie, forse salarisstijgingen en overplaatsingen onvermijdelijk zijn. Alleen dan kunnen de Oekraïense veiligheidsdiensten sterk genoeg worden om de onafhankelijkheid van het land te bewaren. Vervolgens kunnen de Oekraïeners zelf besluiten welke richting ze in willen slaan, zonder postkoloniale inmenging van Rusland of de EU.

Dorian Schaap (1988) werkt als promovendus bij de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.


[1] M. Jansen, Grensland. Een Geschiedenis van Oekraïne (Amsterdam 2014); P. Desbois, The Holocaust by Bullets. A Priest’s Journey to Uncover the Truth behind the Murder of 1.5 Million Jews (Basingstoke 2009).

[2]J. Böröcz, ‘Introduction: Empire and coloniality in the “Eastern Enlargement” of the European Union’, in: J. Böröcz & M. Kovács (red.), Empire’s new clothes: Unveiling EU-enlargement (Holly Cottage 2001), 4-50; O. Sushko, ‘The Dark Side of Integration: Ambitions of Domination in Russia’s Backyard’, The Washington Quarterly 27 (2004) 119-131.

[3] M. M. Balmaceda, ‘Gas, Oil and the Linkages Between Domestic and Foreign Policies: The Case of Ukraine’, Europe-Asia Studies 50 (1998) 257-286.

[4] P. Kubicek, ‘Russian Foreign Policy and the West’, Political Science Quarterly 114 (1999) 547-568; E. Kropatcheva, ‘Ukraine’s Foreign Policy Choices After the 2010 Presidential Election’, Journal of Communist Studies and Transition Politics 27 (2011) 520-540.

[5] Z. Brzezinski, ‘The Premature Partnership’, Foreign Affairs 73 (1994) 67-82; A. Kovacevic, ‘The impact of the Russia–Ukraine Gas Crisis in South Eastern Europe’, Oxford Institute for Energy Studies (2009).

[6] Kubicek, ‘Russian Foreign Policy and the West’.

[7] Brzezinski, ‘The Premature Partnership’, 74.

[8] M. Kuus, ‘Europe’s Eastern Expansion and the Reinscription of Otherness in East-Central Europe’, Progress in Human Geography 28 (2004) 472-489.

[9] O. Stegniy, ‘Ukraine and the Eastern Partnership: Lost in Translation?’, Journal of Communist Studies and Transition Politics 27 (2011) 50-72.

[10] G. Smith & A. Wilson, ‘Rethinking Russia’s Post-Soviet Diaspora: The Potential for Political Mobilisation in Eastern Ukraine and North-East Estonia’, Europe-Asia Studies 49 (1997) 845-864.

[11] Kropatcheva, ‘Ukraine’s Foreign Policy Choices After the 2010 Presidential Election’.

[12] F. S. Larrabee, ‘Ukraine and the West, Survival: Global Politics and Strategy 48 (2006) 93-110.

[13] P Kubicek, ‘The European Union and Democratization in Ukraine’, Communist and Post-Communist Studies 38 (2005) 269-292.

[14] D. H. Bayley, Changing the Guard: Developing Democratic Policing Abroad (New York 2006); M. Light, ‘Police reforms in the Republic of Georgia: the convergence of domestic and foreign policy in an anti-corruption drive’, Policing and Society 24 (2014) 318-345.

[15] Transparency International, ‘Corruption Perceptions Index 2013’, online beschikbaar via: http://cpi.transparency.org
/cpi2013/
(geraadpleegd op 17 mei 2014).

[16] Y. Chistyakova, ‘Reforming the Ukrainian police. The Challenges of Understanding and Addressing Violence’, in K. Goodall, M. Malloch & B. Munro (red.), Building Justice in Post-Transition Europe (New York 2012), 139-157.

[17] D. Schaap & P. Scheepers, ‘Comparing Citizens’ Trust in the Police Across European countries: An Assessment of the Cross-Country Measurement Equivalence’, International Criminal Justice Review 24 (2014) 82-98.

[18] M. S. Hinton & T. Newburn, ‘Introduction: Policing Developing Democracies’, in M. S. Hinton & T. Newburn (ed.), Policing Developing Democracies (Abingdon 2009), 1-28.

[19] I. Krastev, ‘Corruption, Anti-Corruption Sentiments, and the Rule of Law’, in: A. Czarnota, M. Krygier & W. Sadurski (ed.), Rethinking the Rule of Law after Communism (Budapest 2005) 323-339; R. Dzhekova, P. Gounev & T. Bezlov, Countering Police Corruption: European Perspectives (Sofia 2013).

[20] Y. Makarov, ‘Police With the Regime’, The Ukrainian Week, International Edition (24 juli 2013), online beschikbaar via: http://ukrainianweek.com/Columns/50/85290 (geraadpleegd op 17 mei 2014).

[21] Krastev, ‘Corruption, Anti-Corruption Sentiments, and the Rule of Law’; K. S. Mikkelsen, ‘In murky waters: a disentangling of corruption and related concepts, Crime, Law and Social Change 60 (2013) 357-374.

[22] Light, ‘Police Reform in the Republic of Georgia’; G. Slade, ‘Georgia’s War on Crime: Creating Security in a Post-Revolutionary Context’, European Security 21 (2012) 37-56.

[23] A. Kupatadze, ‘Explaining Georgia’s Anti-Corruption Drive’, European Security 21(2012) 16-36.

[24] Transparency International, ‘Corruption Perceptions Index 2013’.

[25] Light, ‘Police reform in the Republic of Georgia’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>